C. H. Spurgeon en de prediking (8)
De volharding
De volharding der heiligen dient nadrukkelijk beleden te worden. Spurgeon onderstreepte dit met name tegenover het Arminianisme: 'De Calvinist houdt er aan vast, dat niemand verloren kan gaan voor wie Jezus stierf – dat Zijn bloed nooit tevergeefs werd gestort, en dat van al diegenen, die Hij verlost had, niemand ooit verloren zal gaan. De Arminiaan leert, dat, hoewel een mens vandaag wedergeboren en een kind van God zou kunnen zijn, hij morgen wellicht uit het verbond geworpen kan worden, en evenzeer een kind des duivels kan zijn alsof of er geen geestelijke verandering in hem gewerkt was. Niet alzo – zegt de Calvinist – de zaligheid is van God alleen, en waar Hij eenmaal begint, daar laat Hij nooit meer af totdat Hij het goede werk voleindigd heeft'.
In het geheel van Spurgeon's prediking nam de leer van de volharding der heiligen dan ook een grote plaats in. Ten diepste ging voor hem deze leer van de volharding der heiligen dan ook terug op de almacht en de souvereiniteit van God. Als de gelovigen te maken krijgen met verzoekingen, geeft God hen de kracht om deze te weerstaan, en als zij in zonde vallen dan worden zij opnieuw gereinigd.
In dit verband wees Spurgeon er nadrukkelijk op, dat de reden waarom God de Zijnen bewaart precies dezelfde is als waarom Hij hen tot Zijn volk maakt, nl. Zijn eigen vrije souvereine genade: 'Gods volk (God's people) wordt, nadat het door genade geroepen is, bewaard in Christus Jezus; zij worden bewaard door de kracht van God door het geloof tot de zaligheid; het is hun niet toegestaan hun eeuwige zaligheid weg te zondigen, maar als verzoekingen de kop op steken, wordt hun de kracht gegeven om deze het hoofd te bieden, en als de zonde hen zwart maakt dan worden ze opnieuw gewassen en weer gereinigd. Maar let er op, de reden waarom God Zijn volk bewaart, is dezelfde als die waarom Hij het tot Zijn volk maakte, nl. Zijn eigen vrije souvereine genade'.
En Spurgeon bevestigde dit vanuit eigen nog prille geloofservaring: 'Enkele maanden nadat ik de zaligheid zocht en vond, genoot ik het zoete voorrecht (sweet privilege) van de volle zekerheid, en in een gesprek met een godzalig christen liet ik mij vol vertrouwen uit omtrent de grote waarheid, dat God Zijn volk nooit in de steek zou laten noch Zijn werk ongedaan zou maken'.
De volharding der heiligen houdt, niet in het minst, verband met de eeuwige liefde van God: 'O, geloof dat u veilig bent; die stem, die u riep, zal u opnieuw roepen van de aarde naar de hemel, van de donkere schaduwen van de dood tot de onuitsprekelijke luister van de onsterfelijkheid. Rust in zekerheid, het hart, dat u riep, klopt met oneindige liefde voor u, een onsterfelijke liefde, die vele wateren niet kunnen uitblussen en die watervloeden niet kunnen verzwelgen'.
Met deze leer staat of valt zelfs het gehele Evangelie. Waartoe dient het geloof in een God, Die Zijn werk niet volbrengt tot het einde?: 'Als het mogelijk was om ook maar even de leer te geloven, dat het kind van God zou kunnen vallen uit de genade en voor eeuwig verloren gaan, dan zouden we inderdaad in wanhoop onze Bijbel wel dicht kunnen doen. Waartoe zou mij prediking dienen – de prediking van zo'n wankel Evangelie? Waartoe dient uw geloof in een God, Die niet kan en wil voortgaan tot het einde toe? Wat voor nut zou het bloed van Christus hebben, als het tevergeefs gestort zou worden en de met bloed gekochten niet veilig thuis bracht? Waartoe zou de Geest dienen als Hij niet almachtig genoeg was om onze afdwaling te overwinnnen, onze zonden te stuiten en ons volkomen te maken en ons vlekkeloos voor te stellen ten laatste voor de troon van God? De leer van de uiteindelijke volharding der heiligen is, geloof ik, even grondig verbonden met het staan of vallen van het Evangelie als het artikel van de rechtvaardiging door het geloof'.
De leer van de volharding der heiligen was voor Spurgeon dan ook de kroon op het bijbels getuigenis, dat immers een getuigenis van God Zelf is: 'Ik betuig, dat, als u de uiteindelijk volharding van mij wegneemt, u de Bijbel beroofd hebt van één van Zijn voornaamste bekoorlijkheden. Jezus heeft ons geen vluchtige en voorbijgaande zaligheid gegeven, maar Zijn zaligheid zal voor eeuwig zijn.'
De zaligheid is immers uit God, en niet uit te mens: 'Ik heb altijd begeerd een grote zaligheid (great salvation) te preken, en ik denk, dat een andere niet waard is om gepreekt te worden. Als de zaligheid uit de mens is, dan zult u zich niet verwonderen, dat de mens van de genade vervalt. Natuurlijk doet hij dit dan. Wat een mens begint, dat beëindigt een mens ook spoedig op zijn eigen manier met een mislukking. Wanneer God zalig maakt, dan maakt Hij zalig voor eeuwig'.
Temidden van de strijd om Gods waarheid aan het eind van zijn leven, gaf deze leer voor Spurgeon de garantie, dat God Zijn Kerk zou bewaren tot de voleinding van de wereld: 'Ik geloof in de uiteindelijke volharding van ieder heilige persoonlijk. Voorts geloof ik in de uiteindelijk vol harding der heiligen als een lichaam: de Kerk van God zal leven, en zal haar werk voortzetten totdat zij het volbracht heeft'. Want 'de doden in Christus zullen eerst opstaan; daarna zullen wij, die levend overgebleven zijn, tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, de Heere tegemoet in de lucht; en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen'.
C. A. van der Sluijs, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 juli 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's