Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (I)
Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925
In Hervormd Ouddorp schreef de heer A. J. Nelis een artikelenserie over ds. IJ. Doornveld, die rondom de eeuwwisseling in Ouddorp predikant was. Op de voet worden de gemeenten gevolgd waar deze markante prediker heeft gestaan, Daarle, Loon op Zand, Den Ham, Ouddorp, Andel, Nunspeet, Lage Vuursche, Oene, IJsselstein, Hoevelaken. Onder de titel 'Hij trok van dorp tot dorp steeds voort' plaatsen we deze serie in ons blad. Gezien het feit dat deze prediker zoveel – ook thans nog – hervormd gereformeerde gemeenten diende mag geconcludeerd worden dat de lezers van ons blad met belangstelling van deze serie kennis zullen nemen. In bijdragen wordt het 'portret van een Nederlands Hervormd predikant rond de eeuwwisseling' geplaatst.Red.
Inleiding
28 maart 1898: De kerkeraad van de Hervormde Gemeente te Ouddorp komt in vergadering bijeen.
De voorzitter ds. C. Waardenburg van Goedereede, die als consulent de vergadering leidt, kijkt de kring eens rond. Het zijn zo langzamerhand bekende gezichten voor hem geworden en hij ziet al gauw, dat er één ontbreekt. Ouderling L. Padmos kan de vergadering wegens ziekte niet bijwonen. Verder zijn ze er allemaal: de ouderlingen H. Hoek, C. v. d. Klooster, W. Voogd en de diakenen F. Nieman, KI. Voogd, Kr. Voogd en S. van de Wielen.
Op deze mannen rust de moeilijke taak om de gemeente, die vakant is, te leiden en om uit te zien naar een herder en leraar. Het is al ruim twee jaar geleden, dat de eigen predikant, ds. Meinsma naar de Hervormde Gemeente Oene vertrokken is. Sindsdien zijn er verschillende beroepen uitgebracht, te weten op:
ds. W. R. Kalshoorn te Kesteren,
ds. Y. J. Bootsma van Zoetermeer,
ds. H. Feykes van Dordrecht,
ds. H. Doornveld van Wierden,
de heer J. J. van Ingen, kandidaat, wonende te Utrecht,
ds. C. Waardenburg van Goedereede,
ds. D. E. J. Hupkes te Sprang,
ds. Zijlstra van Waddinxveen,
ds. E. Postma van Ameide en Tienhoven,
ds. Kalkman van Woerden,
ds. D. M. Boonstra van Ouderkerk a/d IJssel,
ds. A. J. Loois I.Mzn. te Delfshaven,
ds. E. J. W. Posthumes Meyes te Heinenoord.
Deze avond zijn ze voor de zoveelste maal bijeengekornen om een predikant te beroepen. Nadat ds. Waardenburg voorgegaan is in gebed, stelt hij de beroeping van een predikant aan de orde. De algemene keuze valt op ds. IJ. Doornveld te Den Ham (Overijssel).
Nadat de stukken in orde gemaakt zijn, wordt de vergadering met dankzegging gesloten.
Er breekt nu weer een tijd aan van gebed en zuchting tot de troon der genade.
Enige tijd later wordt het bericht ontvangen, dat de beroepen predikant het beroep naar Ouddorp heeft aangenomen. Het duurt echter nog bijna een halfjaar voordat hij zijn intrede doet.
Op zondag 18 september 1898 wordt hij bevestigd door zijn vader, ds. H. Doornveld van Bruchem, die eerder zelf ook een beroep naar Ouddorp had ontvangen. De tekst waarmee de Bruchemse predikant zijn zoon bevestigt, is Jesaja 52 vers 7: 'Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten desgenene, die het goede boodschapt, die den vrede doet horen, desgenen, die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen, die tot Sion zegt: Uw God is Koning.'
In de namiddagdienst gaat ds. IJ. Doornveld voor het eerst voor in eigen gemeente. De prediking is n.a.v. Psalm 39 vers 8: 'En nu, wat verwacht ik, o Heere! Mijn hoop, die is op U.'
Hervormd Ouddorp heeft weer een eigen predikant. Velen weten niet meer van hem dan zijn naam en de plaats waar hij vandaan komt. Zij zullen hem echte leren kennen door zijn werken in de gemeente onder jong en oud, aan de ziekbedden en de sterfbedden en bovenal door de prediking van het onveranderlijke Woord des Heeren.
Jeugd
Wie was ds. IJ. Doornveld?
