De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leren geloven in de gesaeculariseerde wereld (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leren geloven in de gesaeculariseerde wereld (2)

9 minuten leestijd

Verslaggeving in het dagblad Trouvr
Het dagblad Trouw gaf van de bezinningsdag over leren geloven in een gesaeculariseerde wereld van het C.O.G.G. van 22 maart jl. een summier bericht. In het stukje kon men niet merken dat de verslaggever/geefster enige verbondenheid gevoelde met de problematiek die het C.O.G.G. bezig hield. Het was een onpersoonlijk bericht, zoals wanneer men meedeelt hoeveel vis er op een afslag binnenkomt. De verslaggeving tekent de koers van Trouw. Vroeger, bij ons thuis, werd Trouw als een huisvriend gelezen. Wat zijn we daar ver vandaan. Helaas!

Verslaggeving van het Reformatorisch Dagblad
Het Reformatorisch Dagblad besteedde veel meer aandacht aan deze bezinningsdag. Het doet je goed te merken dat er een krant is, die deze bezinning belangrijk vindt. Minder goed doet het je echter te merken dat deze krant erg kritisch en ongenuanceerd reageerde. Graag wil ik daar iets van zeggen.

De aard van de verslaggeving en van het commentaar
Centraal op deze dag stond de vraag naar het (eeuwig) heil van onze jongeren in onze gesaeculariseerde maatschappij. Er leven in het hart van degenen, die zich hierbij betrokken weten, grote zorgen. Met deze sterke bewogenheid zijn er broeders onder ons, zoals drs. I. A. Kole en drs. L. van Driel die proberen een weg te wijzen om vanuit een gereformeerde optiek verder te komen in deze tijd. Dat zij bepaalde gedachten uitspreken waar niet iedereen het mee eens kan zijn in duidelijk. Elders (In Koers en Kontekstueel) heb ik zelf ook mijn vragen en bedenkingen geuit. Maar dat zowel in de verslaggeving als in het commentaar van het R.D. zo weinig terug te vinden is van de nood die beide onderzoekers naar voren brachten, is niet te geloven. Het verslag deed het voorkomen alsof de Gereformeerde Gezindte een dagje uit was om het sjibbolet-spel te spelen en het commentaar was zo ongenuanceerd en hier en daar schamper, denigrerend voor beide broeders dat je je afvraagt waar we aan toe zijn. Ik vermoed dat er sprake is van verblinding. Op het zinkende schip van de kerk bakkeleien de matrozen er over wie de ramp heeft veroorzaakt en ondertussen verzaken ze de reddingsboten uit te zetten. Peilen we wel iets van de diepte van de Gods-verduistering en de schuld die ook wij daaraan hebben? Ook in de Gereformeerde Gezindte maakt deze diepe crisis dagelijks slachtoffers. Is er nog wel één familie te noemen, die daaraan ontkomt? Of je nu Ned. Hervormd bent of Oud-Gereformeerd?

