Boekbespreking
Bijbel en exegese (Theologische verkenningen): 1. Verkenningen in Genesis (1986); 2. Verkenningen in Exodus (1986) en 3. Het gezag van de bijbel (1987) (onder redactie van drs. A. G. Knevel, drs. M. J. Paul en dr. J. Broekhuis).
Uitgave van Kok Kampen in samenwerking met de Evangelische Omroep. Prijs per stuk: deel 1 en 2 ƒ 26,50; deel 3 ƒ 27,90.
Voor mij liggende bovengenoemde drie bundeltjes van radiolezingen in de radio-rubriek van de EO 'Theologische Verkenningen' uitgesproken in 1986 en 1987. Naast de door drs. A. Knevel (EO) opgezette serie Bijbel en praktijk, verschijnt deze serie Bijbel en exegese. In deel 1 en 2 wordt vooral ingegaan op Bijbelgedeelten die dikwijls naar voren komen in de moderne theologie. M.a.w. de spits is duidelijk gericht op het bieden van de helpende hand aan studerenden, maar ook aan allen die persoonlijk met de Bijbel bezig willen zijn en die in het onderzoek van de H. Schrift vaak op Schriftkritische benaderingen stuiten in de literatuur (commentaren), waarmee zij vanuit hun Bijbelgetrouwe instelling moeilijk overweg kunnen. In deel 3 worden de zgn. hermeneutische vragen (althans een aantal daarvan) aan de orde gesteld. Grondvragen en daarom ook voorrangsvragen bij het Bijbelonderzoek. Een vierde deeltje in deze serie (in deel 2 abusievelijk deel 3 genoemd) is in voorbereiding: Verkenningen in Spreuken en Prediker. De auteurs zijn afkomstig uit verschillende Reformatorische kerken. De uitgever Kok te Kampen heeft – zoals we gewend zijn – ons ook nu weer verrast met een keurig verzorgde uitgave van de serie.
Graag en van harte bevelen we deze boekwerken ter lezing aan. Vooral onze studenten, in het bijzonder zij die theologie studeren, moeten deze Theologische Verkenningen maar op de voet volgen. De historisch-kritische wetenschap heeft zo langzamerhand lang genoeg de Bijbel aan flarden gescheurd. Bedenken we echter tevens, dat het historisch karakter van de Godsopenbaring – een vast punt in het Gereformeerde Schriftgeloof – ons verplicht om gelovig en met aftrek van alle (zgn. wetenschappelijke) vooronderstellingen ook theologisch-wetenschappelijk met de Bijbel bezig te zijn. Dat verplicht ons tot de roeping om de historische bepaaldheid van het Schriftgetuigenis in ons Schriftgeloof stevig vast te houden en dan ook betere antwoorden te geven dan in de historische kritiek gegeven zijn en worden. Waarheid en historie hebben alles met elkaar te maken.
Ik spreek de wens uit, dat de serie Bijbel en Exegese tot de verdere doordenking van deze dingen mag bijdragen.
C. den Boer, Bilthoven
Een nieuwe eenvoud, ervaringen in de klinische pastorale vorming. Onder redactie van J. Firet e.a. 's-Gravenhage 1987. Prijs: ƒ 26,90
Ter gelegenheid van het afscheid van prof.drJ.C. Schreuder als gewoon hoogleraar in de speciale poimeniek aan de V.U. te Amsterdam is dit boek verschenen. Het bevat een bundel opstellen van diverse auteurs die hun ervaringen als superviseren en supervisanten tijdens de K.P.V. beschrijven. Het doel van de K.P.V. is het ontwikkelen van vertrouwen om via kritische reflektie op zijn handelswijze een beter toegerust pastor te worden (29). Een training in scherp luisteren en meevoelen als essentieel voor pastoraat (20). Leren naar jezelf en de gesprekspartner(s) te luisteren (135). De training vindt plaats door middel van preekanalyse, verbatimbesprekingen en vrije groepsgesprekken. Zo is de K.P.V. een leerproces, waarbij het er niet zozeer om te doen is te zeggen wat men denkt, maar wat men voelt (106). Ook leert men luisteren naar de taal van het lichaam (95v). De K.P.V. is geen asyl voor vastgelopen dominees (81), maar een voluit theologisch bezig zijn (77).
