De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

C. H. Spurgeon en de prediking (9)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

C. H. Spurgeon en de prediking (9)

4 minuten leestijd

De verheerlijking
De verheerlijking was bij Spurgeon zodanig verbonden met de opstanding van Christus, dat hij aan het sterven de voorkeur gaf boven het 'opgenomen' worden bij de wederkomst van Christus: 'Als ik niet sterf, dan zal ik gemist hebben, wat duizenden – die sterven – wel zullen hebben, namelijk werkelijke gemeenschap met Christus in het graf. Laat mij dit hebben, laat mij dit hebben, mijn lieve Heere; laat mij het kille aarden omhulsel van de dood dragen, dat eenmaal u toebehoorde, en laat mij slapen in het graf zoals Gij dit deed. Om te sterven en weer op te staan en om voor eeuwig met U te zijn, dat is toch het sluiten van de cirkel van de voltooide tegenwoordige tijd'.
In de opwekkingsfeer van 1862 sprak Spurgeon nadrukkelijk uit, dat het ten aanzien van allerlei toekomstverwachtingen genoeg was om te weten, dat Christus zou wederkomen. In dit jaar zei hij: 'U weet, dat ik geen profeet ben. Ik weet niets over 1866; ik heb er genoeg aan om me bezig te houden met 1862. Ik begrijp de visioenen van Daniël en Ezechiël niet; ik bemerk er genoeg aan te hebben om het eenvoudige Woord te onderwijzen, zoals ik dit vind bij Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes, en de Brieven van Paulus. Ik merk, dat er niet veel zielen tot God bekeerd zijn door uitgelezen verhandelingen (dissertations) over de strijd van Armageddon, en al die andere fraaie zaken; ik twijfel er niet aan of profetieën zijn erg profijtelijk, maar ik vraag me een beetje af of ze profijtelijk zijn voor de hoorders, als ze mogelijk wél zijn voor de predikers en de publicisten.
De mensen snakken er naar om de toekomst te weten; sommige godgeleerden richten zich op deze slechte smaak door voor hen te profeteren en hen te laten weten wat er zo al gaat komen. Ik ken de toekomst niet, en ik zal ook niet doen alsof ik die weet. Maar dit préék ik wél (die toekomst), omdat ik weet, dat Christus zal komen, want dat zegt Hij op zo'n honderd plaatsen'.
Zelfs als aanhanger van de leer van het Duizendjarig Rijk, moest men niet menen, dat men de wederkomst van Jezus Christus kon vaststellen: 'Ik ga vanavond de partijen niet tegenover elkaar uitspelen door er over te discussiëren of de komst (van Christus) vóór die duizend jaar of na die duizend jaar zal zijn of iets dergelijks, het is voor mij genoeg, dat Hij zal komen'.
Het was Spurgeon genoeg om te geloven, dat de hemelse heerlijkheid een bovenaardse werkelijkheid is, die de gelovige onmiddellijk zou ingaan na het sterven. De leer van de 'ziele-slaap' wees hij af: 'Hier is het lijk, maar daar is de geest; hier is het stof, maar daar is de ziel'.
De overgang van de heiliging naar de verheerlijking was een wezenlijke verandering – na het áánbreken van de dag (in de heiliging) is het volle daglicht opgegaan (in de verheerlijking), en dat was toch slechts een gradueel verschil: 'De hemel zal een grote verandering brengen in onze toestand, maar niet ten aanzien van de plaats waar we staan, indien we nu reeds binnen het voorhangsel staan. Het zal alleen zo'n verandering zijn, als die tussen de volle dag en het aanbreken daarvan'.

Overzicht
Spurgeon's dogmatische inzichten waren levensecht – zijn leer was zijn leven. Door de jaren heen traden er geen leerstellige veranderingen op, of het moest zijn, dat het dogma van de uitverkiezing door hem op den duur op een meer plastische (beeldende) en al te elastische wijze werd beleden. Eens bad hij: 'Heere! Haast U zich al Uw verkorenen binnen te brengen en verkies er dan nog enigen bij!' Een verstandelijke systematisering van de geloofswaarheid was hem ten enenmale vreemd – deze meende hij te signaleren bij orthodoxisme (dode rechtzinnigheid) , én modemisme.
Wanneer de dogmatische inzichten van C. H. Spurgeon vergeleken zouden worden met die van Calvijn in zijn Institutie, dan zou dit een grote mate van verwantschap , aan het licht brengen.
Echter, de verwantschap met het Engelse Puritanisme is groter en directer. Vergeleken met de Puriteinen, is de overeenkomst met de evangelische Puriteinen (vgl. W. Marshall) het grootst. Terecht werd Spurgeon 'De laatste der Puriteinen' genoemd. En tóch gaf zijn geestelijke en charismatische persoonlijkheid hem ook weer een bepaalde eigenheid in dogmatisch opzicht. Het loont de moeite die eigenheid van Spurgeon nu zo veel mogelijk in beeld te gaan brengen. En wel vanwege de actualiteit!

C. A. van der Sluijs, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

C. H. Spurgeon en de prediking (9)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 juli 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's