Het gezin Hoeksteen of afgod
Al heel wat jaren staan huwelijk en gezin in onze samenleving op de tocht. Méér en méér hebben alternatieve samenlevingsvormen hun intrede gedaan en zijn er wettelijke bepalingen in werking gesteld, ter bescherming van die alternatieve samenlevingsvormen of om ze gelijkwaardig met het gezin te stellen. Het gezin als 'hoeksteen' in de samenleving staat al lang aan slijtage bloot. Vroeger spraken we onbekommerder over het gezin als kleine samenleving in de samenleving, als kleine cel, waarop de maatschappij dreef. Vanwege het feit dat onze samenleving eeuwenlang een christelijke samenleving was – hoe diep dat christelijke dan ook stak – stempelde mede de waarde van het gezin.
Nadat nu jarenlang het gezin op zich ter discussie heeft gestaan, duiken vandaag in allerlei geschriften en artikelen opeens voor zichzelf sprekende bewoordingen op. Al meerdere malen kwam ik tegen het gezin als afgod. Met het gezin zou in de loop van de tijd afgoderij zijn gepleegd.
Mensen zouden zichzelf en andere gezinsleden afhankelijk hebben gemaakt van het gezin als instituut. Anders gezegd: mensen gaan zó op in hun gezin, vertrouwen zó sterk op (de bescherming van) het gezin, stellen zózeer hun vertrouwen op deze hoeksteen, dat er met het gezin afgoderij is en wordt gepleegd.
Ouders maken hun kinderen van zich afhankelijk, laten hen niet voldoende los en belemmeren dus hun kinderen in hun vrije ontplooiing. Gezinsleden binden elkaar of frustreren elkaar. Kortom: het gezin als afgod. Want het instituut moet koste wat het kost in ere en intact blijven.
Koperen slang
In Hervormd Utrecht stond dezer dagen over deze materie een sprekend artikel van mr. W. Aantjes. Het handelde over de koperen slang, die Mozes in opdracht van God gemaakt had en die de zieke Israëlieten tot zegen was, toen ze door de slangen gebeten in de woestijn neerlagen. Wie naar de slang opzag was genezen. In 2 Koningen 18 nu lezen we dat Hiskia die zelfde koperen slang aan stukken sloeg, omdat het volk er afgoderij mee pleegde. 'En hij verbrijzelde de koperen slang, die Mozes gemaakt had, omdat de kinderen Israels tot die dagen tot haar gerookt hadden'. Dingen, die ooit tot zegen waren, zoals de koperen slang, kunnen tot een afgod worden en dan moeten ze worden opgeruimd, afgeschaft.
Aantjes maakt nu vanuit deze bijbelse gegevens enkele toepassingen. Christelijke 'beginselen', bijvoorbeeld in de politiek, kunnen zo tot afgod worden. Hij zegt: 'hoezeer is tijdgebonden moraal niet gestold in onwrikbare instituties en is in een in een bepaalde ontwikkeling uitgesproken belijdenis niet gecanoniseerd in een formulier?' Niet de waarden zelf (die erachter zitten) maar de symbolen worden tot toetsteen en zo tot afgod.
Aantjes gaat dan nog een stap verder door als voorbeeld het gezin te nemen. Hij noemt de gedachte van 'gezin als hoeksteen van de samenleving' op zich uitstekend. Maar, zegt hij: 'als ik zie hoe zo'n adagium wordt gehanteerd, gebeurt er iets heel anders. Of en wanneer er van een gezin sprake is, blijkt dan namelijk niet te worden bepaald door de inhoudelijke waarde, maar door een uiterlijk kenmerk, een symbool, een institutie. En dan niet een kenmerk, zoals dat door de Schrift wordt aangereikt, maar zoals dat door Napoleon tijdens de Franse bezetting is ingesteld, namelijk de akte van de burgerlijke stand'.
