De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kerk en verzorgingsstaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kerk en verzorgingsstaat

12 minuten leestijd

Bijgaand treffen de lezers de samenvatting van een inleiding, gehouden op dinsdag 17 mei l.l. in het verzorgingstehuis de Riederborgh te Ridderkerk, voor een aantal directies van instellingen voor bejaardenzorg. Op hun uitnodiging is gesproken over 'De kerk en de verzorgingsstaat'.v. d. G.

Bij de Willem de Zwijger Stichting kwam vorig jaar een tweedelige uitgave uit van de hand van prof. dr. W. H. Velema, onder de titel 'Het verval van de verzorgingsstaat.' In deze uitgave tekent prof. Velema nogal duidelijk bezwaar aan tegen de verzorgingsstaat op zich. Hij wijst deze in feite af. Hij zegt b.v.: 'De gedachte van een verzorgingsstaat is in strijd met de primaire taak van de enkeling in eigen onderhoud te moeten voorzien, en met het feit dat het totaal van inkomen van allen samen niet gemeenschappelijk, noch staatsbezit is, waaruit naar behoeven of believen iedere enkeling en groepering zijn deel kan krijgen'.
Hoewel ik deze uitspraak in zijn absoluutheid niet onderschrijf zit er op z'n minst een opscherpend element in met betrekking tot de samenleving van vandaag: Zijn we wel op de goede weg? Maar, al zijn we dan niet op de goede weg, een feit is wél, dat we allen met ons hele bestaan in de verzorgingsstaat verweven en er door omgeven zijn.


In de naoorlogse jaren zijn fundamentele veranderingen opgetreden met betrekking tot de welzijnszorg, met name ook als het gaat om de taakstelling van de kerk, vooral van de diakonie. In de vorige eeuw kon het Nederlandse volk nog worden aangeduid als een gedoopte natie. Wormser kon nog zeggen: 'Leer het volk z'n doop verstaan en het is gered'. In die tijd was voor mensen in nood hulpverlening door de kérken primair. Wie in moeilijke omstandigheden geraakte kon zich wenden tot de diakonie of het diakonale verband van de kerkelijke gemeenschap, waartoe hij of zij behoorde. Niet dat diakonaat altijd op de hoogte van het Woord bedreven werd. Het werd niet zelden bedreven óp de hoogte en vanáf de hoogte van de 'hoge Heren'. Maar er is ook respectabel diakonaal dienstbetoon geweest.
Dat diakonaat vond dus plaats in een christelijke samenleving en in een armoedesamenleving, ofwel een samenleving, waarin de tegenstellingen tussen arm en rijk groot waren. Met name het Reveil heeft in die jaren een open oog gehad voor de immense sociale problematiek.
De rollen zijn intussen omgekeerd. Onze samenleving is geen armoedesamenleving meer maar een welvaartssaiaenleving. En onze samenleving is niet meer een christelijke samenleving maar is dóór en dóór geseculariseerd. Dat betekende dat in de naoorlogse jaren mensen, wanneer ze in hulpbehoevende omstandigheden geraakten, zich in afnemende mate tot een (hun) diakonaal orgaan wendden en in toenemende mate een beroep gingen doen op de overheid. Zo groeide de verzorgingsstaat van onderop. Een wijd vertakt net van sociale voorzieningen kwam tot stand. De Algemene Bijstands Wet omschreef het recht van iedere burger om, wanneer deze in hulpbehoevende omstandigheden geraakte, een beroep te kunnen doen op ondersteuning door burgemeester en wethouders van de gemeente waar de betreffende burger woonde. En met de toenemende welvaart groeide zo de verzorging door de staat op velerlei terrein.


Het kerkelijk diakonaat heeft derhalve in de naoorlogse jaren ook de bakens verzet. Uiteraard is de persoonsgerichte hulp gebleven, met name voor mensen, die óók in de welvaartsstaat tussen de wal en het schip geraakten. Het persoonsgerichte kreeg verder vooral ook een geestelijke spits, gezien de geestelijke problematiek, de geestelijke 'armoede' van velen in onze maatschappij, met z'n massaliteit, eenzaamheid en stress.
De zinsnede uit het bevestigingsformulier van de diakenen, namelijk dat zij 'met troostelijke redenen' de armen terzijde moeten staan, vroeg in ieder geval een andere dan een louter materiële gerichtheid.

