Anthony Brummelkamp
Proefschrift M. te Velde (II)
De Brummelkamp van de Afscheiding houdt door de manier waarop hij brak met de gemeente te Hattem en daardoor met heel de Hervormde Kerk tot op de dag van vandaag voor Hervormde mensen iets irriterends. Dat kon de conclusie zijn van ons eerste artikel over het onlangs verdedigde proefschrift van M. te Velde.
Maar er is aan Brummelkamp ook nog een andere kant. Als geen ander onder de afgescheiden broeders is hij de man geweest die de kerkgrenzen wist te relativeren en de broederband toestak aan alle gereformeerde belijders waar die ook maar te vinden waren. Natuurlijk riep dat vaak spanningen op. Niet iedereen in Brummelkamps eigen kring wist dat te waarderen. Maar ook in Brummelkamp zelf riep het spanningen op. Te Velde constateert bij hem een zekere ambivalentie. Nu eens was hij écht de afgescheiden domiiiee die zijn Hervormde broeders en zusters, hoe zeer ze ook belijdenisgetrouw waren, uitmaakte voor halven, halfslachtigen, ongehoorzamen of nog erger. En dan weer was hij de man met het ruime hart, die zelfs voor kanselruil met de Hervormde dominees niet terugdeinsde, en die meedeed aan allerlei interkerkelijke aktiviteiten.
Heb ik het juist als ik stel dat wij deze houding heden nog aantreffen bij broeders in diverse afgescheiden kerken?
De schrijver van het proefschrift, predikant in de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, lijkt mij er wat tussenin te zitten. Zijn verwijt aan Brummelkamps adres is dat hij te weinig 'kerkelijk' handelde, maar tegelijk weet hij toch ook wel waarderende woorden te vinden over Brummelkamps 'oecumenische' houding. Nu geef ik toe: Brummelkamp handelde inderdaad niet altijd zo heel erg kerkelijk, maar mijn vraag is: kón hij wel anders? Hoe kan een predikant in een afgescheiden kerk naar de kant van ándere gereformeerden buiten zijn kerkverband 'oecumenisch' zijn en tegelijk strak kerkelijk? Wil hij niet het isolement handhaven, dan zal hij de grenzen van de kerk toch wel wat breder moeten trekken dan alleen bij eigen erf. Van harte hoop ik dat althans tot op zekere hoogte Brummelkamps houding en aktiviteiten ook in de vrijgemaakte Gereformeerde Kerken het winnen zullen van alle isolationisme. Als dat de 'winst' zou zijn van dit proefschrift, dan was er naar mijn gevoelen veel gewonnen.
Moeilijkheden
Vervolgens, ik acht het niet uitgesloten dat Brummelkamps 'oecumenische' houding toch ook wel iets te maken heeft gehad met de lang niet altijd prettige ervaringen die hij in eigen kring opdeed. Is het wel helemaal zo vreemd dat een van zijn zoons de kerk der Afgescheidenen verliet en een Hervormde dominee werd, eerst in Veenendaal, later in Amsterdam, en dat hij daar weigerde met Kuypers Doleantie me te gaan? Deze vraag zal wel nooit helemaal beantwoord kunnen worden. Brummelkamp zelf distantieerde zich van deze daad, ik zou willen zeggen: natuurlijk! Maar daarmee is toch nog niet alles gezegd.
Men heeft het Brummelkamp erg moeilijk gemaakt. Lange tijd hebben hij en de gemeenten die hem volgden in de dertiger en veertiger jaren een vrij geïsoleerde positie ingenomen. Te Velde zegt dat zij slechts een van de meerdere groepen gemeenten in die tijd binnen de Afscheidingsbeweging hebben gevormd, maar dat lijkt mij de zaak toch wel wat te onschuldig voorgesteld. Met Scholte ging Brummelkamp niet mee, maar ook niet met de andere belangrijke leiders. Hij werd op dood spoor gezet. En het heeft heel wat gekost tot hij weer volledig in de kring was opgenomen. De oorzaak lag voornamelijk in Brummelkamps houding ten aanzien van het vraagstuk van een kerkorde. De oude Dordtse kerkorde zonder meer aanvaarden kon hij niet, maar met het independentistische streven van Scholte was hij het ook niet eens. Dit laatste is terecht door Te Velde helder aan het licht gesteld. Hij heeft daarmee Brummelkamp tegenover bepaalde aantijgingen gerehabiliteerd. Brummelkamop was géén Scholte; gelukkig niet!
Maar duidelijk in zijn (kerkordelijke) standpunt was Brummelkamp bepaald ook niet. Hij was een man des vredes. Het streng kerkrechtelijke denken lag hem niet. Trouwens het streng dogmatisch denken evenmin. Zo zat hij nogal eens tussen de wielen. Te Velde heeft dat scherp laten zien.