Op 10 augustus 1864 wordt in het gezin van bakker Harmen Doornveld, wonende op de Leeuwenburg te Sneek, een jongetje geboren, IJme, genoemd naar zijn grootvader. Ongetwijfeld zijn vader Harmen en moeder Aagjen Doornveld-Croles erg verblijd geweest bij het aanschouwen van hun tweede boreling. Naast blijdschap zal er ook zorg geweest zijn, vooral over het zieleheil van hun twee kinderen.
Kerkelijk is het in deze tijd in Sneek niet zo best gesteld. In de Hervormde Kerk is er geen sprake meer van de verkondiging van de leer, die naar de godzaligheid is. De Sneker predikanten brengen een moderne prediking, waarin de mens centraal staat. Kerkelijk leeft het bakkersgezin dan ook niet mee in Sneek, maar men zoekt voedsel voor het hongere ziel in een naburige rechtzinnige gemeente. Zo is het ook te verklaren, dat zoon IJme niet in Sneek ten doop gehouden wordt, maar op 25 september 1864 het teken des Verbonds ontvangt in de Hervormde Kerk van IJlst. De gemeente van IJlst heeft zich gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw mogen verheugen in het bezit van zeer rechtzinnige predikanten. Dat was iets heel bijzonders, daar men rechtzinnige predikanten in die tijd in de 'grote kerk' met een lantaarntje moest zoeken.
Het Woord Gods was schaars geworden in die dagen.
Hoewel IJme onbewust geweest is van de veranderingen die juist tijdens zijn eerste levensjaren binnen het gezin plaatsvonden, zullen deze toch van betekenis blijken te zijn voor zijn latere leven.
Wat is namelijk het geval? Door verschillende sterfgevallen in de familiekring (o.a. een zuster van bakker Doornveld) wordt vader Harmen van 's Heeren wege krachtdadig geroepen tot het ambt van dienaar des Woords. Hoewel het een hele stap is om als dertigjarige te staan naar het predikabmt in de vaderlandse kerk, besluit hij de studie tot voorbereiding van het ambt van Dienaar des Woords op te vatten. De benodigde vooropleiding om aan de universiteit te kunnen gaan studeren bezit hij uiteraard niet. Eerst zal hij de latijnse school of het gymnasium moeten doorlopen om daarna aan de universiteit verder te kunnen studeren.
Op 1 april 1869, IJme is dan 4 jaar en heeft er in 1865 nog een broertje bijgekregen, vertrekt het gezin naar Zetten (gemeente Valburg). Om onbekende redenen blijven ze maar één jaar in Zetten wonen. Doesburg is de nieuwe plaats van vestiging. Hier volgt vader Harmen de lessen op de latijnse school. In Doesburg ondervindt het gezin een zware beproeving. Op 17 oktober 1871 overlijdt de moeder van IJme. Zij sterft met het getuigenis op haar lippen: 'Heere, ik zal heden avondmaal houden met U, en zo blijft student Doornveld achter met drie kinderen, Akke van 12, IJme van 7 en Jelle van 5 jaar. Voorwaar geen kleine zaak!
IJme en zijn broers gaan in Doesburg naar de christelijke school van meester J. H. F. Gangel. In 1873 komt er een eind aan de studie van vader Harmen. Hij wordt geschikt gevonden voor de studie aan de academie. Op 8 mei 1873, IJme is dan 8 jaar, trouwt Harmen Doornveld met een zekere Anna Maria Elizabeth Boeze (geboren te Doesburg op 22 januari 1826). Deze niet meer zo jonge vrouw wordt dus IJme's tweede moeder. Nog in diezelfde maand mei vertrekt het gezin naar Utrecht, waar vader Harmen als theologisch student wordt ingeschreven. In augustus 1878 voltooit hij zijn studie, die hij door Gods genade met ijzeren volharding gevolgd heeft.
Nu keert het gezin weer terug naar Doesburg. IJme wordt nu ingeschreven op dezelfde latijnse school waaraan vijf jaren eerder zijn vader ook studeerde. Deze is inmiddels in 1879 kandidaat tot de Heilige Dienst geworden bij het Provinciaal Kerkbestuur van Utrecht. Als vader Harmen het beroep van de gemeente Wilnis aanneemt, blijft IJme alleen in Doesburg achter om zijn studie aan de latijnse school af te maken. Waarschijnlijk heeft hij in die tijd ingewoond bij A. H. Schut, hoofdonderwijzer van de christelijke school in de Boekholtstraat. Hij kan echter in Doesburg zijn studie niet afmaken, want de latijnse school wordt in 1880 opgeheven. De oorzaak van deze opheffing was de in 1876 uitgevaardigde Wet op het Hoogeronderwijs, als gevolg waarvan de subsidiëring door het Rijk van kleine latijnse scholen werd stopgezet. IJme zet nu zijn studie voort aan het gymnasium in Doetinchem.