Aantjes sluit niet uit dat in een bepaalde situatie 'een bepaalde vorm…van grote betekenis kan zijn geweest, (curs. van mij, v. d. G.)'. Maar als in andere omstandigheden andere vormen hetzelfde doel blijken te dienen (namelijk de liefde) leidt het tot norm verheffen van de vertrouwde vormen ertoe 'dat rechtsbescherming verkeert in dwingelandij en vertrouwen in afgoderij'. De conclusie kan duidelijk zijn. Het traditionele gezin is best goed (geweest) maar het kan ook best zijn tijd hebben gehad, het zou in onze tijd zelfs wel eens een afgod kunnen zijn.
Misvatting en misleiding
Er zou over deze gedachtengang heel wat op te merken zijn. Maar er zit een uiterst misleidend element in. Op zich is het natuurlijk al uitermate riskant om een Bijbel woord zó direct toe te passen op een concrete situatie vandaag. Al te gemakkelijk komt men tot hineininterpretatie, tot inlezing van eigen gevoelens en opvattingen in die bepaalde Schriftplaats. Als Aantjes bij de koperen slang betrekt de 'beginselen' en zo ook zijdelings het gezin als institutie, dan kunnen anderen onder eigentijdse afgoderij juist rekenen de hedendaagse vrijheid (gebaseerd op uitsluitend liefde), waardoor waarden uit het verleden in onze tijd kantelen.
Belangrijker echter acht ik de toch wat suggestieve opmerking, die Aantjes maakt over het gezin als een institutie, die pas met de Franse Revolutie (met de akte van de burgerlijke stand) haar huidige status heeft gekregen. De christenheid heeft de eeuwen door huwelijk en gezin als 'natuurwaarden' uit de Schrift afgelezen. De Schrift zélf kent huwelijk en gezin als grondwaarden. Wat de Schrift inderdaad niét kent is de trouwacte voor overheid of kerk. Maar al vanaf het begin van de christenheid heeft de kerk de waarde van huwelijk en gezin zó hoog opgevat, dat de geestelijkheid een plaats kreeg in de inzegening, of bevestiging van het huwelijk. Voor Rome werd het huwelijk zelfs een sacrament. Dat heeft de Reformatie terecht afgewezen. De Reformatie echter viel terug op het huwelijk als 'instelling Gods in de natuurlijke orde'. De Reformatie zag daarom ook duidelijk de plaats van de overheid als dienaresse Gods hierin. Maar vanwege de nauwe verbinding tussen kerk en staat hier te lande kon de overheid daarbij de kerk inschakelen.
De praktijk was derhalve dat in vroeger eeuwen niet zo vaak van de mogelijkheid tot huwelijkssluiting voor de magistraten gebruik werd gemaakt (vgl. G. D. J. Schotel in zijn 'Het oud-hollands huisgezin in de zeventiende eeuw'). Men kon het huwelijk melden òf bij de magistraten òf bij de dienaren der kerk. De kerk genoot de voorkeur.
Met de Franse Revolutie is evenwel de scheiding tussen kerk en staat hier te lande een feif geworden. Dat betekende dat vanaf die tijd het burgerlijk huwelijk verplicht werd. Daartegen is, voorzover mij bekend, nooit bezwaar geweest in de kerken van de Reformatie. De huwelijkssluiting ten overstaan van de overheid was immers in overeenstemming met de natuurlijke orde. Daarnaast of daarna echter kwam de kerk zélf echter nog tot een kerkelijke huwelijksbevestiging. In dat woord bevestiging zit in feite ook de goedkeuring van wat ten overstaan van de overheid geschiedde. Voor Rome bleef het kerklijk huwelijk primair. Daarom weegt bij Rome het woord inzegening ook zo zwaar.
Me dunkt dat Aantjes daarom een mistgordijn optrekt wanneer hij huwelijk en gezin, in de vorm zoals we het vandaag kennen, zo direct kort sluit met de Franse Revolutie. Huwelijk en gezin hebben een in de Schrift gefundeerde waarde, die alternatieve samenlevingsvormen niet hebben. Als Aantjes de Franse Revolutie tegenover de Schrift stelt is dat accoord. Maar hij moet het niet doen ten aanzien van de huwelijkssluiting en het gezin.
