De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

11 minuten leestijd

Aalt van de Glind, Om een jonge kerk, 82 blz., Uitg. Kok, Kampen, prijs ƒ 14,–.
Dit boekje is bedoeld als een bijdrage aan de bezinning op de toekomst van de kerk. En als we het over de toekomst van de kerk hebben, dan hebben we het ook over de jongeren. De ouderen zijn onze verbinding met het verleden. De jongeren zijn onze verbinding met de toekomst. Nu zijn wij in de kerk geneigd om meer aandacht te besteden aan het verleden dan aan de toekomst. Dit zou wel eens één van de redenen kunnen zijn, waarom onze jongeren in het algemeen aandacht tekort komen. Aalt van de Glind probeert met zijn boekje hierin een correctie aan te brengen. Hij voert een pleidooi voor 'terug naar de Bijbel', waarbij de vroegste christengemeente hem hierbij voor ogen staat. Hij noemt deze gemeente merkwaardigerwijs 'jongste' gemeente (terwijl zij de 'oudste' is – hoewel de aanduiding 'vroegste' beter is) en zegt in de titel 'Om een jonge kerk', o.a. naar het leven in deze gemeente te verwijzen. Alleen 'terug naar de bijbel' kunnen wij, schrijft hij, met de kerk, inclusief de jeugd, vooruit. Hij wil hierbij echter graag 'het traditionele stof en de konventionele aanslag' wegpoetsen. Hij gebruikt de stofdoek en het poetskatoen wel erg voortvarend. Dat blijkt met name uit de aandacht die hij aan de wereldgodsdiensten besteedt. Dat doet hij vanuit de gedachte: 'Jezus zag in elk mens iets goeds. De moordenaar aan het kruis mocht het Paradijs nog binnen' (31). Via het verhaal van Jezus en de overspelige vrouw en de constatering 'Zijn voorbeeld verdient navolging, ook als het om andersdenkenden gaat', komt hij tot de uitspraak: 'Een kerk die morgen bestaansrecht wil hebben, zal nu niet bang moeten zijn het gesprek met andere godsdiensten aan te gaan'. De wereld wordt immers steeds dichter bij ons gebracht! (32).
Mijn vraag aan Van de Glind is of 'terug naar de Bijbel' voor hem ook inhoudt dat hij het volstrekt unieke van het Evangelie ook verkondigend en proclamerend in dit 'gesprek' aan de orde wil stellen. Ik zou zeggen: een kerk die dat niet wil, geeft haar bestaansrecht prijs! En hoe kunnen we dan nog spreken van de toekomst van de kerk?
Dit is een boekje waar ive inhoudelijk een aantal fundamentele vragen bij hebben, hoewel er praktisch wel wat dingen in staan, die de moeite van een stukje bezinning waard zijn (o.a. over organiserende aspecten in de christelijke gemeente).
C. G. G.

Ds. P. J. Stam, Hermann Friedrich Kohlbrugge. Een licht des vuurs bij nacht, uitg. De Groot Goudriaan, Kampen, 1988, ƒ 12,50.
In kort bestek (62 blz.) geeft de auteur een duidelijk beeld van wat hij zelf geleerd heeft aangaande en van Kohlbrugge. In vier hoofdstukken wordt de lezer meegenomen in 'De Betekenis van K.', 'De mens K.', 'De prediker K.', en 'Het centrum van K. prediking'. Wie zó schrijft als ds. Stam, moet gegrepen zijn door de boodschap van K., door ds. Stam genoemd 'de nachtegaal van Elberfeld', die zijn 'Jezusjubel' onophoudelijk zingt. De stijl van het boekje heeft iets 'gedrevens', al zijn sommige zinnen te vlot uit de pen gevloeid. Het 'voorname' van de stijl van K. is dan zoek. Je krijgt soms het gevoel dat al het schone en goede dat geboden wordt, nog rijpen moet. Maar dit doet niets af van de grote waardering voor deze publicatie, die ook diepgaand ingaat op de prediker en de prediking van het Evangelie vandaag. Ds. Stam laat K. een antwoord geven op de vraag: 'Wat is een goede prediker?' Ik citeer nu niet wat er gezegd wordt. Het antwoord is zeer uitvoerig en zo diep, dat ieder het zou moeten lezen. Koop het boekje en proef van het brood dat wordt voorgezet. De boodschap van K. blijkt nog steeds actueel. Grenzen worden getrokken naar progressief en conservatief. Duidelijk, direkt, zonder aanzien des persoons. Scherp worden de 'zelfgenoegzame vromen' op de korrel genomen. Ik vraag me af of ds. Stam niet met zichzelf in tegenspraak komt, wanneer hij op blz. 17 de kloosterlingen t.t.v. De Reformatie, en de mystici van de vroege kerk, de dopersen, en velen in de Nadere Reformatie op één hoop gooit, terwijl hij op blz. 46 schrijft: 'Het geloof is een Geest-elijke realiteit. En het geloofsleven is… mystiek, extase…' En op blz. 51: '… schaart Kohlbrugge zich in de traditie van Augustinus, Luther, Bilderdijk. Pascal, Kierkegaard en zo vele anderen'. De traditie. Inderdaad! Wie in de geschriften van K. 'thuis' is, merkt dat hij aanhaalt citaten van Origenes, Chrysostomus, Augustinus, Athanasius, Hieronymus, Beda, Bernard van Clairvaux, Bonaventura, en zo kan ik doorgaan: de traditie!
Die is veelkleuriger dan broeder Stam laat uitkomen. Niettemin is de bedoeling van zijn boek voor de welwillende lezer duidelijk. Juist een dezer dagen kwam een geschrift op mijn bureau dat wáárschuwt tegen Kohlbrugge en diens leer en leerlingen, omdat met de leer van K. allerlei 'verderfelijke ketterijen' om de hoek komen kijken. De vraag wordt gesteld: 'Heeft het Kohlbruggianisme toekomst?'
Ant.: 'Als stelsel zeker niet in ons land; daarvoor is het te koud-verstandelijk, te veel Luthers… Nodig is het… hen, die in deze wateren verzeild raakten, te wijzen… op de verderfelijke uitersten, waartoe hun stelsel kan leiden'. Helaas! Het 'Kohlbruggianisme' heeft geen toekomst. Het zou niet in de geest van K. zijn, iets anders te beweren. De toekomst is aan Hem, Dien Kohlbrugge predikte en – ook middels het werk van ds. Stam – predikt: Jezus de Christus. Dank aan de schrijver. Zijn boek aanbevolen om met volle zeilen verzeild te raken in het water van de genade.
M. V.

