De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

14 minuten leestijd

Ds. H. G. Fonteyn, Laatste (on)mogelijkheid, over de (on)werkelijkheid van de hel, uitg. J. H. Kok, Kampen, 51 blz., ƒ 12,50.
De schrijver is predikant in Tricht. In een tweetal themapreken heeft hij het geloof in de hel aan de orde gesteld. In reaktie daarop kwam heel wat los aan verborgen angst en protest. In dit boekje doet hij ons delen in het resultaat van zijn bezinning. Eerst komen allerlei meningen naar voren. Het contra zowel als het pro wordt duidelijk uitgesproken. Dat laatste vooral vanuit de evangelische hoek. De reformatorische kant heb ik daarbij wel gemist. Dan worden de visies van resp. dr. Busker, drs. Bondé en prof. dr. Berkhof aan de orde gesteld. Het wordt daarbij niet altijd duidelijk, waar zij aan het woord zijn, of de schrijver zelf. Uit de keuze van deze schrijvers is wel duidelijk de richting, waarin hij zelf denkt. Het is geen wonder, als dan ook in de preken, die tenslotte worden afgedrukt doorklinkt, dat God het verzet tegen Hem en Zijn genade volkomen serieus neemt, maar dat het allerlaatste toch is de overwinnende kracht van Zijn genade. De toorn Gods staat toch eindelijk in dienst van Zijn liefde. Daarom blijven we door het oordeel van de hel heen hopen op Zijn heil. Mij viel op het uitgaan van wat voor ons aanvaardbaar en voorstelbaar is, en het selektief kiezen van teksten voor de prediking over deze dingen. Een gemeente, die de Bijbel enigermate kent, zal toch ook op anderegegevens stuiten. De oplossing, die dit boekje aanreikt is sympathiek genoeg, maar maakt toch te weinig ernst met de soevereiniteit Gods, zoals die ons ook in Bijbel wordt geopenbaard.
K., W.

N.a.v. 'langs natuurwetenschap en evolutietheorie. Een bijbels-historische ontdekkingstocht', door dr. R. Seldenrijk; uitg. Den Hertog, Houten, 1988. Paperback; deel 3 in Kompas-serie; 219 blz., prijs ƒ 22,90.
De kans, dat een willekeurige aap achter een willekeurige typemachine het redactioneel commentaar schrijft voor de krant van morgen is ontzaggelijk klein. Zo is ook de kans, dat D.N.A., een chemische stof, die de erfelijke aanleg in onze cellen draagt, vanzelf is ontstaan, uitermate gering. Desondanks zoeken veel mensen de verklaring voor de oorsprong van het leven buiten God, de Schepper.
In 'Langs natuurwetenschap en evolutietheorie', gaat dr. R. Seldenrijk op dit probleem uitgebreid in. Het boekje is verschenen in de Kompas-serie (Gereformeerde Gemeenten). Om orde te scheppen, zegt de schrijver, is een Schepper nodig, intelligentie en denkkracht.
Op een bijbels-historische ontdekkingsreis baant Seldenrijk zich een weg in de problematiek over hetgeen bekend is van de oorsprong van het heelal en het leven. Veel natuuronderzoekers laat hij daarbij aan het woord om uiteindelijk de evolutietheorie van Darwin diepgaander te bespreken.
Uitvoerig wordt stilgestaan bij het ontbreken van tussenvormen, die als bewijsvoering voor de evolutietheorie toch zo belangrijk zijn.
Na een overzicht van de huidige stand van zaken komt in het tweede deel van het boek naar voren waarom de evolutieleer ook wetenschappelijk zo'n dwaasheid is.
Er leven bij velen van ons vragen over schepping en evolutie temeer daar ook in onze kringen (kleine) meningsverschillen voorkomen. Deze studie beantwoordt veel van de voorkomende vragen.
Ondermeer wordt uitgelegd waarom bijbelgetrouwe christenen niet in de gangbare theorie over de evolutionaire ijstijden mogen geloven (blz. 169). Evenmin ondersteunen lichtjaren in de wereld der sterren de evolutieleer (blz. 180). Deze studie is het waard gelezen te worden. Op een duidelijke wijze verschaft ze veel goede informatie. Daarom van harte aanbevolen.
J. Slot

