Boekbespreking
Johannes Calvijn, De eeuwige verkiezing. Uitgeverij Kool, Veenendaal, 1986, 81 blz, ƒ 10,–.
18 december 1551 vond er in Genève een bijeenkomst van de Geneefse predikanten plaats, waarin uitvoerig het leerstuk der goddelijke verkiezing besproken werd. Aanleiding daartoe was het optreden in de gemeente van Hieronymus Bolsec, een arts, die heftig tegen Calvijns verkiezingsleer geprotesteerd had. De man is later weer rooms geworden en een felle vijand van de Reformatie. Calvijn zelf heeft in de genoemde bijeenkomst een vrij uitvoerige uiteenzetting gegeven van de leer der eeuwige predestinatie. Zijn collega's hebben daar toen het hunne aan toegevoegd. Dat alles vindt men in dit boekje. Vergeleken bij hetgeen wij in de laatste uitgave van de Institutie vinden biedt Calvijns verhandeling geen nieuwe gezichtspunten, maar het is leerzaam hem hetzelfde met wat andere woorden te horen zeggen. Ik maak bij zijn betoog vijf opmerkingen. Ten eerste: Calvijn begint bij de ervaring. Dat wil zeggen dat hij begint bij de prediking van het Evangelie en het geloof in Christus. De ervaring leert dat niet alle hoorders van het Evangelie tot het geloof in Christus komen, ja dat niet eens alle wereldbewoners het Evangelie te horen krijgen (21). Alleen al daaruit blijkt dat een een goddelijke verkiezing is. Bij Calvijn vindt men niet een aprioristisch uitgaan van de predestinatie. Al gaat Gods verkiezing aan alles vooraf, zij beheerst niet de prediking van het Evangelie. Al op de eerste bladzijde zegt Calvijn: 'Wij zullen beginnen bij het geloof in Jezus Christus' (15). Eén van Calvijns collega's, Philippe de Ecclesia, verwerpt zelfs met zoveel woorden een aprioristisch uitgangspunt. Hij zegt: 'Het is zeker, dat wij niet zullen weten, of wij uitverkoren zijn a priori (van te voren)… maar a posteriori (achteraf beschouwd) zullen wij het kunnen verstaan' (49v). Dat wil zeggen dat de oproep tot geloof en bekering tot iedereen kan uitgaan , en dat wij niet om in Christus te geloven eerst door tekenen van verkiezing, van die verkiezing verzekerd behoeven te zijn. Het Evangelie kan onvoorwaardelijk allen worden gepredikt.
Ten tweede: de goddelijke roeping is niet bij allen effectief. En daarin komt de goddelijke verkiezing tot uitdrukking. Dit tweede doet van het eerste, de onvoorwaardelijke Evangelieprediking, niets af, maar bepaalt ons wel bij Gods souvereiniteit. Het geloof is niet eerst, maar de verkiezing is eerst. Wij zijn al schapen zegt Calvijn vóór wij tot Christus' kudde vergaderd worden.
Ten derde: de eeuwige verwerping is bij Calvijn nauwelijks een eigen thema. Zij is er. Maar hij spreekt over haar in deze termen, dat een goddelijke verkiezing een goddelijke verwerping mede insluit (33).
Ten vierde: voor de kennis van onze verkiezing verwijst Calvijn naar Christus. Hij zegt: 'Wilt gij weten of ge uitverkoren zijt, ziet of ge in Christus Jezus zijt' (38). 'Die zich in Jezus Christus vindt en een lid is van Zijn lichaam door het geloof, die is van zijn zaligheid verzekerd' (38). Behartenswaardige woorden, die met name in de rechtervleugel van ons Nederlands kerkelijk leven wel eens beter gehoor zouden moeten vinden.
Ten vijfde: de leer van de goddelijke predestinatie zal altijd een steen des aanstoots blijven, waarover wij vallen, als wij niet, met Calvijn (die hierin de Schrift laat spreken) diep overtuigd zijn van de verlorenheid van het ganse menselijke geslacht. Erkennen wij dat de hele mensheid in Adam verloren ligt, dan wordt het een vreugdevol wonder dat God uit souvereine genade Zich de Zijnen van eeuwigheid verkoren heeft. Er is een onafscheidelijk verband tussen de belijdenis van onze verlorenheid èn de belijdenis der predestinatie. De predestinatie zal nooit erkend en beleden kunnen worden dan alleen wanneer wij diep buigen onder de rechtvaardige oordelen Gods. Het gebrek daaraan is dé ooraak dat er zoveel gerebelleerd wordt tegen deze toch zo bijbelse waarheid.
