De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

'Louf're goedheid, liefdekoorden'

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

'Louf're goedheid, liefdekoorden'

8 minuten leestijd

'Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwooordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.'Galaten 1 : 4 en 5

Dat de Heere genade en vrede schenkt aan een verloren zondaar, dat is nu louter goedheid, dat is liefde waar het eind van weg is.
Maar hoe kan dat, dat de heilige en rechtvaardige God zondaren tot Zijn kinderen aanneemt? Dat Hij gediend wil zijn van mensen die het voor altijd verspeeld hebben om in Zijn liefde te worden opgenomen? We hebben Hem immers verlaten. Vanwege onze zonde en schuld hebben wij de eeuwige dood verdiend. Die diepe kloof tussen God en ons is geslagen en die is aan onze kant onmogelijk te overbruggen. Daar kun je niet over heen stappen. Waar Gods Geest Zijn werk doet, daar wordt die kloof ontdekt. Dan kom ik er achter dat die van mijn kant onoverbrugbaar is, dat ik er ook met al mijn deugden en goede werken niet over heen kom. Vóór die tijd had ik er helemaal geen erg in en ook geen last van. Maar het is de Heilige Geest die mij dan ook laat zien, dat er een weg van ontkoming is. Dat de Heere van Zichzelf uit, een brug heeft geslagen, dat er een Jezus is Die verlost van de toorn. Die zondaren redt van de eeuwige dood. Als Paulus de Naam van Jezus genoemd heeft, kan hij niet verder of hij moet eerst nader over Zijn Middelaarswerk spreken. 'Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden.' Dat heeft Hij vrijwillig gedaan. Van eeuwigheid heeft Hij zich aangeboden om de strijd aan te binden tegen de satan, de vorst der duisternis, die heerschappij over ons gekregen heeft.
Vrijwillig is Hij gekomen naar deze aarde. Van eeuwigheid af heeft Hij het gezegd: Ik heb lust o mijn God om Uw welbehagen te doen' (Ps. 40 : 9). Hij gaf zichzelf voor onze zonden, om die te bedekken, om die te verzoenen. Daarom moest Hij sterven aan het kruis, maar juist door het kruis heeft Hij de satan overwonnen.
Hier tekent Paulus ons het wonder van de Verzoening. Wij zijn zondige mensen, wij zijn zo diep gevallen dat er niets goeds aan ons gevonden wordt. Wij hebben al Gods geboden overtreden en daarom het oordeel verdiend. En de Heere zou recht zijn als Hij ons voor eeuwig zou verwerpen. Wanneer een mens behouden wordt, zal dit voor honderd procent genade zijn. Alle wegen aan onze kant worden hier afgesneden. Maar nu heeft Gods Zoon Zich gegeven voor onze zonden. Als Hij dit niet had gedaan, het zou een verloren zaak geweest zijn. De hemel zou dan voor eeuwig leeg gebleven zijn. Niet één van onze zonden zou ooit vergeven kunnen worden. Zonder Christus kunnen we niet voor God bestaan. De schuld die wij bij God gemaakt hebben, moet immers betaald worden. Hoe kunnen we dit? Wij kunnen de schuld alleen maar dagelijks groter maken. Wij kunnen door onszelf niet betalen. U roept uit: 'Wat moet ik dan doen?' Wie moet ik dan zoeken? Een Borg, een Zaligmaker, Die vóór mij kan en wil betalen. Gode zij dank is er zulk een Borg. De Heere heeft voor ons gezocht en gevonden. Hij heeft Zijn enig geboren Zoon bereid gevonden om voor onze zonden te betalen. Al lang voordat wij geboren zijn, al lang voordat wij om vergeving hebben kunnen vragen, heeft God Zijn Zoon bereid gevonden. En Hij heeft Zijn bloed gestort. Hij heeft Zichzelf gegeven tot in de dood toe. Zijn bloed reinigt ons van alle zonden. Hoort u het goed; niet van veel, maar van alle zonden. U hebt geen gestalte nodig om tot Christus te gaan. U hoeft u niet beter voor te doen dan u bent. U moet komen tot Hem zoals u bent. Wij behoeven niets anders te zijn dan arme zondaren, die geen enkele gerechtigheid bezitten. Alles wat we meer zijn, zijn we te veel. Jazeker, we zullen moeten leren hoe groot onze zonde en ellende is, dat mag en kan geen dode theorie zijn, maar een levende werkelijkheid. Dan wordt verstaan: 'Ik heb het oordeel verdiend'. Dan wordt het erkend voor God. Maar wat een heerlijke prediking horen we dan in deze woorden: 'Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden'. Denk toch nooit dat u niet tot Hem mag komen, omdat u een te groot zondaar bent. Heeft Hij het Zelf niet gezegd: 'Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen'. 'Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was' (Luk. 19 : 10). Is het u te ruim? U zegt, ja, maar het is toch voor Gods uitverkoren kerk? Dat zal waar zijn. Maar waar staat dat u niet mag komen? Zo biedt Christus zich aan als een volkomen Zaligmaker van verloren zondaren. En wie komt tot Hem, die verwondert zich er over, dat hij of zij mag komen. Die roept uit: 'Wat een Zaligmaker en dat voor zulk één als ik ben'. Christus maakt dat een zondaarsvolk tot Hem komt. Dat is gelukkig, dat Hij daarvoor zorgt, want anders kwam er niet één. We lezen hiervan in het vervolg van onze tekst. Dan horen wij hier van het doel waarom Hij Zich gegeven heeft: 'Opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld'. Dit woord trekken, spreekt van: 'met kracht verlossen'. Het is een krachtig trekken, een redden uit een dodelijk gevaar.
