Roep om geestelijke vernieuwing
Pinksteren
In deze kolommen heb ik enige tijd geleden aandacht gegeven aan de oproep tot wereldwijd gebed van de Evangelische Alliantie. Dat artikel viel in zoverre kritisch uit, dat ik mijn grote moeite toonde met begrippen als gebedsfront, gebedsconcert en effectief bidden. Anderzijds – hoe zou het anders kunnen – werd de grote waarde, de onmisbaarheid van het gebed duidelijk onderstreept.
Op dat artikel ontving ik een groot aantal reacties, deels instemmend, deels ook kritisch. Uit de veelheid van reacties zou kunnen blijken, dat velen op één of andere wijze met de geestelijke armoede van onze tijd bezig zijn.
Wat de kritische reacties betreft: ik zou te weinig hebben gehonoreerd de zegen, die er van allerlei gebedssamenkomsten uitging. Intussen bleek dan dat mensen zulke gebedssamenkomsten bezochten ter compensatie van wat ze in hun gemeente misten. In bepaalde brieven werden zulke bijeenkomsten zelfs wel duidelijk als alternatief voor de samenkomsten van de gemeente gezien. In de kerk was het toch ook maar een 'dooie boel'.
Het door mij geschreven artikel heeft zelfs geresulteerd in een bezoek van drie broeders van de Evangelische Alliantie, voor wie de zaak van de gebedssamenkomsten hoge ernst was. Welnu, in dat gesprek bleek bepaaldelijk een gemeenschappelijk verlangen naar geestelijke vernieuwing. Ik schrijf dat met nadruk en erkentelijkheid hier neer.
Opnieuw heeft de Evangelische Alliantie zich intussen gewend tot de kerken met een oproep tot gebed om geestelijk vernieuwing. Men deed dit door een 'Pinksternoveen', een pinkstergebed te introduceren. Een oproep tot gebed om krachtige doorwerking van de Heilige Geest. In deze oproep ontbreken de uitdagende bewoordingen, die ik al eerder schetste. Er is dan ook veel dat we van harte onderstrepen. Gezegd wordt:
'De toestand van de gemeente en de nood van de wereld roepen om vernieuwing van de gemeente door Gods Woord en Geest. Hoe zullen de gemeenten tot nieuw leven komen en met elkaar verbonden worden in en door de waarheid, zonder een nieuwe aandacht voor het Woord en een krachtige doorwerking van de Geest, die levend maakt en in alle waarheid leidt? Allerwegen komen we een verlangen, een uitzien naar een nieuw reveil tegen.'
En verder:
Er is veel reden om de Heere te danken voor de zending van Zijn Heilige Geest en voor het feit, dat Hij Zijn Geest nog niet heeft teruggenomen vanwege onze zonden. Maar er is ook veel reden om ons te verootmoedigen vanwege het tegenstaan en bedroeven van de Geest door onze lauwheid, wereldsgezindheid en verdeeldheid. Moeten we niet gaan bidden of de Heere ons wil bekend maken wat de krachtige doorwerking van Zijn Geest in de gemeente in de weg staat?'
Opgeroepen wordt ook tot boetedoening, met name ten aanzien van hen 'die terecht iets tegen christenen hebben, zoals bijvoorbeeld joden en arabieren; en tegenover diegenen, die door onze schuld en ook die van onze voorouders, van het Evangelie vervreemd zijn.'
Het zal duidelijk zijn dat hier behartigenswaardige dingen worden gezegd. Dingen die onze ernstige aandacht verdienen met het oog op Pinksteren.
Reveil
Hoezeer ik me nu echter ook realiseer, dat het zo langzamerhand uiterst hachelijk is geworden om kritisch iets te zeggen als het gaat om bepaalde evangelisatiepraktijken, wil ik echter toch nog eens ingaan op het terecht zo noodzakelijk geachte Reveil. Dat Reveil is namelijk – zo wordt in brieven en artikelen gezegd – al voluit aan de gang. Wanneer we alles bijeen nemen krijgen we zelfs de indruk dat het al zó grootschalig aan de gang is, dat de vraag zich niet laat onderdrukken: waar blijkt dat dan in Nederland? Blijkt dat bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer? Wordt dat manifest in het terugdringen van de secularisatie die grootschalig aan de gang is? Nee, ik stel niet ter discussie dat de Heere door Zijn Geest ook vandaag mensen aangrijpt en een keer in hun leven brengt. Maar spreken we niet te snel van een Reveil, terwijl de werkelijkheid anders is?
Ik geef een concreet voorbeeld. Dezer dagen ontving ik een persbericht van het Instituut voor Evangelisatie te Doorn, dat met name ook in Gorinchem en omgeving actief is. (Om misverstand te voorkomen: het Instituut voor Evangelisatie, met het blad Uitdaging, is niet hetzelfde als de Evangelische Alliantie, met het blad IDEA).