Verder werden andere taken ter hand genomen, zoals het werelddiakonale werk. Maar ook werd door de diakonieën in toenemende mate geparticipeerd in allerlei instellingen en stichtingen, op het gebied van gezinszorg, maatschappelijk werk, bejaardenzorg, levens- en gezinsmoeilijkheden, verslaafdenproblematiek.

Me dunkt dat we er dan ook wat de kerk betreft goed van overtuigd moeten zijn, dat er derhalve een principiële verschuiving optrad. Ook in de kerk werd de individuele verantwoordelijkheid van de mensen ten opzichte van elkaar verlegd naar een collectieve verantwoordelijkheid in de instellingen. In de naoorlogse jaren sneed het mes van de verzorgingsstaat zo naar twee kanten. De staat nam een groot deel van de kerkelijke zorg over. De kerken verlegden vervolgens zélf hun taken naar de instellingen. Om deze twee redenen is het onderling dienstbetoon binnen de gemeenten meer en meer op de achtergrond geraakt. We hebben het dienstbetoon uitbesteed, maatschappelijk én kerkelijk.

Welvaart en secularisatie
De gevolgen van welvaart en secularisatie zijn ten aanzien van de welzijnszorg op allerlei terrein ingrijpend geweest.
In een armoedesamenleving moeten de gevolgen van de armoede worden opgevangen: het ontbreken van primaire levensbehoeften, falende gezondheidszorg (met mogelijkheden van infectieziekten en epidemieën), prostitutie, corruptie.
In een welvaartssamenleving liggen de knelpunten op een ander vlak. In onze welvaartssamenleving kwam een nieuwe arbeidsproblematiek op (tengevolge van massaficatie en automatisering van de arbeid).
Verschijnselen kwamen op van eenzaamheid, verslaving, stress, psychiatrische problematiek.
Het verschijnsel van de gastarbeiders kwam op, die het goedkope werk mochten doen (de vreemdeling, die in onze poorten is werd de gastarbeider, die in onze steden is).
De relatieproblemen namen ongekende vormen aan.
De verzorgingsstaat werd zo manifest op vele terreinen en voor steeds meer eenheden; dit laatste vanwege gebroken relaties.


We hebben intussen zien gebeuren dat secularisatie méér is dan dat de mensen losraken van de kerk en dat daardoor de kerk aan invloed verliest in de samenleving. Mensen raken los van Gód en van Zijn geboden. De moderne mens is autonoom, mondig geworden, baas in eigen huis en leven. Daardoor is hij gaan missen de beschermende waarden van de geboden Gods. Zijn eigen vrijheid speelt hem parten.
De geboden zijn de paaltjes langs de weg van het leven om ons voor afdolen te behoeden. Het onderhouden van Gods geboden heeft de beloften van het Evangelie mee. Het gebod is 'ten goede' voor mens en samenleving. Mét het loslaten van de geboden Gods zien we dan ook de ontsporingen, de deraillementen toenemen. We zijn buiten de paaltjes gekomen met alle gevolgen van dien voor mens en samenleving. Relatieproblemen, eenzaamheid, verslavingen, stress, ontwrichting van verbanden staan daar niet los van. Angst neemt toe, omdat ook de beschermwaardigheid van de burger, van het menselijke leven vanaf het prille begin tot op het laatste moment niet meer gegarandeerd is en zijn eigendom niet meer veilig is. Secularisatie bracht wetteloosheid.
Welvaart blijkt dan ook niet altijd identiek te zijn met welzijn. De Bijbel kent de woorden welvaart en welzijn niet in de zin zoals wij ze hanteren. Wel spreekt de Schrift er op vele plaatsen van dat welzijn gelegen is in het leven naar de inzettingen en de rechten des Heeren.
Ik herinner mij een dagopening van dr. F. Kruyt in het ziekenhuis Mardi Santosa in Surabaya jaren geleden. Ze was net terug gekomen uit Nederland. Ze dankte bij die dagopening voor het feit dat ze daar nog arm waren. Niet in de zin van het verpauperde bestaan. Maar in die zin, dat de welvaart daar nog niet gemeenschapsverwoestend had gewerkt.
Er kan van welzijn sprake zonder dat er van welvaart sprake is.

