Globaal bekeken
In 'feiten en meningen over de openbare bibliotheek' stond een lijst met 'meest uitgeleende auteurs in 1987', in de volgorde 1 t/m 100. We geven hier van bekende schrijvers het rangnummer door omdat dit een kijk geeft, op het leesgedrag van de gemiddelde Nederlandse lezer. Tussen haakjes staat het rangnummer van het jaar 1986.
1. (1) Mien van 't Sant
2. (3) A. C. Baantjer
7. (2) Dick Bruna
9. (14) J. Visser-Roosendaal
17. (28) Jan Wolkers
18. (8) Maarten 't Hart
19. (32) Toon Kortooms
25. (48) Willem Frederik Hermans
28. (40) Annie M. G. Schmidt
30. (84) Jos van Manen Pieters
34. (50) Harry Mulisch
35. (9) P. Grashoff
36. (55) Arie van der Lugt
38. J. H. F. Geurts
44. (61) Dolf Kloek
46. (82) Evert Hartman
47. (64) Miep Diekmann
51. (42) Marga Minco
60. (77) Jaap ter Haar
62. (56) Gerard Reve
63. (74) Remco Campert
71. Jan Terlouw
82 (81) Marten Toonder
In Hervormd Weekblad (Confessionele Vereniging) stond een lezenswaardig (eerste) artikel van de hand van ds. J. C. Dee over de dichter Martinus Nijhoff. Hier volgt het gedeelte over 'motieven bij Nijhoff'.
'Martinus Nijhoff had een christelijke achtergrond en dat is in heel zijn poëtisch werk zichtbaar. In vele gedichten komt hij daarop terug en hij verbindt het christelijk geloof vooral met herinneringen aan zijn moeder, b.v. in het bekende gedicht "Ik ging naar Bommel om de brug te zien" onder de titel "De moeder de vrouw". Daarin klinkt de liefde tot en de verering voor zijn moeder door. Nijhoff is zich altijd kind van zijn moeder blijven voelen. Het kinderlijke, de gerichtheid op de moeder is een constante factor in zijn werk. Daarbij komt het motief van de soldaat, de liefde voor het soldatenleven. Een soldaat is een zoon van zijn vaderland, een kind is de zoon van zijn moeder. Zo kunnen we bij Nijhoff lezen: "Een goed soldaat heeft een groot kinderhart"; en "Het hart van een kind is zo warm en los". Nijhoff is vòl geweest van de heimwee naar het kind en deze neemt in zijn werk mystieke trekken aan: op zoek naar het kind is hij op zoek naar zijn eigen kern, naar zichzelf. Waar het motief van het kind zo overheersend is, blijft ook de moeder een centrale figuur, een levende figuur. Hij blijft verlangen naar de geborgenheid bij de moeder en denkt vol weemoed terug aan de christenmoeder met haar gelovig lied, b.v. in het gedicht 'Herinnering':
Moeder, weet je nog hoe vroeger
Toen ik klein was, wij tezaam
liedren nacht een liedje, moeder,
Zongen voor het raam?
Moe gespeeld en moe gesprongen,
Zat ik op uw schoot en dacht,
In mijn nacht-goed kleine jongen,
Aan 't geheim der nacht.
Want als wij dan zingen gingen
't Oude, altijd eendre lied,
Hoe God alle, alle dingen
Die wij doen, beziet,
Hoe zijn eeuw'ge, grote wond'ren
steeds beschermend om ons zijn,
Nimmer zong je, moeder, zonder 'n
Beven dat refrein.
Dan zag ik de sterren flonk'ren
En de maan door wolken gaan,
d'Ouden nacht met wijze, donk're
Ogen voor me staan.'
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's