De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Diepere zelfkennis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Diepere zelfkennis

8 minuten leestijd

Avond
Het was één van die mooie zomeravonden, die vanzelf tot een verstild gesprek voeren. De zon ging onder in een gouden hemel. Alom heerste diepe stilte. Een late vogel riep nog een groet door de lucht. Een koe loeide in de verte. De toren van de dorpskerk stond roerloos in de avond. Wij zaten op het terras aan de waterkant. Af en toe voer nog een plezierboot voorbij. En toen opeens ging het gesprek naar de diepte van het leven. Het ging over een man uit de gemeente, die na een openbaar goddeloos leven tot omkeer was gekomen en nu telkens weer zijn plaats innam onder het Woord. Het was ons allemaal opgevallen dat die man die morgen onder de prediking zo ontroerd had zitten luisteren. Het was over de verloren zoon gegaan en toen de dominee zijn eigenzinnig leven had getekend, kon je het aan zijn gezicht zien, dat het hem trof. Ja, zei één van de gasten, ik weet dat die kerkganger uit een verdorven leven komt. Daarom moet die preek hem zo ontroerd hebben.

Alleenspraak
Nu wisten wij allemaal, dat die gast zelf van kindsbeen af de Heere vreesde. Daarom was het zo'n belijdenis, dat er de vraag aan toe werd gevoegd: Ik vind het wel eens moeilijk. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik zulk een besef van verdorvenheid niet heb als anderen, die na een leven van zonde, als een vuurbrand uit het vuur geraakt zijn. Hoor ik anderen spreken over de boosheid van hun oude mens, dan maak ik mijzelf wel eens bezorgd, of ik echt wel aan mijzelf ontdekt ben. Ik geloof dat mijn zelfkennis lang niet zo ver reikt als van die man van vanmorgen. Maar zo eindigde deze ontboezeming als een alleenspraak: Hoe kom ik tot een dieper besef van zonde? Dit woord bleef lange tijd onbeantwoord. Ieder was met zijn eigen, gedachten bezig. Wat daar die avond gebeurde, geschiedt niet zo heel vaak. Wij leven over het algemeen veel te oppervlakkig, dan dat deze zaken de aandacht ontvangen. Daarom is het, menen wij, goed eens bij deze kwestie stil te staan. De ouden hebben zich wel terdege over deze vraag gebogen. Het is namelijk wel de vraag, waarom de begeerte naar diepere ontdekking wordt gekoesterd. Niet altijd toch draagt zulk een begeerte een heilig kenmerk. Het zou kunnen zijn dat zij wortelde in de zucht om als iemand van zelfkennis boven anderen uit te munten. Het kon ook zijn, dat men zich uit het gezicht van zijn zonde verzekeren wilde van de veiligheid van zijn geestelijke staat. Het hart van ons mensen is namelijk zeer sluw. Het is in deze gevallen goed aan de betrokkenen te zeggen, dat zij geen vrijheid hebben om de Heere te vragen om hen dieper aan zichzelf te ontdekken, zolang hun begeerte ertoe geen zuiverder wortel heeft.

Diepere overtuiging
Met welke bedoeling moeten wij intussen staan naar diepere overtuiging van zonde? Dat gaat niet om een te verwaarlozen reden. God laat ons de wet prediken, opdat wij ons leven lang onze zondige aard hoe langer hoe meer leren kennen en des te begeriger zijn om de vergeving der zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Daarna, opdat wij zonder ophouden ons beijveren en God bidden om de genade van de Heilige Geest, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld Gods worden vernieuwd. Wij behoren het vanzelfsprekend met dezelfde bedoeling te begeren, als waarmede God het ons toebrengt. Anders hebben wij geen vnjheid om onze begeerte tot God te brengen. Het zou zelfs kunnen zijn, dat de pastor zich genoopt zag om de begeerte naar diepere ontdekking bij zijn schapen te matigen. Wij mogen de Heere niet vooruitlopen; immers wij zouden tot wanhoop vervallen, wanneer de Heere ons sneller deed toenemen in de kennis van onze zonden dan in die van Zijn genade. Wij moeten de Heere geen maat voorschrijven. God maakt ons juist zover met onze zonden bekend, als nodig is om ons naar Zich uit te drijven. Volledig zullen wij de diepte van ons wezen eerst pas doorgronden voor de rechterstoel van Christus!