Nood en zorg
Juist in de grote psycho-sociale nood van onze tijd zou de kerk een grote taak kunnen en moeten hebben, om geestelijke bijstand te bieden maar tegelijk te wijzen op het grote 'loon', dat ligt opgesloten in het onderhouden van Gods geboden. Maar grosso modo bereikt de kerk de mensen niet meer. Hoeveel mensen in moderne wijken als de Amsterdamse Bijlmer ervaren nog iets van nabijheid en gemeenschap van en in de kerk? De kerk en het Woord Gods staan buiten het leven van de mensen.
In zo'n situatie nu valt de verzorgingsstaat niet simpelweg af te schaffen of terug te dringen zonder de marginalen in de samenleving te duperen.
In ieder geval zouden we echter in de kerken wel weer iets moeten hebben van de bewogenheid van het Reveil in de vorige eeuw. Daarin werd beseft dat welzijn een sociale en een geestelijke kant heeft. Welzijn is vooral ook een geestelijke aangelegenheid.
Wij zien vandaag ook in onze welvaartssamenleving nieuwe sociale problemen opduiken. Het aantal daklozen bijvoorbeeld neemt, deels door eigen schuld, deels door ontbrekende middelen voor bepaalde categorieën mensen, toe. Hare Majesteit koningin Beatrix heeft daar in haar laatste Kerstboodschap terecht aandacht aan gegeven. Wereldwijd is de dakloosheid een enorm probleem. Maar (zelfs) in onze samenleving is het groeiende.
Wanneer voorts de kerk, ook plaatselijk in de gemeente, een bepaalde sociale problematiek ziet groeien of voortbestaan, heeft ze niet alleen de roeping om de overheid op haar taak aan te spreken maar zal ze zelf ook daadwerkelijk present dienen te zijn. Klagen over de verzorgingsstaat is zinloos wanneer de kerk zelf in getuigenis en dienst dan niet het betere voorbeeld geeft.

Intussen dient zich in onze verzorgingsstaat een aparte, nieuwe problematiek aan. We zien – laten we dat voorop stellen – in bepaalde opzichten de zegenrijke gevolgen van de zorg voor een leefbaar bestaan voor alle burgers. ledere Nederlandse burger kan aan medicamenten komen, heeft de mogelijkheden van de beste medische verzorging die maar denkbaar is, kan, ongeacht 'rang of stand', zonder aanzien des persoons in een ziekenhuis ter behandeling worden opgenomen. We zien dan ook dat – onder Gods 'zegenende hand – daardoor de gemiddelde leeftijd van onze bevolking met sprongen gestegen is. Kindersterfte is uitgebannen. In toenemende mate mogen mensen in grote vitaliteit en goede gezondheid de pensioengerechtigde leeftijd behalen. Velen mogen oud worden. We zien de samenleving vergrijzen. In het jaar 1900 was één op de zeventien Nederlanders vijf-en-zestig-plusser. In het jaar 2000 zal dat één op zeven zijn. Dat nu heeft ingrijpende gevolgen voor de verzorgingsstaat. Steeds minder mensen moeten opbrengen voor steeds meerderen, die al buiten het arbeidsproces staan.

Versobering
Meer en meer wordt derhalve in onze huidige verzorgingsstaat overgegaan tot bezuinigingen. Die bezuinigingen treffen niet in het minst ook de gezondheidszorg en de bejaardenzorg. We schuiven langzaam maar zeker nu op in de richting van de versoberingsstaat. Prof Velema pleit in zijn hierboven genoemde brochure voor die versoberingsstaat. Welnu, me dunkt dat daarvoor geen pleidooi behóéft te worden gevoerd. We komen er vanwege de noodzakelijke bezuinigingen als vanzelf in.


Hier ligt dan echter bepaald ook een toenemend probleem. Ik kan me nog heel goed voorstellen, dat in allerlei sectoren (met name in het culturele leven) gesnoeid wordt op de subsidies, zonder dat het leven er minder leefbaar door wordt; integendeel, zou ik willen zeggen. Maar bezuinigingen in de gezondheidszorg en de bejaardenzorg kunnen grote consequenties hebben.

