Boekbespreking
G. Kwakkel en B. Vuyk, Gods liedboek voor zijn volk – over het lezen en zingen van de Psalmen, uitg. De Vuurbaak, 75 pag., ƒ 9,50
In dit boekje hebben de auteurs, die beide verbonden zijn aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Kampen, een poging ondernomen om het Psalmenboek op eenvoudige wijze nader tot het kerkvolk te brengen. Zij deden dat vanuit de stellige overtuiging dat de rijkdom van de Psalmen alle eeuwen trotseert en ook voor de 20e eeuwse gemeente van unieke betekenis is, maar ook in het besef dat deze soms 3000 jaar oude liederen bij de mens van vandaag hier en daar vragen oproepen. Na een zeer beknopt inleidend hoofdstuk over de Psalmen in het algemeen, biedt drs. G. Kwartel vervolgens een bespreking van de Psalmen 1, 2, 23, 26, 130, 137 en 149; een wijze keus, omdat op deze manier diverse typerende genres aan de orde komen. De laatste twee hoofdstukken nam drs. B. Vuyk voor zijn rekening, waarin hij – eveneens beknopt – interessante gegevens meldt inzake doel, functie en geschiedenis van het psalmgezang. Het aardige is dat ieder hoofdstuk een aantal vragen en gesprekspunten bevat, zodat dit werkje qua opzet – en qua prijs! – me heel geschikt voorkomt om het als uitgangspunt voor bijbelkringen of ook als stof voor een catechese-semester te benutten. In het algemeen kan ik me goed vinden in hun uitleg, al zijn mij weinig momenten van verrassing overkomen. Te betreuren valt dat Calvijn nauwelijks, en Luther in het geheel niet aan het woord komt. Mijn gedachte is dat reformatorische christenen bij de uitleg en toepassing van de Psalmen m.n. niet om Luthers existentiële vertolking heen moesten willen. Wellicht zouden de schrijvers dan wat dieper zijn ingegaan op de aanvechting die het geloofsleven eigen is. Als we dat n.a.v. de Psalmen niet doen, waar dan wel?
Weldadig deed mij overigens aan de permanente weigering om het N.T. uit te spelen tegen de Psalmen, als zou de vroomheid van de Psalmen in vele opzichten achterblijven bij die van de nieuwe bedeling.
Strak – en rechtmatig – houden wij staande dat zo'n gesuggereerde discrepantie op gezichtsbedrog berust.
Schoon is de opmerking op blz. 43 dat de vreze des Heeren geen vrucht van Gods vonnis, maar van Zijn vergéving is (n.a.v. ps. 130!). Voorts is de omslag van dit werkje een extra compliment waard. Het is niet alleen stevig, maar ook fraai: het toont als ondergrond een heel oude berijming van psalm 1 op de wijze van Psalm 140: 'Saligh is die niet tot den rade – der godloosen neemt synen ganck – noch staet in der sondaren pade – niet sitt oock op der spottern banck'. (Jan Uttenhoven)
A. de Reuver
D. Polinder, Vervolgd doch niet verlaten, Uitgeverij Van den Berg, Zwijndrecht, 1987, 123 blz. Geill., Geb.
Uit de boeiende Schotse kerkgeschiedenis heeft de heer D. Polinder een fragment, namelijk het leven en vooral het martelaarschap van George Wishart beschreven. Wishart is de man geweest die in hoge mate John Knox inspireerde. Hij werd in 1546 te St. Andrews levend verbrand. Een grote gedenknaald wijst nog altijd de plaats aan waar dit eens gebeurde.
De heer Polinder heeft de historische gegevens uit diverse kerkhistorische boeken nagespeurd en heeft daar een populair en stichtelijk verhaal van gemaakt. De uitgever zorgde voor een aantal oude prenten. Het is een goede zaak wanneer trouwe dienaren van het Evangelie, als Wishart was, aan de vergetelheid worden ontrukt.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's