De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gaan onze kinderen naar de crèche?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gaan onze kinderen naar de crèche?

7 minuten leestijd

Eeuwenlang is het gezin onder het christelijk volksdeel een hechte beschermende leefgemeenschap geweest. Het gezin werd zoveel mogelijk gericht en gevormd naar Bijbelse normen. In de twintigste eeuw heeft dit beeld zeer grote veranderingen ondergaan. De christelijke normen zijn onder allerlei invloeden komen te staan en zijn daardoor sterk veranderd.
De mens is zichzelf tot norm geworden. Deze tijdgeest infecteert ook onze gezinnen. Eén van die veranderingen is de plaats van de vrouw in onze samenleving. De vrouw is gedurende eeuwen 'bevoogd'. De man had 'een patriarchale rol'. De traditionele rol van de man als kostwinner is 'verouderd', zo vindt men. De gedachte, dat de man het hoofd van het gezin is, wordt door velen niet meer geaccepteerd. De werkende vrouw heeft haar huis – haar gezin – verlaten. Ze werkt! Niet zozeer werkt ze in haar gezin, maar in haar eigen werkkring, buitenshuis. Lange tijd worden kinderen ongewenst geacht, doordat beide echtelieden buitenshuis werken om zich allerlei luxe en genot te kunnen veroorloven.
Wanneer er na bepaalde tijd toch kinderen komen, geeft dit vaak grote problemen.
Het werk buitenshuis moet om genoemde redenen worden voortgezet. Maar wie zorgt er dan voor de kinderen?

Kinderopvang
Enkele weken geleden las ik in een landelijk dagblad een advertentie van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen waarin dit ministerie aankondigde, dat er plaats was voor een medewerker. Met nadruk werden vrouwen uitgenodigd te solliciteren.
Aan het einde van de gebruikelijke lijst van eisen met betrekking tot de bekwaamheden en de geboden faciliteiten, werd met nadruk gewezen op de mogelijkheid van opvang van kinderen.
Binnen het bedrijfsleven vindt er ook een toename van het aantal bedrijfscrèches plaats.
Bedrijfscrèches zijn kinderopvangvoorzieningen verbonden aan een bedrijf ten behoeve van de werknemers.
In het verleden was er een tweedeling in de kindercentra, namelijk de peuterspeelzalen enerzijds en de kinderdagverblijven anderzijds.
De laatste jaren is een kleurrijke variatie aan kinderopvangvormen aan het ontstaan, zoals buitenschoolse opvang, halve dagopvang, internationale kindercentra, gastouderprojecten en allerlei andere experimenten.
De belangstelling van de overheid gaat – in het licht van de rijksbijdrageregeling – vooral uit naar de onderling geregelde gastouderopvang en de bedrijfsopvang.
Deze vormen van opvang moeten zichzelf gaan bedruipen.
Een rapport van de Interdepartementale Werkgroep Kinderopvang geeft aan dat de vraag naar kinderopvang sterk zal toenemen.
We spreken reeds over opvang van 24.000 kinderen ofwel van 600 kinderdagverblijven.
We voegen daarbij de nota herintredende vrouwen, die spreekt van 350.000 potentiële herintreedsters, waarvan zo'n 190.000 vrouwen kinderen hebben in de leeftijd van 0 tot 12 jaar.
Dat zijn naar verhouding zeker zo'n 65.000 kinderen van nul tot vier jaar die 'nergens', ook niet op school, opgevangen zullen worden.

'Bedrijfskinderen'
Het aantal bedrijfscrèches groeit. Dit soort crèches verschilt niet van andere kindercentra. De dagelijkse gang van zaken is vergelijkbaar met die in gewone kinderdagverblijven, hoewel je hier af en toe een moeder kunt aantreffen die tussen de bedrijven door haar baby de borst geeft, waarna ze weer verder gaat met haar werk.
In de praktijk blijkt, dat meerdere bedrijven één gezamenlijke bedrijfscrèche hebben en elk een zeker aantal kinderplaatsen betaalt. Met een kinderplaats is een bedrag van ƒ 10.000,– tot ƒ 11.500,– gemoeid.
Omgekeerd kan het voorkomen, dat bestaande kinderdagverblijven een aantal plaatsen verkopen aan een bedrijf.
Bij deze vormen van opvang kunnen de 'bedrijfskinderen' apart of geïntegreerd in de bestaande groepen worden opgevangen. Een andere ontwikkeling is 'de keten', een titel waarop in Nederland alleen de SKON (Stichting Kinderopvang Nederland) aanspraak kan maken.
De SKON sluit kontrakten met bedrijven, die kinderopvang willen bieden.
SKON heeft professioneel personeel in dienst en exploiteert de kinderdagverblijven.

De SKON, die zich als particuliere stichting onmiddellijk bij de start kon verheugen in een overheidssubsidie, heeft inmiddels zoveel naambekendheid gekregen, dat er momenteel op veel plaatsen over bedrijfscrèches wordt onderhandeld.
Of de verschillende vormen van bedrijfsopvang in ons land hun beslag gaan krijgen vóór het jaar 2000 zal mede afhangen van de overheid en van de politieke belangstelling. Het kostenaspect speelt hierbij een grote rol. Volgens minister De Koning, de beheerder van het emanicaptiebeleid, zijn 'de kosten van de huidige kinderopvang langzamerhand bij de wilde spinnen af'.

