De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hij trok van dorp tot steeds voort (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hij trok van dorp tot steeds voort (2)

Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925

7 minuten leestijd

Daarle
Het is ongetwijfeld een heuglijke dag voor vader en zoon Doornveld als op 13 april 1890 ds. H. Doornveld zijn zoon IJme in het ambt van dienaar des Woords bevestigt. De bevestigingstekst is uit Richteren 6 vers 14: 'Gaat heen in deze kracht'. Aan de handoplegging nemen behalve vader Doornveld ook deel ds. E. J. Homoet (predikant te Dirksland geweest), ds. H. J. Notenboom en Z. J. Reyers.
's Middags doet de jonge predikant intrede sprekende naar aanleididng van Psalm 121 vers 1: 'Ik hef mijn ogen op naar de bergen vanwaar mijn hulp komen zal'.
Zoals we al schreven was Daarle in die tijd een kleine gemeente met een zeer eenvoudige bevolking. De strijd om het bestaan drukte een stempel op de gemeenteleden. Als er verkiezingen waren brachten nooit meer dan 20 leden hun stem uit. Waren er misschien niet meer?
De jonge predikant voelde dat hij naar deze gemeente moest, hoewel hij liever naar elders was gegaan. Eén van zijn ouderlingen was schaapherder. Als de predikant iets met hem te bespreken had en hem thuis opzocht dan hees de vrouw van de schaapherder de vlag op het huis. Dat was het teken voor haar man die ergens op de heide zwierf om naar huis te komen: 'Er was bezoek!' Na een half uurtje of langer verscheen dan de herder met zijn kudde. Nadat de schapen gekooid waren kon het gesprek beginnen.
Opmerkelijk is dat ds. Doornveld op latere leeftijd tegen iemand verklaart, dat hij in het ambt stond voordat hij bewust zijn roeping besefte. Maar tevens mag hij getuigen van zegen op zijn arbeid in Daarle! Ds. IJ. Doornveld was van een veel kalmere natuur dan zijn vader. Deze was heftig, snel gereed om te handelen, onverschrokken. Dit kwam zowel in de prediking als in het pastoraat tot uitdrukking. Vader Doornveld doet ons denken aan profeet Elia, vurig, krachtig en moedig. De zoon vertoont meer de trekken van Elisa, volgzaam, kalm, bedachtzaam, pastoraal bewogen. Beiden mochten echter verkondigers zijn van het eeuwigblijvende Woord des Heeren, dat de rechtvaardigen zegt dat het hen wel zal gaan en de goddelozen dat het hen kwalijk zal gaan.
De tijd in Daarle is ongetwijfeld vormend geweest voor de jonge predikant. Naast de 'gewone' gemeentelijke aangelegenheden zoals de vaste benoeming van voorlezer Kleinjan waren er ook de moeilijker zaken. Zo weigerde bijvoorbeeld de kerkeraad op aandrang van de predikant om gedwongen huwelijken kerkelijk in te laten zegenen. Censuur werd toegepast o.a. wegens laster en smaad. Het overlijden van ouderling B. Meijer was een gevoelig verlies.
In dit alles leefde de domineese intens mee. Het Friese bloed van beiden verloochent zich echter niet. Dat blijkt wel als mevrouw Doornveld het werk in de pastorie niet meer zo aan kan vanwege de te verwachten komst van hun eerste kindje. De dienstbode, die wordt aangesteld is ook een echte Friezin, Japke Ehlhart uit Westdongeradeel.
Grote vreugde heerst er in de pastorie als op 1 september 1891 een zoon geboren wordt, die de naam Herman krijgt.
Temidden van het huiselijk geluk is er ook zorg.
Vader Harmen heeft het in Huizen niet gemakkelijk. Enkele personen met wie hij in het begin van zijn verblijf in Huizen zeer vertrouwelijk is omgegaan, keren zich tegen hem. In de kerkeraad dreigt tweespalt. Wat ds. Doornveld ook aanwendt, het komt niet tot verzoening en vereniging met elkaar. Eén van de ouderlingen bedankt. De kritiek richt zich vooral op ds. Doornvelds prediking en pastoraat. Zijn tegenstanders menen dat hij de korf van het Evangelie te hoog hangt in zijn prediking en in zijn pastoraat meer oog heeft voor en aandacht besteedt aan de bevestigde gelovigen in de gemeente dan aan de zwakke en kleingelovige zielen.
Ds. Doornveld gevoelt zich in deze tijd niet in staat om te preken of enige arbeid te verrichten. Hij verlaat enige weken de gemeente en gaat logeren bij zoon IJme in Daarle. Hij voelt zich onbekwaam om enig geestelijk gesprek te voeren of maar ook hardop te bidden. Hij meent spoedig te zullen sterven, maar spreekt: 'Zo Hij mij doodt, zou ik niet hopen?' De Heere geeft echter uitkomst. De gekruiste Christus wordt hem als het Lam Gods duidelijk en krachtig niet slechts voor ógen gesteld, maar in zijn ziel geopenbaard, zodat hij, gans en al in Hem ondergegaan als met Hem opstaat tot een nieuw leven. Nadien heeft hij dan ook geen grote wankeling in zijn geloof meer gekend. Hij keert naar Huizen terug om daar zijn arbeid in 's Heeren kracht voort te zetten.
In maart 1893 wordt de Hervormde gemeente van Daarle opgeschrikt door de mededeling dat de dominee het op hem uitgebrachte beroep van de Herv. gemeente van Loon op Zand heeft aangenomen. Ds. Doornveld moedigt zijn kerkeraad aan om zo gauw mogelijk een opvolger voor hem te beroepen.
Op 8 maart 1893 (biddag) wordt dan ook onder zijn leiding een toezegging van beroep uitgebracht op ds. A. H. M. Deussen van Hooge Zwaluwe.
Op 14 april 1893 vertrekt het jonge predikantsgezin naar dominees tweede standplaats: Loon op Zand.

