De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Herinneringen aan wonderlijke leiding

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Herinneringen aan wonderlijke leiding

Ds. A. Meijers (1893-1988)

13 minuten leestijd

Deze week, op 21 juni werd ds. A. Meijers, emerituspredikant van Utrecht, thans wonende te Zeist, 95 jaar. Op één jaar na is hij dertig jaar emeritus. Hij heeft de gemeenten Woubrugge, 's-Grevelduin Capelle, Hoogeveen en Utrecht gediend en was tevens een groot aantal jaren bestuurslid van de Gereformeerde Zendings Bond, waarvan ongeveer twintig jaar voorzitter. Velen zullen zich nog zijn markante openingstoespraken op de jaarlijkse zendingsdag in Driebergen herinneren. We vonden het de moeite waard om een gesprek met deze hoogbejaarde dienaar des Woords te hebben. Bijgaand treffen de lezers een samenvatting van het gesprek. Op deze plaats feliciteren we ds. Meijers van harte met zijn verjaardag.

'Wat is het mooie van het oud worden?'
Het antwoord kwam spontaan: de herinnering'. Herinnering vooral aan Gods wonderlijke leidingen in het leven. Onder de noemer van dit laatste moest vooral de impressie van dit vraaggesprek staan.
Aan het woord is ds. A. Meijers, 95 jaar oud maar nog helder van geest en begiftigd met een redelijk goede gezondheid. De benen willen niet meer zo goed, zodat een houten hulpmiddel nodig is. Maar de benen functioneren toch nog wel zó dat er een wandeling van een half uur per dag af kan. En ook wel zó, dat de nestor onder de hervormd gereformeerde predikanten ons zonder stok kwam verwelkomen toen we aankwamen bij zijn rustiek gelegen woning aan de Boulevard in Zeist, waar hij nog geheel zelfstandig wonen kan.

Afkomst
Ds. Meijers is afkomstig uit Dordrecht. Zijn moeder – een gelovige vrouw – stierf toen hij tien jaar was. Zijn vader gooide er voordien met de pet naar maar kwam tot inkeer na het overlijden van zijn vrouw en werd 'een godvruchtig man'. Hij sloot zich aan bij de Christelijke Gereformeerde Kerk waartoe ook zijn vrouw behoorde. Zo groeide de jonge Meijers op onder de prediking van ds. L. H. van der Meiden, de latere christelijke gereformeerde hoogleraar. Hij was voorbestemd voor de zaak van vader maar dat trok niet bepaald. Het werd – met een korte onderbreking – gymnasium. Daarna trok het predikambt. De kwestie was waar de studie moest worden begonnen. 'Vader waar hebt u me laten dopen?'. Dat bleek in de Hervormde Kerk te zijn. Dan ga ik naar Utrecht. Eén en ander resulteerde toen in ouderlingenbezoek van de Christelijke Gereformeerde Kerk. Als de ouders dit toestonden zou er kerkelijke censuur plaats vinden. Voor het echter zo ver was bedankte vader toen zelf maar voor de Christelijke Gereformeerde Kerk en sloot zich weer aan bij de Hervormde Kerk… waar hij nog bleek ingeschreven te staan als lid.
Wat het ouderlijk huis betreft, tijdens de studietijd werd hem telkens weer duidelijk dat hij uit een christelijk gezin kwam, dat een stempel op hem had gedrukt. 'Vader was een christen-zakenman.'

Van de Utrechtse hoogleraren noemt ds. Meijers vooral prof. dr. Hugo Visscher en prof. dr. A. Noordtzij. 'Visscher was mijn prof. Met nog één andere collega heeft hij later de begrafenis van Visscher bijgewoond (Visscher was vanwege zijn houding in de Tweede Wereldoorlog in hervormd gereformeerde kring op een zijspoor gekomen). Hij noemt met name het privatissimum van Visscher over de Institutie van Calvijn. Het waren verhandelingen over veel méér dan Calvijn. Hij herinnert zich dat mensen , die niet direct geestverwanten van Visscher waren, op een keer de collegezaal binnenkwamen en vroegen of ze ook eens iets van de Reformatie mochten horen. Visscher beklom dan de catheder en gaf een machtig spontaan college, een uur lang, waarbij hij overigens bij 'de primitieven' begon.

Meijers was in die tijd ook voorzitter van Voetius. In die tijd waren ook lid Kievit (sr), Van Schuppen, (de oude) Van Lokhorst. Niemand van hen, die op de Voetiusfoto staan, is nog in leven, behalve ds. Meijers zelf dan. Dat betekent tevens dat er op hoge leeftijd stilte komt. De oude bekenden van vroeger zijn allemaal weg.
Verder werd de studietijd gekenmerkt door gebrek aan scholing voor de praktijk van het ambt. De scholing op Voetius was het enige. Geen wonder dat menigeen er tegen op zag om de gemeente in te gaan. Zo ook Meijers.