Op deze en soortgelijke wijze geeft het boek een goed overzicht van op zet en inhoud van de K.P.V.
Veel van wat hier geschreven is is onze aandacht waard. Hoeveel verborgen, verwrongen, gesublimeerde gevoelens kunnen de echte communicatie in het pastoraat niet schaden? Dat deze dingen op deskundige wijze zo geanalyseerd worden, dat het het pastorale werk ten goede komt is belangrijk.
Anderzijds is het goed, maar moeilijk de grenzen in acht te nemen. Hoe zit het met het normatieve element in het gevoelsleven? Het verslag dat J. N. Nammensma doet van zijn ervaringen tijdens de K.P.V. laat zien, dat men ook kan vervreemden van de gereformeerde confessie (openbaring is een dynamisch gebeuren; waarheid is een relationeel begrip, 90).
Ik denk dat het even moeilijk als waar is wat W. Zijlstra eens zei: 'De mens mag uit het evangelie horen, dat hij door God volledig en onvoorwaardelijk aanvaard is en dat God definitief met zijn schuldig verleden heeft afgerekend. Deze vergeving en aanvaarding is de voorwaarde voor een proces van verandering, waarin de mens scherper gaat zien, hoe diep deze vervreemding van God, van de medemens en van zichzelf is. Het is een proces waarin hij enerzijds sterft aan zijn hoogmoed, zijn egoïsme, zijn eigenwijsheid en eigenwilligheid, en anderzijds tegelijkertijd opstaat tot een nieuw leven, waarin Christus gestalte krijgt en de vrucht van de Geest zichtbaar wordt: liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, zelfbeheersing (Gal. 5 : 22).
W. Verboom
Eduard Pijlman, Morgen is vandaag (Verkenningen in de wereld van jongeren), serie Ter Sprake nr. 23, 60 blz., prijs ƒ 9,80.
Welke betekenis kan de kerk vóór de jongeren hebben en hoe kan de kerk ook de kerk vàn de jongeren worden? Als antwoord op deze vraag pleit de schrijver van dit boekje (hij is coördinator van het Landelijk Centrum voor gereformeerd jeugdwerk) voor aandacht en ruimte voor jongeren binnen de kerk. Hij wil dit zo concreet mogelijk ingevuld zien, maar kiest in deze handreiking die hij aan allen die met jongeren om (zullen) gaan biedt, niet de weg aan het geven van recepten en praktische tips, maar volgt een veel fundamenteler lijn. Hij wijst op wat nodig is voordat er sprake is van concreet omgaan met jongeren, nl. verkenning van hun wereld. Pas na zo'n verkenning kunnen wij hen beter begrijpen in hun gedrag en houding en hun staan in deze wereld. Dit noemt hij een eerste voorwaarde om met hen te kunnen omgaan en met hen te kunnen optrekken. En daar ben ik het van harte mee eens.
In vier hoofdstukken probeert Pijlman de wereld van de jongeren in kaart te brengen en hij neemt de lezer al verkennens mee. Hij geeft een 'dwarsdoorsnede' van deze wereld (over jongzijn in deze tijd), en een 'lengtedoorsnede' als beschrijving van de ontwikkelingsgang van de tiener naar de jongvolwassenen. Vervolgens schrijft hij over jongeren en geloven, en tenslotte over jongeren en de kerk.
Het is een helder boekje met een ordelijk opzet. In kort bestek wordt een goede analyse geboden van ontwikkelingen en veranderingen in het licht waarvan wij veel problemen in de jongerenwereld en vragen van jongeren beter kunnen begrijpen. Veel is herkenbaar en verhelderend. Nadruk wordt gelegd op de roeping om een goede reisgenoot voor de jongeren te zijn aan de hand van de Bijbel als bundel reisverhalen. Hierachter ligt een bepaalde visie op de Bijbel. Op dit punt ervaar ik een bepaalde afstand. Dat neemt echter niet weg, dat het wat betreft een verkenning van de jongerenwereld een leerzaam boekje is.
