C. H. Spurgeon en de prediking (2)
De verdorvenheid van de mens
De verdorven staat van de mens vergeleek Spurgeon met de ruïnen van een machtig bouwwerk, dat eenmaal volmaakte verhoudingen had gekend.
Door de erfzonde delen we thans in dit verderf: 'Wat is de mens nu ongelukkig, als we zien hoe hij is gevallen, gevallen, gevallen vanuit zijn hoge staat en ligt in een poel van verderf'.
En dan te bedenken, dat deze ruïnering volledig is: Ik geloof, dat de val de mens geheel vernietigd heeft' en: 'De gehele mens is ontsierd'.
De verdorvenheid van de mens houdt tevens in, dat hij onmachtig is om tot Christus te komen: 'Door de val en door onze zonde is de natuur van de mens zo verlaagd en bedorven en verbasterd, dat het onmogelijk voor hem is om tot Christus te komen zonder de hulp van God de Heilige Geest'.
Deze onmacht strekt zich uit over het gehele leven, vanaf het begin, vanwege de erfzonde. Immers, door deze erfzonde kon de mens worden gelijk gesteld met Adam: 'Vleselijke mensen, onvernieuwde mensen, hebben een natuur die zij erfden van hun ouders, en die, door de oude overtreding van Adam, slecht is, alleen maar slecht, en dat voortdurend'.
Dit sluit echter niet uit, dat er eerzame, oprechte, vriendelijke en goede mensen kunnen zijn. Echter alleen in morele zin! Vanuit godsdienstig oogpunt gezien, is de mens enkel vijandschap tegen God. Daarom heeft hij een nieuwe natuur nodig. Zijn oude natuur kan vergeleken worden met een dood lichaam of een lichaam des doods, dat, hoewel het niet meer over hem heerst, toch nog altijd bestaat: 'Versta dan, dat de oude natuur van een christen een lichaam is; het heeft in zichzelf een zelfstandigheid. Het is maar niet eenvoudig een stukje of een overblijfsel – de lap van het oude kleed; maar het is er nog steeds helemaal. Zeker, het is vertreden onder de voet van de genade; het is van zijn troon geworpen; maar het is er, het is er nog helemaal, in geheel zijn droeve tastbaarheid, een lichaam des doods'.
Van nature is de mens dood door de zonde, zodat hij een algehele afkeer heeft van alles wat goed en rechtvaardig is. De menselijke natuur moet zelfs vijandig worden genoemd tegen de Geest van God. Hij haat zelfs genade en is vijandig tegen de wijze, waarop de genade tot hem komt: 'Maar de Schrift zegt ons niet alleen, dat de mens dood is in zonde; zij zegt ons nog iets, erger dan dit, namelijk, dat hij geheel en al afkerig is van alles wat goed en recht is. Neem de gehele Schrift door en u vindt voortdurend de wil van de mens beschreven als tegen de dingen van God. Vandaar dan ook, vanwege het feit dat de natuur van de mens vijandig is tegen de Goddelijke Geest, zo dat hij genade haat en de weg, waarlangs de genade tot hem gebracht wordt, veracht, en dat het tegen zijn trotse natuur is te buigen om de genade te ontvangen door de daden van een ander – vandaar, dat het noodzakelijk is, dat de Geest van God in beweging komt om de wil te veranderen'.
Want eigengerechtigheid is de god, voor wie de mens van nature buigt: 'De eerste God, die onder ons aanbeden wordt, is er een, die genaamd wordt eigengerechtigheid'.
Het verband tussen de algemene menselijke verdorvenheid en de menselijke onmacht ten goede spitst zich toe ten aanzien van de boetvaardigheid. Al stond bij Spurgeon de boete-prediking nooit los van de Christus-verkondiging, toch schuwde hij niet te stellen, dat de mens vanuit zichzelf tot boete doen niet in staat is: 'Zondaar! daar is dit nog om uw toestand te verzwaren en om uw schrik te vergroten, nl. uw hulpeloosheid, uw totale onbekwaamheid om ook maar iets te doen om uzelf te verlossen, zelfs al zou God u die kans bieden. U bent vandaag, zondaar! niet alleen verdoemd, maar u bent dood in zonden en misdaden. Spreek van het doen van goede werken, wel mens! dat kunt u niet. Het is onmogelijk voor u om een goed werk te doen terwijl u bent wat u bent, zo als het onmogelijk zou zijn voor een paard om op te klapwieken naar de sterren. Maar u zegt: Ik zal me bekeren. Nee, dat kunt u niet. Bekering is niet mogelijk voor u zoals u bent, tenzij God u deze geeft. U zou met geweld een paar tranen kunnen laten, maar wat betekenen die? Judas zou dit ook kunnen doen en zichzelf nog gaan verhangen om aldus naar zijn eigen plaats te gaan. U kunt u vanuit u zelf niet bekeren'.
Tot aan het eind van zijn leven onderschreef Spurgeon de radicaliteit, van de menselijke verdorvenheid; alleen wedergeboorte kon daarin een wezenlijke verandering te weeg brengen: 'U moet wederomgeboren worden, en als deze wezenlijke verandering niet ervaren wordt, dan zal alle uiterlijke reformatie u ten aanzien van de hemel schipbreuk doen lijden'.
Als Spurgeon oppervlakkigheid of arminianisme verweten zou worden ten aanzien van de zondeleer, dan zou dit op onkunde berusten.
C. A. van der Sluijs, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 11 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's