De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

9 minuten leestijd

'De wereld gaat gebukt onder schuld.' Dat was het thema van een studiedag economie aan de Evangelische Hogeschool te Amersfoort. Hier volgt een samenvatting van wat drs. R. A. Keizer, docent economie zei over kredieten, renten en schulden.

""Want de geldzucht is de wortel van alle kwaad… Maar gij, o mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid…" Met een gedeelte uit de eerste Timotheüs-brief werd op zaterdag 23 april de studiedag Economie van de Evangelische Hogeschool geopend. Drs. Keizer, docent economie, begon de studiedag met de stelling dat het krediet de motor is van de economische ontwikkeling: "Het westen heeft zijn welstand gekocht op krediet en duur betaald: het vrije ondernemerschap en de vrije markt hebben in beginsel hun vrijheid verloren in de dwingende greep van het krediet. De wereld gaat gebukt onder schuld". Door de economie van het volk Israël in de oudheid weer te geven, kon Keizer aantonen dat de wetten van God ook op economisch gebied heilzaam werken. "Het economisch onderwijs van de Heere in de Torah leert ons schuld en rente als economische kwaden te beschouwen". Had iemand schuld, dan werd dat door de Israëlieten in de oudheid vergeven in het sabbatsjaar, een jaar van rust voor mens, dier en de grond, dat om de zeven jaar gevierd werd. Een naleving van Gods verorderingen is echter tegenwoordig nauwelijks merkbaar, vooral doordat er in de huidige economie geen "schriftuurlijke beginselen tot ontplooiing zijn gebracht". "De christenheid heeft slechts nuanceringen en verzachtingen kunnen aanbrengen op de machtige economische stelses van het liberalisme en marxmisme". Nog steeds is het economische leven in de macht van de vorst der duisternis.
Terwijl vroeger schuld ontstond uit nood, steekt de westerse wereld zich tegenwoordig in de schulden om te wonen, consumeren, speculeren en om te produceren. De mens komt hierdoor onder blijvende verplichtingen te staan. "De Westerse economieën kenmerken zich door schuldverhoudingen, door geldverhuur" en dit "werpt een drempel op tegen economische ontwikkeling, gericht op vervulling van werkelijke behoeften". "Soms moeten we gebruik maken van krediet. Het kan niet anders in onze samenleving. Maar we zijn gewaarschuwd." Het is daarom belangrijk om een visie te verwerven op de heersende inzichten in de economische wetenschap (…) "Israëls economische structuur, zoals deze ons in Gods Woord duidelijk beschreven is, is niet zonder meer over te nemen of toe te passen in onze tijd. Wel is er voor de economische wetenschap veel uit te leren." De orthodoxe joden mochten bijvoorbeeld niet tegen rente geld (be)lenen en zagen hun rijkdom als een tijdelijk, aan God toebehorend bezit waarmee ze minder bedeelden mochten helpen.'


Tijdens een gemeenteavond ergens in het land werd mij een boekje ter hand gesteld, getiteld 'Joseph Zalman, een gezondene uit Israël'. Zalman was een uit Rusland afkomstige Messiasbelijdende jood uit de vorige eeuw, die zijn joodse broeders en zusters in Nederland met het Evangelie bekend maakte. Op zekere avond sprak hij in Oosterwolde in de Zuidhoek van Friesland, op uitnodiging van een evangelist aldaar. Hier volgt hoe het toeging.

