De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Bijbeltekst en politieke uitleg (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijbeltekst en politieke uitleg (1)

Kerk en politiek (5)

6 minuten leestijd

Revolutionair
De leus 'Vrijheid, gelijkheid en broederschap' kan positieve kanten hebben (zoals in het vorige artikel is aangegeven) maar vandaag de dag ontpopt de leus zich in haar politieke vertaling vooral als echt revolutionair. Onbegrensde vrijheid, onbegrensde gelijkheid, ja zeker. De mens vrij van God. De mens gelijk aan God. Ieder voor zich. Dat dat niet tot onbegrensde broederschap heeft geleid, moge een ernstige vérstoring van de revolutionaire droom zijn geweest, maar is wel een bewijs dat de revolutie nooit tot heil en zegen voor de mensheid kan zijn. Een Wageningse professor hield terecht een rede onder de titel; 'Vrijheid, gelijkheid en eenzaamheid'.
Vanuit Gods Woord is het namelijk zeer duidelijk dat er wel grenzen nodig zijn, grenzen aan de individuele vrijheid, grenzen aan de gelijkheidsidealen, grenzen aan de broederschap of, om een meer aktuele politieke term te gebruiken, aan de solidariteit. Al te vaak wordt ons gevraagd om solidair te zijn met Gode-vijandige tendenzen en aktiviteiten. We moeten tegenwoordig ook solidair zijn met andermans egoïsme. Gods Woord leert ons dat anders: We kunnen onze naaste alleen echt dienen vanuit de dienende liefde van God.

Altijd in dienst van God
Gods Woord leert ons, dat die liefde, dat aanwijzen van wegen en grenzen op twee manieren tot ons komt.
In de eerste plaats is Gods liefde een zeer persoonlijk gerichte zaak. Genade voor de zondaar. Waartoe ook die richtlijnen behoren, die God tegelijk aanreikt in Zijn wetten. Om die te doen uit dankbaarheid. In de tweede plaats heeft Gods liefde en universeel karakter, in kleiner verband een maatschappelijk, een politiek karakter. Ook op dat niveau wil God ons Zijn heilzame begrenzingen niet onthouden.
Zo heeft Hij overheden gegeven. Om de begrenzingen, de wetten, die Hij aanreikt in Zijn Woord politiek te vertalen. Als dat gebeurt, dan gaat het om een overheid, die doet wat goed is in de ogen des Heeren. Een overheid die in de meest positieve zin Gods dienaresse is. Zo'n overheid heeft overigens buiten het theocratische Oud-Testamentische Israël zelden of nooit bestaan.
Meestal zijn er overheden geweest, die hun eigen grenzen trokken, óf bepaald door machtswellust óf bepaald door de wil van het volk. En toch – zo zagen we in het vorige artikel – is zo'n overheid, die dus kwaad doet in de ogen des Heeren, beter dan géén overheid. Hoe zit dat?
Welnu, wij geloven dat, ongeacht de handelswijze van welke overheid dan ook, God toch boven alles blijft staan.
Hem is alle macht (boven alle aardse machten) in hemel en op aarde. Wat Hij als liefde bedoeld heeft, kan bij voortdurende afwijzing tot een oordeel komen. In beide betekenissen blijft elke overheid Gods dienaresse. In het éne geval als uitvoerder van Gods goede wetten, in het andere geval als uitvoerder van Gods oordelen. De overheid als dienaresse in goede of kwade zin, als vat ter ere of als vat ter onere.
Mag daaruit geconcludeerd worden, dat we dus elke overheid dan maar moeten accepteren? Dat wij politiek dus weinig in te brengen hebben? Dat God het toch allemaal Zelf wel zal besturen zonder ons en buiten ons? Dat ieder volk nu eenmaal de regering krijgt die het verdient?