J. H. v. d. Laan, A. F. J. Klijn, E. Noort (red.), Woord in beweging, deel 4, 220 blz., ƒ 40,–, Kampen, 1987.
Opnieuw een deel in deze serie exegetische homiletische commentaren, dit keer over de periode Advent-Epifanie. De teksten zijn gekozen uit Mattheüs, de brieven (de klassieke lezingen uit de brieven), Jesaja. De opzet is gelijk aan die van de vorige delen: na een inleidend gedeelte, cirkelend rond de vraag: wat roept de tekst aan gedachten op, volgt een brede exegetische uiteenzetting over de pericoop, waarbij gebruik gemaakt is van meest recente commentaren. Deel III geeft liturgische aanwijzingen en deel IV gaat in op de vertolking.
De variatie aan medewerkers uit verschillende kerkelijke achtergronden brengt met zich mee dat de bundel geen eenvormig geluid geeft. De rubriek 'de tekst in beweging' helpt de prediker niet altijd homiletisch verder. Al zijn er verrassende uitzonderingen. Ik denk aan een schets over Rom. 13 : 11-24, aan een schets voor oud- en nieuw over Jesaja 1 en een schets voor een van de Adventszondagen over Jesaja 62. Onjuist lijkt het me om te spreken over het beeld van de maagdelijke geboorte, zoals op blz. 43 gebeurt. Over het algemeen oriënteert de exegese zich op de nieuwe commentaren. Een heel enkele keer vinden we een verwijzing naar kerkvaders of reformatoren. Zeer onbevredigend vind ik wat homiletisch-hermeneutisch gezegd wordt over Jesaja 9 : 1-6. Hier is het christologisch gehalte toch wel erg mager.
Een zeer geschakeerde bundel die tot tegenspraak roept op verschillende punten, maar niettemin ook uitdaagt om zelfstandig met de gekozen tekst of het tekstgedeelte verder te gaan. Woord in beweging neemt de prediker het werk niet uit handen, maar wil hem wel in beweging brengen. En als zodanig kan het goede diensten bewijzen.
A. N., Ede

C. P. Thiede, (vert. E. W. v. d. Poll), Het oudste evangeliehandschrift? (Ambtshalve reeks), ƒ 13,90. Boekencentrum, 's-Gravenhage 1987.
Een boekje over het onderzoek naar de tekst van het Nieuwe Testament aan de hand van een in Qumran gevonden fragment, vermoedelijk uit Marc. 6 : 52-53. Over de juiste interpretatie is een hevige strijd ontstaan onder vakgeleerden. Thiede geeft een boeiend verslag over wat er komt kijken bij het onderzoeken van dergelijk materiaal, de 'voors' en 'tegens' ten aanzien van de vaststelling van het aard van het tekstfragment, alsmede de betekenis voor de datering van de evangeliën. Boeiend, althans voor wie enigermate op de hoogte is met de materie. Ik zou me kunnen indenken dat de gewone bijbellezer het op zich heldere betoog toch wat moeilijk volgen kan, gezien het technisch karakter van het onderwerp. Of de Ambtshalve-reeks voor dergelijke publicaties het meest geschikt is, waag ik te betwijfelen. Maar voor wie geintereseerd is in de vragen rondom de tekst van het Nieuwe Testament en het onderzoek naar de ouderdom van de handschriften is het een leerzaam boekje.
A. N., Ede

