De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een stukje exegese

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een stukje exegese

8 minuten leestijd

Het moest een mooie bevindelijke preek worden. Een preek waarin de bevinding – de ervaring dat God ook doet wat Hij zegt – een belangrijke plaats zou krijgen. Het woord 'bevinding' treffen we één keer aan in de Statenvertaling van de Bijbel, en wel in Romeinen 5, vers 4. In bepaalde kringen (onder andere die van de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk) is de term een eigen leven gaan leiden. Bevinding staat dan voor de ervaring van wat God teweeg brengt in het leven van een mens, vooral in zijn innerlijk.
Als 'kandidaat tot de heilige dienst' wilde ik laten zien dat ik wel iets van bevinding afwist. De tekst die ik op het oog had, had een bevindelijk karakter. Het waren enkele woorden uit de Statenvertaling die in mijn geheugen rondzweefden: 'Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verkwikt'. Dat kon een prachtige preek worden. O! – wat viel er niet te zeggen over de liefelijke vertroostingen waarmee de Heilige Geest onze geslingerde zielen tot rust brengt. Als in een flits stond de hele preek mij voor de geest. Zij zou uitklinken in een toon van stille en toch hymnische aanbidding. Ik dacht aan de woorden van de kerkvader Augustinus: 'Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt in U' (Belijdenissen I, 1, 1). Het zou een prachtige preek worden, daar was ik van overtuigd. Totdat ik aan het werk ging…
De woorden bleken in Psalm 94 te staan (vs. 19). Ik begon te lezen: O God der wraken! O Heere, God der wraken! verschijn blinkende (vs. 1). Dat waren niet bepaald de liefelijke woorden die ik voor mijn preek nodig had. Die preek (mijn preek!) kon ik wel vergeten, dat was duidelijk. Het Wóórd moest aan het woord komen. Ik nam de Hebreeuwse Bijbel voor me, woordenboek en concordantie, en ging aan het werk. Luisteren naar de woorden van de Schrift: 'De man die hoort, zal blijvende woorden spreken', zegt Salomo (Spr. 21 : 28).
Het gebed dat in deze Psalm gebeden wordt, begint met een roep om wraak. Bij de woorden 'God der wraken' gaat het niet om een God die zijn blinde woede op mensen koelt. De roep om wraak is een roep om rechtsherstel! De Heere had zich in de wet die Hij aan Israël gegeven had, geopenbaard als een God die het recht van weduwen, wezen en vreemdelingen beschermt (vgl. Ex. 22 : 21-24). De vreemdeling die buiten het verband van de geordende samenleving staat mag niet in de verdrukking komen of in het nauw gedreven worden in Israël. De weduwe en de wees die zonder hulp in de wereld staan, mogen niet neergedrukt worden in een rechteloze positie. De Heere zal het geroep van de weduwen en de Wezen horen en degenen die hen verdrukken 'met het zwaard doden', dat had Hij gezegd in de wet (Ex. 22 : 24).
De Psalm is ontstaan in een situatie waarin de wet zozeer op de achtergrond was geraakt, dat het leven van weduwen, wezen en vreemdelingen niet meer geteld werd (vs. 6). In die situatie staat de dichter naast hen. In zijn lied vertolkt hij hun geroep voor God. Hij roept Hem aan met de naam Heere. Met die naam had God zich aan Israël bekend gemaakt als de Betrouwbare: 'Ik zal zijn, die Ik zijn zal!' (Ex. 3 : 14, Statenvertaling). Juist in deze situatie komt het erop aan dat Hij is, die Hij is (vgl. Ex. 3 : 14, Nederlands Bijbelgenootschap), de Beschermer van het recht van weduwen, wezen en vreemdelingen. Het gebed tot de 'God der wraken' is een roep om rechtsherstel, voor hen! Het woord 'wraken' in de Statenvertaling is meervoud, volgens de letter van de Hebreeuwse tekst. In het meervoud heeft het woord de betekenis van 'volkomen wraak'. Met minder is de dichter niet tevreden als hij in zijn gebed het geroep van volkomen rechtelozen vertolkt.
'Verschijn blinkende!', roept hij. Hetzelfde woord wordt in de Psalmen nog twee keer met betrekking tot God gebruikt (50 : 2, 80 : 2). Het duidt een zichtbare manifestatie (openbaar-wording) van God aan in daden van verlossing en rechtsherstel. Het woord wordt ook gebruikt in verband met de grote manifestatie van God die het begin vormt van het bestaan van Israël als volk, toen Hij de glans van zijn heerlijkheid liet zien in daden van verlossing en in de wetgeving op de Sinaï (vgl. Deut. 33 : 2 t/m 5). De dichter roept om een herhaling van die manifestatie, want alleen daardoor zal het recht van de weduwen en de wezen in Israël hersteld worden, volgens de belofte die God zelf in de wet gegeven had. Daar zat ik met mijn concordantie en mijn woordenboeken. Het Wóórd was aan het woord gekomen. Het had de orde (mijn orde!) in mijn kandidatenbestaan verstoord. Ik had een stoot gekregen en kon niet meer blijven staan. Er lag een weg vóór mij, dat wist ik zeker, hoewel ik nog niet zag hoe die zou gaan lopen. In de Psalm worden degenen die de Heere terechtwijst, gelukkig geprezen, degenen die Hij onderricht geeft uit zijn wet (vgl. vs. 12). Voor hen wordt de wet wat hij, volgens de oorspronkelijke betekenis van het woord in de Hebreeuwse taal, ook werkelijk is: een woord dat richtinggevend is voor de weg die je gaat.