'De reis ging van Assen per rijtuig. Niet ver van de plaats der bestemming kwam op den eenzamen weg een wandelaar aan, die enige woorden met den koetsier wisselde en toen het portier opende en binnen plaats nam. 't Scheen iemand te zijn, die meerijden wou, maar 't bleek de burgemeester te wezen, die 't noodig vond, een oog in 't zeil te houden bij wat er gebeuren ging.
De evangelist had den Zondag te voren afgekondigd, dat een bekeerde Israëliet uit Rusland dien avond zou optreden. 't Nieuws ging van mond tot mond en de geheele bevolking kwam op de been, meer gedreven door vijandige nieuwsgierigheid om het wondermensch te zien dan om hem te hooren. Nauwelijks kwam het dorp in 't zicht, of daar begon het. Het rijtuig werd ontvangen door een joelende menigte, die zich om de woning van den evangelist en het armzalig evangelisatie-lokaaltje, dat onder den naam van 'Ezelshok' bekend stond, verzameld had met alles behalve vriendelijke bedoeling. Maar de gevatte gast aanvaardde ze toch als zoodanig. Hij stapte het rijtuig uit met opgewekt gelaat en nam zijn hoed af met de woorden: "Wel, vrienden, zijt ge hier allen gekomen om mij te verwelkomen? Wat een vorstelijke ontvangst! Ge doet of ik een prins was, een koningszoon! Nu, dat ben ik ook, want ik ben door Gods genade een kind van den hoogsten Koning!" Een schaterend hoongelach was het antwoord, doch ook dit maakte geen zichtbaren indruk op zijn onverstoorbare koelbloedigheid. Ze probeerden het op een andere manier, namen hem in hun midden en hosten lustig om hem heen, maar hij deed alsof hij één hunner was, totdat hij tenslotte vroeg: "Och menschen, laat me nu een oogenblik met rust, want straks moet ik spreken!" Onder die bedrijven was hij langzamerhand de deur van het huis genaderd, waar zijn verschrikte gastheer hem in spanning opwachtte en, de deur achter hem sluitende, bewonderend uitriep: "Nu, dat hebt gij er kranig afgebracht. U moest hier evangelist zijn". "Dat geloof ik niet, broeder, wat dan moest ik ook gelooven, dat God Zich vergist had." Intusschen was de duisternis ingevallen. Het avondbrood werd genuttigd en de plaatselijke toestanden besproken, terwijl van buiten het gejoel doordrong der menschen, die bleven wachten op de dingen, die komen zouden. Br. van D. besloot, op zijn fiets den veldwachter te gaan waarschuwen, maar de ander hield hem tegen.
"Neen, mijn broeder, dat moet ge niet doen. Laten we veel liever samen tot den Koning Zelf gaan." En zij knielden neder en legden hun zaak voor Hem, die niet alleen hen beveiligen kon, maar ook machtig was om Zijn Woord als een zwaard te gebruiken tegen de geestelijke machten der duisternis en arme zondaars daaruit te verlossen. Versterkt en bemoedigd ging het nu door de buitenstaande menigte naar het lokaaltje. Slechts enkele belangstellenden waren binnengekomen en maakten een armzalige figuur in de holle ruimte. Onder het voorgebed vloog een steen door de ruiten en rakelings langs het gelaat van den spreker. Nog meer volgden, zonder iemand te treffen. De aanwezigen zagen angstig naar zendeling Zalman, die volkomen kalm bleef, terwijl hij uitriep: "Zie toch, hoe de duivel zijn eigen glazen inwerpt! Nu komen de menschen buiten onder mijn gehoor!" En toen met die bevende paar menschen binnen en die scheldende, schreeuwende schare buiten, begon hij zijn rede. 't Werd gaandeweg rustiger, 't rumoer verstomde, totdat niets meer gehoord werd dan de wind, die door de boomtoppen ruischte. De schreeuwers waren in luisteraars veranderd en door de gebroken ruiten drong ieder woord tot de onzichtbare hoorders door. De avond verliep zonder eenige verdere stoornis. Den volgenden morgen vertrok zendeling Zalman maar Haulerwijk. Ook daar zou hij een spreekbeurt vervullen. En wat bleek nu? Dat velen, die in Oosterwolde buiten gestaan hadden, hem gevolgd waren en nu de voorkeur gaven aan een zitplaats binnen. Want de kerk was stampvol, zoodat zelfs de treden van den preekstoel bezet waren. En de diepe aandacht gaf den zendeling tot zijn onuitsprekelijke dankbaarheid te ervaren, dat zijn Zender hem met den Heiligen Geest vergezeld had en hem omgordde met macht.


In 1987 overleed de Amerikaanse psycholoog en psychoterapeut Carl Rogers, wereldwijd een begrip in de psychiatrie; een man evenwel die, afkomstig uit 'een stevig rechtzinnig gezin met strenge godsdienstige en morele regels', afscheid nam van kerk en geloof. Het blad de Open Deur wijdde een artikel aan hem en schreef van hem de volgende sprekende uitspraak:

'IK ben te godsdienstig om godsdienstig te zijn.'
Als dàt intussen de basis is van moderne psychiatrie…


Ds. B. J. Aalbers, secretaris van de Raad van Deputaten Samen op Weg, schreef een boek over 'Samen op Weg in de twaalfde provincie Flevoland', onder de titel 'Een nieuwe wereld bergt een nieuw seizoen' (uitgave Kok, Kampen). Zelf was hij meer dan twaalf jaar gereformeerd predikant in verschillende delen van de IJsselmeerpolders. Behalve een weergave van de ontwikkeling van het SOW proces in de plders bevat het boek tal van aardigheden uit de onderscheiden gemeenten. Hier volgt een stukje van ds. J. Bos, de eerste predikant van de Gereformeerde Kerk te Emmeloord over 'het onderduikers vertier' in de Tweede Wereldoorlog.

'Zo kon het gebeuren dat je op klaarlichte dag met de pont overgezet werd, waarop een Jood het verkeer regelde toen in heel ons land al nergens meer een Jood zich durfde vertonen. Men kwam in de kampen tegen: baronnen en jonkheren, advocaten, tandartsen, dokters, leraars, onderwijzers; overdag allemaal in de greppel, 's nachts op een stromatras in het kamp. leder, die een "schuldeiser" had, vond in deze woestijn van Adullam een toevluchtsoord en deed wat hij wilde. Men stoorde zich aan geen avondklok of verduisteringsvoorschriften, maar leefde, alsof er geen bezetting bestond. Zelf heb ik meer dan eens een catechisant uit Baarn hier gebracht in gezelschap van een agent van politie, die de brave jongen dan vervoerde met handboeien aan de polsen, want dan dacht de Duitse controle in de trein, dat hij een echte boef was, die naar de gevangenis gebracht werd. Het was erg "grappig". En ds. Tjadens van Vollenhove zorgde voor valse papieren! Deze herder stond in die dagen letterlijk voor niets. Samen met ds. Wolven van Andijk, toen te St. Jansklooster. Ze sleepten zelfs gedropte Engelse piloten onder de ogen der Duisters vandaan! Eens heeft ds. Wolven een z.g. piloot "officieel begraven" in tegenwoordigheid der Grüne Polizei. De werkelijke inhoud van de doodkist bestond echter uit een half varken en de bedoelde piloot zat al veilig in Engeland. Onnodig er bij te voegen, dat dit varken wel niet in het graf gebleven zal zijn!'

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's