Principieel-vrijzinningen zijn vrij-religieus
Rijdend in mijn auto kwam hoorde ik via de radio een groot deel van een uitgebreid vraaggsprek (m. i. via de NCRV) met enkele vrijzinnigen, waaronder twee predikanten, een mannelijke een vrouwelijke. Wanneer ik een samenvatting zou moeten geven van de vrijzinnige boodschap, die in dat gesprek doorkwam, dan was het deze: wij weten niet. Op alle gestelde vragen werd of niét geantwoord of geantwoord dat het moeilijk was te antwoorden of geantwoord dat wij niet weten. Het 'niet weten' kwam over als de eigenlijke geloofsbelijdenis. Of je zó nog iets over draagt op een volgende, jonge generatie? Dat was te hopen. Maar ook dan draagt men niet meer over dan twijfel en niet weten.
Ik begreep niet waarom zo'n lang interview nodig was om telkens maar weer bij dat ene uit te komen: ik weet niet.
De oude vrijzinnigheid uit de vorige eeuw is intussen sterk gesmaldeeld. Dat is begrijpelijk. Zij heeft geen boodschap, die het hart van de mens vervult. Vrijzinnigen zelf zullen dat ongetwijfeld tegenspreken. In het genoemde vraaggesprek kwam enkele malen tot uitdrukking dat mensen zich, ook in diepe levensnood of crisissituaties meer thuis voelen dáár, waar gezegd wordt 'wij weten niet' dan dáár, waar de traditionele antwoorden vanuit het geloof in God worden gegeven.
De oude vrijzinnigheid leeft echter hier en daar nog wel. Als ik 'oude' vrijzinnigheid zeg, bedoel ik de vrijzinnigheid uit de vorige eeuw, die afrekende met alle heilsfeiten. In de naooorlogse situatie heeft de vrijzinnigheid in de Hervormde Kerk zich echter opgedeeld in een Vereniging voor Vrijzinnige Hervormden (met het blad Kerk en Wereld) en de principieel-vrijzinnige Zwinglibond. Eerstgenoemde vereniging sloot zich bij de kerkorde aan ('gemeenschap met de belijdenis der vaderen'), de Zwinglibond bleef afzijdig en kritisch; staat óók kritisch tegenover het huidige Samen op Weg proces, als zijnde te gereformeerd.
Spreekbuis van die oude vrijzinnigheid is het maandblad Zwingli. Ik herhaal nog eens wat ik al eerder schreef: een goed geredigeerd blad, waarin de principiële vrijzinnigheid zonder maskers wordt gepresenteerd.
Het heeft als ondertitel 'principieel-vrijzinnig en unitarisch maanblad'. Unitarisch wil zeggen dat men slechts één persoon in de godheid aannneemt en dus de drieëenheid verwerpt. Eindredacteur is ds. A. J. Roodzand, die dezer dagen afscheid nam als dienstdoend predikant in de hervormde kerk van Odoorn, het oude vrijzinnige bolwerk van wijlen ds. H. van Lunzen, voor wie een standbeeld op het marktplein staat. In de brede redactie zit onder andere ds. A. D. H. Huysman, die ooit synodelid was, één van de weinige echt vrijzinnige synodeleden van de laatste decennia.
Welnu, in het laatste nummer van Zwingli geeft prof. dr. S. Krikke een uitvoerig inzicht in de vrijzinnige godsdienst. Hij doet dit door aandacht te vragen voor de 'vrij-religieuze catechismus in 25 vragen en antwoorden', die kennelijk dé catechismus voor principieel-vrijzinnige hervormden is. Het streepje in vrij-religieus duidt erop dat men niet tamelijk religieus maar ongebonden religieus wil zijn.
Ter toelichting vooraf zegt Krikke, dat kenmerkend voor een vrij-religieuze catechismus is, dat deze geen dogmatische vooronderstellingen of uitgangspunten kent, zoals dat bij traditionele catechismi het geval is. De uitgangspunten voor een vrijreligieuze catechismus zijn, dat de voornaamste gegevens met betrekking tot aard en positie van de mens komen uit de anthropologic (leer aangaande de mens), de biologie en de kosmologie (leer aangaande het heelal), en verder uit het eigentijdselevensbesef, de unitarische visie (verwerping van een drieënig God dus) en de uiteindelijke ondoorgrondelijkheid van het bestaan en de geschiedenis.
Niet weten
Uit bovenstaande inleiding blijkt opnieuw hoe het 'wij weten niet-' ook in deze catechismus centraal staat. Ter illustratie volgen hier nu enkele vragen en antwoorden.
V. Wat is de zin van het menselijke leven en van alles wat bestaat?
A. Die vraag is te groot dat er ooit een algemeen antwoord op mogelijk is.
V. Vraagt de mens hiermee dan boven zichzelf uit?
A. Inderdaad. Het meest vreemde aan de mens is dat bij hem de vraag kan leven naar de uiteindelijke zin van alle dingen, zonder dat op die vraag het afdoende antwoord voorhanden is.
V. Maar het christelijk geloof leert toch dat wij dat antwoord bezitten door Gods bijzondere openbaring via de bijbel en de kerkelijke traditie?
A. Die zogenaamde bijzondere openbaring is een verzameling van menselijke uitingen van de werkelijkheid, toegedicht aan een God buiten en boven de mens.
V. Als wij beseffen dat wij deel uit maken van het (dat) grote Levensmysterie (het geheel van tegengestelde krachten in de kosmos, die men God noemt, v. d. G.), maar niet weten wat de uiteindelijke zin ervan is, met welk perspectief kunnen wij dan leven? Wat moeten wij dan als het doei van ons leven beschouwen?
