Leven onder Zijn zegen
En het geschiedde, als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel.Lukas 24 : 51
Een merkwaardige tijd voor de discipelen, deze tijd tussen opstanding en hemelvaart. Christus heeft Zich toen niet meer geopenbaard aan de wereld. Alleen nog aan Zijn jongeren. Maar ook aan hen in de vorm van verschijningen. Niet meer voortdurend bij hen. Hij had hen reeds eerder gesproken van Zijn heengaan van de aarde. En door middel van de verschijningen bereidde Hij hen nu verder voor op Zijn opvaart naar de hemel. Een ander leven werd Zijn jongeren bereid. Een leven van geestelijke gemeenschap zonder de lichamelijke aanschouwing. Alle kennen naar het vlees zou wegvallen. Maar het zou geen achteruitgang in hun omgang met Hem betekenen.
Door het kruis waren ze Hem reeds eerder kwijtgeraakt in bloed en wonden. Maar ze hadden Hem teruggekregen in ongankelijk leven.
De oorzaak van al hun ellende en kommer, namelijk de zonde, had Hij teniet gedaan. Voor Zijn ganse Kerk de dood gesmaakt. En in principe die dood verslonden tot overwinning. Ontslagen van rechtsvervolging. Als vrijverklaarde mocht Hij opstaan uit het graf. Het 'amen' van de Vader moet Hem tot vrede en vreugde geweest zijn in Zijn hart.
In deze gang had Hij als Borg Zijn Gemeente meegenomen en Zijn jongeren na Zijn opstanding erbij gebracht. De Schriften hun geopend tot het verstaan van al deze dingen, tot vrede en blijdschap ook van hun hart. Begrepen in Hem en al Zijn werk!
En daarbij de opdracht gegeven wereldwijd de bekering en de vergeving der zonden te gaan verkondigen in Zijn Naam.
Pasen. Begonnen heerlijkheid voor Hem. Maar het moest verder. Hemelvaart zou de bevestiging en de voortzetting van die heerlijkheid betekenen.
De grote Leidsman en Voleinder des geloofs neemt Zijn jongeren mee naar de Olijfberg om getuige te zijn van dit wonderbare. Ook dit moeten zij leren verstaan om het straks te kunnen verkondigen. Als ze op de bestemde plaats zijn aangekomen heft Christus zijn handen over de discipelen op en wordt gezegend opgenomen in de hemel.
Opgenomen. Omhoog gebracht tot in de hemel. Nog meer verhoogd en verheerlijkt dan met Pasen. In de hoogste eer geplaatst. Ver verheven boven alle schepselen. De aarde is voorlopig niet in staat Hem passende eer te bewijzen. Het moet en het gaat in de hemel gebeuren. Welke een eer en aanbidding zullen Abraham, Mozes, David en alle andere hemelingen. Hem toegebracht hebben! Hem aanschouwen in heerlijkheid. Die voor hen Zijn uitgang te Jeruzalem volbracht had onder vloek en toorn!
Maar er is meer. Opgenomen in de hemel… door de Vader! De Vader gaat Hem met heerlijkheid en eer kronen. Hem zetten op Zijn troon.
Als Koning Hem de beschikking geven over alle macht in hemel en op aarde. Als Hogepriester Hem doen naderen voor Zijn aangezicht op grond van Zijn aangebrachte gerechtigheid. Om Hem daar te doen bezig zijn in Zijn voorbede ten goede van de Zijnen. Opgenomen ook om als Profeet vanuit de hoogte Zijn Kerk beneden door Zijn Woord en Geest in alle waarheid te leiden.
Opgenomen door de Vader en tot Erfgenaam gemaakt van alle dingen. Als Middelaar weer de lust van Vaders oog en het vermaak van Zijn hart. Deze is Mijn geliefde Zoon in Wie Ik al Mijn welbehagen heb!
Opgenomen. Maar zegenend opgenomen. Voor en tijdens Zijn opvaart zijn Zijn handen zegenend over de Zijnen uitgestrekt. Dat hadden ze al zo vaak aanschouwd van de priesters in de tempel te Jeruzalem. Ze weten wat het betekent. Maar hier is de grote Zegenaar Zelf Hij scheidt niet van hen in ongenoegen en afkeer, met teleurstelling of verwijten. Hij zou er reden genoeg toe gehad hebben.
