Bijbeltekst en politieke uitleg (2)
Kerk en politiek (6)
Inleiding
De vorige keer hebben we gezien, dat vanuit de 'theocratische' gedachte 'God, de Heer regeert' de éne christen deelname aan de politiek afwijst en de andere christen juist wel deelneemt aan de politiek, passief (stemmen) of aktief (besturen).
Of dat de één elke overheid, tot Hitler toe, accepteert, terwijl de ander dat 'fout' noemt.
Bovendien is de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe koren op de molen van enerzijds de politiek-afkerigen en anderzijds weer van politiek-aktieven om niet te scherpe grenzen te trekken. Wat is nu óns standpunt vanuit Schrift en Belijdenis?
Om het een beetje overzichtelijk te houden, laten we de zaak van het zonder meer aanvaarden van elke overheid (zoals Hitler) even rusten. Dat komt later wel ter sprake als we het gaan hebben over wettig en onwettig gezag, over het recht van opstand en oorlog, over theocratie en ideologie.
Geen getuigenispolitiek
Laten we ons allereerst bezig houden met verschillende uitleg van de gelijkenis van het onkruid en de tarwe. In het vorige artikel hebben we minister C. P. van Dijk geciteerd die deze gelijkenis als een van de bijbelgedeelten aanhaalt om daarmee aan te geven dat christen-politici niet al te radicaal mogen zijn en juist aansluiting moeten blijven houden bij 'wat er leeft aan waarden en normen in de maatschappij'. Verderop in zijn artikel in de bundel 'Christelijke politiek vandaag' zegt hij, wat er vandaag aan waarden en normen leeft: een groeiende meerheid in ons volk erkent, na een proces van ontkerstening, niet langer het gezag van Gods getuigenis. De christen-democratie (het CDA dus) zit daarom in een minderheidspositie en zal in samenspraak met 'de anderen' een compromis als eindresultaat moeten aanvaarden, dat vaak zal afwijken van het eigen uitgangspunt. De weg van het getuigenis en het afwijzen van compromissen op principiële punten is voor een grote partij als het CDA onbegaanbaar en verdraagt zich niet met haar verantwoordelijkheid: ze leidt tot onvruchtbaarheid en laat weinig anders achter dan woorden.
Aldus minister Van Dijk.
Is zijn redenering in overeenstemming met wat de Bijbel zegt over de overheid? Is dit één van de punten, waarvan hij zelf in het slot van zijn betoog zegt, 'waarop het Evangelie meerdere uiteenlopende standpunten toelaat'? Is het laten staan van het onkruid tot de dag van de oogst hier inderdaad niet een alleszins overtuigend Bijbelwoord?
Compromis eindpunt of uitgangspunt?
Nu zal iedere lezer moeten onderschrijven dat we niet in een samenleving leven die ideaal is en die de Bijbel als richtsnoer heeft. De maatschappelijke realiteit gebiedt ons te zeggen dat er zeker in de politiek bereidheid moet zijn vuile handen te maken.
We vormen als christenen geen meerderheid. We hebben te maken met een pluriforme samenleving, waarin je moet kunnen geven en nemen. De één doet daarbij een beroep op Prediker, waarvan de tekst 'wees niet al te rechtvaardig' een hele bekende geworden is. De ander wijst erop dat christenen-zonder-compromis vergeten dat ze nog op aarde zijn. Hoewel sommige misstanden haast vragen om een 'uitroeien met wortel en tak', zal een christen zich toch moeten oefenen in geduld en in de liefde, die lankmoedig is. Hoever je in die redenering mag gaan, is erg moeilijk, want juist zulk soort redeneringen worden door christenen maar al te graag gebruikt om te ontkomen aan duidelijke en gefundeerde keuzen in de politiek. Op grond van zijn grondslag en doelstellingen zal een oprecht christen in de politiek toch tot zulke keuze moeten komen. Al zal hij in een minderheidspositie met minder genoegen moeten nemen, hij zal niet mogen afdingen op wat de Bijbel van hem vraagt.
Dan ontkent hij de aardse onvolkomen werkelijkheid niet, maar dan gaat hij ook niet zover – wat in CDA-kring steeds gebeurt – dat hij andere principes en ideologieën (allemaal menselijke) gaat gelijkstellen met de Bijbelse principes (Goddelijke).
Een christen-politicus moet bereid zijn uit te spreken, dat hij Gods geopenbaarde Woord als het enige juiste Woord ziet, ongeacht welke woorden daarnaast of tegenover staan. Velen vinden dat te radicaal en reageren in de zin van: 'Zij zijn beter dan wij'. Zij houden het in hun politiekzonder-grenzen maar op hun eigen uitleg van het woord, dat eem christen tolerant moet zijn, omdat God immers ook tolerant en lankmoedig is.
Geen tolerantie, maar uitgesteld oordeel
We zien weer de spanning tussen beginsel en praktijk, tussen beginselloosheid en tolerantie. Is het beroep op 'de hardheid des harten', op de tolerantie, op de lankmoedigheid, op de gelijkenis van het onkruid en de tarwe dan niet terecht?
Een duidelijk antwoord op deze vragen geeft drs. K. Exalto in zijn kersverse publikatie 'Politieke inzichten in de reformatorische traditie' (uitgave RPF-Wetensch. Studiecentrum).
In deze uitgave zegt hij: Gods lankmoedigheid is heel wat anders dan tolerantie; zij is voor ongelovigen en goddelozen slechts een uitgesteld oordeel! Ten onrechte is ook het beroep voor het praktiseren van politieke tolerantie op Jezus' gelijkenis van het onkruid en de tarwe, Mattheüs 13 : 24-30.
Deze gelijkenis heeft geen enkele betrekking op ketters of openbare zondaren in de politieke samenleving, want die zijn niet het 'onkruid' dat sprekend gelijkt op de 'tarwe'. De gelijkenis beschrijft hoe men moet handelen in het Koninkrijk Gods (vs. 24), niet in de Staat.'
Twee rijken
En daarmee slaat drs. Exalto de spijker precies op z'n kop en zet hij ons stil bij wat door de eeuwen heen vanaf Augustinus beleden is: dat Gods Woord op verschillende wijze spreekt over de Kerk (geestelijk rijk, regiment, Jeruzalem) en over de Staat (wereldlijk of burgerlijk rijk, stad, regiment, Babylon).
Deze Bijbelse onderscheiding tussen Kerk en Staat heeft al tot veel disputen geleid, helaas ook tot veel verkeerde interpretaties.
Toch zullen we, ondanks alle misverstanden, de voluit Bijbelse onderscheiding nooit uit het oog mogen verliezen. Over de overheid zelf zegt de Bijbel andere dingen dan over partikuliere personen. Van de overheid staat geschreven dat die het zwaard niet tevergeefs draagt, terwijl het individu het gebod wordt voorgehouden: 'Gij zult niet doden'.
Wie dit onderscheid niet maakt en alle bijbelteksten over overheid en individu maar door elkaar haspelt komt tot vreemd bijbelgebruik. Dan wordt men met het 'Gij zult niet doden' misschien wel lid van de PSP, of met de Bergrede van een andere linkse club.
Daarom moet met geestelijke onderscheiding met Gods Woord worden omgegaan. De 'twee-rijkenleer' lijkt voor velen misschien een theoretische zaak, maar voor wie even nadenkt, zal die term ook vandaag nog een zeer bruikbaar praktisch instrument zijn. Omdat niet iedere bijbeltekst zich leent voor een politieke uitleg.
J. H. ten Hove, Katwijk aan Zee
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 augustus 1988
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's