De situatie in Zimbabwe 'Maar nu noem ik hem mijn broeder’
Toen in Zimbabwe, het vroegere Rhodesië, de politieke macht was overgegaan van het blanke minderheidsregime van lan Smith naar het zwarte meerderheidsbewind van Robert Mugabe werd het ergste gevreesd. In de bloedige, jarenlang durende burgeroorlog had het Patriottisch Front zich breed gemaakt en Mugabe had al aangekondigd naar een marxistische één-partij-staat te zullen streven. Velen hadden Mugabe nog nooit gezien maar vele blanken kozen bij voorbaat het hazepad, gezien de verschrikkingen, die te verwachten waren.
Wie vandaag Zimbabwe bezoekt is uiteraard brandend nieuwsgierig hoe het verdere verloop in werkelijkheid is geweest. Toen ik dan ook in verband met de Gereformeerde Oecumenische Synode een tiental dagen in Zimbabwe was, heb ik geen mogelijkheid onbenut gelaten om met de mensen, zwart en blank, hoog en laag, te spreken. Zonder te pretenderen een afgerond oordeel te hebben, omdat je er nu eenmaal geweest bent, wil ik toch graag wat ervaringen doorgeven. Ik kan niet anders doen dan enkele impressies weergeven, maar dan wel met in het achterhoofd: 'de eerlijkheid gebiedt'. Want het is toch anders gelopen dan de algemene verwachting was.
Straatbeeld
Ik weet niet hoe het straatbeeld vroeger was. Maar een stad als Harare doet in veel opzichten denken aan steden in Zuid-Afrika. De armoede is echter tastbaar. De taxi's , die veelvuldig in de stad rijden, zijn niet meer dan rijdende ingedeukte kaakjesblikken. Het is dan ook geen uitzondering als de taxi onderweg blijft steken. En verder, de lange rijen wachtenden bij de bushaltes (vooral zwarte mensen) vertonen hetzelfde beeld als wat men ziet in Johannesburg. Het inkomen van de gemiddelde zwarte is laag. Het grote probleem van Zimbabwe is de 'poverty', de armoede. Dat kon men allerwegen horen maar ook zien. Welnu, een arme samenleving wordt bij wisseling van de wacht, van welke aard die wisseling ook is, niet plotseling rijk. En zelfs de tegenstellingen tussen arm en rijk verandert men niet van de ene dag op de andere.
Mugabe
Maar wélke zwart-man of zwart-vrouw men ook spreekt, Mugabe wordt geëerd als de redder van het land, zeg gerust als vader des vaderlands. En Mugabe heeft gezegd dat blank en zwart, zwart en blank in vrede moet leven. Wat me buitengewoon is opgevallen, is dat niemand van degenen met wie ik sprak met haat en wrok over de blanken sprak. Dat zou voor de hand liggen als men bedenkt welk een gruwelen er tijdens de burgeroorlog, waarin men tot de tanden gewapend tegenover elkaar stond, hebben plaats gevonden.
Hoe denken de blanken er intussen over? Mijn eerste ervaring was de ontmoeting met een blanke dame bij de Victoria Falls, die me vertelde tot de vierde generatie blanken in Zimbabwe te behoren. Haar voorouders waren er pioniers geweest. Ook uit haar mond vernam ik niets dan goeds over Mugabe. 'Mugabe doet het goed'. Mugabe preekt verzoening. Niemand verlangt meer terug naar de gruwelijke situatie van weleer. Er is nu in ieder geval vrede en harmonie, méér dan ooit het geval is geweest. Zó moet het (blijven) in dit land. Maar – zei ze – wat marxisme zou moeten heten in Zimbabwe, weet niemand. 'Een kapitalistische samenleving (met alle tegenstellingen van dien) zet je niet in één keer om in een marxistische samenleving'. De politieke macht ligt – aldus nog steeds mijn informante – nu volledig in handen van de zwarten (blank heeft niets meer in te brengen) maar de economische macht ligt in handen van de blanken. De blanken zijn hun eigen economisch gevangenen. De blanken hebben het materieel intussen in geen enkel opzicht minder gekregen. De zwarten krijgen het, zij het langzaam, wel beter. En de kerken kunnen zich vrij ontplooien. De kerken groeien zelfs en de secten tieren welig.
