Ook in het oordeel is Gods Hand
Synodaal beraad over Godsverduistering
In het nummer van ons blad d.d. 14 april l.l. hebben we reeds uitvoerig aandacht gegeven aan een nota over 'Godsverduistering', die op de vorige week gehouden vergadering van de Generale Synode behandeld zou worden. Op diepgaande wijze is de synode over deze problematiek bezig geweest. De ingehoudenheid, waarmee gesproken werd, maakte duidelijk dat het ging over een thema, dat op een ander vlak ligt dan allerlei andere thematiek, die vaak in synodale nota's aan de orde is. Over God praat je niet zó maar 'even'. Hier volgt een integraal overzicht van datgene, wat op de synode gezegd is.
Dr. G. Bos, Urk, uitte zijn dankbaarheid over het feit dat de thematiek aan de orde werd gesteld en noemde de nota een goede inzet. Wel vroeg hij zich af of de uitwerking soms niet te vlak was. Als de problematiek van de Godsverduistering op te lossen zou zijn door b.v. de Remonstranten bij Samen op Weg te betrekken dan valt het nog wel mee. De breuk wordt te gemakkelijk geheeld. Ook in het oordeel kunnen we soms dicht bij God zijn.
Ds. P. Visser, Aalburg stelde de vraag naar de oorzaken van het duister. Als het alles te maken heeft met onze schuld, dan moet die schuld wel nader worden ingevuld. Er kan alleen een nieuw begin zijn als je weet waar de schuld ligt. 'Sinds de 18e eeuw is het Woord van God het zwijgen opgelegd.' God trekt Zich terug als wij ons van Hem terugtrekken. Maar in Zijn oordeel trekt Hij Zijn handen niet van ons af. Een slaande hand van God is tevens een uitgestoken hand. Geen hand om te slaan maar een hand om te behouden. Daarom behoeven we de oordelen niet gelaten te ondergaan. We mogen oren en ogen open houden en de handen uitstrekken naar de Heere onze God. De vraag is wel hoe we met Gods Woord omgaan. Wij exegetiseren en theologiseren vaak net zo lang totdat de Schrift niet meer zegt wat ze zegt, omdat we in feite niet meer willen dat ze zegt wat ze zegt. Er is een laatste woord. God Zelf heeft het laatste Woord. Dat Hij de Gans Andere is betekent niet dat Hij een vreemde is. God is wel onbegrijpelijk maar niet onbegrijpbaar. Johannes zegt van Hem dat God een Licht is en gans geen duisternis in Hem is. Wie het Woord echter loslaat doet het Licht uit.
Ds. F. S. J. v. d. Sar, Maasbracht vond de uitdrukking Godsverduistering onbijbels, heidens. De afstand van God (de Gans Andere) moet positief benadrukt worden. De vreemdelingschap wordt dan meer onderstreept. Als we de opstand en het oordeel intact laten is er ook ruimte voor openbaring. Er is het probleem dat de kerk het Koninkrijk Gods wil representeren. Maar vandaag blijkt de wereld opeens wereld te zijn en voelen we ons vreemdeling. Dit moet voor de kerk uitgangspunt zijn en geen probleem.
Diaken mevr. G. D. te Velde-Kloosterboer, Paterswolde noemde de secularisatie een gegeven. Maar God is ook aanwezig, persoonlijk en maatschappelijk. We moeten als kerk meer open staan voor groepen mensen in de kerk, soms ook half binnen half buiten de kerk of buiten de kerk, waar God beleefd wordt. Voor subjectieve waarden hebben mensen zich opgeofferd. Voor objectieve waarden meestal niet.
Ds. C. J. Schoren, Maurik noemde de nota een noodkreet. De 20e eeuw is echter niet alleen een eeuw van Godsverduistering maar ook van grote Godsopenbaring. In dat verband noemde hij levend Paasgeloof in Oost-Europa, het groeiende christendom in derde wereldlanden en de vestiging van de staat Israël in 1948 toen God Israël uit de graven deed opkomen (Ez. 37 : 11-12).