Aan dit exegetisch avontuur (zo mag je het wel noemen!) moest ik terugdenken bij het lezen van een brief die ik van een bevriende collega ontving. Het was een reactie op de adreswijziging die ik hem gestuurd had naar aanleiding van mijn verhuizing dit voorjaar naar een flat in de plaats waar ik werk als legerpredikant. Na een onschuldige aanhef meteen een stevige prik: 'Waar moet ik me de nieuwe stek voorstellen? Dichter bij de Armen?' (inderdaad: 'Armen' met een hoofdletter!). Hij had raak geprikt, zoals gewoonlijk.
Mijn gedachten begonnen zich te vermenigvuldigen toen ik die woorden las. Hoe was mijn weg gelopen na de schok die de exegese van Psalm 94 bij mij teweeg gebracht had? Was ik inderdaad 'dichter bij de Armen' gekomen? Naast hen, op de plaats waar de psalmdichter stond?
'De Armen'…, ik had hun stem gehoord in de gemeente waar ik drie maanden als leervicaris gewerkt heb – ooit een vissersplaats – nu een groeigemeente in het Gooi. In de kleine huisjes in de dorpskern worden herinneringen bewaard die in de nieuwbouwwijken eromheen onbekend zijn. Herinneringen aan de visserij, het harde leven temidden van de elementen, tijden van bittere armoede dikwijls. Herinneringen ook aan de praktijken van sommige 'hangerbazen', zoals de grote vishandelaren genoemd werden. Veel vissersweduwen waren gedwongen in hun levensonderhoud te voorzien met het sorteren van vis. De gesorteerde hoeveelheden werden dagelijks op een leitje bijgeschreven. Maandelijks werd men uitbetaald voor de hoeveelheid die daarop vermeld stond. De goede hangerbazen waren zeer correct in hun uitbetalingen. Zij gaven dikwijls meer dan het overeengekomen bedrag. Maar er waren er ook die geregeld een stapeltje leitjes stuk lieten vallen en niets uitbetaalden. Maar – zo werd mij verteld – van de bedrijven van die vishandelaren was niets meer over, terwijl de bedrijven van de goeden bestaan tot op deze dag. Dat was 'de stille wraak van God', daar was men van overtuigd. De wraak van die God die in Psalm 94 aangeroepen wordt, de God die het recht van weduwen en wezen beschermt. Men geloofde in die God, en dat maakte mij onrustig, nog lange tijd na mijn vicariaat.
Hoog tijd om naar mijn werk te gaan! Ik legde de brief neer en haastte me naar de lift. Net op tijd. Begane grond. Ik liep de flat uit. Opeens hoorde ik een stem naast mij:
'Hallo, ik ben Mike'.
Zeker niet gemerkt dat ik haast had! Ik stond stil en keek in het gelaat van een jongen. Ergens tussen de zeventien en negentien jaar – zo te zien –, maar wat achtergebleven in zijn ontwikkeling.
'Dag Mike, zei ik'.
'Woon je hier allang?', vroeg hij. 'Ik heb jou nog nooit gezien'.
'Ik woon hier nu zo'n twee maanden, denk ik. Woon jij hier ook?', vroeg ik.
'Nee, maar ik ben hier wel vaak. Bij mijn nichtje. Die woont in deze flat met haar man. Ze is nu even weg. Als ze terug is gaan we een spelletje doen heeft ze gezegd.'
'Leuk', zei ik.
Ik wist niet wat ik verder moest zeggen.
'Nou eh, dag Mike', stotterde ik en liep in de richting van de auto. Voor ik instapte keek ik nog een keer om.
'Dag!', riep hij.
Ineens was het me duidelijk: De Armen!, waard om met een hoofdletter geschreven te worden.
'Dag!', riep ik.
Bij het wegrijden zwaaide ik nog even door het open raam. Ik zette een muziekje aan en prees mezelf gelukkig.
Eindelijk had ik mijn tekst begrepen – bevindelijk – 'Als mijn gedachten binnen in mij vermenigvuldigd werden, hebben Uw vertroostingen mijn ziel verkwikt'.

Ds. J. van Eck jr.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een stukje exegese

Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's