J. van Genderen, De gemeenschap der heiligen, verschenen in Apeldoornse Studies no. 22; In opdracht van de Theologische Hogeschool van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland uitgegeven door Uitgeversmaatschappij J. H. Kok, Kampen, 1986, 69 blz., ƒ 15,90.
Al veel te lang bleef dit geschrift onbesproken, maar nu het dan eindelijk tot een recensie komt mag de lof overheersen. De schrijver gebruikte de stof oorspronkelijk in de vorm van een rede, uitgesproken bij de overdracht van het rectoraat van de Theologische Hogeschool op 16 september 1985. Wij hebben voor ons de uitwerking van deze rede.
In een achttal hoofdstukken zet de auteur zijn gedachten voor ons neer. Hij begint met de actualiteit van dit onderwerp te overwegen. Gaat dan na hoe de gemeenschap der heiligen in de apostolische geloofsbelijdenis functioneert. Wij bemerken ook hoe de bijbelse gegevens worden onderzocht. De rooms-katholieke en de reformatorische opvatting komen beide aan de orde. De laatste capita vertolken de gemeenschap der heiligen als gave en opdracht, terwijl een slothoofdstuk enkele verdere gezichtspunten onder het oog brengt.
Als overheersende indruk laat dit boek bij ons het idee van uiterste zorgvuldigheid en nauwkeurigheid achter. Geen enkele differentiatie van dit onderwerp verdiept. Op één punt evenwel liet het ons onbevredigd, maar het is vermoedelijk niet billijk, dat van de auteur te willen verwachten. De praktisch-theologische consequenties worden niet genoemd. Hier moeten de predikanten aantreden, die in de gemeente staan, en zij zullen, al naar behoefte, de lijnen dienen door te trekken, die de hoogleraar uitstippelt. De dogmatische grondlijnen zijn in ieder geval zuiver ontwikkeld.
Het is verbazend op te merken, hoe helder en diep dit onderwerp is doordacht. Deze studie kan alleen al, afgezien van de actualiteit, dienen om te leren een studieobject te doorvorsen. De auteur geeft er blijk van goed de moderne tendenzen te kennen. Hij gaat zijn weg rustig en weloverwogen. Een waardevol geschrift. Hartelijk aanbevolen. Van literatuuropgaven voorzien.
A. v. Br.