Ds. R. A. Grisnigt, Bennekom noemde de nota een serieuze poging om de situatie te schetsen. We mogen de ogen er niet voor sluiten dat de situatie niet rooskleurig is. Maar het is toch Israëls God die krachten geeft. De kerk is ook in andere tijden wel 'klein en als tot niet gekomen'. Toch hebben we de schuldvraag niet op de bodem gepeild als we ons niet verootmoedigen en bekeren. Het gaat om het persoonlijk kennen van God. Dat stond meestal niet in het centrum van de synodale stukken. We hebben vaak politiek gesproken maar er was geen zicht op de bron. We waren ook als kerk vaak niet aanspreekbaar voor God. In de Psalmen wordt gesproken over het schuilen bij de Heere. Hij wordt Burcht en Toevlucht genoemd. Misschien hebben we als kerk wel te weinig door te geven naar buiten. De Waarheid als Persoon – de levende en Opgestane Christus, die mij levend maakt – wordt vaak niet gekend.
Als de nota verder spreekt over te duchten confessionalistische verstrakking (terecht) dan neemt dat niet weg dat de kerk ook nu hartelijke verbondenheid moet hebben met Schrift en belijdenis.
Ds. A. W. Vlieger, Hoorn zat niet zo zeer met de polarisatie in de kerk. Het is juist leuk als mensen elkaar slaan en aanvallen, als de waarheidselementen bij de tegenstander maar worden gehonoreerd. Hij pleitte voor een nieuwe Algemene Kerk Vergadering, georganiseerd door de 4 universiteiten.
Prof. dr. G. J. Dingemans stelde dat we een cultuurverschuiving doormaken. Hij maakte bezwaren tegen de uitdrukking Godsverduistering. God is principieel verborgen. Toch openbaart Hij Zich, en wel als de verrassende, genadige en zo ook aanwezige God. Zo gaat Hij ook mee in de verschuivende cultuur. Verder is het zo dat veel gemeenteleden meer van God weten dan theologen.
Dr. K. M. Witteveen (Kerk en Theologie) meende dat in dit stuk ten onrechte over schuld gesproken wordt. Er is geen sprake van schuld aan de Godsverduistering vanwege de Aufklarüng in de 18e eeuw. We zijn ontdekkingreizigers .geworden en daardoor groeide de verwarring. We moeten ook niet spreken van een lot, meer van tragiek. De nota heeft te veel een piëtistische klank in ongunstige zin.
Hij deed verder een goed woord voor de Remonstranten.
Prof. dr. G. J. Heering heeft in zijn boek over de Godsidee Calvijn verdedigd t.o.v. Barth. Hij refereerde ook aan het gesprek tussen dr. W. Aalders en dr. Van Nieuwenhuyzen, waarin Aalders gezegd had dat het geding met de Remonstranten langs andere lijnen moet verlopen dan in de Dordtse Leerregels.
Drs. G. Verwey (R.O.S.) noemde de nota 'een goeie preek' maar vroeg zich af of de nota niet teveel stem wilde geven aan een verlangen naar een cultuur, die we achter ons hebben liggen. Er is sprake van heimwee naar een theocratisch verleden. Liever wilde hij heroriëntatie in de cultuur waarin we staan. Verder stelde dhr. Verwey dat Godsverduistering in de wereld niet algemeen is. Hij bepleitte daarom openheid naar de oecumene. En verder zouden we aan het theocratisch ideaal wereldwijd gestalte moeten geven.
Avondvergadering
In de avondvergadering reageerde dr. K. Blei op de opmerkingen, die tijdens de middagvergadering door synodeleden en adviseurs waren gemaakt. Hij wilde met erkentelijkheid reageren op wat in de discussie is losgekomen. Het gaat naar zijn mening over het hart van de zaak, namelijk de Godsvraag. Een aantal sprekers hebben waardering geuit voor de analyse, die van de huidige situatie gegeven is.