Maar neen! Zijn liefdevol Middelaarshart is tot hen gewend. Zijn ogen vol ontferming op hen gericht. Hij heft Zijn handen op en zegent hen!
Hij spreekt goed, zo staat er letterlijk. Het wil zeggen dat Zijn volk het goede, het goede des Heeren wordt toegezegd. Zegen staat tegenover vloek. Vloek wil zeggen: God in alles tegen. Zegen houdt in: God in alles mee hebben.
Zo gaat er een wonderlijke sprake uit van de opvarende Levensvorst. Hij zegent met handen waarin de littekenen van het kruis nog zichtbaar zijn! Daarmee betuigt Hij: Ik heb de vloek gedragen voor u vloekwaardig volk. Deze littekenen zijn de waarborg voor al wat Ik u zegenend toezeg.
Al zegenend gaat Hij van hen heen. Maar dit heengaan is eigenlijk geen afscheid. De opgeheven handen bevestigen wat Hij gesproken heeft: Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld. Lichamelijk zal IK wel niet meer bij u zijn. Maar met Mijn Godheid, genade, majesteit en Geest wijk Ik nimmermeer van u! Zijn Gemeente mag leven onder de zegenende handen van Hem. Die God gemaakt heeft tot een Heere en Christus.
Wat een machtige prediking gaat er van Zijn zegenende opvaart uit. Hoe menigmaal is ons oog er voor gesloten. Wat een vragen en twijfels komen er op als ik alleen maar om me heenzie in deze wereld. Wat een machten der duisternis en waar is de macht van Christus?
Wat een verschil ook vaak tussen de volheid van deze hemelse zegen in Christus en de leegte van mijn eigen hart!
Juist tegen dit alles in laat het hemelvaartsevangelie met kracht het 'sursum corda' horen. Richt uw harten omhoog waar Christus is aan de rechterhand Gods!
De discipelen hebben dat gedaan. We lezen van hen dat zij aanbaden en zich verblijdden. Lovend en dankend waren zij in de tempel. Hoewel Hem niet ziende verheugden ze zich met een onuitsprekelijke vreugde. Een vreugde in en om Hem Die in heerlijkheid was opgenomen. Ze gunden Hem Zijn thuiskomst, Zijn eer en heerlijkheid. Er was houvast aan Zijn volbrachte werk en ze smaakten vrede.
Hier waren opnieuw vorderingen sinds de opstanding in het verstaan van hun Immanuël en Zijn werk. Wat dat betreft zijn ze van paaskinderen hemelvaartskinderen geworden. Hier was een nieuwe hoogtepunt in hun geestelijke leven.
Daarom bij alle vragen en strijd fond deze zaken mogen we onszelf wel afvragen of we al waarlijk gemaakt zijn tot paaskinderren. Hemelvaartsvreugde en aanbidding vraagt immers het evangelie van kruis en opstanding toegepast aan ons hart. Die toepassing van Jezus' werk verricht de Geest toch van stap tot stap. De Geest van Christus begint maar niet in het midden of aan het einde. We worden geleid van kribbe naar kruis en van het kruisnaar de troon!
En in die weg worden heilsordelijke zaken als roeping, rechtvaardiging, heiliging en verheerlijking dieper en rijker verstaan in het geloof.
Zovelen zijn er die enigermate het evangelie van kruis en opstanding mogen verstaan en nochtans zoveel geslingerd worden. Wel wat zicht op Hem in Zijn vernedering vooral. Maar wat Hij in Zijn hemelse onvergankelijke heerlijkheid is en doet bleef nog gesloten.
Maar vooral ook tot hen richt de Geest van het Woord hier de oproep: heft uw harten opwaarts naar de hemel waar Jezus is. Ik wil Hem als verheerlijkte Immanuël doen kennen zoals Hij daar is u ten goede.
Ik wil ook u hemelvaartsvreugde schenken evenals de discipelen.
Ja, ik wil u zetten in de volheid van Pinksteren!
G. Hendriks, Ouderkerk a/d IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's