Prediking
Er waren bovendien andere problemen. Zij raakten Brummelkamps theologie en prediking. Eigenlijk kan men van een 'theologie' bij Brummelkamp nauwelijks spreken. Zelfs later, als hij hoogleraar is, is hij een eenvoudig docent, die de talen van de Bijbel goed kende en verder met de studenten wat exegetiseerde. Een man die ook nog enkele andere vakken gaf, maar alles heel eenvoudig. Een man die verder veel tijdschriften las en zelf diverse artikelen schreef in De Bazuin, en zo een kerkelijke smaakmaker werd. Theologie in meer wetenschappelijke zin is door hem nooit bedreven. Ik vind dan ook dat het wat tegenvalt als wij in Te Velde's proefschrift onder ogen krijgen wat zoal door Brummelkamp in een enkele publicatie van zijn handen in zijn artikelen in De Bazuin geschreven is. Veel niveau zit er niet in. Maar al was Brummelkamp geen knap theoloog, hij was wel een prediker. Hij was ook een man met een overtuiging. Hij was ook een zelfstandig man. Hij liep niet anderen zomaar achterna.
Brummelkamp was bovendien een man die werk maakte van Calvijns commentaren. Die vooral, meer nog dan van Calyijns Institutie. En hij kende de belijdenisgeschriften en de liturgische geschriften van onze kerk. Hij kende ze zo goed dat hij met zijn opvattingen in conflict kwam met andere mannen der Afscheiding die veel meer leefden uit de tijd na Dordt. Brummelkamp had oog voor de betekenis van de christelijke doop en de betekenis van het genadeverbond. Hij persisteerde erbij dat het evangelie aan allen zonder onderscheid mag worden gepredikt met bevel van bekering en geloof. Hij preekte onbekrompen het geloof in Christus. Hij was een man met een ruim aanbod van genade. En dat viel niet bij alle Afgescheidenen even goed. Er waren er ook toen die zeiden: Alleen met de uitverkorenen is het genadeverbond opgericht en men moet eerst tekenen van verkiezing tonen vóór de Heere Jezus Christus en Zijn genade moge worden aangeboden.
Reformatie
Hiermee heeft Brummelkamp gestaan aan de kant van de reformatoren. Hij is een der mannen geweest die de Afgescheidenen geleerd hebben toch voluit een reformatorische kerk te zijn met een reformatorische prediking. Vele afgescheidenen waren voortgekomen uit 'conventikels'. De Cock stond heel dicht bij hen.
De Cocks spreken over het genadeverbond, waar ook Te Velde erg positief over doet, heeft op mij nooit veel indruk gemaakt, want hij sneed het verbond in tweeën: een uitwending en inwendig verbond, en dan vraag ik: wat heb ik aan een alleen maar uitwendig verbond. Bij De Cock vindt men volop het sterk doorgevoerde oude scholastische schema van inwendig en uitwendig. Brummelkamp, bekend met Calvijn, heeft het onhoudbare van een al te sterke scheiding tussen uitwendig en inwendig doorzien. En toch is hij, gelukkig, er niet toe gekomen om 'uitwendig' en 'inwendig' geheel te laten samenvallen. Soms, zegt Te Velde, heeft zijn spreken aanleiding gegeven tot misverstand (290); ik neem dat aan; maar Brummelkamps intentie werd gevoed vanuit de Reformatie.
Waardering
De Christelijke Gereformeerde Kerk heeft heel wat aan Brummelkamp te danken gehad. Op de duur is men dat ook gaan beseffen. Aan zijn graf zei zijn oude vriend Van Velzen, met wie Brummelkamp ook nog al eens onenigheid had gehad: 'Wie zal ons verlies uitspreken bij het graf van deze ontslapene? (…) Weet gij niet, dat te dezen dage een vorst, ja een groote in Israël gevallen is?' Van Velzen vertolkte hiermee wat er in brede kring aan gevoelens leefde, zowel binnen de afgescheiden kerken als ook binnen de Hervormde Kerk. Een broeder was heengegaan, wel afgescheiden van de Hervormde Kerk (wij hadden hem graag gehouden, maar niet afgescheiden van Christus' Kerk. Brummelkamp heeft Christus' kerk, ondanks zijn afgescheiden standpunt, gezien als beder dan zijn afgescheiden kerk. Dat was een goede zaak. Omgekeerd zullen wij als Hervormden ook de afgescheiden broeders en zusters mogen zien als leden van de ene Kerk van Jezus Christus. Hoe het dan verder moet, dat weet ik niet. Maar: de ware eenheid begint van binnenuit, dat weet ik wel!
Tot slot, wij wensen ds. Te Velde, nu doctor Te Velde van harte geluk met dit naar ons gevoelen voortreffelijke proefschrift. Wij hebben het met vrucht gelezen en bevelen het graag anderen ter lezing aan. De kwaliteiten ervan zal men al lezende zelf wel ontdekken. Moge het dr. Te Velde, inmiddels hoogleraar, gegeven worden in de toekomst nog veel te betekenen voor de ene en ongedeelde Kerk van Christus op aarde. Wij zien daar naar uit.
K. Exalto
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's