Door ds. Grisnigt werd de vinger gelegd bij de beduchtheid voor confessionalisme. Deze meende echter, dat wij niet beducht moesten zijn voor een hartelijke, levende en warme verbondenheid aan Schrift en belijdenis. Daar zijn we óók voor, aldus dr. Blei.
Ds. Bos vond de nota te oppervlakkig en meende, dat de wal het schip niet zou keren. God moet dat doen! Maar, aldus dr. Blei, we kunnen dat niet lijdelijk afwachten.
Meerderen vonden 'Godsverduistering' een ongelukkige term. Wat is er in de nota precies mee bedoeld? Dr. Blei heeft dan de neiging allereerst te denken aan het gemis aan geloofszekerheid, maar natuurlijk volgen dan óók de vervreemding tussen kerk en wereld en de zingevingsvragen. Het verlies van de Christelijke cultuur is eerder een gevolg. Echter, dat behoeft niet rampzalig te zijn. Het kan zelfs een bevrijding betekenen.
Volgens prof. Dingemans was er slechts sprake van een cultuurwisseling. En er zou dan ook 'slechts' een verpakking in nieuwe bewoordingen voor de boodschap nodig zijn. Maar het moderamen is toch van mening, dat er meer achter zit, namelijk de Godsvraag! Dr. Blei: 'Er is toch ook het element, dat God Zijn aangezicht afwendt! Mogen we de notie van het oordeel niet laten meewegen?'
Volgens hem roept de nota op tot een terugkeer naar de Schrift. Velen hebben er echter bijgezegd deze middag, dat het dan toch om de relevantie van de Schrift voor het heden gaat.
Dr. Blei: 'Ik wil dit niet ontkennen, maar God herkennen veronderstelt toch, dat je God kent! De nota geeft aan, dat wij zorg hebben of die vraag wel aan de orde komt. Deze vraag heeft een plaats naast de nota Gemeente-zijn in de mondiale samenleving!'
De vraag is ook gesteld of het zo slecht staat met de Christenheid in het geheel van de wereld. Nee, dat is óók te zien uit het zoëven genoemde geschrift, maar wij zitten hier! Inderdaad de Godsvraag is geen sociologische vraag, maar er zijn nog andere vragen dan sociologische: De Godsvraag!
Kerkvoogd E. Nagel, Haarlem, had grote waardering voor het stuk. Maar zegt als 'technoloog', dat hij de invloed van wetenschap en techniek niet als negatief ervaart. Onze Westeuropese cultuur heeft grote invloed in mondiaal verband! Wetenschap en techniek zijn voortgekomen uit het Christelijk en Joods geloofsdenken. Dit terugtrekken van God geeft de mens gelegenheid zijn verantwoordelijkheid te dragen! De Kerk kan zich van deze ontwikkeling nu niet distianciëren! 'Wij kunnen niet ons eigen kind met het badwater weggooien.' Hij is het er niet mee eens, dat in de nota gezegd wordt, dat geloof en feiten elkaar uit zouden sluiten. Ik geloof deze 'Twee Rijkenleer' niet! De Kerk mag zich wel eens afvragen wat haar kerntaken zijn om zo tot behoud van de schepping over te gaan. Diaken mevr. J. M. de Boer-de Leeuw, Amsterdam, spreekt over de verhouding van feiten en waarden, die in de nota aan de orde komt. Feiten zijn er, maar waarden bepalen de keuzen, die wij maken! De maatschappij is gebaseerd op waarden, niet op feiten. Dit is niet het belangrijkste probleem van de secularisatie. Dat is de afwezigheid van God. Waar is Zijn presentie als Hij zoveel toelaat? Wij zien de leiding van God niet meer in ons eigen leven. 'Ik zou willen, dat deze vragen meer doordacht werden!'