Het verbond en de bevinding
In het commentaar van de hoofdredacteur, nader toegelicht in het R.D. van donderdag 21 april jl. in de 'opinie-pagina', wordt het leven en het denken vanuit het genadeverbond afgegrensd van, ja geplaatst tegenover, een bevindelijk gereformeerd leven. Met een enkele journalistieke kunstgreep spreekt de redacteur hiet over het verbond zelf, maar over het misbruik maken van het verbond en hij wijst er op dat hij zijn termen over verbond tussen haakjes plaatste.
Maar waar hebben we het eigenlijk over? Over welke verbondsopvatting en over welke bevinding? Hebben de broeders Kole en Van Driel op enigerlei wijze gezegd, dat men lichtvaardig over de zondeval van de mens en zijn diepe vijandschap tegen God en Zijn dienst heen moet stappen? Een dergelijke suggestie werkt als een verdachtmaking.
Er is helaas een verbondsopvatting, waarbij sprake kan zijn van een automatisch aannemen dat men deelt in de verzoening door Christus zonder in geloof en bekering het verbond te hebben beantwoord.
Er is echter ook een bevinding, waarbij sprake kan zijn van een automatisch aannemen dat men deelt in de verzoening door Christus, omdat men iets niet beleefd heeft en niet gelooft wat de Heere in Zijn Woord beloofd heeft. Beide opvattingen werden op de dag van het C.O.G.G. niet bedoeld. Dat weten de broeders van het R.D. heel goed! Wat is het erg, dat Gods heerlijke, wonderlijke genadeverbond zo geminacht wordt. Ja, dat de belovende God zo gewantrouwd wordt. Wat hebben onze voorgeslachten mogen leven uit de trouw des Heeren. Wat hebben ze mogen leven uit de kracht van het Doopsformulier, waarin zo duidelijk en klaar de weldaden van het verbond en de eis van het verbond worden vertolkt. Op weergaloze wijze. Dat verbond en die bevinding bedoelen wij. Belijden we niet in de Heidelbergse Catechismus dat aan de kinderen van de gemeente door Christus' bloed de verlossing van de zonden en de Heilige Geest, Die het geloof werkt, niet minder toegezegd wordt dan aan de volwassenen (vr. en antw. 74)? Als ik terugdenk aan de wijze waarop vroeger bij ons thuis het verbond functioneerde op bevindelijke wijze, dan denk ik: broeders van het R.D., wat hebt u daar nog maar weinig van begrepen. Ik zie nog hoe mijn vader en moeder samen met ons als twee kinderen neerknielden, elke morgen en elke avond. Hoe mijn vader (een bevindelijke Godvrezende godsdienstonderwijzer) de God van het verbond aanriep. Pleitte op zijn verbondsbeloften als enige pleitgrond. Dat was zo bevindelijk dat ik het nog voel trillen in mijn hart. Kijk, dat verbond en die bevinding bedoelen wij. Binnen de ruimte van het verbond leerden wij als kinderen bevindelijk hoe groot onze zonden en ellenden zijn, hoe wij van die zonden en ellende verlost worden en hoe wij de Heere dankbaar zullen zijn voor die verlossing. Verbond en bevinding. Hetgeen dan God samengevoegd heeft, schelde de mens niet.

Het werk van de Heilige Geest
Volgens dr. C. S. L. Janse moeten we in de catechese de leer der godzaligheid tot aan het oor van de jongeren brengen en vervolgens bidden dat door de werking van Gods Geest het besprokene mocht worden toegepast aan hun harten. Want dat laatste is geen vanzelfsprekendheid die we als vooronderstelling in het catechetisch werkplan kunnen inbouwen. Zeker… het werk van de Heilige Geest is nooit vanzelfsprekend. Wie beweert dat eigenlijk? Maar de Heilige Geest wil wel werken in het catechisatielokaal en dat is als een wonder van Gods genade ons ook beloofd.
Vóór de catechisatie die onze vaderen gaven baden zij: 'Dat Gij ons duister verstand wilt verlichten met Uw Heilige Geest en ons geven een zachtmoedig hart van hetwelk alle opgeblazenheid en vleselijke wijsheid die vijandschap tegen U is, geweerd zij, opdat wij Uw Woord horende het recht verstaan mogen en ons leven daarnaar richten'. En na de catechisatie baden zij: 'Wij danken U dat het U beliefd heeft een verbond der genade op te richten met de gelovigen en hun zaad, hetwelk Gij niet alleen bezegelt met de Heilige Doop, maar nog dagelijks bewijst als Gij Uw lof volmaakt uit de mond van hun kinderen om alzo de wijzen der wereld te beschamen' (gebeden in klassiek kerkboek). Toen 'onze' kinderen werden gedoopt hoorden wij uit het Doopsformulier voorlezen: 'Desgelijks als wij gedoopt worden in de Naam van de Heilige Geest, zo verzekert ons de Heilige Geest door dit heilig sacrament dat Hij bij ons wil wonen en ons tot lidmaten van Christus heiligen wil, ons toeëigenende hetgeen wij in Christus hebben, namelijk de afwassing der zonden en de dagelijkse vernieuwing van ons leven…' Geloven wij deze betuiging en verzegeling door de Heilige Geest eigenlijk nog wel? Of bedroeven wij de Heilige Geest omdat wij Hem onbetrouwbaar achten? Waar het ons (we sluiten onszelf er bij in) veelszins aan ontbreekt is: geloof. Zoals Jezus in Nazareth geen wonderen kon doen vanwege het ongeloof, zo gebeuren er geen wonderen vanwege ons ongeloof Laat onze geloofsoverdracht mogen staan onder de bede om en de verwachting van de krachtige doorwerking van Gods Geest.