De uitdagende kop luidde: 'Er is hoop'-bus stuit op reveil in Alblasserwaard'. Op een christelijke mavo in Alblasserdam blokkeerden leerlingen de ingang van de aula en weigerden naar hun lokalen te gaan omdat ze, net als de derde en vierde klassers, ook het Evangelie wilden horen, gebracht door het Evangelisatieteam van de 'Er is hoop'-bus. Ze wierpen hun tassen neer en eisten toegang tot die lessen.
'Direct gevolg van de evangelieverkondiging op deze school in Alblasserdam was dat negen jongeren een persoonlijke beslissing namen Jezus Christus te volgen als hun Heer en Heiland'.
En volgens de chauffeur van de bus 'is er onder jongeren in deze streek een opwekking aan de gang'.
Bij navraag bleek me dat hier sprake is van een uitermate opgeklopt verhaal. Maar zelfs afgezien daarvan moet het als uiterst oppervlakkig worden aangemerkt, wanneer te pas en te onpas het woord Reveil of opwekking wordt gebruikt en aantallen bekeringen al direct worden doorgegeven. Zelfs wordt het begrip Reveil toegepast wanneer er sprake is van wat iemand met een engels woord aanduidde als sheepstealing, het stelen van elkaars schapen. Ik schrijf dit woord met nadruk hier op, omdat de laatste tijd van verschillende zijden een opwekking in de Alblasserwaard wordt gesuggereerd vanwege het floreren van bepaalde evangelische gemeenten. Het feit dat ook leden van kerkelijke gemeenten daarheen gaan wordt dan als opwekking gezien. Het gaat dan om enkelen uit een groot aantal gemeenten, die bij eenkomen in zo'n streekgemeente. Alsof dat de naam van een Reveil zou mogen dragen. Reveil staat soms gelijk met breken met de gevestigde kerk(en).
Kerkvergaderend
Opnieuw zou ik echter willen benadrukken dat de kerkgeschiedenis heeft geleerd, dat tal van buitenkerkelijke bewegingen, met veel vuur – altijd als Pinkstervuur aangeduid – een kort leven beschoren was, terwijl de oude kerken tot de dag van vandaag er zijn mogen.
Het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest is met Pinksteren begonnen en is sindsdien onverminderd voortgegaan. Die kerk is verspreid en verstrooid door de gehele wereld en saamgevoegd in één en dezelfde Geest door de kracht van het geloof, zegt de Nederlandse Geloofs Belijdenis. We geloven in het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest, ook daar waar de kerk soms klein en als tot niet schijnt gekomen te zijn in de ogen der mensen. In opwekkingskringen spreekt men vaak over massale bekeringen ineens. Maar al die miljoenen, die vandaag wereldwijd tot de kerk van Christus behoren, waren er een eeuw geleden nog niet. Ze zijn bij de kerk gebleven, waarin ze geboren waren, of ze werden van buitenaf toegevoegd. Maar zo is tot vandaag het wereldwijde kerkvergaderende werk van de Heilige Geest zichtbaar, massaal zichtbaar zelfs. Dit te ontkennen zou betekenen: de Geest bedroeven en Gods Verbondstrouw miskennen. En in de geleidelijke ontwaking van het geloof, onder de prediking van zonde en genade, is de Pinkstergeest werkzaam.
Pinksteren bracht een beslissende wending in de wereldgeschiedenis, ook in de geschiedenis van Gods gemeente. Het ging op de Pinksterdag onstuimig toe, waarmee onderstreept werd de kracht van het werk van de Geest, die grenzen ging doorbreken, om het wereldomvattende kerkvergaderend werk aan te vangen. Die kracht is tot vandaag gebleken in de bewaring van de kerk in de wereld.
Christus
Opvallend is intussen, zowel in de preek van Petrus op de Pinksterdag, alsook wanneer Pinksteren nog eens (in het klein) herhaald wordt, bijvoorbeeld wanneer Petrus bij Cornelius is en daar opnieuw een preek houdt, dat het gaat om Christus. De uitstorting van de Heilige Geest brengt tot Christusprediking op verhoogde toon.
'Deze heeft God opgewekt ten derden dage, en gegeven dat Hij openbaar zou worden; … En heeft ons geboden den volke te prediken, en te betuigen dat Hij is Degene, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en doden. Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam'. (Hand. 10 : 40-43)
Deze prediking mag tot vandaag doorgaan. Wil de prediking echt Pinksterprediking zijn dan zal ze Christusprediking zijn. Niet meer en niet minder. De Geest predikt zichzelf niet Pinksteren is getuigenis van Kruis en Opstanding.
Arm dan ook die prediking, die aan de proclamatie van de heilsfeiten niet toekomt, hetzij doordat het Evangelie is omgebogen tot een intermenselijk gebeuren, hetzij doordat het Evangelie is versmald tot een binnenmenselijk gebeuren.