De gemeenten
In de eerste gemeente, Woubrugge, kwam hij dan ook direct in het diepe. De eerste week al was er een Comrie tentoonstelling. De befaamde Alexander Comrie had ooit in Woubrugge gestaan. Overigens was er slechts één vrouw, die de oude schrijvers nog las en kende en waar de jonge dominee, als hij aan haar raam voorbijging, nog al eens binnengenodigd werd voor een gesprek. Dat gesprek nam dan úren. Ze kende de Bijbel vrijwel uit het hoofd. In de tweede week van zijn verblijf in Woubrugge had hij vijf begrafenisssen te doen. Het was namelijk de tijd van de beruchte griep.
Ds. Meijers was in Woubrugge nog niet aangesloten bij 'de bond'. Maar hij was er wel gekomen als dominee zonder gezang. Dat nu viel fout bij de confessionelen. Woubrugge had een dominee gehad, die moreel onbetrouwbaar was en onder wiens bediening de kerk was leeg gelopen. Daarna was er afwisselend een dominee mét en een dominee zónder gezang. Maar de gemeente was in de grond confessioneel. 'De confessionelen hebben me toen de bond ingedreven', zegt ds. Meijers, al werd hij er in zijn Woubrugse tijd nog geen lid van. Dat gebeurde pas in zijn tweede gemeente, waarna hij de jaren door van harte lid is geweest en trouw de vergaderingen bezocht.
Ds. Meijers merkt op dat hij de gezangen ook nooit gekend heeft. Prof. dr. J. Severijn heeft ooit gezegd: 'toen de liederen de kerk in kwamen ging het mis'. Maar wel bekent hij dat hem bij het ouder worden steeds meer bepaalde gezangen voor de geest komen: 'Jezus Uw verzoenend sterven, blijft het rustpunt van mijn hart'. En vooral: 'wat God doet dat is welgedaan'. De versjes van de zondagschool komen nu boven.


Niet onvermeld mag blijven dat ds. Meijers in die jaren tot een huwelijk kwam met een vrouw, komend uit de Gereformeerde Kerken. Op een dag belde de gereformeerde predikant aan de pastorie aan. De dienstbode deed open en de gereformeerde dominee vroeg: 'is mijnheer thuis?' De dienstbode antwoordde ad rem: 'nee mijnheer, de dominee is niet thuis'. De huwelijksbevestiging vond uiteindelijk in een stampvolle dienst in de Gereformeerde Kerk plaats door de bekende dr. J. H. Landwehr (de man van de boekjes voor het godsdienstonderwijs). 'Meisje, meisje wat steekje je in een wespennest', was zijn verzuchting geweest. Ook het bezoek vanuit de kerkeraad van de Gereformeerde Kerk verdient, wat betreft de bejegeningen van de Hervormde Kerk, de schoonheidsprijs niet.
Ds. Meijers noemt intussen zijn vrouw, die hij acht jaar geleden plotseling verliezen moest, 'één van de wonderen van mijn leven'.


Elke week een hoorcommisse. Zo was dat nog in die tijd. Langs de weg van een 'teken' – de enige keer dat hij dit stelde in zijn leven – kwam hij in 's-Grevelduin Capelle, een gemeente waar o. a. ds. Koster had gestaan. Er was daar een zekere mystieke bevindelijkheid. En verder was er brabantse godsdienstigheid. Als er 's middags kermis was ging 'de oude mens' er ook nog wel eens heen. Paste hij er wel met zijn prediking, sterk exegetisch, gestempeld door de Heidelberger? Toen ds. Meijers daar was heeft hij zich pas goed aan de Heidelberger gezet en kwam daarmee bij Bavinck uit. Kuyper heeft hij toen voorgoed uitgebannen.
'Ik heb de Schrift gepreekt en direct toegepast, altijd eindigend met Christus'. Nooit heb ik gezegd: 'ik ben het niet met jullie eens.' De prediking zelf moest het doen. Bij het vertrek heeft menigeen gezegd: u hebt ons het Woord doen verstaan. Er woonde een man, die tot hem zei: als u teveel bij mij komt zien ze u voor een Kohlbruggiaan aan. Dat leefde sterk in die streek. 'Maar ik ontdekte dat ik een Kohlbruggiaan wás.'
Organisatorisch is er ook één en ander gebeurd in die tijd. Er kwam een christelijke school tot stand, met daaraan verbonden een geweldige schoolstrijd. Verder kwam er een jongelingsvereniging en ook een meisjesvereniging. De leiding berustte bij de dominee zelf.