De zondag dat we in Harare waren was er een opmerkelijke kerkdienst. De wereldbekende ds. Allan Boesak preekte in de (blanke) Nederduitsch Gereformeerde Kerk, daartoe uitgenodigd door de pastor loei. Voor het eerst preekte Boesak in min of meer eigen omgeving in een blanke kerk. De blanke predikant verzorgde de liturgie. Daarna preekte Boesak over de tekst, dat in Christus de volheid der Godheid lichamelijk woont (Col 2 : 9). Wat bij ons wel eens te weing aandacht krijgt, namelijk het mens-zijn van Christus (in Hem woont de Godheid lichamelijk) kreeg bij hem uitsluitend aandacht; met volledig voorbijzien aan het feit dat in hetzelfde hoofdstuk de verzoening beleden wordt, als gezegd wordt dat het handschrift, dat tegen ons was, is uitgewist en dat Christus op het Kruis de machten heeft onttroond. Zó niet, was mijn reactie op de preek. Dit terzijde. Maar Boesak nam (uiteraard) de gelegenheid waar de apartheid (de ijdele filosofie der mensen, vs. 8) te bestrijden. In de blanke kerken is de laatste jaren gezegd dat er 'fouten' zijn gemaakt. In de kerk maak je echter geen fóúten, de kerk moet spreken over zónde. De uitdrukking dat apartheid ' ketterij is vermeed hij in dit gezelschap intussen, terwijl de WARC onder zijn voorzitterschap dit wel uitsprak.
Na de dienst was er gelegenheid te over om te informeren naar de situatie in het land. En ook hier hoorde je telkens dat Mugabe het goed doet of dat de sombere voorspellingen niet waren uitgekomen. De enige kritische stem die ik opving, was dat je natuurlijk nooit wist hoe het op lange termijn zou gaan.
De politiek van Mugabe is dus kennelijk real-politiek, gericht op het totaal van de bevolking. Blank en zwart moeten samen kunnen leven. Enkele van oorsprong Zuid-Afrikaanse boeren, die ooit de toekomst met vrees en beven tegemoet zagen, laten nu aan ieder, die op hun fraaie boerderij komt, weten dat het anders is gelopen dan men van Mugabe had verwacht. Hij wordt onbetwist een leider genoemd. Er zou intussen veel meer te noemen zijn.
Een taxichauffeur, die je vertelt dat hij een andere baan zoekt omdat hij drie maanden geleden christen werd en nu niet meer 's zondags werken wil.
Een toespraak van de president van de senaat tot de GOS-gangers, waarin hij opriep de Bijbel ernstig te nemen. De Bijbel had voor hem veel betekend in gevangenschap tijdens de burgeroorlog: 'honing voor zijn ziel'. Hij paste intussen en passant concreet de Bijbel toe in de actualiteit van de GOS, door te zeggen dat de Bijbel apartheid veroordeelt en homofilie zonde noemt. De kerk moet beide afwijzen. Je zou overigens over zijn visie, over de theologie erachter door willen praten.
En, om nog één ding te noemen, een breed informerend artikel over de kerken in Zimbabwe in een bulletin in vliegtuigen van Zimbabwe Airlines.
Fundamenteel
Fundamenteler intussen dan persoonlijke ervaringen – al zijn die niet niets – is intussen wat ik las in een boek, dat kersvers is verschenen. Het is geschreven door Alec Smith, de zoon van de vroegere premier van Rhodesië, en draagt tot titel 'Maar nu noem ik hem mijn broeder'.