Eerst is er sprake geweest van een fundamentele verschuiving in de bejaardenzorg, doordat ouderen werden verplaatst van gezinnen naar de tehuizen. Wanneer nu grote bezuinigingen worden toegepast in de voorzieningen, die voor hen getroffen zijn, zullen opnieuw verschuivingen plaats vinden. In de eerste plaats al letterlijk doordat soms verplaatsingen noodzakelijk zijn vanwege concentratie van instellingen. Maar zullen bovendien de ouderen niet de idee gaan krijgen dat er met hen geschoven wordt, omdat zij voor de maatschappij niet in directe zin meer 'nuttig' zijn, omdat ze niet meer aan het arbeidsproces deelnemen?
In onze tijd, die van nuttigheidsdenken vol is, kunnen ouderen (als collectief) wel eens het gevoel hebben kind van de rekening te worden. Er is al toenemende zorg onder ouderen vanwege het probleem van de euthanasie. Hoe beschermd en beschermwaardig is ons leven nog? Bij een steeds verder voortschrijdende vergrijzing, met verder een opschuiving in de richting van een versoberingsstaat zou zich wel eens een nieuwe maatschappelijke crisis kunnen aandienen. Daarom pleit ik minder voor een versoberingsstaat, althans een brééd dóórgevoerde versoberingsstaat dan Velema doet, al begrijp ik zijn intentie.

Taak voor de kerk
Me dunkt dat zich intussen wel nieuwe taken aandienen voor de kerk en voor de christenen afzonderlijk. Was vroeger kerkelijke steun primair en overheidssteun aanvullend, naarmate de verzorgingsstaat verder versoberen moet en zal, zal kerkelijke hulp weer in toenemende mate aanvullend, in bepaalde gevallen zelfs wellicht primair moeten worden. Waar de overheid in de voor bepaalde bevolkingsgroepen getroffen voorzieningen nu taken moet laten vallen, zullen we als kerk de hoge roeping hebben ervoor te waken, dat de groepen, die terzijde van het maatschappelijk proces (als arbeidsproces) staan en letterlijk soms ook terzijde, geïsoleerd leven, voluit de kans hebben op een geïntegreerde plaats in de samenleving.
Een nieuwe doordenking van de drie generatieverbanden, ook waar zij niet als drie generatiegezinnen (meer) kunnen leven, zal nodig zijn. Hoe zal bijvoorbeeld de levenswijsheid van de ouderen naar het volgende geslacht kunnen worden overgebracht en zullen respect en waardering voor de oudere daadwerkelijk functioneren als er niet wordt gestreefd naar verbanden voor ontmoeting?
Voor het grijze haar zult ge opstaan!


Wij zullen in kerk en gemeente Gods medearbeiders mogen zijn (1 Cor. 3) en weer in toenemende mate de roeping hebben duidelijk te maken wat echte gemeenschap en christelijk dienstbetoon in de kerk betekenen.
De verzorgingsstaat is vrijwel onomkeerbaar, gezien de duurte van vele voorzieningen, alleen al in de medische sector. Maar nu de verzorgingsstaat versobert wordt de sociale roeping van de kerk te meer onontkoombaar.
Ik sluit af met een woord van Groen van Prinsterer, de 'Evangeliebelijder' in zijn geschrift 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap'. Hij pleit voor 'evangelisch communisme' en zegt:
'Voorzeker, er is ook een evangelisch communisme. Gij wilt gelijkheid der goederen? Ook de apostel wil ze, wanneer hij de gelovigen opwekt om milddadig te zijn: "dit zeg ik, niet opdat anderen zouden verlichting hebben en gij verdrukking; maar opdat uit gelijkheid, in deze tegenwoordige tijd, uw overvloed zij om hun gebrek te vervullen; opdat ook hun overvloed zij om uw gebrek te vervullen, opdat er gelijkheid worde".
Gelijkheid der goederen. Zij heeft onder de christenen bestaan. Zij hadden alle dingen gemeen. Waarom? Omdat niemand zei dat iets van hetgeen hij had zijn eigen ware. En waarom niet? Was het omdat zij één Staat uitmaakten en één openbare kas hadden? Neen; omdat zij één hart en één ziel waren. En hoe was die eensgezindheid ontstaan? Omdat zij geloofden. In wie? In Hem, die om uwentwil is arm geworden daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.' Zodanig is de gelijkheid, zodanig is de broederschap van het Evangelie'.
Een actueel woord in een verzorgingsstaat, die meer en meer versoberingsstaat wordt.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kerk en verzorgingsstaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's