Een echte moeder
Na de geboorte omvat de moeder haar kind om te voeden en te verzorgen. In het ouderlijk huis wordt het kind opgevoed. Het kind, dat de zorg van het ouderlijk huis niet heeft gekend, leeft steeds met angst.
Volgens Jan Ligthart wordt menig kind in zijn eigen huis te vondeling gelegd!
Het kind heeft het ouderlijk huis met daarbij de ouderlijke zorg hard nodig.
De afhankelijkheid van het jonge kind is van beslissende betekenis voor de ontwikkeling van het kind. Dat geldt ook voor de geestelijke ontwikkeling!
Verschillende grote opvoeders hebben daar in de loop der tijden de nadruk op gelegd.
Het jonge kind moet kennis worden bijgebracht van God en Zijn Woord.
Het jonge kind zal heel veel van de Bijbel niet begrijpen. Toch denk ik dat het jonge kind de Bijbel soms beter verstaat dan menig volwassene.
We horen vaak zeggen, dat ze ernaar verlangen de Bijbel weer eens te kunnen verstaan als een kind.
In het boek 'De gebroeders Karamazow' van Dostojewski lezen we hoe het kind de Bijbel ervaart:
'Van mijn ouderlijk huis heb ik niets dan kostbare herinneringen meegenomen, want er zijn geen kostbaarder herinneringen dan die van je eerste kindertijd in het ouderlijk huis; ja, dat is altijd het geval, zelfs al is de liefde en de harmonie in het gezin maar betrekkelijk. Uit de kindertijd heb ik ook allerlei herinneringen aan de Heilige Schrift meegenomen. Ik had zelf een Bijbel met prachtige platen.
Ik bewaar die nog steeds als een heilig kleinood. Nog lang vóór ik lezen kon, had ik al diepe geestelijke ontroering gekend.
Als ik daaraan terugdenk, is het of mijn hele jeugd weer voor me oprijst en ik beleef weer iets van dezelfde verbazing, verwarring en blijdschap.'
Het jonge kind heeft ouderliefde en rust nodig om opgedane ervaringen op te nemen en te verwerken.
Gedurende de gehele dag moet dat kind kunnen aankloppen bij een vader of een moeder.
Wanneer onze kinderen vroeg naar een één van de verschillende soorten crèches worden gebracht, zullen ze die ouderliefde en rust missen.
er is dan onvoldoende mogelijkheid om de ziel van het kind op verantwoorde wijze tot ontwikkeling te laten komen. In het gezin worden immers reeds vroeg de grondslagen gelegd voor de ontwikkeling van het kind. Daarom wordt het gezin steeds weer door de satan onder vuur genomen. Dat geldt ook voor de vrouw als moeder!
Daarom moeten de jonge kinderen zo vroeg mogelijk uit het gezin worden weggehaald.
De kinderen moeten zo vroeg mogelijk in de moderne maatschappij worden ingelijfd.
Tevens is men er op uit de rechtsbevoegdheid van de ouders steeds verder in te perken.
Moeten we ons door deze machten laten verleiden?
Moeten moeders zich laten verleiden de opvoeding van hun jonge kinderen over te laten aan anderen, zodat ze zelf buitenshuis aan het werk kunnen?
Het moet voor christen-ouders niet moeilijk zijn om hierop een antwoord te geven. De Bijbel leert ons: 'wat baat het een mens zo hij de gehele wereld won en schade leed aan zijn ziel?'
Het gaat om de ziel van onze kinderen.
Kunnen ouders – dit wetend – de opvoeding van hun kind van nul tot vier jaar gedeeltelijk overlaten aan vreemden?
Juist op deze leeftijd heeft de moeder iedere dag 'nauw contact'met dat kleine leventje, dat zich in haar nabijheid ontplooit.
Haar verantwoordelijkheid is in deze tijd zeer groot!
In de vier jaren, waarin het kind bij moeder is, worden de eerste zaadkorrels gestrooid die in het verdere leven van het kind zullen gaan ontkiemen.
Moeder weet, dat dit kind een zondig hartje heeft. Het kind heeft de Heere Jezus nodig als Zaligmaker van zondaren. Moeder weet, dat dit kind – toen het nog heel klein was – aan het voorhoofd het teken en zegel van het Verbond der genade ontving.
In de jaren vóór de schoolperiode moet er worden gewerkt aan de godsdienstige opvoeding van het kind.
De ouders – èn zeker de moeder – zijn hierbij instrumenten in Gods Hand.
We moeten onze kinderen allerlei goede manieren leren, maar vooral moeten we met onze kleine kinderen spreken van de Heere Jezus.
Moge de Heere ons de kracht geven om onze kinderen tot Hem te brengen.
We zijn ervan overtuigd, dat vreemden dit deel van de opvoeding niet van de ouders kunnen en mogen overnemen.
Het is een Goddelijke opdracht voor vader èn moeder!

A. A. Korevaar, Barneveld

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gaan onze kinderen naar de crèche?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's