J. Hendriks e.a., De kleine groep en de opbouw van de gemeente, uitg. J. H. Kok, Kampen, 156 blz., prijs ƒ 24,90.
Er is zo weinig onderling contact. Ieder leeft voor zichzelf. 's Zondags zitten we onder één dak, beter: onder hetzelfde Woord, maar verder is er zo weinig verbondenheid. Een gemeente hoort toch een gemeenschap te zijn. Je merkt daar soms weinig van. Dergelijke klachten klinken in veel gemeenten bij jongeren en ouderen. Een mogelijkheid op dit verlangen naar meer onderling contact in te gaan is het bijeenkomen in groepen van gemeenteleden. Er is onderzoek naar verricht door het Instituut voor Praktische Theologie aan de Vrije Universiteit. In verschillende rapporten is verslag gedaan van dit onderzoek. De hier besproken studie is daar een onderdeel van. Specifiek wordt ingegaan op de relatie van de kleine groep èn de opbouw van de gemeente. Welke opbouwwaarde hebben kleine groepen binnen de gemeente? Er is daartoe veldonderzoek verricht in de Gereformeerde Kerk ergens in het land. Het onderzoek is ingegeven vooral door een gevoel van onbehagen over het funktioneren van de gemeente. De gedachte leeft dat het anders kan maar ook anders moet. Ook al is dit onderzoek geënt op de situatie binnen de Gereformerde Kerken, er zijn herkenbare punten wat bereft de analyse van de geestelijke omstandigheden. In theologie en kerk zijn de aandacht voor de persoonlijke vroomheid minimaal. De spontaniteit van het geloof ontbreekt veelal. Het is kennelijk moeilijk om op hartelijke en direkte wijze geloofservaringen uit te wisselen. Er is vaak een sfeer van formalisme en aktivisme. Veel gemeenteleden verlangen naar spiritualiteit. Steeds meer mensen, ook binnen de kerk, hebben moeite met hun Godservaring. Er is een worsteling met de vraag hoe de ervaring van alledag middenin deze wereld nog te verbinden valt met God. Er is zoveel dat tegen God inspreekt. Maar ook binnen de gemeente is zo weinig dat overtuigend naar Hem verwijst. 'Het ziet er naar uit dat vooral jongeren dit bewust of onbewust registreren en zo geen heil meer zien in de gemeente.' Een rol speelt verder de ver voortgeschreden differentitie in de samenleving maar ook in de kerk. Mensen leven in geheel verschillende situaties en doen daar geheel verschillende ervaringen op. Terecht wordt door de schrijvers van dit onderzoek gesteld dat we dit tij niet keren met een betere organisatie. Het probleem is niet van technische aard. Ook de kleine groep kan deze dreiging op zich niet oplossen. We hebben te maken met een geestelijk probleem, nauw verweven met de moderne kultuur. Alleen door krises heen lijkt dit probleem te overwinnen. Ik zou denken aan de krisis waarin het levende Woord Gods ons als kerken en gemeenten plaatst. In een levende terugkeer tot God Zelf, tot een levende vertolking van het Evangelie, een Geestvervulde verkondiging van Jezus Christus. Inderdaad: de geestelijke 'bloedcirculatie' zal weer op gang hebben te komen. Het middel van de kleine groep kan daarbij een dienst bewijzen. Er is een bijbelse wisselwerking aan te wijzen tussen enkeling en gemeenschap. Knelpunt binnen veel gemeenten is vaak de vraag: wie is bij machte aan dit geheel leiding te geven? Ook daar wordt in deze studie op ingegaan. De gemeente dient opgevoed te worden, zo acht men, tot zelfwerkzaamheid in deze, tot medeverantwoordelijkheid voor het geheel. Kortom, een boeiend verslag van een grondig onderzoek. Je proeft dooi het geheel de problematiek binnen de Gereformeerde Kerken van b.v. de pluraliteit binnen de gemeenten. Groepswerk kan pluraliteit opvangen en kanaliseren. Er wordt geconstateerd dat velen het direkte gevoelskontakt met de oude belijdenis zijn kwijt geraakt. Nieuwe ervaringen verdringen de oude. Groepswerk wordt geplaatst in het kader van het doorgeven van menselijke ervaringen. Een groot gevaar is dan toch dat de openbaring wordt verdrongen door de ervaring. En gemeenteopbouw vindt toch alleen werkelijk plaats waar het Evangelie Gods tot klinken komt en ervaring, bevinding oproept door de Heilige Geest?
J. Maasland, Capelle a/d IJssel