Ik ben er de heer Kool dankbaar voor dat hij dit boekje heeft uitgegeven en hoop dat het vele lezers zal vinden. De bewerker, de heer D. van Dijk, heeft zijn best gedaan om het boekje in goed Nederlands over te zetten.
K. Exalto
W. van der Zwaag, Jean Louis Bernhardi, Den Hertog, Houten, 1987, 383 blz. Geill., gebonden ƒ 49,50.
Een aantal artikelen die de heer W. van der Zwaag reeds eerder in het R.D. plaatste over de merkwaardige negentiende-eeuwer Jean Louis Bernhardi zijn gebundeld tot een boek, dat Den Hertog te Houten in een fraaie vorm – zoals wij van hem gewend zijn – heeft uitgegeven.
De ondertitel van het boek luidt: Een leketheoloog uit de school van Kohlbrugge en Bilderdijk. Dit wekt de indruk, een indruk die niet juist is dat Bernhardi een leerling van Bilderdijk en van Kohlbrugge zou zijn geweest. Er waren raakpunten en wat Kohlbrugge betreft ook tot op zekere hoogte vriendschapsbanden terwijl door Bernhardi het een en ander van Kohlbrugge werd overgenomen, méér niet. Kohlbrugge zelf heeft zich van Bernhardi gedistantieerd; hij keek ook veel verder dan de bekrompen Bernhardi.
Bernhardi (181 1873) een niet geheel onverdienstelijk maar tegelijk zonderling en onbillijk man, heeft zich als leketheoloog hevig geroerd in de zaken van kerk en staat. In conservatisme sloeg hij al zijn tijdgenoten. Toch heeft de heer Van der Zwaag kennelijk veel sympathie voor hem. Hij plaatst hem in de kring der 'bevindelijk-gereformeerden' (een nieuwe term, waar onze vaderen, zover mij bekend is, nooit van hebben geweten), waarbij vergeleken een integer en vroom man als Groen van Prinsterer maar bleekjes afsteekt. Alles wat niet naar de smaak van Bernhardi was deed hij af met het woord 'pelagiaans' of 'vleselijk'. Een welmenend aanbod der genade? Pelagiaans (109)! Vraagt men dan naar bijbelse of historische argumenten; die worden niet geleverd; het scheldwoord op zich is genoeg. Al gauw spreekt Bernhardi over 'vleselijk activisme' (123), maar o wee wie zelfs maar een vinger durfde uit te steken maar zijn eigen, overigens soms loffelijke, activiteiten. Een beetje meer zelfkritiek zou Bernhardi wel gesierd hebben; het 'vleselijke' is er immers toch niet alleen maar bij de ánder? Stoommachines, spoorwegen en telegrafie – allemaal uitvindingen van de duivel; geen afschaffing van de slavernij (terwijl Udemans er al kritisch over oordeelde); en de vrouwen mogen zich met niets anders bemoeien dan met hun huishouding en kousen stoppen (134). Een parlement en een grondwet? Uit den boze. Dus: een absolutische vorst! Dat smaakte Willem III wel.
De heer Van der Zwaag heeft een vaardige pen. Ik geef hem ook graag de eer dat hij zich in de materie goed ingelezen heeft. Maar ik heb een bezwaar. Niet dat hij een eigen mening heeft, die gun ik hem, maar dat hij teveel in eigen straatje brengt, en alles: Nadere Reformatie, Kohlbrugge en Bernhardi naar elkaar heeft toegeschreven. Geschiedenis schrijven vereist onderscheidingsvermogen. Eigen mening behoeft niet verzwegen te worden, maar mag niet anderen worden opgedrongen. Tot slot nog een vraag: Waarom schrijft de heer Van der Zwaag zo prikkerig? Het lijkt wel of ieder die het niet in alles met hem eens is zijn vijand is. En zo is het toch werkelijk niet.
K. Exalto
Drs. A. G. Knevel, Zonde (Theologische Verkenningen), serie Bijbel en praktijk nr. 3, 108 blz., ƒ 14,75, Uitgave Kok, Kampen, 1987.