Diaken E. v. Hijum, Woudsend, is blij verrast met de nota! Hij had niet verwacht, dat de synode reeds in dit stadium er bij betrokken zou worden. 'Is deze bekering van het moderamen van tijdelijke aard?' Hij achtte de randvoorwaarden in het stuk echter wat 'verduisterd'. Werk die eens uit in een 14e hoofdstuk!
Mevr. M. de Steenwinkel-Jens, Philippine, vraagt: 'Wat doen we er mee?' Wanneer over kerkelijke verdeeldheid gesproken wordt, meent zij, dat een mentaliteit niet zo snel te veranderen is. Willen we wel naar de ander luisteren? Velen houden vast, wat zij niet kunnen verwoorden. Wat doen we aan de vervreemding van de plaatselijke gemeente van de synode? De Synode-post is veel te formeel. Kerkeraden zijn bezig met de eigen kleine problemen van de plaatselijke gemeente. De synode zou opdracht moeten kunnen geven zo'n nota als deze op de agenda te plaatsen! Wat de vervreemding Kerk-Evangelie/wereld-samenleving betreft, meent zij, dat ons geloofsuitgangspunt geen dreigende God mag zijn met Zijn geboden. In de dagelijkse praktijk moet zichtbaar worden, wat God bedoeld heeft met Zijn Woorden. Een open hart, luisterend oor en helpende hand zijn nodig!
Diaken W. Stappenbeld, Ommen, knoopte aan bij de opmerking in de nota, waarin gesproken wordt over het verlangen naar een bepaalde kerkvorm. 'Naar welke Kerk moeten wij verlangen? Een Kerk, waar we God ontmoeten!' Eerst moet God aan Zijn recht en eer komen! In die Kerk zullen we moeten horen, dat we van Gods genade mogen leven. Moeten wij tot ons recht komen? Inderdaad, maar dat recht zal dan wel genaderecht moeten zijn! Het gaat om het getuigen zijn in Woord en Daad.
Ouderl. mevr. J. A. Wilbrink-Kyne, Leeuwarden, heeft problemen met het hoofdstuk, waar het beeld geschetst wordt van de gemeente. 'Als ik dit lees zie ik een knusse naar binnengerichte gemeente!' Die gemeente zal ook weer naar buiten moeten treden. Ik mis zending, werelddiakonaat en apostolaat! En ook het denken over de ethische vragen! 'Soms ben ik bang, dat de gemeente zich terugtrekt in zijn schulp uit angst voor de problemen. Maar dit kan toch niet het beleid van de Kerk zijn? Ik denk aan een reis, niet aan stilstand!'
Ds. H. Binnenkamp (Generale Visitatie) heeft waardering voor de moed, waarmee het moderamen dit thema aan de orde stelt. Hij spreekt echter liever over de verborgenheid van God, dan over Godsverduistering. Hij wil echter geen polarisatie over woorden. Hij citeert Bubers vertelling over God, Die Zich verborgen heeft en als een kleine jongen, die verstoppertje speelt, klaagt, dat niemand Hem zoeken wil! Dat komen we in de visitatie tegen, de klacht: 'Waar is God?' Kohlbrugge noemt in een preek God als een vader, die zich verstopt en ineens zegt: Zie, hier ben Ik! Laat er geen misverstand over bestaan: Hij wil bij ons komen! Hij vindt in de nota niet veel beleidspunten aangereikt. Graag zou hij preekschetsen zien in de Postilles. Beleg provinciale kerkdagen of een algemene kerkdag rond Pinksteren! We moeten de zaak oppakken in het dal van dorre doodsbeenderen!
Ds. Binnenkamp stelde voor de nota verder uit te diepen en als een pamflet de Kerk in te zenden, om met rode oortjes gelezen te worden als in de oorlogsdagen. Het is met deze nota als met de preek van een kandidaat, waartegen een ouderling zegt: Het is wel wat, want de grond is goed!