Aantjes pleegt nogal eens een woord van professor Severijn aan te halen, namelijk dat de overheid er naar moet streven om het absolute criterium van de eis van Gods Wet te verbinden met het relatieve criterium van de zedelijke draagkracht van het volk. Als Aantjes dat ook in het onderhavige artikel weer doet moet ik zeggen dat het me ongeloofwaardig voorkomt dat Severijn zó ook de betekenis van het gezin zou hebben willen relativeren als hij in onze tijd geleefd zou hebben. Daarvoor had hij het gezag van de Schrift te hoog.
In de Schrift speelt een grote rol de lijn der gelachten. Ouders geven de fakkel door aan de kinderen. 'Wanneer uw kinderen tot u zullen zeggen: wat hebt ge daar voor een dienst? Zo zult gij zeggen: dit is den Heere een Paasoffer' (Ex. 12 : 27). In die lijn der geslachten zou er in onze tijd zelfs hernieuwde waardering kunnen zijn voor de vroegere drie-generatie gezinnen.
Paulus doet niet mis te verstane uitspraken over de waarde van het huwelijk. Bij het kiezen van ambtsdragers gelden daarvoor zelfs bepalingen.
En wat moeten we nog met het vijfde gebod 'eert uw vader en uw moeder', wanneer het ook anders kan dan uitsluitend het 'traditionele' gezin. Het gezin staat in een niet genoeg te waarderen, want op de Schrift teruggaande Traditie.
Functioneren
Nu zij direct toegegeven, dat elke vorm zonder inhoud dood is. Vormen moeten uiteraard dienen om de inhoud ervan te doen functioneren. Als zodanig is er best heel wat af te dingen op het functioneren van huwelijk en gezin in deze tijd.
Hoeveel ontwrichte gezinnen zijn er niet. In hoeveel gezinnen zijn de verhoudingen niet danig verstoord.
Vaders functioneren soms niet als vader. Er zijn ook ont-aarde vaders. Het geeft te denken als jonge mensen soms zeggen moeten, dat ze ineenkrimpen wanneer ze God als Vader horen aangeduid, gegeven de ervaring die ze met hun aardse vader hadden.
Moeders functioneren soms als ont-aarde moeders. Hetzij, doordat ze hun kinderen alle moederliefde onthouden, hetzij doordat ze hun kinderen uit eigen liefde tegen zich dood drukken.
Kinderen kwetsen en krenken soms hun ouders omdat ze eigenwillige wegen gaan, geen enkele dankbaarheid tonend om wat ze aan waarden en aan goeds meekregen.
Het gaat dan ook niet louter om het 'hebben' van huwelijk en gezin als waardevolle instituties. Ook over huwelijk en gezin zal moeten gaan de zegenrijke beademing van Woord en Geest. Huwelijk en gezin zijn niet zonder meer goed, omdat ze christelijk gefundeerd zijn. Ze zijn ook niet goed omdat ze oude papieren hebben. Ze zullen ook een levende, christelijke vulling moeten krijgen.
Moeten we echter niet zeggen, dat in onze tijd juist ook huwelijk en gezin aan de eigen wetmatigheden van de secularisatie zijn prijs gegeven en dáárom ook vaak zijn uitgehold? Het is mij te gemakkelijk, te gladjes wanneer Aantjes suggereert, dat het traditionele huwelijk en het traditionele gezin in bepaalde situaties hun waarde kunnen hebben (gehad) en dat onze tijd wel eens om nieuwe vormen zou kunnen vragen, zónder dat hij de funeste invloed van de huidige secularisatie en het ongebreidelde vrijheidsdenken van onze tijd daarbij betrekt. Het zou immers ook best eens zo kunnen zijn, dat juist de secularisatie en de daardoor gepropageerde vrijheid ('geen God en geen Meester') de afgoden van onze tijd zijn.
Wie echter bedenkt welk een hoge plaats het gezin heeft binnen de lichtkring van het Verbond, beseft tevens welk een groot góéd ons gegeven is om zo in de loop der geslachten God de Heere te vrezen en te dienen. Dat kan ook buiten het gezin. Maar God plaatst ons in geslachten en in gezinnen. Goddank. Wie dat voor Gods Aangezicht beseft beleeft het gezin niet als afgod maar als goddelijke gave, als geschenk uit de hemel. Om in liefde te beleven.
v. d. G.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's