Helaas komt het voor, dat soms voor bijbelse vroomheid wordt aangezien wat in feite niet anders is dan een bepaalde gevoelsmystiek, gepaard gaande met bizondere ervaringen, waarbij Christus ontbreekt en zelfs kan worden gemist. Zelfs al wordt dan de Heilige Geest erbij gehaald, dan heeft dit met Pinksteren niets te maken. Zo werkt de Pinkstergeest niet. Bij alle bizondere tekenen, die op de Pinksterdag plaats vonden, ging het nóg om de enige Naam tot zaligheid gegeven.
Opwekkingen in de geschiedenis
In de brief van de Evangelische Alliantie wordt opgemerkt dat opwekkingen in de kerkgeschiedenis vaak rondom gebedsbewegingen hebben plaats gevonden. Ik ontken dat niet. Me dunkt echter dat er ook nog iets anders is te zeggen. Opwekkingen binnen de kerken vonden niet zelden ook plaats door de herontdekking van de Romeinenbrief. In de Romeinenbrief ligt als het ware het lied van het dogma van de oud-christelijke kerk. De rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Jezus Christus wordt gesteld tegenover de werken der wet. Kerk en synagoge komen in de Romeinenbrief dan ook scherp tegenover elkaar te staan. De gerechtigheid is nu geopenbaard door het geloof in Jezus Christus.
Zo heeft Luther de Romeinenbrief weer herontdekt. Toen hij in de Romeinenbrief ontdekte dat God goddelozen rechtvaardigt door het geloof, was het alsof hij door geopende deuren het paradijs binnen ging.
De ontdekking van Calvijn was niet anders.
En ook Kohlbrugge kwam bij de Romeinenbrief uit. Hun gemeenschappelijke ontdekking was de souvereine genade van God, die goddelozen en rechtelozen rechtvaardigt om niet. Herontdekking van de genade heeft voor opwekkingen in de kerk gezorgd, waarin diepgang was. Een opwekking zonder de diepgang van de Romeinenbrief zal uiteindelijk geen levensvatbaarheid blijken te hebben. Die diepgang is het wat we in veel huidige 'opwekkingen' maar al te zeer missen. De leer van vrije genade zou zelfs wel eens op fel verzet kunnen stuiten dáár, waar van opwekking zo hoog wordt opgegeven, al valt hier niet te generaliseren.
Vernieuwing
Zulk een diepgaande vernieuwing, zulk een opwekking hebben we vandaag in kerk en gemeente intussen ook maar al te zeer nodig. Want het valt niet te ontkennen dat er in kerk en gemeente veel geestelijke ingezonkenheid is.
De Heilige Geest is eens en voorgoed onder zichtbare tekenen uitgestort maar het gebed om vernieuwing en vervulling met de Geest is blijvende noodzaak, met name in onze tijd .
Opdat mensen weer bevindelijk leren hoe genade wordt uitgewerkt in hun van nature dode en verdorven harten, door de Heilige Geest.
Opdat Christus weer strale in de gemeente.
Opdat de gemeenschap der heiligen (op)nieuw beoefend worde.
Opdat twist en tweedracht uit de gemeenten verdwijne.
Opdat er meer eenheid zichtbaar worde van het Lichaam van Christus.
Opdat er meer Pinkstervuur zij om uit te gaan naar een wereld verloren in schuld.
Onze tijd is gecompliceerd. Mensen raken meer en meer in verwarring door de toenemende mogelijkheden van wetenschap en techniek, met name ook van de medische techniek (mag alles wat kan?) en door de toenemende verzakelijking en ook verwereldlijking.
De wereldgelijkvormigheid is ook in de gemeente groot. Wereldgelijkvormigheid, die verborgen kan worden onder een uiterst rechtzinnig en wettisch jasje. Maar Christus is eruit. En de Geest is er niet in. Vormelijkheid en verwettelijking van de godsdienst is dan het enige dat overblijft.
Wereldgelijkvormigheid ook in die zin, dat ieder zich leraars naar eigen begeren vergadert en het zicht op de kerk des Heeren als Lichaam van Christus, bijeengehouden door één en dezelfde kerkvergaderende Heilige Geest, volstrekt weg is. Er wordt wat geleden aan verdeeldheid in de gemeente, waar vaak mensen tussen zitten.
Vorige week namen we een passage uit de Bijbellezingen van mr. Is. Da Costa over, waarin deze zei, dat hij na zijn overgang als jood tot het christendom nimmer zo sterk meer de gemeenschapsgedachte (met het voorgeslacht en met elkaar) gevoeld heeft als hij beleefde in zijn ouderlijke huis bij de viering van het Pascha. Dat moet onder de christenen nog komen, dat gevoel en die beleving van eenheid, voorzegde hij (profetisch?).
Als dát de vernieuwing eens zou zijn, die de Heilige Geest in onze duistere eeuw nog zou willen geven! Dan zal de liefde weer bloeien. Daarnaar verlangen vandaag velen, die zuchten om de geestelijke armoede, gekenmerkt door gebrek aan eenheid en liefde.
Het gebed van de rechtvaardige vermag veel. Kom, Schepper Geest. Het is toch Pinksteren geweest! Belofte van een telkens nieuwe oogst.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's