Bijzondere oorzaken
Het is vervolgens ook nuttig om te onderzoeken of er ook bijzondere oorzaken zijn, waaruit kan verklaard worden, dat er geen toeneming in de kennis van eigen verdorven aard aanwezig is: Men zou bijvoorbeeld wel eens kunnen verlangen naar een onmiddellijke verlichting. Dat met name ineens de verborgen schuilhoeken van onze persoon voor onze ogen opengelegd worden. Deze weg is voor ons vlees wel het aangenaamste, want deze weg is wel het gemakkelijkst. Wij worden dan van alle inspanning ontheven. Men laat het dan op God aankomen en volstaat ermee Hem te bidden, dat Hij ons verlichten mag. Maar – men doet inmiddels zelf niets om tot klaarder licht over eigen geestelijke staat te komen. Er is een traagheid om de Wet Gods te onderzoeken; men beperkt zich tot het luisteren naar de voorlezing van de Tien Geboden in de samenkomst der gemeente, maar op de beide geboden, waaraan deze, en alle geboden met hen, hangen, wordt weinig acht gegeven, namelijk die van de liefde tot God en de naaste. Wat wordt de wet weinig gelezen in het licht, dat Jezus in de Bergrede op haar geboden werpt, en gelet op de toepassing die de apostelen van haar geven op het gebied van het christelijk leven. Helaas, wanneer er over de wet gepredikt wordt uit de Heidelbergse Catechismus, dan blijven velen thuis. Ook is het mogelijk dat helemaal niet meer uit de Catechismus wordt gepreekt. Aan de ene kant zegt men, dat men alles al weet. Aan de andere kant houdt men meer van boeiende historische stof of van een preek vol grepen uit het leven. En – catechismuspreken op aantrekkelijke manier houden, dat kan ook niet iedereen. Ten diepste zoekt men natuurlijk uitvluchten. Plichten zijn zo koud en wetten zo droog. Neen, het is veel beter het voorbeeld te volgen van de dichter van de honderdnegentiende psalm, die ons zijn dichtwerk naliet als een monument van zijn liefde tot de Wet. Hij overdacht die Wet steeds. Wanneer wij zijn voorbeeld zullen volgen, zijn wij aan de mensen gelijk, die in een spiegel hun aangezicht zien. Door hen te tonen, wie zij moeten zijn, zal de wet hen tonen wie zij zijn.

Grond
Intussen, met onderzoeken en horen is het niet gedaan. Wie tot diepe overtuiging wil komen van de zonde, behoort een ernstige wil te hebben om naar alle geboden Gods te leven. Dan zal men elke dag levendiger inzien, dat er in ons vlees geen goed woont. De diepste overtuiging van zonde vindt u niet bij hen, die in de zonde leven, bij openbare goddeloze mensen, maar wel bij degenen, die er ernstig naar streven om in hun doen aan de letter der wet te beantwoorden en in hun zijn aan de geest der wet te beantwoorden. Paulus riep eenmaal uit: ik ellendig mens! Hoe kwam hij tot die roep? Niet in een weg van uitleving van zonde, maar door het jagen naar het goede. Die onafgebroken jagen naar de volmaaktheid, die meten het zuiverst de afstand, die hen van de volmaaktheid scheidt. Ook vergete men de zonden van nalatigheid niet. De zonden van verzuim zijn talrijker, ingrijpender en strafbaarder dan de zonden van bedrijf. De diepste overtuiging der zonde heeft hij, die weet, dat hij liefdeloos is. Over het algemeen zijn wij steeds bezig voor God en Christus ons met uitvluchten op te sieren. Maar wanneer wij eindelijk erkennen moeten, dat in ons geen liefde woont, o, dan hebben wij de klacht van de Catechismus tot de onze te maken: ik ben van nature geneigd God en mijn naaste te haten. Velen menen dat echte ellendekennis bestaat in luid gekreun en geween; neen, het is de diepe echte, en doorleefde erkentenis, dat de liefde tot God en de naaste ons ontbreekt. Dat is, voorwaar, een smartelijke erkentenis. Die bestaat vaak in een stille traan, die zomaar uit ons binnenste in ons oog schiet. Maar diep nadenkende naturen weten zeer goed, dat tranen niet altoos de echte graadmeter zijn. Wij hebben liever het besef der zonden dan het gevoel der zonde. Het is gemakkelijk veel vertoon te geven. Schuldbesef is nog iets anders dan schuldgevoel, al verwarren sommigen deze twee. Zij denken dan, dat ons zelfmishagen zich moet openbaren in allerlei gevoelige aandoeningen. Zij hebben van anderen gehoord, hoe deze zich onder tranen voor God aanklaagden en hun verwerpelijkheid voor de Heere uitschreiden en bijna geen vrede voor hun verslagen hart konden vinden. En zij denken dan, dat iedereen dit op diezelfde min of meer hartstochtelijke wijze moet doormaken. Schuldbesef gaat soms met zulke aandoeningen gepaard, maar het komt ook menigmaal anders voor de dag. Het is het heilig inzicht van onze gehele persoonlijkheid, dat wij voor God niet kunnen bestaan en Zijn genade geheel verbeurd hebben. De Heilige Schrift wijst ons nergens op een bepaalde maat of diepte en langdurigheid van verslagenheid. De Heere ziet alleen op de oprechtheid, waarmee wij ons voor Hem vernederen, al is dat bij ons meer een hartelijke overtuiging dan een felle aandoening.
A. van Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Diepere zelfkennis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's