A. Wij zullen ons persoonlijk bevredigende gedachten moeten vormen over de zin van dit leven en ons dienovereenkomstig een levensdoel stellen.
V. Kan een mens dat alleen?
A. In principe wel, maar er is veel voor te zeggen dat hij daarvoor steun zoekt bij een vrij-religieuze gemeenschap. Daar kan hij zich samen met anderen bezinnen op het leven en alles wat met dit leven te maken heeft. Zo kan hij zich een eigen levensovertuiging vormen.
Ik volsta met weergave van deze vier vragen en antwoorden. Wel moet nog worden opgemerkt dat, als het gaat om onderscheid tussen goed en kwaad, gezegd wordt dat er natúúrlijk onderscheid gemaakt moet worden in allerlei zaken in het leven maar men spreekt dan intussen over 'positieve en negatieve waarden'. En verder wordt opgemerkt dat vrijzinnigen (vrij-religieuzen) het houden bij dat wat op 'redelijk inzicht', op verstandelijk inzicht dus berust. Al wat dáármee in strijd is moet worden verworpen. En als dan de vraag gesteld wordt wát dan wel in het christelijk geloof in strijd moet worden geacht met dat redelijk inzicht, dan luidt het onverhulde antwoord: het feit dat God zich maar aan één volk heeft geopenbaard (aan Israël d.m.v. het Oude Testament), het feit dat God zich uiteindelijk zou hebben geopenbaard in Jezus, die zowel God als mens zou zijn, zijn maagdelijke geboorte, lichamelijke opstanding en hemelvaart. Let wel, deze dingen zijn in strijd met het christelijk geloof.
Tot zover de samenvatting van de écht vrijzinnige geloofsbelijdenis.
Commentaar overbodig
Bij deze vrijzinnige catechismus is eigenlijk alle commentaar overbodig. Het is de 'religie' van het modernisme van de vorige eeuw, het modernisme dat overal godsdienstige uitverkoop heeft gehouden, waardoor uiteindelijk hele streken van het vaderand werden ontkerkelijkt. Militant trokken vrijzinnigen toen ten strijde tegen de viering van Pasen en van Hemelvaart. Men keerde zich tegen alles wat te maken had met wonderen, vooral ook met hét Wonder belichaamd in Jezus-Christus, waarachtig God en waarachtig mens. Kinderen werden soms gedoopt op de tranen van hun moeder of in de naam van geloof hoop en liefde.
Het is op zich een Godswonder, dat in bepaalde streken de kerk voortbestond na deze afbraak door het modernisme. Het Woord van God bleek niet gebonden en bleek zich als Gods openbaring met volmacht en vrijmacht een weg te banen dwars door deze vrijzinnige, menselijke ongeloofstheorieën heen. Soms werden zelfs hele streken, waar de vrijzinnigheid huis hield, weer helemaal rechtzinnig, dank zij het wonder van Gods bewarende Verbondstrouw. Soms ook brak de Heere met het wederbarende werk van Zijn Geest door in het leven van één dominee of één ouderling, waardoor een gemeente van vrijzinnige signatuur weer de prediking van zonde en genade mocht horen, tot vandaag toe.
In het bovenstaande betoogde ik reeds dat deze oude vrijzinnigheid op retour is. Velen, die zich nu nog wel vrijzinnig noemen, willen zelfs niet geconfronteerd worden met de visie van de principieel-vrijzinnige Zwinglibond, die men als extreem ziet. Ze zullen zich ook in de vrij-religieuze catechismus niet herkennen.
Intussen mogen we echter niet vergeten, dat deze principieel-vrijzinnige stroming ooit een bedding heeft gekregen in het verleden in dié kerk, die in de Reformatie hier te lande haar oorsprong vond.
In dié kerk, waar het Woord van God weer werd herontdekt, de prediking van zonde en genade een plaats kreeg en de heilsfeiten ondubbelzinnig werden beleden.
In die kerk ook, waar ooit 'ite, ite' (ga, ga) werd uitgeroepen toen de ketterij toesloeg, namelijk naar de Remonstranten toe, op de Dordtse synode.
De principiële vrijzinnigheid, het oude modernisme, groef zich langzaam maar zeker een bedding in dié kerk, met alle verwoestende gevolgen van dien. En die kerk had zo'n schone catechismus in de Heidelberger.
Wie bovengenoemde vrij-religieuze catechismus beziet moet constateren, dat eenvoudigweg een gereformeerde catechismus te schrijven is door precies het tegengestelde te zeggen van wat deze catechismus in 25 vragen en antwoorden stelt. Maar die catechismus hebben we al in de beproefde Heidelberger. Het is echter kennelijk met het louter 'hebben' van een rechtzinnige catechismus niet te doen. Waar datgene, wat in onze beproefde Heidelberger beleden wordt, niet meer in alle facetten doorstraalt in prediking en pastoraat, of waar stukje bij beetje afgeknabbeld wordt van de rijke inhoud van dit troostboek der kerk, daar kan de kerk opnieuw, en dan in nieuw gewaad, terecht komen bij de ketterijen van de oude vrijzinnigheid. Het kan geschieden in beproefde 'gereformeerde' kerken.
Nee, genoemde vrij-religieuze catechismus zal misschien niet zijn duizenden (meer) verslaan. De kwestie is echter maar of de leer van de Heidelberger frank en vrij doorstraalt in de verkondiging.
De troost van de Heidelberger ligt in de vraag: 'Wat is uw enige troost in leven en in sterven?'.
De armoede van een vrij-religieuze catechismus ligt ten diepste in de vraag: is het ook dat God gezegd heeft?
De Heidelberger, de beproefde Heidelberger, houd daaraan vast kinderen! (H. F. Kohlbrugge).
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's