Samen op Weg, in theologisch en historisch perspectief (2)
Met dit alles hangt ook samen dat voor de Remonstranten het geloof enkel een kwestie was van verlichting van het verstand en niet van vernieuwing van de wil. Tijd geloof en zaligmakend geloof verschillen bij hen dan ook niet in kwaliteit. Genade kan weerstaan worden, zodat afbreuk gedaan wordt aan de kracht van Gods Geest die ook de meest weerstrevende mens kan en wil inwinnen voor zijn liefde. Bovendien is geloof op deze wijze een voorwaarde tot zaligworden. Vandaar hun leer van verkiezing op grond van vooruitgezien geloof. God verkiest om het geloof en niet tot geloof. Het geloof is daarmee ontdaan van haar instrumentaal karakter. Er is geen plaats voor het lege-handen geloof. Daarom kan er ook geen plaats zijn voor de rechtvaardiging van de goddeloze. En daarmee wordt één van de kernen van belijden uit de verklaring van overeenstemming voor het Samen op Weg proces aangetast.
Ondertussen is genade dan niet vrij meer en zijn de zekerheid van de beloften en de trouw van Gods verbond van hun kracht beroofd.
Kortom: de geloofszekerheid staat op het spel en de roem in de genade van God alleen, moet verstommen. De mens wordt teruggeworpen op zichzelf in plaats van op God en zijn genade. Geloofszekerheid is hooguit nog een zaak van het z.g. welwezen van het geloof, niet van het wezen van het geloof. Het bevrijdende n.l. dat er geen reden in ons is en dat God in zijn verkiezing onderscheid maakt waar het niet is, dat gaat hier verstrikken. Welbehagen wordt willekeur. De zaligheid rust niet in de vrije gunst van God, in zijn verkiezende liefde, maar in één van de middelen waardoor de verkiezing zich realiseert n.l. het geloof. God heeft ons volgens de leer van de Remonstranten dan ook niet verkoren opdat we in Christus zouden komen door in Hem te geloven, maar omdat we door het geloof reeds in Hem zijn. Christus is niet meer middel en spiegel der verkiezing, maar fundament, voorwaarde. Zijn werk geraakt zo in wezen los van verankering in de verkiezing, waardoor de toepassing door de Heilige Geest op losse schroeven komt te staan.
Er zou nog meer te noemen zijn, doch dit moge ter signalering voldoende wezen om een raamwerk tot bezinning uit te zetten. De diepste vragen inzake het mens-zijn van de mens en het God-zijn van God komen hier aan de orde. Was dat ook niet de inzet van de reformatie toen Luther de rechtvaardiging van de goddeloze 'ontdekte'? En is dat niet altijd weer het meest pijnlijke puntje voor ons hoogmoedige mensenhart, dat de ergernis van het evangelie wil verdoezelen? Geloven is toch een kwestie van arm-worden en rijk, van schuldbesef en schuldvergeving, van verbroken harten die geheeld worden, van neergebogen mensen die opgericht worden? God moet er immers niet alleen aan te pas komen door in Christus alles voor ons te volbrengen. Hij moet er evenzeer geheel aan te pas komene door via de Heilige Geest ons te vernieuwen en te herscheppen.
Historische faktoren
De enorme theologische problemen die met dit alles samenhangen zijn van zodanige omvang dat de Ned. Hervormde Kerk die niet alleen kan oplossen, ook niet samen met enkel de Gereformeerde Kerken in Nederland. Alleen al het feit dat tijdens de Synode van Dordrecht het internationale element sterk aanwezig was, maakt dat onmogelijk.
Bovendien, alle kerken die uit 1834 en uit 1886 stammen hebben er mee te maken. Zij alle dienen bij het bezinningsproces betrokken te worden. Immers, de oorzaken waardoor zij uit de Hervormde Kerk zijn gegaan hangen voor een groot deel samen met dit alles. Veel modernen uit de vorige eeuw beriepen zich n.l. maar al te graag op remonstrantse geluiden.
Zeker, althans de Ned. Hervormde Kerk, heeft de bezinning ter hand genomen. We noemen de instelling van een officiële gesprekscommissie met de Remonstranten in 1953 en het geschrift 'Richtlijnen voor de behandeling van de leer der uitverkiezing' uit 1960 en 'Enige aspecten van de leer der uitverkiezing' uit 1966. Doch dit alles kan nauwelijks meer dan een verkenning genoemd worden. Bovendien wordt deze bezinning al te zeer getypeerd door zienswijzen die gevoed zijn door een karikatuur van Dordt of door bewuste afwijzing. Op zijn minst mag bezinning verwacht worden waarbij op authentieke viijze van binnenuit Dordt verstaan en gewaardeerd wordt. Zowel binnen als buiten de Ned. Hervormde Kerk is daartoe voldoende gekwalificeerd potentieel aanwezig. En de Ned. Hervormde Kerk bezorgt zichzelf beslist een gemiste kans, wanneer hieraan voorbijgegaan wordt. Bovendien verstaat ze dan haar eigen geschiedenis niet. Het is immers toch een miskenning van de historie, wanneer nu getracht wordt met de Lutheranen en de Remonstranten in het reine te komen, terwijl de geschiedenis van 1834 en 1886 nog niet verwerkt is. Ook het huidige Samen op Weg proces met de Gereformeerden loopt toch om de ten diepste hete brij van 1886 heen, omdat de Gereformeerden al te zeer van hun eigen verleden vervreemd zijn.
