De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Niet àl te

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Niet àl te

4 minuten leestijd

Wees niet al te rechtvaardig. Wees niet al te goddeloos.Prediker 7 : 16 en 17

Alles, waar 'te' voor komt, is niet goed, is de uitdrukking, die wij vaak noemen. Niemand van ons zal zij onbekend zijn. Daarom is het niet nodig voorbeelden te noemen. Deze, dunkt mij, liggen voor 't grijpen.
Ook onze tekstwoorden zijn daarvan een voorbeeld, als de wijze prediker zegt: 'Wees niet al te rechtvaardig, wees niet al te goddeloos'. In de loop der jaren heb ik meer dan eens bemerkt, dat velen, ook trouwe bijbellezers, het boek Prediker wel erg moeilijk te begrijpen vinden. Ja, de vraag is zelfs wel eens gesteld, en ongetwijfeld zal die vraag bij eenieder onzer wel eens opgekomen zijn, als wij met ernst de Heilige Schrift lazen: is dit boek wel geschreven door een man, die geïnspireerd werd door de H. Geest? Maar toch, ondanks alle voor ons verduisterd verstand schijnbaar moeilijk verstaanbare woorden, luidde het antwoord volkomen bevestigend: Ook dit boek is Gods Woord.
Maar juist omdat het vaak zo moeilijk te begrijpen is, daarom wordt het ook evenveel malen verkeerd gebruikt en gelezen; ja zelfs misbruikt. Hoe is dat ook het geval met de woorden, die wij als uitgangspunt van deze overdenking gekozen hebben. Maar al te vaak worden deze woorden van de wijze Prediker in het dagelijks leven misbruikt.
Het wordt dan wel zo verklaard, dat ons hier 'de gulden middenweg' wordt voorgeschreven tussen het goede en het kwade.
Hoe vaak hoort men niet zeggen en wie van ons zal het nooit eens gezegd hebben: 'Je moet nu eenmaal weten te geven en te nemen in het leven'. Dat moet men doen als men samen een bedrijf voert, of intiemer nog, ook in vele huwelijken kan men tegenwoordig niet buiten deze leefregel. Maar ook op het terrein van de godsdienst moet een mens leren te schipperen. Immers Gods geboden zijn toch nooit consequent door te voeren. 't Is toch onmogelijk om zo een plaats in onze maatschappij of in het zakenleven in te nemen. En om zich vrij te pleiten, want innerlijk gevoelen velen nog wel, dat er iets niet klopt, haalt men dan deze tekstwoorden aan.
En, moeten wij niet eerlijk erkennen? Typeren deze woorden ook niet grotendeels het karakter van onze gemeenten en kringen?
O zeker, 's zondags verlangt men in de kerk nog wel een goede preek, begeert men nog wel een prediking, die het Woord der waarheid recht snijdt. Maar de overige dagen van de week? Dan is het: godsdienst is godsdient en zaken zijn zaken.
Dan kunnen wij toch niet al te rechtvaardig zijn; dan moeten we ons maar wat aan de oppervlakte houden. Leve de neutraliteit, terwijl men vergeet, dat men nooit neutraal kan zijn. Het is vóór of tegen Christus!
In ons dagelijks leven kunnen wij het nu eenmaal niet te nauw nemen met Gods Wet en Woord, want dan bereikt men toch niets in het leven. Anderzijds moeten wij natuurlijk ook weer niet in het andere uiterste vervallen. Wij moeten niet al te goddeloos zijn, niet al te toegevend tegenover de zonde, zodat deze ten volle in ons kan uitleven. Immers, dan ontstaat er een hopeloze wanorde.
Neen, niet àl te rechtvaardig, maar ook niet àl te goddeloos. Dit is de leus van velen onder ons.
Het volk Israël had ten tijde van Elia ook deze stelling overgenomen. Aan de ene kant wilde men de Heere, de God van Israël, nog wel dienen, maar aan de andere kant kon men toch ook de heidense Baäldienst niet volkomen loslaten.
Het liefste zou de mens de Heere en Baäl, Jezus en de Mammon, God en de wereld willen vasthouden en tevreden willen stellen. Maar de Heere komt met Zijn onverbiddelijke eis: alles of niets! Een tussenweg is er niet. En daarom riep Elia het ook verontwaardigd uit: 'Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de Heere God is, volgt Hem na!' Elia moest niets van dat geschipper, dat hinken op twee gedachten hebben.
En zou u nu denken, dat de Prediker er anders over dacht? Neen! Daarom maakt men op grove wijze misbruik van zijn uitspraak door er bovenstaande betekenis aan te hechten.
Maar welke betekenis moeten wij dan wel aan deze woorden hechten? 'Wees niet al te rechtvaardig, noch boud, noch houd uzelf al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen?'
De Prediker wil ons met deze woorden zeggen: wees niet te rechtvaardig, te wijs; houdt u niet rechtvaardiger, dan gij zijt; wees toch niet zo eigenwijs.
Het woord 'rechtvaardig' betekent, dat men volkomen recht staat tegenover God, dat men volkomen beantwoordt aan Zijn wetten. Zoals Adam dat deed in het Paradijs voor de val en zoals Christus heel Zijn leven geweest is.

(wordt vervolgd)
van W., K.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Niet àl te

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's