Openbare belijdenis in Lima
Van Overzee
Hoe gaat zoiets in Peru: In 'tt openbaar belijdenis afleggen van je geloof? In principe niet anders dan in Nederrland, want belijden betekent: nazeggen wat je is voorgezegd in 't Evangelie, nl. dat Jezus Christus je Heere en Zaligmaker wil zijn. Toch speelt een andere context, situatie ook een rol. José en Luis zijn allebei 17 jaar. Vanaf hun 13e gaan ze naar de zondagsschool. José is de oudste van 9 kinderen. Z'n vader is al tien jaar uit huis. Hij ziet z'n vader alleen als hij geld moet ophalen, als hij tenminste wat verdiend heeft! Ze slapen met z'n allen in één slaapkamer op vieze matrassen zonder lakens.
Armoe troef, dus. De enige die nu nog wel eens mee gaat naar de kerk is z'n opa. Daarom alleen al hadden we een uitnodiging gemaakt, die de jongens zelf uitdeelden aan hun familieleden en vrienden. Het is toch openbare belijdenis van het geloof. Iedereen mag het weten en iedereen mag erbij zijn.
Gelukkig: de moeder en de zus van Luis (zijn vader komt niet en geeft eerlijk toe een materialist te zijn) zijn in de kerkdienst. Halverwege de dienst komen ook de moeder en een tante van José en 'n paar zusjes. Dat geeft direct al een ander karakter aan de dienst: ik moet evangelisatorischer en nog eenvoudiger preken, maar dat gaat gelukkig steeds meer vanzelf (dankzij de Heilige Geest) als je de hoorders maar goed ziet en ze erbij betrekt. Heerlijk is het om hier de Schrift uit te leggen. Veel belangrijke dingen zijn nog nieuw voor de mensen en daardoor hoor je zelf ook opnieuw op!
't Ging over Rom. 10 : 1-17 met als spits vs. 9. 'k Begon met de vraag: Hoe kun je zalig worden?' en noemde enige kwaliteiten van José en Luis, op grond waarvan zij wellicht wel zalig worden en anderen niet.
Hadden ze meer aanleg voor 't geloof? Zijn ze heiliger dan anderen? Zijn ze verantwoordelijker? Nee, zijzelf en de anderen zeiden: daarom worden we niet zalig. Luis schreef als antwoord op een vraag van een catechisatieles: Waarom wil je bij Jezus horen? het volgende: 'Omdat ik ben gaan inzien dat ik zonder Hem niets ben, dat ik met Christus nu niet meer eenzaam ben, en dat ik me niet meer schaam om van 't Evangelie te betuigen tegen mijn familieleden en mijn vrienden in de buurt en op school.'
Als antwoord op de vraag: Waarom wil je lid worden van de gemeente 'Los Olivos'?: 'Daar leerde ik Christus kennen en niet in de roomse-katholieke kerk, waar het nogal vormelijk en schijnheilig toegaat. Ik zeg echter niet, dat dit in de protestantse kerk niet voorkomt. Als protestant voel ik meer zekerheid, omdat ik dichter bij God leef. In de kerk heb ik betere vrienden dan op straat en als lid van 't bestuur van de jeugdvereniging wil ik graag dat anderen ook het Woord van God horen.'
Antwoorden die mij ontroeren. Het is hier zo verdraaid moeilijk om 't echt vol te houden. José gaat dit jaar in dienst. 'k Hou m'n hart vast. Heerlijk om ze daarom in Gods handen over te geven. Van een groep van 15 tieners zijn zij de enigen die tot nu toe volgehouden hebben en door God vastgehouden zijn.
Een heel praktische voorbereiding voor de dienst was dat ze het doopvont moesten repareren en zoals ik al zei: uitnodigingen rondbrengen.
Ja, ze wilden ook gedoopt worden na de belijdenis, hoewel ze vroeger al in de r.k. kerk gedoopt waren. In onze kerk is hier geen éénduidige mening over, vandaar dat ik de twee officieel geaccepteerde opvattingen moet uitleggen en hen uiteindelijk zelf laat beslissen. Mijn eigen mening is dat, ondanks de vele kritiek die ik op de r.k. doopleer en -praktijk heb, ik toch niet de roomse doop als geheel waardeloos afwijs en vast wil houden aan de ene doop van de katholieke = universele Christelijke kerk (Ef. 4, 5).
