Een taak voor de Bond naar de politiek toe
Kerk en politiek (3)
Kerk en politieke partij
Als de vraag gesteld wordt, waarom de Gereformeerde Bond allerlei zaken in het kerkelijk leven toetst aan Schrift en Belijdenis en waarom ze dat niet doet in het politieke leven in de zin van partijkeuze, dan ligt het antwoord voor de hand.
De les van de geschiedenis is goed onthouden dat allerlei partij-politieke keuzen doorwerken in het kerkelijke leven en meestal niet tot stichting. Maar hoe ver gaat die houding? Hoe ver mag een politieke partij, die zich christelijk noemt gaan, alvorens de Kerk daar commentaar op geeft?
Of moet de vraag anders gesteld worden? Bijvoorbeeld zo: Wat is nu naar Schrift en Belijdenis de visie op de overheid, wat belijdt de Kerk nu precies en welke manier van christelijke politiek bedrijven past daar nu het meest bij en welke niet?
Met andere woorden: als de Kerk de vingers niet wil branden aan partij-politieke standpunten, dan kan dat wel, maar dan zal de Kerk zelf met een duidelijk geluid moeten komen in belijdende zin, niet in politieke zin waaraan de diverse politieke partijen zich kunnen toetsen. Ja, het zou zelfs kunnen zijn, dat één of meer partijen het belijdend spreken van de Kerk naast zich neerlegt of er zich van distantieert. Dat zou jammer zijn, maar het zou wel duidelijkheid scheppen.
Taak voor de kerk
Ik ben me er terdege van bewust dat deze kerkelijke doelstelling in de huidige situatie eigenlijk te hoog gegrepen is. De Hervormde Kerk is te zeer verdeeld dat een éénduidig spreken over de overheid een fictie is. Dat lukt over duidelijker afgrensbare zaken als abortus en euthanasie niet eens.
Maar goed, dat probleem kent de Gereformeerde Bond in de Hervormde Kerk al vanaf haar bestaan en dat heeft haar nooit belet te spreken. En daarom mag dat anno 1988 ook niet gebeuren. Al is 'het spreken der Kerk' een utopie, de Bond en ook de Bondgenoten hebben nooit verzuimd aan te geven wat het spreken der Kerk zou moeten zijn. Ze mag de christelijke politiek niet aan laten modderen. Dan kunnen er vrijheden genomen worden, en dan kunnen er verstarringen optreden, die eigenlijk niet kunnen. Dan kan datgene wat eigenlijk bijeen hoort wegens het zwijgen van de Kerk juist uiteengedreven worden door ondergeschikte oorzaken. Hier ligt een taak voor de Kerk.
Hete hangijzers aanpakken
Moet de Kerk zich dan in gaan laten met politieke uitspraken? Neen, dat niet, daar is zelfs Kuitert van teruggekomen (in: 'Alles is politiek, maar politiek is niet alles'). Neen, het wordt de hoogste tijd dat er een eerlijk kerkelijk getuigenis komt over de aard en de taak van de overheid. Daarbij moeten dan de 'theologische' verschilpunten tussen de diverse politieke partijen betrokken worden, zodat daar anno 1988 meer duidelijkheid over komt. De recente studie en publicatie over 'Man en vrouw in bijbels perspectief' is een voorbeeld van kerkelijke moed om een heet hangijzer aan te pakken. Dat moet over bijvoorbeeld artikel 36 NGB ook kunnen. Het is mijn persoonlijke overtuiging dat erbij alle kleine christelijke partijen in de principiële doordenking, maar nog veel meer in de praktische uitwerking, om dit essentiële artikel wordt heen gelopen. Men borduurt voort op oude tegenstellingen (uit de tijd van Kuyper vaak), men stelt elkaar oude voorbeelden voor ogen. Zo neemt GPV-er dr. A. J. Verburgh in het Nederlands Dagblad van 20 januari '88 een SGP-motie uit 1928 (!) over het stopzetten van het openbaar vervoer als voorbeeld om het verschil tussen beide partijen aan te geven. Zou het kunnen zijn, dat het steeds moeilijker wordt om voorbeelden van recentere datum aan te wijzen?
Een artikeltje in het RPF-orgaan Nieuw Nederland van dezelfde januarimaand onder de titel 'Zoek de verschillen' laat zien, dat bijna niemand uit GPV-en RPF-kring praktische verschillen kan aangeven die voortkomen uit het verschil in grondslag. Het artikel ging over een publicatie in het GPV-jeugdblad, een nabeschouwing over een GPV-jeugdcongres, waar de verschillen tussen GPV, RPF en SGP aan de orde kwamen. Het eindigde in een GPV-pleidooi om een commissie in te stellen, die duidelijkheid moet scheppen in de onderlinge verschillen. 'Voor je over eenheid praat, moet je eerst weten wat je verdeeld houdt'.
