Het gebied van de donderende nevel
Over een lengte van 2700 kilometer slingert zich de machtige Zambesi-rivier door het Afrikaanse land. Ze begint in het noorden van Zambia, loopt in zuidwestelijke richting door Angola, komt weer terug in Zambia, waar ze zich verenigt met enkele andere rivieren. Vervolgens vormt ze de grens tussen Zambia en Zimbabwe en tenslotte loopt ze door Mozambique naar de Indische Oceaan.
Vanaf de oudste tijden woonden er mensen aan de oevers van de Zambesi. En ook vandaag leven er, vanaf het begin van de rivier tot aan het eind, verschillende stamvolkeren: de Lozi's in het noorden, de Makokerore-stam in de middelste Zambesi-vallei en de Vadema-stam in Zimbabwe. Eeuwenlang bleef echter het Zambesigebied een groot mysterie. Arabische reizigers hadden er in de eerste eeuwen van onze jaartelling wel eens iets over opgevangen. Maar de eerste documentatie kwam pas van de Portugese onderzoeker Vasco da Gama. Hij noemde de rivier die van 'het goede voorteken', omdat hij dacht dicht genaderd te zijn tot de Indo-Afrikaanse handelsroute die hij zocht.
In 1505 bezetten uiteindelijk de Portugezen Sofala aan de kust van Mozambique. De geschiedenis, die ze er vervolgens schreven, was er één van bruutheden, bloedschanden en vergrijp aan de bevolking.
De donder
Er was evenwel één plek die nog nooit door een blanke was aanschouwd. Dat was de plek, die door de Afrikaanse stammen werd aangeduid als 'Mosi oa Tunya', de donderende nevel. Het gerucht ervan was tot de buitenwereld doorgedrongen, maar het zou duren tot 16 november 1855 aleer David Livingstone deze plek ontdekt.
Livingstone – geboren in een arm gezin en daarom op tienjarige leeftijd al aan het werk in een katoenmolen om geld te verdienen voor onderwijs – studeerde theologie en medicijnen in Glasgow. Daar haalde hij in 1840 zijn doctorsgraad. In 1838 had hij zich aangesloten bij het Londens Zendings Genootschap. Al lang werd hij gedreven door een zendingsopdracht en zo zette hij scheep naar de Kaap in Zuidafrika en sloot zich aan bij een zendingspost van Robert Moffat in Kumuran. Daar trouwde hij in 1845 met de dochter van Moffat, maar het verblijf aldaar werd een aaneenschakeling van teleurstellingen.
In 1851 nu raakte Livingstone betrokken bij een expeditie, die uiteindelijk bij de Chobe-rivier aankwam. En spoedig daarna zag hij voor het eerst de Zambesi-rivier Hij ging terug naar Kaapstad om een route uit te vinden naar de westkust en in 1852 bereikte hij de Chobe-rivier opnieuw. Ook toen werd een zendingspost geen succes.
Om nu maar een lang verhaal kort te maken, op 3 november 1855 zeilde hij vanaf Linyati bij de Chobe-rivier de Zambesi af, met de bedoeling een route te vinden voor rechtmatig handelsverkeer (in plaats van slavenverkeer) van de westkust naar de oostkust. Zo bereikte hij het eiland Kalai, dat vandaag Livingstone-eiland heet. En toen ontdekte hij op enkele kilometers afstand 'de donderende nevel'.
De waterval
De donderende nevel bleek de meest imposante waterval ter wereld te zijn. Over een breedte van 1700 meter stort het water, in vijf afzonderlijke waterwellen, omlaag tot diepten variërend van 70 tot 108 meter. In het 'hoogseizoen' valt met donderend geraas 545 miljoen liter water per minuut omlaag, waarbij het ook tot 500 meter hoogte opspat. Dat opspattende water vormt een nevel, die tot in de verre omtrek te zien is. Vandaar dat de stammen spraken over de donderende nevel.
Livingstone noemde de waterval naar koningin Victoria en tot vandaag heten de vallende wateren 'Victoria Falls'. Livingstone schreef in zijn dagboek lyrisch over 'taferelen die zo liefelijk zijn, dat de engelen ze op hun vlucht van bovenaf met welgevallen hebben aanschouwd'.
Livingstone ging nog twee maal terug naar Londen, maar de aantrekking bleef en dus keerde hij terug. In 1862 stierf zijn vrouw aan 'de koorts', die al zo menigmaal de Livingstones had geplaagd. Aan de oever van de Zambesi ligt ze begraven. Livingstone zette zijn onderzoekingstocht voort. Na 1869 echter hoorde men niets meer van hem, zodat zorg rees over zijn welstand. De 'New York Herald' zond toen een verslaggever naar het gebied, op zoek naar Livingstone. Na vele avontuurlijke tochten vond deze journalist – Henry Morton Stanley – Livingstone, doodziek van de malaria aan de oever van het meer Tanganyika in het huidige Tanzania. In het dorp Chief Chitambo, aan de oever van het meer Bongweulu, stierf Livingstone op 1 mei 1873, toen de laatste koortsaanval hem velde. Zijn dragers verwijderden zijn hart en begroeven dat in de kraal van de chief, het stamhoofd aldaar. Ze hebben vervolgens zijn lichaam gebalsemd en over een afstand van 2413 kilometer vervoerd naar Dar es Salaam, vanwaar het per schip naar Engeland werd gebracht. Daar ligt hij begraven in de Westminster Abbey.