Na het gymnasium met goed gevolg te hebben doorlopen vertrekt IJme naar Utrecht om aan de universiteit als student in de godgeleerdheid te worden toegelaten. In het zgn. kerkelijk album, dat vanwege de Algemene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk werd aangelegd staat hij op 3 oktober 1884 ingeschreven. Na nog enkele zaken in Doetinchem geregeld te hebben vestigt hij zich op 20 oktober 1884 in de stad Utrecht. Hij neemt zijn intrek bij de tabaksverkoper Hendrik Peek, die met zijn gezin aan de Steenweg woont. Op 6 mei 1886 veruist IJme naarhet Predikherenkerkhof, waar hij inwoont bij de stucadoor Hermanns van Stokkum en diens gezin.
We mogen aannemen dat IJme evenals zijn vader destijds ijverig gestudeerd heeft. 13 juni 1885 legt hij met goed gevolg het voorbereidend examen af, waardoor hij toegelaten wordt tot de verdere studie. Op 12 februari 1887 doet hij kandidaatsexamen Ie gedeelte en het jaar daarop 2e gedeelte, dat wegens ziekte nog uitgesteld moest worden.
In zijn studententijd is hij ook lid van het Utrechts Studenten Corps. Als IJme op 17 december 1888 de stad Utrecht verlaat om zich in zijn ouderlijk huis te vestigen dan is hij Candidaat tot den Heiligen Dienst bij het Provinciaal Kerkbestuur van Overijssel. Hij is nog ongehuwd.
Vader H. Doornveld is ondertussen van Wilnis (1879-1882), via Eemnes-buiten (1882-1884), Staphorst (1884-1886) en Wanswerd/Jiskum (1886-1888) terecht gekomen in de Hervormde Gemeente van Huizen (N.H.), 15 april 1888.
IJme is in een bewogen tijd afgestudeerd. De Doleantiebeweging grijpt allerwege om zich heen. In de Hervormde Kerk heerst grote verwarring.
IJme's vader, die in Staphorst zelf gezinspeeld heeft op eigen doleren, keert zich in Huizen heftig tegen deze beweging.
Op 14 oktober 1888 wordt ten huize van de heer C. C. Rebel de jongelingsvereniging 'Samuël' opgericht. Ds. H. Doornveld wordt erevoorzitter en zijn zoon IJme voorzitter. Elke zondagavond komt men bijeen, eerste ten huize van de familie Rebel, later in de catechisatiekamer van de kerk. De vereniging heeft haar voorzitter echter niet zo lang behouden. Deze krijgt namelijk bezigheden die hem elders voeren. De plaats IJlst is voor hem niet alleen belangrijk vanwege zijn eerste jeugdjaren, maar meer nog omdat hij het oog heeft laten vallen op een van de dochters van deze stad, namelijk Heijlkje Huisman, die bij haar ouders thuis woont en werkt.
29 maart 1890 treden zij in het huwelijk. Plechtig vermeldt de huwelijksakte dat op de zondagen 16 en 23 maart van het jaar 1890 afkondiging is gedaan voor den deur van het huis der gerheente IJlst alsook van die der gemeente Huizen van het huwelijk van IJme Doornveld, oud vijfentwintig jaren, van beroep zonder, geboren te Sneek, wonende te Huizen, meerderjarige zoon van Harmen Doornveld, predikant, wonende te Huizen en van Aagje Croles, overleden, en
Heijlkje Huisman, oud zesentwintig jaren, zonder beroep, geboren en wonende in IJlst, meerderjarige dochter van Louw Huisman en van Trijntje Oppedijk, beiden zonder beroep, wonende te IJlst.
Wellicht zullen enkele leden van de jongelingsvereniging de huwelijksplechtigheid hebben bijgewoond. Misschien zijn er ook leden van de kerkeraad van Daarle aanwezig geweest. Want deze kleine Hervormde gemeente heeft op 13 november 1889 de bruidegom beroepen als haar herder en leraar.
De kerkeraad van Ouddorp brengt 11 september 1889 een beroep uit op ds. H. Doornveld te Huizen. Zoon IJme die in deze tijd nog thuis is, heeft waarschijnlijk niet kunnen bevroeden dat hij zelf nog eens in Ouddorp predikant zou zijn.
In die tijd was een predikant niet verplicht 4 jaar aan dezelfde gemeente verbonden te blijven. Als Ouddorp ds. H. Doornveld beroept is deze nog niet eens anderhalf jaar predikant in Huizen.
A. J. Nelis, Ouddorp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's