Hiertoe is Christus alleen in staat. Satan en dood moeten hun prooi opgeven, wanneer de verhoogde Christus de reddende Hand naar een zondaar uitsteekt. Een voorbeeld ter verduidelijking: Een kind speelt heel dicht aan de kant van gevaarlijk diep water. Het is zich in het geheel niet bewust van het grote gevaar waarin het verkeert. Wat doe je dan; je grijpt dat kind beet en trekt het weg uit het grote gevaar. Zo redt de Heere de Zijnen. Hij trekt ze weg uit deze tegenwoordige boze wereld. Deze wereld, die nu tegenwoordig is – die in de tijd bestaat en eens vergaat – is een boze wereld. De satan is de overste van deze wereld, want wij hebben ons en onze wereld vrijwillig en moedwillig aan hem uitgeleverd. Wij zijn geheel en al onder de heerschappij van de vorst der duisternis gekomen. En als we er niet uitgehaald worden, komen we voor eeuwig om. Van onszelf uit zijn wij dit grote gevaar niet eens bewust en leven zorgeloos voort, als dat kind aan de waterkant.
Maar nu laat de Heere Zijn stem horen: 'U bent in gevaar om voor eeuwig om te komen'. Hoe kom ik daar uit? Wat nu onmogelijk is aan onze kant, is mogelijk bij God. Gods Zoon Jezus Christus, Hij heeft satan overwonnen. Zijn opstanding is er het bewijs van. De Heilige Geest wil onze ogen openen voor het grote gevaar, waarin we zijn terecht gekomen, maar wijst ons ook op Hem, de Gekruisigde en opgestane Zaligmaker, Die u redden kan en wil. Hij trekt mensen weg uit het machtsgebied van satan, de boze wereld.
Wie door Christus wordt getrokken, die moet satan los laten. Dan krijg je hem en de boze wereld wel tegen. Dan wordt je een vreemdeling hier beneden, maar geen vreemdeling bij God. Waar de Heere trekt, daar trekt Hij onweerstandelijk vaak tot verwondering van jezelf en Hij trekt ten einde toe. De poorten der, hel zullen Christus' gemeente niet overweldigen. Zullen wij op zulk een grote zaligheid geen acht geven! Deze Redder wordt u gepredikt en het behaagt de Heere door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven. Wie wordt getrokken met die koorden van Gods liefde en genade, die wil ook gered worden. Die vraagt: 'Och Heere, wierd mijn ziel door U gered'. En die zal Hij, Jezus Christus ten Redder zijn. Maar letten we nu nog op de bron van dit heil. De apostel schrijft: opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld naar de wil van onze God en Vader. Waarom worden Gods kinderen zalig en komen tot Christus; omdat zij het willen? Nee, wij willen niet, wij willen deze boze wereld niet verlaten, daar voelen wij ons immers zo thuis. Maar toch, het gebeurt, omdat God de Vader het wil. De mens valt hier helemaal buiten. Wie wordt getrokken, zegt niet: 'Ik ben er mee begonnen' nee. Hij is met mij begonnen. Ik wilde niet, maar de Heere trok mij met Zijn liefdekoorden. Hij trok mij uit en bracht mij in ruimer wegen, want Hij had lust aan mij gekregen. Het is alles uit Hem en door Hem en tot Hem. Daarom volgt hier: 'Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid'. De Heere alleen komt alle lof en eer toe. Hier wordt alles op rekening van de Heere gezet. En dan eindigt onze tekst met 'amen'; dat is: het zal waar en zeker zijn. Zegt uw hart hier ook 'amen' op? Het ongeloof maakt God verdacht, en wie niet gelooft, wordt niet gered, maar komt met de boze wereld voor eeuwig om. Maar het geloof wat Gods Geest werkt, dat is 'amen' zeggen op Gods beloften. De Heere belooft dat Hij u trekken wil, dat Hij u redden wil. Dat is nu wat God de Vader wil, dat u gelooft in Hem en in Jezus Christus, Zijn Zoon. Wie gelooft, die is gered en die geeft de Heere de eer. 'Mijn God, U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan'.

G. Mulder, Veen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

'Louf're goedheid, liefdekoorden'

Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's