De derde gemeente was het 'welvarende' Hoogeveen. Ds. Meijers heeft er drie jaar alleen gestaan. In de week na de intrede stierf zijn collega aldaar. De confessionelen wilden in die tijd een afdeling. 'Nee, dat doen wij', reageerde de pastor. Er kwam toen een wijkgemeente bij. Met dankbaarheid denkt ds. Meijers terug aan de (grote) catechisaties aldaar. 'Ik heb altijd graag gecatechiseerd'. Hoogeveen heeft hem zeer na aan het hart gelegen. 'Huilende ben ik daar weggegaan'.

Na Hoogeveen kwam de gemeente Utrecht, waar ds. Meijers meer dan 25 jaar heeft gestaan, de gemeente waar hij zijn hart aan heeft verpand. Hij werd er beroepen in een vergadering van de uit 150 man bestaande kerkeraad, waarin ook ds. van Meer werd beroepen, toen nog ethisch predikant. Van Meer zou later een kentering in zijn leven hebben, waardoor hij naar de gereformeerde richting overging. Dochter Van Meer en zoon Meijers vonden in die jaren elkaar en bewonen nu een Leidse pastorie. Voordat Meijers in Utrecht beroepen werd wist hij dat hij een beroep daarheen zou krijgen ('leiding Gods') en wist hij ook waarover hij de intreepreek zou houden, namelijk over de geschiedenis van Gideon, die het volk in drie delen moest verdelen. Meijers wist zich geroepen voor de gehele gemeente. In Utrecht waren drie (gereformeerde) groepen, namelijk een afdeling van de Gereformeerde Bond, verder 'Troffel en Zwaard' en 'Tot de wet en de getuigenis'. Met alle drie de groepen is er goed contact geweest.

Ook al maakt een predikant in een stad intussen geen onderscheid, de gemeente maakt het wel.
Daarvoor is de stad teveel in modaliteiten opgedeeld. Maar de prediking in Utrecht is dezelfde geweest als in 's-Grevelduin Capelle. En tot het eind toe mocht ds. Meijers een breed gehoor vinden.
Met collega's van onderscheiden richting is er verder een goed contact geweest. Bij zijn afscheid heeft ds. Oberman in Hervormd Utrecht geschreven dat, als de kerk nog eens een bisschop zou benoemen, Meijers ervoor in aanmerking zou komen. Het vroegere college van predikanen was gekenmerkt door stijl. De eerste tijd zei men 'dominee' tegen elkaar.

Tot twee maal toe is ds. Meijers voorzitter geweest van de grote, als gezegd uit 150 man bestaande kerkeraad. Als je als voorzitter er de hand niet aan hield konden die vergaderingen, vooral vanwege de rondvraag, tot middernacht duren.
Toen er vanwege de nieuwe kerkorde wijkkerkeraadsverkiezingen moesten komen kreeg ds. Meijers een kerkeraad, die hij niet kende en waarvan verschillende kerkeraadsleden ook niet bij hem kerkten. Goede kerkeraadsleden raakte hij kwijt. Prof. dr. J. Severijn was ooit aangezocht om ouderling te worden. Toen deze echter niet door ds. Meijers bevestigd kon worden weigerde hij.
Eens zei één van zijn kerkeraadsleden: 'Als u nog eens uw veertigjarig jubileum viert, kom ik ook bij u in de kerk'.

Synode
In zijn Utrechtse tijd is ds. Meijers twee maal synodelid geweest. Hij heeft de invoering van de Nieuwe Kerkorde meegemaakt. Bij de behandeling van artikel X van de Kerkorde ('gemeenschap' met de belijdenis i.p.v. 'overeenstemming') heeft hij tégen gestemd. Ook nu nog zou hij tegenstemmen. Hij zegt dit naar aanleiding van wat ds. L. Kievit daarover zei in het Reformatorisch Dagblad enige tijd geleden. Wél noemt hij die tijd een hoogtepunt in het leven van de Hervormde Kerk. Ds. Meijers laat nog de oorkonde zien van de bijeenkomst van de eerste voorlopige synode, met de handtekeningen van alle aanwezigen eronder. In die tijd heeft hij ook dr. K. H. Miskotte leren kennen en waarderen. Op een avond kwam Miskotte in Hoogeveen vanuit Meppel bij hem. Toen het al laat was 's avonds stond hij op en zei: als anderen slapen gaan word ik helder. Zo werkte kennelijk de geest van Miskotte.
Twee maal heeft hij in de synode afwijkend gestemd wat betreft de meerderheid van de GB synodeleden. Hij was niet tegen de vorming van raden, zoals anderen, omdat de raden uiteindelijk verantwoording verschuldigd waren aan de meerdere vergaderingen. En toen de kwestie van het godsdienstonderwijs op de openbare school aan de orde was heeft hij, na aanvankelijk tegen gestemd te hebben, uiteindelijk toch vóór gestemd. 'De bond was daartegen'. Nadat hij eerst 'richting gestemd' had ging hij na een moelijke nacht om. Mag je de kinderen van de openbare school van het godsdienstonderwijs uitsluiten?