C. G. G.
W. Bartoszewski, Wie een leven redt, redt de hele wereld, uitg. Boekencentrum, 's-Gravenhage, 93 blz., prijs ƒ 17,90.
De titel van dit boek staat op de gedenkpenning voor de 'rechtvaardigen onde volken'. De Poolse schrivjer van dit indringende boek kreeg deze medaille in oktober 1963 in Israël uitgereikt. Wie zijn levensverhaal leest, raakt onder de indruk van de rijke geest die woont in deze zwaarbeproefde man. Hij biedt bij het begin van de Duitse bezetting hulp aan de Joden, komt daardoor in Auschwitz terecht en overleeft deze hel. Maar na de oorlog is het leed voor de Polen nog niet voorbij. Schandelijk wordt Polen versjacherd aan de Russen. Stalin gaat als een tweede Hitler voort met wreedheden over het mensdom uit te gieten. Het onbamrharige regime brengt de schrijver opnieuw jarenlang in gevangenissen. Tenslotte raakt hij ook in 1981 geïnterneerd tijdens de arbeidsonlusten in zijn vaderland. Wat dit boek zo interessant maakt, is het inzicht dat het verschaft in de recente geschiedenis van Polen. Het zorgt ervoor datje allerlei verhoudingen in het hedendaagse Poolse gebeuren beter doorziet. De nog altijd gespannen relatie tussen Russen en Polen wordt duidelijk. Bartoszewski is overigens een man van de verzoening: hij ontving in 1986 de Vredesprijs van de Duitse boekhandel voor zijn leven en zijn werk. In ons land is deze Pool nog een onbekende. Dit boekje dient, wij wat mij betreft, daarin verandering te brengen. De vertaling lijkt me niet in alle opzichten geslaagd. Het aantal drukfouten is irritant, hoop opgelopen. Dat mag een uitgeverij van naam eigenlijk niet overkomen.
J. Maasland, C. a. d. IJ.
Dr. W. J. op 't Hof, De bibliografie van de werken van Eeuwout Teellinck, Kampen, 1988, 45 blz. ƒ 14,90.
Eeuwout Teellinck, een broer van de veel meer bekende Willem Teellinck, een der eerste vertegenwoordigers van de "Nadere Reformatie' in ons land heeft onder diverse schuilnamen polemische en stichtelijke werken geschreven. Dr. Op 't Hof heeft ze weten te achterhalen. In totaal zijn het er 22. De meeste van hen zijn maar klein van omvang, maar enkele wat groter.
Een levensbeschrijving van Eeuwout Teellinck moet men in dit boekje niet zoeken, nog minder een beschrijving van de inhoud van de werken die hij schreef; dat is namelijk niet de aard en opzet van deze studie. Na een korte Inleiding vindt men hier tal van afbeeldingen van de titelpagina's van de diverse uitgaven van Teellincks werken, met vermelding van allerlei wetenswaardigheden die daarop betrekking hebben.
De verdienste van dit boekje is dat wij nu goed geïnformeerd zijn ontrent hetgeen deze vroege schrijver uit het Nederlandse Piëtisme (zo spreekt Op 't Hof zelf) op literair gebied gepresteerd heeft. Op deze wijze wordt de (wetenschappelijke) studie van het Piëtisme gediend. Wie zich ooit met Teellinck en het Piëtisme in ons land bezig houdt zal er zeker een dankbaar gebruik van kunnen maken.
K. Exalto
Ds. J. W. Smitt: Evangelieverhalen en evangelievertellingen. Uitgave van Van den Berg te Kampen, prijs ƒ 16,50.
De schrijvers van de kinderbijbels kiezen vij de vberhalen geschiedenissen uit het Nieuwe Testament de gegevens van de evangeliën (het harmoniemodel) om zo tot een vertelling te komen. De schrijver geeft omstandig aan dat er op deze manier niet met de gegevens uit de evangeliën omgesprongen mag worden, omdat elke evangelist bij het schrijven van het evangelie een bepaalde bedoeling had en zich richtte op een bepaalde doelgroep.
De schrijver geeft uit diverse kinderbijbels (van vrijzinnig tot bijbelgetrouw) zonder nadere waardering aan hoe er met de gegevens uit de Bijbel omgesprongen wordt. De studie staat bol van gegevens; de bestudering vraagt veel doorzettingsvermogen omdat de lijn van het verhaal goed in de gaten gehouden moet worden. Op zich is het gevaar dat de schrijver aangeeft terecht; bij de vertelling kan er veel beter gekozen worden uit één Evangelie. Dan kan het jaar daarop een ander Evangelie gekozen worden bij de vertelling.