Ik las het boek, direct na thuiskomst, met rode oortjes. De auteur heeft jarenlang een donkerbruin leven geleid, tot in de drugshandel toe, waarvoor hij voor de rechter kwam. Verder richtte hij ooit op een rebellerende club op onder de naam 'Studenten voor een Democratische Samenleving'. 'We wilden de autoriteiten (inclusief vader Smith dus, v. d. G) niet alleen uitdagen, we wilden ze beledigen…Wij waren politieke punkers vóór het punktijdperk, er op uit te shockeren.' Het leek alsof men streed voor de vrijheid van de zwarten maar men was zijn zaak eigenlijk niet toegewijd. Men schopte om het schoppen. De vervreemding van het ouderlijk huis was compleet.
Vervolgens vermeldt Alec in dit boek echter en in verband daarmee 'de moeizame weg naar Christus'. Hij kwam oog in oog met de levende God en dacht dat een bliksemstraal hem zou verteren. Hij werd een aggressieve evangelist. Maar langzaam maar zeker veranderde zijn leven. En in die tijd werd hij voorbereid deel te nemen aan een echte omwenteling in het land, die blank en zwart diep zou beïnvloeden.
De zoon van de Rhodesische premier kwam vervolgens in aanraking met Arthur Kanodereke, een zwarte methodistendominee. De enige sympatic, die deze ooit voor een blanke had gevoeld, was die voor een dode blanke en dan nog maar voor een ogenblik. 'Wie kon de Afrikanen kwalijk nemen dat ze zich zo voelden? De regering van mijn vader was de meest racistische en onderdrukkende waaraan ze ooit onderworpen waren geweest.' Bijna iedereen, die met zijn vader van mening verschilde, werd communist genoemd.
Alec ging voor het eerst in zijn leven zien wat rassendiscriminatie écht is. 'Ik kreeg er oog voor hoe de zwarten dagelijks werden vernederd'.
Verzoening
'Een mens moet in zijn eigen persoonlijke leven verzoend zijn voor hij kan beginnen verzoening te begrijpen of te bewerkstelligen op het nationale vlak.' Vanuit dit fundamentele uitgangspunt ging Alec zich inzetten voor verzoening tussen blank en zwart. En zo vond onder een toespraak van Alec Smith een omkeer plaats in het hart van genoemde zwarte methodistendominee. Vanaf dat moment twijfelden ze er niet aan dat God zelf een zwarte guerrillaleider en de zoon van een blanke premier in dat veel geplaagde land bijeen had gebracht. Samen gingen zij op weg, op zoek naar vrede en verzoening. Alec werd uitgenodigd te preken in de kerk van Arthur. De zwarte methodisteirpredikant sprak zijn gemeente toe en zei: 'ik wil jullie voorstellen aan de zoon van de man, die ik het meest van allen heb gehaat. Maar nu noem ik hem mijn broeder'.
Samen beleefden ze dat verzoening beginnen moet bij 'de nederig gemaakte mens'. Dat is de bizondere ervaring van de christen. Dat leidt tot een houding van liefde en niet van haat. Wil er een rechtvaardige maatschappij ontstaan moet niet alleen het politieke systeem veranderen maar ook en eerst het hart van de mens.
Later voltrok zich ook een verandering in het hart van vader Smith, aldus de zoon.
'De vriendschap met Arthur (die hij met zijn vader in aanraking bracht) hielp hem om later Mugabe te begrijpen, toen ze elkaar in het geheim ontmoetten, vlak na de verkiezingen van 1980'.
Deze geheime ontmoeting heeft – aldus de auteur – ertoe bijgedragen dat later een dreigende miltaire coup werd afgewend, die het land in een nieuwe bloedige strijd zou hebben gedompeld. In 1976 had vader Smith de wereld al verrast door voor de t.v. te verklaren dat hij het principe van een zwarte meerderheidsregering had geaccepteerd. Hij had daarbij 'Gods hand op zijn schouder gevoeld'. Zonder wezenlijke ontmoetingen met verzoeningsgezinde zwarten, waarmee zijn zoon hem in contact had gebracht, zou deze ommekeer er niet gekomen zijn.