Dr. H. Vreekamp (Kerk en Israël) wilde onderscheid gemaakt zien tussen verberging Gods vanwege schuld en de verberging, waarin God Zichzelf verbergt. Destijds is de stichting van de staat Israël een teken van onze onmacht genoemd. Wij leven in een cultuur, waaruit Israël nagenoeg verdreven is. De Kerk na wereldoorlog II is soms letterlijk in de plaats van de synagoge gekomen! Kan zo'n Kerk zonder Israël de weg vinden? In de nacht van 1933 tot 1945 heeft God Zijn aangezicht voor Israël verborgen. Dan bezorgt de mens zijn medemens de grootste ellende! Wij kunnen tweemaal van geschiedenis spreken, die van Israël en die van de volken. De Kerk is de plaats, waar Israël en de volkeren elkaar ontmoeten. De vraag naar het éne nodige wordt gesteld? Dat is Jezus als Persoon! Die Persoon kan niet losgedacht worden van Zijn volk! Wij mogen hopen Kerk te worden na de grote nacht van '33 tot '45! Onze koers? Zoeken naar de weg, die de volkeren met het Joodse volk mogen gaan! Wij zoeken Uw aangezicht, o God van Israël!
Kerkvoogd H. Reurink, 't Harde, zou liever over zonsverduistering spreken. De zorgen zijn duidelijk! Van 1945-1950 heeft de Kerk zich breed gemaakt. Zie de apostolaatsvisie in de Kerkorde! Wie een goed woord deed voor de Bijbel en de belijdenis kreeg velen tegen zich. Het gaat er om, dat de lampen van het geloof en de liefde weer gaan branden! Er wordt in de nota gesproken over het leren van het Bijbels ABC. Laten we het leren in de vorm van de Heidelberger!
Ds. H. R. Smid, Den Haag, meende dat het op de moderne markt van welvaart en geluk voor onze Kerk moeilijk is. Hij voelt zich er wat buiten staan, omdat het over binnenkerkelijke dingen gaat. Moet er niet veel meer onderzoek gedaan worden naar deze tijd?
Oud. kerkvoogd R. Giethoorn, Arnhem, merkt op: Godsverduistering doet de mens, verborgenheid van God, dat doet God! Hij meent, dat er in de nota op een te gemakkelijke wijze over de kerk gesproken wordt. Mensen verduisteren God en wij moeten als kerk daar niet aan mee doen!
Ds. R. v. Kooten, Soest, spreekt dankbaarheid en waardering uit. Er wordt geworsteld met het hart der zaak: De Godsvraag! De analyse is voor hem helder en herkenbaar. Hij gaat nog nader in op 1 Sam. 3 en weet zich hierdoor erg aangesproken. Die situatietekening vindt hij zeer doeltreffend gekozen. Ook in die tijd spreekt God! Want er komt een man Gods bij Eli! Maar… er is geen gezicht, dat in die tijd nog doordringt. 'Mag alstublieft dit stuk ons aller aandacht hebben, opdat de verborgen omgang met God in de openbaarheid mag komen? Het wonder is, dat de lamp uitgaat. God roept Samuël. Is het niet opvallend, dat Eli tot drie maal toe niet weet, dat God spreekt? Terwijl God spreekt! De zonen van Eli vallen er buiten, maar God spreekt! Laat deze stem doorgaan in de Kerk. Opdat de verborgen omgang in de openbaarheid mag doorklinken!'
Ds. L. G. Wagenaar vindt beleidsmatige randvoorwaarden een term uit het bedrijfsleven. Geen enkel bedrijf maakt plannen langer vooruit dan 5 jaar. Hij vindt dat drie dingen door elkaar gehaald worden: Beleid, Godsvraag en ethische vragen. Dat werkt verduisterend!