Dr. K. H. Miskotte: Karl Barth, inspiratie en vertolking: inleidingen, essays, briefwisseling (verzorgd door dr. A. Geense, ir. H. Stoevesandt), verzameld werk deel 2 zonder redactie van dr. J. T. Bakker, dr. A. Geense en dr. G. G. de Kruijff, uitgave Kok, Kampen 1987, 554 blz., gebonden, ƒ 82,50.
In dit tweede deel van het Verzameld Werk van K. H. Miskotte (het zesde boekwerk in de reeks van tien uit te geven delen Verzameld Werk) is bijeengebracht wat Miskotte in de loop der jaren heeft gepubliceerd over en n.a.v. K. Barth (met uitzondering van de Hollandse bewerking van Barth's Credo). De bundel bevat artikelen die Miskotte schreef wanneer er van de hand van Barth een nieuwe publicatie verscheen; meer 'vaktechnisch-theologische' stukken over Barth (b.v. 'Controvers-gesprek met Karl Barth', 1951 en 'Schriftuurlijke hermeneutiek', 1958); beschouwingen over Barth-interpretaties van andere theologen; niet eerder gepubliceerde voordrachten, b.v.: de theologie van Karl Barth temidden van het moderne geestesleven en zoveel meer. O.a. ook de vrijwel complete briefwisseling tussen Miskotte en Barth. Mede door bemiddeling van Miskotte is de invloed van de theologie van Barth in Nederland groot geworden. Miskotte kende Barth in zijn diepste intenties en achtte zijn betekenis voor de theologie en de prediking der kerk van groot belang. Al heeft hij zelf levenslang zijn vragen aan Barth gesteld.
Ook dit tweede deel van Miskotte's Verzameld Werk maakt opnieuw duidelijk, welk een diepe en bewogen denker Miskotte was. Wie meer dan oppervlakkig kennis met hem maakt, komt te staan voor de meest fundamentele vragen. En ook een gereformeerde theologie-beoefening die bij de tijd wil zijn, kan daar moeilijk omheen. Juist omdat het vragen zijn die het ruggemerg van de Schrift raken en omdat het vragen zijn die voor de prediking in de 20e eeuw van groot belang zijn. Er zijn echter – ook naar het inzicht van ondergetekende – vanuit (de religie van) de belijdenis andere antwoorden te geven en er is een uitnemender weg voor de vernieuwing van theologie en kerk dan die van Barth-Miskotte. Schepping en verbond, kerk en wereld, prediking en bevinding of wat men verder ook maar aan thema's zou willen noemen uit het omvangrijke oeuvre van Miskotte blijven voorrangsvragen, ook in een post-Barthiaans tijdperk. Daarom is het onze altijd actuele opdracht, juist ook terwille van ons staan in de NH Kerk en niet in het minst ten overstaan van Schrift en belijdenis met deze voorrangsvragen bezig te blijven.
C. den Boer (B)