GZB
Met dankbaarheid spreekt ds. Meijers over de vele bestuursjaren in de Gereformeerde Zendings Bond, hoewel er ook moeilijke momenten zijn geweest. Met ds. J. de Lange bezocht hij Kenya. Met respect spreekt hij over hen, die hun leven besteed hebben in dienst van de zending: ds. D. J. van Dijk, H. Pol. Met dankbaarheid denkt hij terug aan bestuursleden, waarmee goede contacten waren en bleven: Kijftenbelt, Cirkel, Van Dorp, v. d. Pol, Van der Velden. In de tijd van zijn voorzitterschap woog hem zwaar de verslaggeving door de zendingswerkers. Er moest een goede wisselwerking zijn tussen het zendingsveld en het thuisfront.
Elk jaar moest het openingswoord worden verzorgd voor de zendingsdagen: exegese en eindigend met Christus!

Oud worden
Op de vraag wat het mooie is van oud worden werd het antwoord gegeven, waarmee ik dit verhaal begon. Geleefd mag worden bij de herinnering.
' 'k Zal gedenken hoe voor dezen,
mij de Heer heeft gunst bewezen
'k zal de wond'ren gade slaan,
die Hij in mijn leven heeft gedaan.'


'Moet een mens, op zo hoge leegftijd, ook wel eens zeggen: té oud?'
Nee, er is nog zoveel goeds, waarvoor men dankbaar mag zijn: de kinderen, de kleinkinderen. Na het overiijden van zijn vrouw is er wel een tijdlang de gedachte geweest dat het genoeg was. Het leven is in zekere zin ook 'saai' geworden. Maar, dankbaar voor de helderheid van gedachten, mag het leven ook op deze hoge leeftijd nog worden geleefd. De conclusie mag toch zijn: 'wat is God goed'

In 1972 heeft ds. Meijers voor het laatst gepreekt. Toen ontving hij 'een wenk Gods' dat het afgelopen moest zijn.

'Als u nu nog één keer preken mocht, over welke tekst zou u dan preken?'
Zonder aarzeling, maar met ontroering kwam het antwoord: 'Mijn genade is u genoeg….' Alleen genade blijft over, niets van onszelf. 'Waar ik bewaard ben heeft Hij bewaard. Waar ik geleid ben, heeft Hij mij geleid.'

'Hebt u hoop voor de kerk?'
Altijd! In de domineeswereld is er het gevaar van ik-gerichtheid, willen glorieren, op beroepen uit. Maar de kerk wordt niet geregeerd door dominees, ook niet door de synode. De Heere staat voor Zijn eigen werk in.
Wel heeft ds. Meijers de laatste tijd sterk de gedachte dat we in de eindtijd leven. De ontwikkelingen in de techniek, in de cultuur, onder de jeugd, bij het christelijk onderwijs, in de politiek brengen hem steeds meer tot het besef dat we in het laatst der dagen leven.

'Ziet u tegen de dood op ?'
Nee, in het geheel niet. De heerlijkheid wacht. Ik weet niet hoe lang ik nog wachten moet. En hoe het zijn zal weet ik niet.
Ds. Meijers heeft altijd Christus gepreekt. Er is een tijd geweest dat hij schroom voor zichzelf had. Maar hij weet zich een Borg te hebben. 'Ik ga de laatste tijd ook zo graag nog aan het avondmaal.'


We sloten dit boeiende gesprek af met: 'ik weet niet'. Het was niet het 'ik weet niet' van de eindeloze relativist. Nee het was het 'ik weet niet' van degene, die bij het ouder worden milder werd, minder stellig, maar steeds vaster werd in het geloof dat er wetenschap is bij de Allerhoogste. Het mag niet allemaal een gesloten systeem zijn, zoals bij Kuyper.
Hoe zit het met het lijden in de wereld? Hoe zit het precies met de verkiezing? 'Aan de andere kant is er Iemand die het weet'.
Daarin ligt vastheid.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Herinneringen aan wonderlijke leiding

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's