I. A. Kole, Berkenwoude
Dr. A. J. Rasker, De Nederlandse Hervormde Kerk vanaf 1795. Geschiedenis, theologische ontwikkelingen en de verhouding tot haar zusterkerken in de negentiende en twintigste eeuw. Derde druk, opnieuw herzien en vermeerderd. J. H. Kok, Kampen 1986, 539 blz. Gebonden ƒ 85,–.
De tweede druk van dit boek, uit 1981 (de eerste druk verscheen in 1974) is door ons vrij uitvoerig besproken. Nu de derde druk verschenen is kunnen wij volstaan met een paar opmerkingen.
Het boek heeft bewezen in een 'behoefte' te voorzien. Een aantal jaren geleden waren wij aangewezen voor onze kennis van de jongste Nederlandse kerkgeschiedenis op het boek van prof. Haitjema over de Richtingen in de Hervormde Kerk. Prof. Raskers boek heeft dat van Haitjema vervangen. Geen wonder want het biedt veel meer, terwijl de stijl ervan prettiger is. Deze is zodanig dat een breder publiek en dus niet alleen maar predikanten en theologische studenten het met weinig moeite lezen kunnen. Rasker heeft, vergeleken bij de tweede druk, er een paar hoofdstukken aan toegevoegd. Het ene onder de titel 'Vervreemding en herkenning in een verdeelde wereld' en het andere onder de titel 'Voorrang aan ethische vragen in oecumenisch perspectief'. Vooral in dit laatste hoofdstuk geeft hij duidelijk blijk van zijn persoonlijke voorliefde. De positie die Rasker al sinds jaren inzake ethische vraagstukken heeft ingenomen onder ons, heeft ook bij mij, steeds sterk kritische vragen opgeroepen; daarin is niets veranderd.
Dit neemt niet weg dat Raskers boek een zeer instructief en leerzaam boek is, een waar handboek.
K. Exalto
Dr. Jakob van Bruggen, Christus op aarde. Zijn levensbeschrijving door leerlingen en tijdgenoten, 288 blz., ƒ 49,50, Kok, Kampen, 1987.
Een studie over het getuigenis van de vier evangelisten aangaande Jezus' levensgang, die tevens het eerste deel vormt van een te starten reeks Commentaren op het Nieuwe Testament, bedoeld als voortzetting van de bekende in 1922 gestarte reeks commentaren (de zgn. Bottenburg-serie). Van Bruggen gaat uit van het gegeven dat we in de evangeliën te maken hebben met biografieën die te samen een betrouwbaar beeld geven van Jezus' levensgang.
Het boek verzet zich tegen de in de kritische bijbelwetenschap gangbare trend de vier evangeliën te beschouwen als produkt van de latere gemeente waarbij het beeld van de historische Jezus a.h.w. 'overgeschilderd' is door het geloof van de getuigen.
De kracht van dit boek is de nuchterheid waarmee de schrijver ingaat tegen deze trend en tevens de wijze waarop hij afrekent met allerlei modieuze visies. Van Bruggen is een zorgvuldige exegeet die met een grote eerbied voor de tekst te werk gaat. Het boek kenmerkt zich door een ernstig nemen van de evangeliën als historisch betrouwbaar getuigenis aangaande Gods daden in Christus, een uitgangspunt dat we gaarne bijvallen.
De schrijver wijst een oeverloze harmonisatie af, maar bekritiseert de anti-harmonisatie-tendens, die z.i. het goed versmaadt.