'Wonder van de vrede'
Het laatste hoofdstuk van het boek van Alec Smith draagt tot titel 'Het wonder van de vrede'. Mugabes eerste manifest was radicaal en anti-blank. Hij zei openlijk dat hij een marxist was, dat hij van Zimbabwe een socialistisch land zou maken en de kerken zou sluiten. Maar Mugabes overwinning bij de verkiezingen (na het overgangsbewind van bisschop Muzorewa) was een klap in het gezicht van Rusland. De tegenstander van Mugabe, Joshua Nkomo, was dé man, waarop Rusland had gehoopt. Maar Mugabe had een afkeer van de Russen.
In 1980 hebben Mugabe en lan Smith elkaar, als gezegd, ontmoet. Ik citeer nu letterlijk: 'Vader zei dat hij volledig overtuigd was van Mugabes. verlangen naar verzoening. De aggressieve toon van zijn eerdere manifest was milder geworden toen hij besefte dat vergelding alleen maar de voortgang van de vernietiging zou betekenen. Hij was ook tot andere gedachten gekomen over het sluiten van de kerken, toen hij zich realiseerde hoe diep geestelijk zijn eigen mensen waren.' En toen heeft vader Smith voor de radio de medeblanken opgeroepen niet te emigreren maar de nieuwe regering een kans te geven. En Mugabe preekte eveneens via de media de verzoening en won door zijn optreden respect.
'De eerlijkheid gebiedt'
Ik heb dit artikel geschreven met voortdurend in gedachte: 'de eerlijkheid gebiedt'. Laat ik voorop stellen dat ik me niet waag aan een absoluut oordeel. Wellicht zijn er ook andere verhalen te schrijven. Nog minder waag ik me aan een uitspraak of Zimbabwe model kan staan voor andere soortgelijke situaties. Ik realiseer me ook zeer wel dat de dankbaarheid, die bij velen te constateren is, ook voor een belangrijk deel voortkomt uit een gevoel van opluchting, omdat het erge voorbij was en het ergere niet gekomen is. Intussen barst het land natuurlijk ook vandaag nog van de problemen. Maar dat zijn dan wèl problemen die mede hun wortels in het verleden hebben toen de massa onontwikkeld en arm werd gehouden. Het boek van Alec Smith geeft daar ontdekkende voorbeelden van.
Bij alle geluiden over rampzalige situaties in andere Afrikaanse landen, zoals Angola, Ethiopië, is het goed aan elkaar door te geven dat er ook andere ervaringen zijn. Ervaringen die anders zijn dan werd verwacht.
Ook vandaag nog noemt Mugabe zich marxist. Hij is echter, aldus Alec Smith, geen doctrinair marxist. Ook zijn regering is dat niet 'afgezien van twee of drie personen'. Een doctrinair marxist is en blijft de verklaarde vijand van de christen.
Een boekje echter als van Alec Smith laat zien hoe er kleine en grote wonderen kunnen geschieden wanneer en omdat 'christenen geloven dat je eerst de persoon moet veranderen, en dan zal er een nieuw soort maatschappij ontstaan.' Marxisten geloven – aldus het boekje – dat als de maatschappij naar hun patroon verandert er een nieuw type mens ontstaat. Marxisme en christendom zijn zó onverenigbaar.
Het geschrift van Alec Smith ademt een andere geest dan we in woord en geschrift bij Boesak en andere radicale bevrijdingstheologen tegenkomen. Vanwege de verzoening.
Wie vanuit de bijbelse geest van verzoening handelt heeft niet het voordeel van de twijfel maar van de belofte.
En verder zal de toekomst het wel leren. Gods Toekomst overigens.
v. d. G.
(Mede) n. a. v. Alec Smith, 'Maar nu noem ik hem broeder', uitgave J. N. Voorhoeve, Den Haag, 128 pag., ƒ 19,90.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's