Ook omdat ik als calvinist meer dan andere 'evangélicos' benadruk dat de grond van de doop niet mijn geloof is, maar Gods onvoorwaardelijke belofte.
Het is mij opgevallen dat de minder intellectueel ingestelde mensen er veeleer voor kiezen om nu pas écht gedoopt te worden en dat de familieleden in dat geval er helemaal niet tegen protesteren.
Natuurlijk speelt sterk mee dat de r.k. kerk hier (de laatste tijd nog weer sterker) haar machtspositie misbruikt door protestanten te discrimineren en de protestantse doop niet te erkennen. Van de verdrukte minderheid wordt dan wel een grote flexibiliteit en openheid geëist als ze de r.k. doop zouden moeten erkennen.
In ieder geval geeft het altijd veel aanleiding om door te praten over de doop en te waarschuwen voor de gevaren van een doperse geesteshouding.
Omdat hier nog geen dienstboek is, moet ik de belijdenisvragen zelf formuleren (natuurlijk m.b.v. de Nederlandse gereformeerde traditie) en wel zo beknopt en eenvoudig mogelijk. Ik wil u vragen of u uw opbouwende kritiek wilt opsturen, voordat ik de vragen officieel aan de kerk voorleg:
1. Belijdt u te geloven in God als uw Schepper en Vader
in Jezus Christus als uw Redder en Heere
in de Heilige Geest als uw Heiligmaker en Trooster.
(Als er iemand gedoopt wordt na de belijdenis: vraag 2).
2. Erkent u dat uw verstand en uw hart vuil zijn (dat zegt meer dan: erkent u dat u een zondaar bent. L. W. S.) en gereinigd moeten worden door het water van de doop, wat uw sterven en uw wedergeboorte aanduidt, als u in Christus gelooft.
3. Belooft u Jezus Christus trouw te volgen door het Woord Gods te gehoorzamen en door tegen de zonde en de duivel te strijden?
4. Belooft u een trouw en verantwoord lid van deze kerk te zijn, opdat zij een getuigenis is midden in deze maatschappij?
(Als er ouders zijn die ook tegelijk hun kinderen ten doop houden: vragen 5 en 6).
5. Belijdt u dat uw kinderen verloren zijn en dat ze alleen in het verbond der genade (waarvan de doop het teken en zegel is) opgenomen kunnen worden en gered worden als ze in Christus gerechtvaardigd en geheiligd worden?
6. Belooft u uw kinderen christelijk op te voeden door zelf een goed voorbeeld te zijn, opdat zij later zélf ertoe komen om hun geloof in het openbaar te belijden?
Antwoord op deze vragen: Ja, Jezus Christus is mijn Heere en Heiland.
Na hun belijdenis (en doop, door besprenkeling of onderdompeling) leg ik hun een hand op en spreek een bijbeltekst uit, die mij van toepassing lijkt op die persoon, en een gebed, terwijl zij geknield liggen.
Daarna stel ik de volgende wagen aan de gemeente:
a. Ontvangt u deze nieuwe leden van het lichaam van Christus met liefde om met hen in harmonie te leven?
b. Verplicht u uzelf t.o.v. hen om ze te stimuleren een christelijk leven te leiden en om met hen te delen wat u van de Heere gekregen hebt, zowel in geestelijk als in materieel opzicht?
Antwoord: ja.
Na hen officieel uitgenodigd te hebben tot het Heilig Avondmaal, geef ik de nieuwe leden de gelegenheid een kort getuigenis te geven.
Ik schrijf dit alles als een soort nabetrachting voor allen die in mijn vaderland het met dezelfde God gewaagd hebben en belijdenis deden van hun geloof.
Van overzee reik ik u de hand en wens u welkom in de strijd, die mondiale dimensies heeft.
Wellicht hebt u ook zin om José Espino en Luis Perales een kaart te sturen?
Stuurt u ze dan via mij?
Zo mogen we elkaar wereldwijd bemoedigen om de goede strijd des geloofs tot het einde toe te strijden.
Ds. L. W. Smelt
Apartado 930
Lima – 100 Peru
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's