De commissie moet bestaan uit leden van SGP, GPV en RPF, want het aangeven van verschillen vanuit elke partij op zichzelf (wat al te vaak gebeurt) heeft altijd het nadeel dat de verschillen éénzijdig benadrukt worden. Een 'objectief' overzicht, waarin de verschillen tussen de drie ook op hun praktische 'hardheid' worden getoetst, ontbreekt nog.
'Niemand is gebaat bij een eenheidsstreven waarbij de verschillen worden weggemoffeld of ontkend, maar evenmin bij het benadrukken van verschillen die in de praktijk misschien heel klein zijn. Aan de drie christelijke partijen mag daarom allereerst om duidelijkheid worden gevraagd'. Tot zover een korte samenvatting van dit artikel.
Artikel 36 eindtoets?
Iedereen die een klein beetje bekend is met dit soort discussies weet als de drie partijen deze taak op zich nemen (voor het CDA is dit een gepasseerd station), dat ze in de laatste ronde zullen uitkomen op de vraag hoe artikel 36 NGB uitgelegd moet worden. Het zal dan neerkomen op de vraag of het de taak van de overheid is 'de hand te houden aan de heilige kerkdienst; om te weren en uit te roeien alle afgoderij en valse godsdienst; om het rijk van de Antichrist te gronde te werpen, en het koninkrijk van Jezus Christus te bevorderen, enz.'. En op de vraag hóe de overheid dat zou moeten aanpakken. Tekst èn uitleg van artikel 36 als eindtoets dus. Wanneer we bij deze vragen de oude antwoorden tevoorschijn halen die in de tijd van Kuyper al gegeven werden door ARP en SGP, dan komen we er niet.
Maar dat hoeft ook niet, want recente interviews met vooraanstaande SGP-ers maken duidelijk dat ze het 'weren en uitroeien' niet letterlijk in geweldadige zin willen uitleggen, maar meer in geestelijke zin. Dat standpunt is reëel en maakt een gesprek mogelijk met anderen, die artikel 36 NGB om dezelfde redenen wellicht ten onrechte meenden te moeten verkorten. Toch zal het nodig zijn om in dit gesprek niet te veel oude koeien uit de sloot te halen en daarvoor is zonder meer leiding nodig. Leiding van de Kerk! Mag het 'enorme geestelijke reservoir' dat de Gereformeerde Bond c.s. bevat, daarvoor misschien aangesproken worden?
Gods Woord niet tijdgebondenHet gaat namelijk in de eerste plaats om een belijdenisartikel, een artikel uit de Belijdenis der Kerk. En de kerk mag daarom een verdraaiing, een verkorting of een vertaling die meer de letter dan de geest van het artikel volgt, niet stilzwijgend laten passeren. Neen, de kerk moet spreken!
Te vaak wordt verder gezegd dat de Belijdenisgeschriften te tijdgebonden zijn om er in kantelende tijden al te veel aan te kunnen ontlenen. Als de kerk dat niet vindt, moet ze dat ook t.a.v. artikel 36 anno 1988 zeggen! Want wij belijden toch, dat de belijdenisgeschriften gegrond zijn op het Woord van God en dus betrouwbaar zijn? En dat dat maar niet een simpele dooddoener is, maar dat daar geschiedenis achter zit, waarvan wij willen leren en die we dus niet willen overdoen. Dat datgene wat Guido de Brès in de NGB op schrift heeft gesteld, terug te voeren is op wat Calvijn (zijn leermeester) reeds in zijn institutie schreef, en dat Calvijn op zijn beurt weer in grote lijnen terugviel op de geschriften van Augustinus. En dat de bron, waar Augustinus uit putte, Gods Woord zelf was. Dat heeft vorig jaar dr. J. van Oort in zijn reeds genoemde dissertatie 'Jeruzalem en Babylon' duidelijk aangetoond. Met andere woorden: een zo stevig verankerde Belijdenis, die in zozeer verschillende tijden zo onveranderd gehandhaafd bleef, heeft méér meegemaakt dan wij.
Ik denk dan ook, dat wij meer tijdgebonden zijn dan de Belijdenis.
Politiek wei tijdgebonden
Intussen zitten wij wel in de huidige politieke praktijk. Daar komen de oude vragen weer in de nieuwe vormen terug. Die leiden misschien wel tot oude antwoorden in nieuwe vormen. Wie in een democratie leeft met een algemeen kiesrecht staat voor meer praktische (en persoonlijke) vragen dan wie leeft onder de Romeinse keizer. Maar een democratie èn een keizerrijk zijn meer tijdgebonden dan Gods Woord.
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 juni 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's