Loon op Zand
Vergadering van den Kerkeraad 9 mei 1893. De vergadering die voltallig is wordt door ds. Bispennink, Consulent der gemeente met gebed geopend. De notulen der voorgaande vergadering worden voorgelezen, goedgekeurd en getekend. Aan de orde is de overdracht der boeken aan den sinds 7 mei 1893 wettige predikant der gemeente ds. IJ. Doornveld…
Aldus de notulen van de eerste kerkeraadsvergadering in ds. Doornvelds nieuwe gemeente. Er zouden er nog 11 volgen, waarin belangrijke en minder belangrijke zaken zouden worden behandeld.
Dat het christelijk onderwijs de jonge predikant op het hart gebonden was blijkt wel uit het feit dat hij al op de volgende kerkeraadsvergadering het stichten van een christelijke school aan de orde stelt. Hierin betoonde hij zich en waardig zoon van zijn vader over wie enkele jaren geleden (1980) een boekje verscheen met als titel: 'Ds. Harmen Doornveld, een strijder voor christelijk onderwijs'.
Het staat er zo eenvoudig maar mooi: …er wordt besloten, dat onder biddend opzien tot God eene ernstige poging zal in 't werk gesteld worden tot het oprichten eener christelijke school. Daartoe zal men in overleg treden met den Heer Vermeulen, van wien het in den middelijken weg zal afhangen of dergelijke kostelijke inrichting tot stand zal komen, ja dan neen…
De tijd was er echter nog niet rijp voor. De christelijke school in Loon op Zand is er wel gekomen, maar eerst onder ds. Doornvelds opvolger, ds. Bernardus Moorrees, kleinzoon van de bekende ds. B. Moorrees.
Ook het zondagsschoolwerk, dat enigszins een kwijnend bestaan leidde wordt nu weer krachtig ter hand genomen. Diaken A. Rijken wordt de leiding opgedragen. Het bijzondere is dat de leiding van de zondagsschool ook nu nog berust bij een Rijken. Het geslacht Rijken is al vanaf 1700 in kerkelijke colleges werkzaam.
Ds. Doomveld pleit ook voor de zending onder de heidenen: …Hierover moest men eens een paar keer in 't jaar samenkomen, daar zulk een zaak eene hartelijke bespreking en belangstelling waardig is'.
De broeders zijn het volledig met de dominee eens maar zij kennen de gemeente beter dan hun nog maar kort hier verblijvende leraar. Er heerst veel dorheid en dodigheid. Vroeger was het zo geheel anders, toen waren er vele waarachtige christenen! Toch is het algemeen gevoelen dacht men gezamenlijk tot de Heere moet komen, Hem aanroepende om Zijn Geest, Die leven kan verwekken en het kromme recht maken. Besloten wordt om wekelijks, zaterdagsavonds van 6 tot 7 uur een bidstond te houden. Dan zal men samenkomen 'om des Heeren Naam aan te roepen, enkele verzen uit Gods Woord te lezen en daar met elkaar over te spreken'. Wellicht zou dit uit kunnen groeien tot een zendingsvereniging! Deze wekelijkse bidstonden zijn niet ongezegend gebleven. Vlak voor zijn vertrek uit de gemeente wijst ds. Doornveld hierop: …de zegen van de bidstond, de opgewektheid die hij ontving in de prediking des Woords en heerlijke vruchten aanschouwd in de gemeente.
Na een jaar en 2 maanden de gemeente van Loon op Zand gediend te hebben neemt ds. Doornveld op zondag 8 juli 1894 afscheid met een predikatie over 1 Thessalonicensen 5 vers 19: 'Blust den Geest niet uit'.
De weg van het predikantsgezin voert nu naar Den Ham, niet ver van ds. Doornvelds eerste standplaats Daarle.

A. J. Nelis, Ouddorp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Hij trok van dorp tot steeds voort (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's