Tenslotte zei ds. W. Markus, Broek op Langedijk, dat hij het moderamen oprecht hartelijk bedankt voor deze nota! Hij is van mening, dat wij God op onze 'copieermachines' zo verkleind hebben, dat wij Hem nu geheel naar onze hand menen te kunnen zetten. Eerst hebben wij Hem alle invloed ontnomen en nu dagen wij Hem uit rekenschap af te leggen, van wat wij ons op de hals gehaald hebben. Wij hebben God zo gereduceerd, dat Hij niet boos meer mag worden. De vraag van Luther hebben wij overbodig gemaakt. Wat moeten wij dan nog met de Gekruisigde? Hij is overcompleet! Is het dan wonder, dat het duister geworden is? Laten we ons dan midden in deze duisternis verootmoedigen en met Daniël zeggen, gelijk reeds eerder gezegd is: Wij hebben gezondigd en onze vaderen tevens! O Heere, hoor! O, Heere, vergeef! Laat Uw aangezicht over ons lichten!
Tenslotte rondde dr. Blei de discussie af. Hij was zeer erkentelijk voor deze discussie. Is het schuld of lot? Hij meent, dat het beide is, door elkaar heen.
Apostolaat? De start is de ervaring van de kilte als gevolg van de geloofsonzekerheid in de gemeente! Wordt de basisvraag, de Godsvraag niet overgeslagen bij alle nadruk de laatste jaren op het apostolaat?
Israël? Met erkentelijkheid is dat genoteerd! Want de ervaring van de Godsverduistering raakt juist Israël!
Tenslotte zei de praeses ds. B. Wallet: De nota heeft veel uitgelokt en leidde tot gesprek over de wezenlijke dingen. Op de vraag hoe wij dit waarderen is het antwoord niet gelijkluidend. We leven wel onder dezelfde hemel, maar met verschillende horizonten! Deze nota is een beginstadium van een proces.
Op de juni-synode komt de problematiek terug in een bredere context. Dan vindt de concretisering plaats in een nota van de beleidsstaf: 'Visie op Kerk-zijn'.
Goede aanzet
Zoals we in het begin van dit verslag al meldden is over de nota inzake Godsverduistering ingehouden en op de juiste toon gesproken. Door het hele gesprek heen was voelbaar dat het ging om het hoogste waarover de kerk spreekt, namelijk over Hem die in het Hoge en Verhevene woont. Wat zal de kerk echter nog te zeggen hebben, naar binnen en naar buiten, wanneer ze niet meer over God weet te spreken. Alle spreken over maatschappelijke en wereldwijde zaken is dan schallend koper. Hoezeer God ook de Gans Andere is. Hij heeft zich ook geopenbaard. We kennen Hem slechts uit Zijn Woord. Maar Zijn nabijheid mag ook ervaren worden als de Heilige Geest het Woord nabij brengt, in ons brengt. Wanneer Hij ons doet rusten aan ods Vaderhart. Dat zal alleen kunnen wanneer er de luisterhouding, de afhankelijkheid, de inwachting van de Geest is: spreek Heere, Uw knecht hoort. De nieuwe synodepraeses ds. B. Wallet heeft gezegd dat de negentiger jaren voor de kerk allereerst jaren van luisteren, meer dan van spreken zullen moeten zijn. Als het dan maar is de luisterhouding aan de mond van het Woord. Dan zal hopelijk ook weer opnieuw, wellicht op ongedachte wijze gesproken kunnen worden van het heil dat God bereid heeft voor wie Hem vrezen en zal er ook uitrstraling kunnen zijn naar buiten.
Het was een goede zaak dat de synode zich met deze grote dingen bezig hield. Niemand zal hier het laatste Woord spreken. Het laatste woord is aan Hem, die ook het eerste woord sprak en zich in Zijn Woord niet onbetuigd heeft gelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 april 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's