Stormen Gods
(Lukas 8 : 23)
(Handelingen 2 : 1, 2)
De wind is plotseling op het meer
volkomen losgeslagen.
Een storm gaat huilende tekeer,
schept in tumult behagen.
De vissers zijn in grote nood,
de koppen van de golven
schuimbekken rond hun wankle boot
als hongerige wolven.
Ze zijn van elk houvast beroofd,
de jongeren des Heeren,
te weinig hebben ze geloofd
dat God het tij kan keren.
Maar later zijn er in een zaal
Gods winden anders bezig.
De Geest spreekt er gedreven taal,
is met Zijn kracht aanwezig.
Daar zijn de mensen niet in nood
door grimmig hoge golven
die schuimen rond hun levensboot,
ze raken niet bedolven.
Een windvlaag en een tongenvuur
zijn ons tot heil gegeven,
ze leggen in het hart de duur
van onuitblusbaar leven.
Zeg niet: er is alleen maar nacht,
voor mij is alles duister.
Bedenk, er is een nieuw geslacht
dat deelt in Sions luister.
Bid om de Geest, roep Christus aan,
dan gaat het donker lichten,
dan waait Zijn wind door je bestaan
en komt er vrede stichten.
Er wenkt een Stad met open sluis
en ligplaats in haar haven,
want God heeft door het wondre Kruis
de schuld voorgoed begraven.
H. Hoogendoorn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's