J. Thomas, Homiletische hulplijnen. Aanwijzingen bij de preekvoorbereiding, Praktisch-theologische handboekjes no. 41, Uitgeverij Boekencentrum BV, 's-Gravenhage, 1987, tweede druk, 163 blz., ƒ 32,50.
Dit boek is voortgekomen uit een aantal jaren met theologische studenten. Het bestaat uit methodische adviezen teneinde de preekvoorbereiding vlotter te doen verlopen. In een eerste hoofdstuk gaat de auteur in op de vraag of er gepreekt moet worden. Het antwoord op die vraag stelde ons enigszins teleur, in zoverre als de schrijver wel terdege praktikaal te werk gaat, maar geen theologische bezinning geeft. Dit gebeurt eigenlijk door het gehele boek weinig, en in zoverre moet de lezer elders te rade gaan, wanneer hij zich theologisch op de prediking wil scholen. Desalniettemin is dit boek uitstekend bruikbaar voor ieder, die verlegen zit om gewone raad inzake zijn preekvoorbereiding.
Het tweede hoofdstuk geeft werklijnen. De vragen: waar loopt het op uit? Waar staat het? Wat betekent het? Hoe moet het geformuleerd worden? Hoe kan het genoteerd worden? Dat komt onder meer alles aan de orde en hier verraadt zich een bekwame homiletische hand en blik. Wie zich aan deze leiding toevertrouwt, wordt behoed voor allerlei valkuilen. Het maakt de homiletische arbeid vruchtbaarder. Het is niet mogelijk in dit bestek alle hoofdstukken door te nemen. Wij willen alleen nog wijzen op het vierde hoofdstuk, waar de communicatieleer aan de orde komt.
Het boek bespreekt ook de opbouw van de preek. Aan het einde van het boek komt een weergave van praktisch-theologische publikaties. Dit om parallellen te trekken met de ideeën van de auteur.
Eigenlijk moet men een boek als dit 'doen'. Met dien verstande, dat het het meest tot zijn recht komt in een homiletische werkgroep onder supervisie. Niet een ieder zal er mee kunnen werken. De theologische doorlichting achten wij summier, maar een moegepreekt hoofd kan er verfrissing door ontvangen. Verandering van methode geeft soms een originele kijk. Daarom: een aanbevolen boek, dogmatisch karig, maar praktisch overvloedig. De prijs vinden wij hoog.
A. v. Br.

A. C. Bronswijk, Symbolen, de taal van kunst en liturgie, Boekencentrum B.V., 's-Gravenhage, 1987, 180 blz., ƒ 29,50.
Dit 180 pagina's tellende boek geeft een overzicht van verschillende symbolen die in de christelijke kerk voorkomen. In een inleiding wordt een korte uiteenzetting gegeven van de betekenis van beelden. Zij vormen een eigen taal, zij zijn een eigen communicatiemiddel. Het christelijk beeld wordt symbool genoemd. Een symbool is een zichtbaar herkenningsteken, waarmee een anders niet waar te nemen afspraak, bedoeling, verhaal of gedachte opeens zichtbaar gemaakt kan worden.
In zeven hoofdstukken zijn de symbolen gerubriceerd: dieren, insecten, vogels, vissen (1); planten, bomen, bloemen (2); getallen, kleuren, letters, vormen (3); voorwerpen, gebaren, attributen (4); hemel en aarde (5); bijbelse personen, heiligen (6); God, Christus, Heilige Geest, Maria (7). Het is een interessant boek, dat veel materiaal in kort bestek geeft. Het kan van dienst zijn in kerkewerk, liturgiegroepen, catechese, gezin en school. De illustraties zijn functioneel. Ieder hoofdstuk heeft een inleiding. Achterin is een register van onderwerpen opgenomen, waarna het boek besluit met een literatuurlijst voor verdere studie.
W. Verboom, Hierden

Kerkvaders, Teksten met toelichting uit de vroege kerk onder red. van prof. dr. C. Datema, ds. T. B. van Houten e.a., uitgeverij Tabor, Brugge, uitgeverij Boekencentrum BV, 's-Gravenhage, losbladige uitgave, 389 pagina's, prijs ƒ 85,–.
Losbladige uitgaven zijn in. Temidden van de vele reeds bestaande werken volgens dit systeem op allerlei terrein, voegt zich een nieuwe serie over de kerkvaders. De opzet van deze uitgave is om stemmen te laten horen uit de vroegchristelijke traditie. Thematisch worden daarbij allerlei facetten van het kerkelijk leven aan de orde gesteld. De eerste zes afleveringen gaan, over de catechese. Achtereenvolgens worden de volgende werken besproken: De Didachè, Tegen de ketterijen van Irenaeus (is dit wel echt catechese?), De Principiis van Origines, Mystagogische catechesen van Cyrillus, De preek op Epifanie van Gregorius van Nyssa en uiteraard De catechizandibus rudibus van Augustinus. De tweede zes afleveringen behandelen exegetische werken: Philo van Alexandrië (joods), Justinus, Orgines (Preek over de ark van Noach, bijzonder interessant). Een commentaar op de Psalmen van Diodorus van Tarsus, Een commentaar op Ezechiël van Hieronymus en werken van Cyrillus van Alexandrië. Men krijgt door de historische inleidingen inzicht in de samenhang tussen maatschappelijke en politieke situaties en de genoemde personen en hun werk. De catechetische werken geven een beeld van de (pluriforme) wijze, waarop de kerk op verschillende plaatsen de geloofsinhoud aan haar (toekomstige) leden doorgeeft. De exegese die wordt behandeld valt uiteen in de Alexandrijnse, typologische en de Antiocheense, letterlijke traditie. In de geciteerde werken staan in de marge verwijzingen naar bijbelteksten. Elk onderdeel sluit af met een literatuurlijst. Ook bevinden zich verschillende illustraties in dit handboek.
Laat de redactie het hoofddoel voor ogen houden, namelijk om de kerkvaders zelf aan het woord te laten, en deze serie kan zowel aan wetenschappelijk geïnteresseerden als aan andere belangstellenden, goede, boeiende diensten bewijzen.
W. Verboom, Hierden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's