Augustinus
Zag ook Augustinus niet het betrekkelijke karakter in van de gelukkige wending onder het christelijke keizerschap van Constantijn de Grote? Natuurlijk was hij blij met de verandering ten goede, maar hij zag het slechts als één der wisselingen in het tijdelijke: de ware God geeft aardse heerschappij nu eens aan de vromen, dan weer aan goddelozen, naar het Hem behaagt. Augustus verkreeg het keizerschap, maar ook Nero; Constantijn, maar ook Julianus. Waarom? Opdat de christen zou leren, dat aardse heerschappij gerekend moet worden tot de tijdelijke goederen, waarop hij niet mag vertrouwen (zie dr. J. v. Oort, Jeruzalem en Babylon, 129, 130).

Fout
Is deze 'theocratische' grondgedachte niet de oorzaak dat christenen zich enerzijds passief, anderzijds liberaal kunnen opstellen in de politiek? Er zijn voorbeelden genoeg van.
Lag bovengenoemde redeneertrant niet ten grondslag aan menig orthodox bedoelde onderdanigheid aan de nieuwe overheid in de Tweede Wereldoorlog?
Ging zo menigeen in de oorlog niet 'de fout in'? Hitler als oordeel van God, dat ook als onderdaan gedragen moest worden? En zo de nieuwe overheid te gehoorzamen in een 'Befehl ist Befehl'-houding?

Afkerig
Of een geheel ander voorbeeld van passiviteit: Als vanuit de kring van bijvoorbeeld, de Vergadering de Gelovigen publicaties verschijnen (zoals mr. H. P. Medema, 'Stembus voor de Stad Gods'?) dan loopt daar ook als rode draad door het betoog heen dat het geen taak van christenen kan zijn een christelijke of een theocratische staat hier beneden te vestigen. En dus moeten wij ons niet met politiek bemoeien, want het is ook Gods bedoeling niet in deze tussentijdelijke bedeling een theocratie te realiseren.
Hij, aldus Medema, laat Zijn zon opgaan over bozen en goeden.
Hij laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Hij laat tarwe en onkruid samen opgroeien tot de oogst. Weg snoeimessen dus! In zijn visie: weg stembussen, weg politieke machten!
Vanuit de gelijkenis van het tarwe en het onkruid (Matth. 13 : 24-30 en 36-43) komen we dan gelijk op weer een ander voorbeeld van een bepaalde houding van een christen, ditmaal geen afkerige, maar juist een liberale.

Liberaal
In het reeds eerder aangehaalde boek uit de Reformatie Reeks 'Christelijke politiek vandaag' schrijft de laatste auteur, drs. C. P. van Dijk (CDA), de huidige minister van Binnenlandse Zaken, na de spanning genoemd te hebben tussen Gods volmaakte gerechtigheid en onze aardse orde van zaken met de smalle politieke marges (blz. 128):
'Mozes was reeds gedwongen, in strijd met de bedoeling van het huwelijk, een echtscheidingsprocedure te ontwerpen, vanwege de hardheid des harten (Matth. 19 : 7). De koninklijke auteur van 'Prediker' moet de betrekkelijkheid, de ijdelheid en het te kort schieten van zijn geïnspireerd beleid erkennen.
'Wees niet te rechtvaardig… wees niet te wijs, waarom zoudt ge u tot verbijstering brengen' (Pred. 7 : 16).
En ook de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe bevat enige diepe lessen. De definitieve scheiding tussen goed en kwaad zal eerst op de dag van de oogst plaatsvinden; intussen dienen we zeer voorzichtig te zijn met wie: we zouden met het onkruid ook de tarwe eens kunnen uitrukken' (Matth. 3 : 29).
Het is vanuit zijn CDA-positie te begrijpen dat minister Van Dijk zich wil verweren tegen al te veel christelijke scherpslijperij, maar is zijn redenering vanuit dezelfde Bijbel, die hij zo veelvuldig citeert, te verdededigen?
Want het moge iedereen duidelijk zijn, dat vanuit dezelfde teksten nogal verschillende politieken houdingen voortkomen. Kan dat en mag dat?

J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Bijbeltekst en politieke uitleg (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's