Eerst zou de Ned. Hervormde Kerk klaar moeten komen met haar verleden inzake 1834 en 1886, daarna zou 1618/1619 aan de beurt kunnen komen en tenslotte 1517. En als iemand tegenwerpt dat de Ned. Hervormde Kerk dit niet kan omdat meerdere kerken niet willen, dan kan de vraag gesteld worden wat de Ned. Hervormde Kerk doet om als een goede moeder de weggelopen kinderen gerust te stellen en uitnodigend tegemoet te treden. Hoe komt het dat veel van de weggelopen kinderen zo kopschuw blijven? En hoe komt het dat veel mensen die gewoon hervormd willen zijn in de lijn van Dordt, zoveel moeite hebben met moeder? En het gaat toch om moeder, om de vaderlandse kerk door God hier geplant, dat die weer gaat functioneren in overeenstemming met wat ze zelf belijdt. Immers, het gaat er niet om dat allen, die hetzij als hervormd-gereformeerd, hetzij als confessioneel, Dordt liefhebben, enkel een meer of minder komfortabele plaats hebben in de Ned. Hervormde Kerk. En het gaat er ook niet om dat allen die moeder hebben verlaten zich prima zullen voelen in hun eigen kerkverband. Het gaat er om, allereerst, dat allen die de gereformeerde confessie van harte liefhebben niet rusten totdat moeder gezond is. Daarom snijdt het mes aan twee kanten. En gaat een appèl naar moeder uit en naar de kinderen.
Uiteraard gaat het bij dit alles niet om een slaafse en wettische binding aan de belijdenis. Heeft ook niet Groen van Prinsterer zijn nuanceringen, als hij stelt dat onbekrompen binding aan de belijdenis niet in mindering mag komen op ondubbelzinnig ? En heeft ook niet Kohlbrugge een waardevolle inbreng gegeven door te stellen dat Dordt het sola gratia beter had kunnen verdedigen via de rechtvaardiging van de goddeloze dan via de leer der verkiezing? Terwijl beide toch van harte geworteld en gegrond zijn geweest in het gereformeerde belijden.
Ondertussen gaat het wel om duidelijkheid. Daarom is het uitermate te betreuren dat in 1973 in de zgn. Leuenberger Konkordie de verwerping van eeuwigheid is opgegeven en losgelaten. In deze leerovereenkomst van kerken van calvinistische en lutherse origine, waarbij ook de Remonstranten betrokken zijn, wordt op deze wijze afbreuk gedaan aan het gereformeerd belijden. Immers, hoe gevoelig een kwestie als de verwerping van eeuwigheid ook moge liggen en hoezeer het geboden is met grote zorg en voorzichtigheid hierin te spreken, het is niet af te doen met te stellen dat het niet in het Nieuwe Testament voorkomt en dat scholastiek-wijsgerig denken de schuldige is. Er is in ieder geval ook nog zoiets als een ratio christiana (een gekerstende rede) die denkend zich laat leiden door woord en Geest terieinde de dingen die des Geestes Gods zijn te verstaan. Daarmee wil niet gezegd worden dat voor de leer van de verwerping van eeuwigheid bijbelgegevens ontbreken, wel dat iets ook bijbels kan zijn omdat het veeleer in de gehele structuur van de Schrift verankerd ligt, dan dat het direkt opgehangen kan worden aan een bepaalde bijbeltekst. In ieder geval is duidelijk dat God niet tot het verkiezen van één enkel mens verplicht is en dat Hem geen enkel verwijt gemaakt kan worden wanneer Hij zekere mensen in hun eigen verwerping laat.
Ondertussen mag vast staan dat hier niet de spits lag van het geding met de Remonstranten in 1618/1619. Dat lag bij het zuiver houden van de roem in vrije genade alleen. Want de leer van de uitverkiezing heeft als centrum het op toonhoogte houden van de lofzang n.l. Door U, door U alleen, om 't eeuwig welbehagen.
Perspectief
Wat gaat Samen op Weg worden? Zullen de Dordtse Leerregels als authentieke uitleg van artikel 16 van onze Nederlandse Geloofsbelijdenis geschonden worden? Zullen de weggelopen en verstoten kinderen voorgoed van moeder vervreemd raken? Zullen allen die zich zowel in de Ned. Hervormde Kerk als in de Gereformeerde Kerken geheel willen laten aanspreken door het gereformeerde belijden, onder ondraagbare spanning komen te verkeren? Zullen hervormd-gereformeerden hun diepste motivatie voor het hervormd-zijn verliezen, omdat moeder haar identiteit heeft verkwanseld?
In elk geval: laten we voorkomen dat we ons later moeten verwijten dat het ons aan inzet en bezinning heeft ontbroken. Moge de Heilige Geest ons zozeer bezielen dat we staan in de geest der martelaren, gewapend met de geestelijke wapenrusting die ons door Jezus doet overwinnen. Dat zal ook rustige, gedegen, fijngevoelige bezinning te zien geven, zodat Gods kracht in onze zwakheid wordt volbracht.
Wat we nodig hebben? Dat het God zal behagen de hemelen te scheuren en neder te dalen! Opdat er zal komen een beweging vanuit het grondvlak der kerk waaruit blijkt dat de Geest in de raderen is. Opdat er tevens zal komen een beleid vanuit de (meerdere) ambtelijke vergaderingen der kerk, waaruit blijkt dat het Koninkrijk Gods niet bestaat in bewegelijke woorden van menselijke wijsheid, maar in betoning des geestes en der kracht.
Waar staan we met Samen op Weg? Theologisch en historisch? Nog voor de Rode Zee? Geen pad en geen weg vooruit? Wel nog naar boven! En van Boven is de weg door de zee te verwachten. Dan wordt het onmogelijke mogelijk. 'O Heere doet het… om Uwszelfs wil'. En zou Hij niet willen, wanneer we tot Hem komen in slaan op onze borst en in kloppen op onze heup?
R. H. Kieskamp, Leerdam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's