De auteurs van deze uitgave pogen in dit boekje, luisterend naar de Schrift en de reformatorische traditie de confrontatie aan te gaan met het moderne denken over de zonde. Ter sprake komen de gegevens uit het Oude en Nieuwe Testament (Mooiweer en de Boer), de leer van de zonde in de tijd van Augustinus en de Reformatie (v. Genderen), de visies van Barth, Berkhof, Heering, Wiersinga (v. Genderen), de vraag naar de oorsprong van de zonde (Arntzen), gradaties in de zonde (Maris), de erfzonde (Hoek), de gevolgen van de nieuwere zonde-leer voor de ethiek (Velema), de verhouding wet-evangelie (v. Gorsel), de overwinning op de zonde (Velema).
In betrekkelijk kort bestek komt veel aan de orde. Het nadeel is dan wel niet te vermijden, dat over een aantal zaken zeer summier geschreven moet worden, omdat de ruimte een bredere behandeling niet toelaat. Ook brengt het karakter van de uitgave – een reeks lezingen van verschillende sprekers/scribenten met zich mee dat er nogal eens wat herhalingen in voorkomen.
Niettemin nam ik met veel waardering kennis van dit boekje dat vanuit de reformatorische belijdenis inzake de zonde kritisch ingaat op allerlei herinterpretatiepogingen die naar het oordeel van de auteurs in vele gevallen niet toekomen aan de ernst van de Schrift. De toon waarmee de confrontatie wordt aangegaan is doorgaans zeer bezonnen en gematigd. De auteurs proberen hun gesprekspartners recht te doen.
In het opstel van Van Gorsel komt wel zeer beknopt de prediking ter sprake. Een afzonderlijk opstel over pastoraat en zonde ontbreekt. En juist hier – men denke aan de kritische opmerkingen van Aleid Schilder – verkeren we in het hart van vele vragen.
Een literatuuropgave aan het eind van elk hoofdstukje wijst de lezer de weg naar de desbetreffende literatuur over elke onderwerp. Met name voor cursussenvorming van gemeenteleden lijkt het me een geschikt boekje.
A. N., Ede
Esther Terry-Maasbach, Schoonheid in plaats van as; een boek over emoties en genezing van beschadigde emoties. Gazon Uitgeverij, 's-Gravenzande, 300 blz., ƒ 15,–.
Dit boekje is geschreven door de oudste dochter van de bekende evangelist Johan Maasbach. De ondertitel zegt het al: het wil mensen met beschadigde emoties en hun helpers of begeleiders helpen, en wel vanuit het evangelie. De titel komt van Jes. 61 : 3. Steeds wijst de schrijfster bij de bespreking van een bepaalde emotie naar een bepaald bijbelverhaal, bijvoorbeeld bij 'teleurstelling' naar de drie mannen in de vurige oven, bij 'verdriet' naar de geschiedenis van Hanna, bij 'boosheid' naar Nabal en Abigail, bij 'depressie' naar Elia bij de berg Horeb, bij 'zich verstoten voelen' haar Lea, enz. Bepaalde dingen zou ik beslist anders willen zeggen, zoals op blz. 34: 'Velen lijden gebrek in hun leven omdat zij geen aanspraak maken op de rechten die Christus verkregen heeft voor Gods kinderen'. Heeft de wedergeboren mens rechten verkregen waarop hij aanspraak kan maken? De schrijfster gaat al gauw uit van het feit, dat mensen Gods kinderen zijn en overschat m.i. de wedergeboren mens. Zo bijv. op blz. 58, waar ze zegt: 'Wij, als kinderen Gods, die de oude mens hebben afgelegd, moeten onze geest en onze gedachten voortdurend venieuwen'. Ik mis daarbij het werk van de Heilige Geest, ook in de voortgaande heiliging van het leven.
Dat neemt niet weg, dat er ook rake dingen gezegd worden. 'Trots of vrees weerhoudt de mens van een bekentenis. Belijdenis tegenover elkaar in het gezin en in de gemeente brengt innerlijke genezing en vrede' (blz. 50). 'Wachten op God is geen verknoeide tijd. De mens is echter ongeduldig van aard en wil graag alles in één moment zien gebeuren' (blz. 96). 'Als uw leven niet geworteld is in het Woord van God, zult u voortdurend in de val raken' (blz. 147).
Het boek is in betrekkelijk klein formaat goed leesbaar uitgegeven en is met zijn 300 blz. laag van prijs.
H. Veldhuizen, Hillegersberg
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's