Het Ieren
De hoofdredacteur van het R.D. waarschuwt oris voor een 'aangeleerd' geloof. Als hem gewezen wordt op Calvijn dan reageert hij aldus: 'De auteurs van Bijtijds zijn het toch wel met mij eens dat hij (Calvijn) wel degelijk besefte dat er meer nodig was om welgetroost zalig te leven en te sterven dan het op jeugdige leeftijd leren van een aantal catechismus vragen'. Hier wordt een scheiding aangebracht tussen het leren van catechismusvragen en het getroost zalig leven en sterven; een scheiding die noch Bijbels, noch Reformatorisch is. Leren is in de Schrift nooit alleen maar een verstandelijk, uiterlijk in het geheugen prenten van waarheden. Wie het woord 'leren' in de Schrift onderzoekt, merkt dat het altijd 'geloofsleren' is. 'Heere! Leer mij Uw weg' (Ps. 27 : 11). Zulk leren beoogde ook de Reformatie. Het is de overtuiging van Calvijn en anderen dat zulk leren plaats vindt langs de middellijke weg door het leren en repeteren van de vragen en antwoorden van de Catechismus. Niet alleen als kind, maar gedurende het hele leven. Leren is een proces waarin de lerende leert zichzelf te vereenzelvigen met het 'ik' van de Catechismus. Het 'ik- wat zo node gemist wordt in de latere onpersoonlijke, leerboekjes, waarbij men verstandelijk kan leren zonder dat het hart er bij betrokken is. Een dergelijk leren kent en erkent de Reformatie nieit. Een deglijk leren erkent de commentator in het R.D. wel, ondanks de R. van Reformatorisch. Mijn vraag is dan: hoe hij de vragen van de Catechismus geleerd heeft en nog steeds leert onder de Catechismuspreek? Alleen maar verstandelijk of ook met het hart?
De Heere beware ons voor een alleen maar uiterlijke geloofsoverdracht, zonder de werking en bezieling van de Heilige Geest.
Wat mijzelf betreft, menselijkerwijs gesproken zouden mij de kerk en het christelijk geloof niet veel gezegd hebben als ik niet zelf bij mijn ouders gemerkt en meebeleefd had, dat zij zich al lerende de rijkdom van het verbond mochten toeëigenen en óns daartoe aanspoorden. Men spreke nooit meer schamper over een 'aangeleerd' geloof, omdat het de Heere Zelf is die ons het geloof wil leren door Zijn Woord en Geest.

Onze koers
De hoofdcommentator besluit zijn kritiek met de veelbetekenende zin: 'De koers van Van Driel kan de onze niet zijn'. Het moge duidelijk zijn dat ook ondergetekende zijn vragen heeft bij onderdelen van de studie, zowel van Kole als van Van Driel. Maar als ik hier lees: onze koers, wie bedoelt broeder Janse met dar 'onze'? In elk geval niet die duizenden lezers van het R.D. die al zoveel klappen in de verslagen en commentaren hebben gekregen, omdat zij willen leven op een bevindelijkverbondsmatige wijze, maar dan wel in deze tijd.

Tenslotte
Enkele dagen geleden sprak ik iemand die ontdaan vroeg: 'Maar, hoe moet het nu verder?' Goeie vraag!!

W. Verboom, Hierden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Leren geloven in de gesaeculariseerde wereld (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's