De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De politieke remmingen van de Gereformeerde Bond en Bondgenoten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De politieke remmingen van de Gereformeerde Bond en Bondgenoten

Kerk en politiek (1)

5 minuten leestijd

Kerkelijke en politieke verlamming
Wie als christen vandaag de dag politiek aktief is, komt heel wat tegen. Een weerbarstige politieke praktijk, waarin niet elke grens zo eenvoudig getrokken kan worden als het lijkt. Een kibbelende achterban, die wel te vinden is voor een uitzichtloze discussie over wat de enige echte christelijke partij is, maar nauwelijks aan te spreken is op een Bijbelse belijdenis aangaande de overheid. Ja, wel een discussie over het wel of niet verkorten van artikel 36 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, niet over de inhoud van het gehele art. 36, dat nauwelijks bekend lijkt. Men houdt het simpel: wie art. 36 onverkort handhaaft, die verdedigt de christelijke-staat-gedachte en wie art. 36 liever verkort wil zien die huldigt de neutrale-staat-gedachte. Door gebrek aan bredere kennis houden vandaag dit soort simpele, in dit geval onterechte, conclusies stand als schibboleths die de kerkelijke achterban in kampen verdelen. In de praktische politiek is van deze schibbolethts meestal weinig te merken.
Wie, als ondergetekende, politiek bezig is, komt voor steeds meer vragen te staan. Vragen, waar eigenlijk wel een antwoord op is, maar waaruit niemand de consequentie wil trekken. Iedereen lijkt verlamd.
En dat heeft een duidelijke oorzaak. Laat ik maar met de deur in huis vallen: de kerkelijke verdeeldheid verlamt de christelijke politiek en de politieke verdeeldheid tussen de christelijke partijen verlamt de kerk.

Geloof versus politiek?
Wie deze droeve diagnose onderschrijft, moet immers constateren dat de niet-christelijke politieke partijen maar al te graag de onderlinge verdeeldheid (kerkelijk en daarom ook politiek) van de christenen aangrijpen om te zeggen dat geloof en politiek blijkbaar niet goed samengaan. En dat je daarom maar moet geloven op zondag en dat de politiek van maandag tot zaterdag een zaak is van met-je-nuchtere-verstand-bezig-zijn. De Bijbel laat zich heel duidelijk niet op één manier uitleggen, want dan had je al die partijtjes niet. Wie dat als christen-politicus wil tegenspreken, moet inderdaad een 'organisatorische verlamming' overwinnen om vanuit een persoonlijke getuigenis geloofwaardig over te komen. En aan de andere kant zie je hetzelfde: de diversiteit van de christelijke partijen verlamt het kerkelijke spreken.
Niet altijd, want sommige kerken zijn duidelijk en openlijk verbonden met 'hun' partij. De Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt) en het GPV zijn daarvan het meest uitgesproken voorbeeld. Ook de keus van de (Oud-)Gereformeerde Gemeenten, al dan niet in Ned., al dan niet Buiten Verband, ligt in het algemeen bij de SGP. Maar bij de Christelijk gereformeerden, de Nederlands gereformeerden en, last but not least, bij de Gereformeerde bonders en toch ook bij vele leden van de Confessionele Vereniging is de politieke keuze veel minder duidelijk. Iedereen weet dat bij de Gereformeerde Bond en laten we ze maar de 'Bondgenoten' noemen, gaat tussen CDA, SGP en RPF.
Dat daarnaast nog velen uit die kring bij het stemmen meer op hun portemonnee letten dan op een principe en daarom op PvdA of VVD stemmen, laten we in dit kader buiten beschouwing, hoewel het een indroevige zaak is dat christenen op partijen met anti-christelijke tendenzen durven te stemmen. Daarover zal menig kerkelijk leider wel zijn afkeuring uitspreken, maar daarmee heeft hij het persoonlijk en kerkelijk niet moeilijk. Juist de verdeeldheid over de confessionele politieke partijen maakt het de ambtsdrager zo moeilijk. En daarom zegt hij meestal maar niks.
Ook dat is in feite een (kerkelijke) houding die in artikel 36 NGB niet terug te vinden is. Ook kerkelijk een verlamming dus.

Remmingen in de politieke participatie
Wat de Gereformeerde Bond betreft, is er nog niet veel veranderd vergeleken met de situatie zoals die in 1981 beschreven werd in de jubileumbundel 'Beproefde Trouw' ter gelegenheid van het 75-jarige bestaan van de Gereformeerde Bond. In hoofdstuk 5 'De Gereformeerde Bond en de politiek', geschreven door ir. J. van der Graaf komt het er in feite op neer dat 'de Geref. Bonder' na een historische en ook geografische band met ARP, CHU en SGP uiteindelijk in een 'vacuüm' is terecht gekomen, waarbij allerlei remmingen zijn opgetreden die zijn politieke participatie hebben aangetast.
Ir. Van der Graaf eindigt dit hoofdstuk dan ook als volgt:
'Me dunkt, dat remmingen van wèlke aard dan ook verdwijnen moeten om aktief te kunnen participeren in het politieke leven en dat partij-politieke kaders daarin ondergeschikt zijn aan dat beginsel, dat theocratisch van aard is. Niet de partij bepaalt het gezicht van politicus, maar zijn beginsel. Dat beginsel is onder 'ons', als het goed is, gestempeld door de Gloria Deï. Alles – ook in politiek en maatschappij – moet Hem eren (Psalm 33)!'

Steriele monomanie
Even vóór deze slotalinea haalt Van der Graaf prof. dr. A. A. van Ruler aan, die in een interview met dr. G. Puchinger heeft gezegd, dat de Gereformeerde Bond 'een enorm reservoir van geestelijke krachten' is, maar lijdt aan 'steriele monomanie', omdat men doet alsof er alleen het vraagstuk van de confessie is en geen oog heeft voor 'de kerkelijke en wereldlijke samenhangen, waarin de confessie moet funktioneren'.
Hier wordt het hete hangijzer genoemd: de Gereformeerde Bond zegt zich sterk te maken voor Schrift èn Belijdenis binnen de Ned. Hervormde Kerk, maar beperkt dat teveel tot de vragen rondom 'persoonlijke bekering en zaligheid' en komt daarom nauwelijks toe aan de betekenis van Schrift en Belijdenis voor deze maatschappij, voor overheden en onderdanen, dus ook voor de politiek.
En dat terwijl de Nederlandse Geloofsbelijdenis juist een heel apart artikel aan de overheid wijdt. Daarom kan en mag een belijdend Hervormde en met hem iedere belijdende bondgenoot, dit geloofsartikel niet laten liggen. Daarom is politieke participatie onopgeefbaar.
De vraag die we onszelf vanuit de kerkelijke belijdenis moeten stellen, is niet in de eerste plaats: 'Welke partij moet ik stemmen?', maar: 'Wat zegt Gods Woord over de Overheid?' en: 'Wat betekent dat voor mij anno 1988 in de Nederlandse politieke situatie?'
Een vraag, waar ik een reeks artikelen aan zou willen wijden. Reacties (via de redactie) worden zeer op prijs gesteld en zullen zo veel mogelijk worden verwerkt.

J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De politieke remmingen van de Gereformeerde Bond en Bondgenoten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's