Belevenis
Het is voor ons, mensen die beschikken over alle middelen om ons snel te verplaatsen en om snel te communiceren naar alle delen van de wereld, onvoorstelbaar welke inspanningen een man als Livingstone zich heeft moeten getroosten om bij de nu zo beroemde watervallen te komen.
Duizenden kilometers, langs onbegaanbare wegen!
Maandenlang onderweg, met alleen maar lastdieren en kano's! Met gebrek aan middelen om gewapend te zijn tegen vervaarlijke steken van insecten!
Wie vandaag in Amsterdam op het vliegtuig stapt is één etmaal later (inclusief de wachttijden) in de hoofdstad van Zimbabwe, Harare. Vandaar brengt een binnenlandse vlucht de reiziger in één uur naar de streek van de donderende nevel.
Toen ik derhalve deze weken in Harare was, liet ik me de mogelijkheid niet ontgaan om naar de Falls te gaan. Het werd een onvergetelijke ervaring. Ooit was ik bij de imponerende Niagarawatervallen in Canada. Maar oneindig veel mooier nog is dit razende natuurgeweld. Men kan er bovendien heel dicht bij komen. Over de volle breedte van de vallende watermassa is een wandelpad. Men loopt zo als het ware door de nevel heen. Bij stralende zon en staalblauwe hemel loopt men in de regen.
Bij de eerste val kan men 72 trapleden naar beneden, zodat men èn in een kolkende afgrond kijkt èn opkijkt naar het vallende geweld. En verder ziet men, al lopende langs de waterval, de Zambesi-rivier en het vallende water onder steeds wisselende gezichtshoeken. Enerverend! Majesteitelijk ontrolt zich dit wonderschone stuk natuur voor het oog.
Ongetwijfeld is dit gebied een eldorado voor geologen. Maar ik houd het maar op de versregel van Psalm 8: 'Heere, onze Heere, hoe heerlijk is Uw Naam op de ganse aarde'.
Bij het verlaten van het park, dat toegang geeft tot de Falls, sta ik nog even stil bij het standbeeld van Livingstone. Pionier onder Gods hoede. Pionier in Gods hand om een onbekend gebied voor mensen van nu te ontsluiten.
De Zambesi
Er valt intussen in dat gebied nog méér te beleven. We bezochten een broed- en kweekplaats voor krokodillen, die overigens ook (nog) vrij rondzwemmen in de Zambesi. Honderden zijn er te zien in kweekbakken, van heel klein tot heel groot en heel oud (ong. 100 jaar). Ik heb me nooit kunnen voorstellen, dat ik ooit een keer een levende krokodil in mijn handen (niet in mijn armen overigens) zou houden. Maar hier wàs het dan zo.
De krokodillen worden gekweekt om de huid en de tanden, om het vlees (van de staart) en het totale gebit. De vele winkels in het chique toeristendorp Victoria Falls bieden de produkten te kust en te keur.
Ten slotte was er nog een onvergetelijke boottocht over de Zambesi. Hoewel de boot bij vorige gelegenheden soms een krokodil langszij heeft, werd ons deze cunoslteit ditmaal onthouden. Wel zagen we, als we dicht bij de oevers langs de oerwouden voeren, allerlei dieren, zoals slangen, die zich uitstrekken langs boomtakken. Curieuze onvergetelijke wereld voor een westerling die meer stenen en asfalt dan natuur binnen hand- en voetbereik heeft.
Varend over de Zambesi zagen we in de verte de donderende nevel, een wolk laaghangend boven de horizon.
Tijdens onze tocht was het warm. Muskieten zoemden om de boot. David Livingstone was ook door deze insecten omgeven en hij heeft het gewéten. Hij en de zijnen gingen van koorts tot koorts. Vandaag mogen we, dank zij de gaven van onze goede God, ook gewapend zijn tegen de aanvallen van deze kleine schepselen.
De reiziger krijgt inentingen tegen gele koorts en slikt pillen tegen malaria. Jawel, óók deze middelen moeten gezegend worden. Maar ze zijn dan ook gezegend in die zin, dat het aantal slachtoffers ten gevolge van muskietenbeten drastisch is verminderd, zowel onder de bevolking als onder de toeristen.
Vanaf het Livingstone-eiland voeren we terug. Bij aankomst in mijn hotel in Harare zei ik tegen de daar aanwezige journalisten, dat de dichter Goethe gezegd heeft vijf gelukkige dagen te hebben gehad. Ik achtte dat weinig, maar bij het aantal van mijn gelukkige dagen voegt zich in ieder geval deze.
Zimbabwe is wel genoemd het 'Ophir van de oudheid', omdat het in oude tijden goud en ivoor geleverd zou hebben aan de koninkrijken van Hiram, Salomo en Sheba. Dit Ophir is dan wat mij betreft vooral een goudkust vanwege het goud in Gods schepping.
Een overigens persoonlijke ervaring.
v. d. G.
(Eerder geplaatst in het Nederlands Dagblad)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's