Hier en daar ontkom ik overigens niet aan de indruk dat de schrijver toch te snel uiteenlopende gegevens harmoniseert om het verhaal 'sluitend' te maken. Ik denk b.v. aan wat gezegd wordt over het proces van Jezus voor het Sanhedrin in de wergave van Lucas, als ook aan de exegese van Johannes 18 : 31: volgens Van Bruggen een uitspraak een uitspraak dat de Joden op de Pascha-feestdag geen executie mochten volbrengen. Maar het element van de Pascha-dag ontbreekt nu juist in de tekst. Niet duidelijk is me ook het verschil tussen wat Van Bruggen noemt het vertel-perspectief en de redactie-historische methode. Ook bij de eerste aanduiding reken je toch met een redigerende werkzaamheid van de evangelist. Voorts vraag ik me af of de schrijver niet een onnodige problematiek schept als hij op blz. 131/132 literaire bronnen en werkelijkheid zo tegenover elkaar stelt? Bovendien: wat is bedoeld met werkelijkheid? Is voldoende gerekend met de eigen aard van de bijbelse geschiedschrijving? Is de auteur met zijn poging de historische betrouwbaarheid a.h.w. te 'bewijzen' helemaal ontkomen aan de geschiedenis-opvatting van het moderne wetenschappelijke denken? Vragen heb ik ook bij de uitleg van de proloog, Lucas 1 : 1-4. Hier heeft de auteur mij niet overtuigd van zijn opvatting dat Lucas alleen mondelinge verhalen als voorgangers gehad zou hebben. Het betoog is m.i. wat verwrongen. Ook met betrekking tot de historiciteit van de zgn. getuigenis van Flavius Josefus zou ik voorzichtiger willen zijn dan de schrijver is.
Mijn vragen en opmerkingen nemen niet weg dat ik dit knappe boek geboeid gelezen heb. Het is zo geschreven dat elke bijbellezer er met vrucht kennis van kan nemen. De wetenschappelijke discussie is, voorzover zij gevoerd wordt, verplaatst naar de noten achterin het boek. Daar vindt men ook verwijzingen naar de bronnen en andere literatuur. Een aantal tabellen sluiten het boek af. Jammer dat een namen – een zaakregister, alsmede een tekstregister ontbreken.
Moge dit grondig opgezette boek een ruime lezerskring vinden.
A. N., Ede
Ds. C. Harinck, Wie is Jezus van Nazareth?, 206 blz., ƒ 27,50, uitgeverij De Banier, Utrecht.
De schrijver geeft in dit boek vanuit de klassieke belijdenis van de kerk een antwoord op de vraag, die in de titel van dit boek gesteld wordt.
Hij doet in confrontatie met allerlei opvattingen zoals die sinds de opkomst van het historisch-kritisch bijbelonderzoek naar voren gekomen zijn in de bijbelse theologie en de dogmatiek.
Zo komen o.a. aan de orde de verschillende uitlegkundige methoden, het karakter van het nieuwtestamentisch getuigenis, de eigen aard van elk evangelie, moderne theologie inzake de Christus-belijdenis.
Met de teneur van zijn boek wil ik graag instemmen. Terecht onderstreept de schrijver het apostolisch karakter en de betrouwbaarheid van het getuigenis van het Nieuwe Testament. Jammer is alleen, dat het boek ontsierd wordt door een aantal onnauwkeurigheden en hiaten. Ik noem er enkele. Op blz. 9 wordt de theoloog en filosoof Troeltsch een 'bekend schriftonderzoeker' genoemd. Dat het zgn. Testimonium Falvianum als echt aanvaard wordt is lang niet algemeen, zoals de schrijver op blz. 15 suggereert. Dat de evangeliën ontstaan zijn na de brieven is niet maar de mening van de moderne theologie, maar algemeen aanvaard in de inleidingswetenschap, als we in aanmerking nemen dat het hier niet alle brieven betreft. Op blz. 31 maakt de schrijver zich wel erg makkelijk af van hebt gegeven van het dubbele slot van het vierde evangelie.
Over redaktie-historie is meer te zeggen dan de schrijver doet. Baarlink wordt ten onrechte een tekstkritikus genoemd. Dat nieuwere bijbelonderzoekers de redaktiemethode afwijzen, suggereert teveel. De schrijver verzuimt mee te delen dat het hier gaat om de mening van iemand die de strukturalistische methode verdedigt.
Baarlinks studie, die met instemming genoemd wordt, is overigens ondenkbaar zonder de redaktie-historische methode. Op blz. 65 wordt de Amsterdamse school verbonden met de VU i.p.v. met de gemeentelijke universiteit. Mogelijk kan de auteur bij een eventuele tweede druk zijn boek op een aantal van deze punten nog eens kritisch doorlopen. Maar afgezien van genoemde bezwaren biedt het boek veel materiaal voor gemeenteleden die op eenvoudige wijze in een aantal vragen van de nieuw testamentische wetenschap ingeleid willen worden.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's