G. van der Stouw (red.), Grondslagen van hulpverlening, uitg. Kok, Kampen, 79 blz., ƒ 19,75.
Het is alweer het vijfde boekje, dat verschijnt in de Vijverberg-serie. Dit vijfde deel met als titel: 'Grondslagen van hulpverlening', bevat bewerkingen van artikelen en lezingen, die geschreven werden in het blad 'Beweging' van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte en gehouden werden tijdens een door genoemde stichting gehouden congres. Vijf zeer deskundige auteurs, die werkzaam zijn of waren in het Hoger Sociaal Agogisch Onderwijs proberen waardevolle bijdragen te leveren in het almaar doorgaande gesprek over hulpverlening. Kernwoorden als nood, hulp, macht, relatie, ontmoeting en dialoog worden op wijsgerige wijze uitgediept.
Door alle hoofdstukken loopt bijvoorbeeld de gouden draad van de ontmoeting. Accenten die in het gesprek over hulpverlening gelegd worden kunnen dan al verschillend zijn, zonder ontmoeting kan er niet wezenlijk geholpen worden. Het is een basisgegeven, een grondslag voor de hulpverlener en de hulpvrager. De schrijvers van de verschillende hoofdstukken willen vooral ook laten zien hoe hun gedachten over de grondslagen van hulpverlening verband houden met hun eigen, christelijke, levensbeschouwing.
Het is juist dat gegeven, dat deze bundel zo waardevol maakt. Vooral in deze tijd van relatiestoomissen is het broodnodig, dat allen die vanuit christelijke perspectief zijn medemens tegemoet treedt, als professionele hulpverlener, als pastor, ouderling, diaken of als gemeentelid daartoe ook goed is toegerust. Voor deze toerusting worden in dit boek waardevolle gedachten aangereikt. Graag beveel ik dit boekje dan ook in veler handen. Tevens wachten wij in spanning op een volgend deeltje in deze serie. Wellicht over bijbelse motieven voor hulpverlening?
Aart Peters, Barneveld.

D. Ch. Overduin en J. I. Fleming. De Laboratoriummens, medische en ethische problemen van de moderne samenleving, 232 blz., uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, 1987, ƒ 32,50.
Een boek dat oorspronkelijk in Australië verscheen ('Life in a test-tube') en geschreven is door een Lutherse predikant-ethicus en een anglicaanse priester. Beiden hebben zich veel bezig gehouden met vragen van medisch-ethische aard. Ze nemen in deze kwesties een duidelijk 'pro-life' standpunt in, dat wil zeggen: ze gaan uit van de beschermwaardigheid van het menselijk leven vanaf de conceptie totdat de dood is ingetreden. Daarnaast komen ze op voor de unieke plaats van het huwelijk en van het gezin. Over niet minder dan 16 actuele onderwerpen (onderverdeeld in een viertal rubrieken: het begin en het beëindigen van menselijk leven, het voorkómen van voortplanting en manipulaties met menselijk leven) ontvangt de lezer informatie en een onomwonden standpuntbepaling. Veel heb ik met dankbare instemming gelezen. Het doet goed dat ook in andere werelddelen en vanuit andere confessionele achtergronden dezelfde strijd gestreden wordt, die we ook in Nederland te strijden hebben. Indringend is het appèl van de auteurs om toch eerst tot bezinning en tot begrenzing te komen, vooraleer steeds nieuwe technieken worden losgelaten op de mens. De mens wordt zijn eigen proefkonijn en roept ontwikkelingen op die hemzelf uit de hand lopen en boven het hoofd groeien.
Niettemin meen ik dat de waarde van het boek door een drietal punten wordt verminderd.
Ten eerste is de argumentatie vaak niet helder. Er worden over een bepaald onderwerp uitspraken doorgegeven vanuit de joodse, de rooms-katholieke en de protestantse tradities. Uitspraken die niet altijd op één lijn liggen en soms onderling tegenstrijdig zijn. Vervolgens wordt het schrikbeeld getekend van huidige en waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen. Dan wordt een scherpe positiebepaling gegeven. Hier worden een paar schakels overgeslagen die in een verantwoorde morele afweging niet gemist kunnen worden.
Ten tweede beroepen de auteurs zich mijns inziens te gemakkelijk op wat volgens hen natuurlijk is. Is het 'natuurlijke' altijd wel zo natuurlijk? Liggen hier niet vaak bepaalde culturele ontwikkelingen achter? Bovendien is de natuur niet zonder meer normatief. De zondeval en de gevolgen daarvan moeten immers altijd in rekening worden gebracht. Overduin en Fleming zijn het naar mijn smaak iets te snel eens met het beroep op de natuurwet in de pauselijke encyclieken.
Ten derde mis ik de pastorale bewogenheid ten aanzien van kinderloze echtparen, met name in de mistige manier waarop over K.I.E. (kunstmatige inseminatie binnen het huwelijk, dus zonder donor), de ongenuanceerde manier waarop over inseminatie en de felle wijze waarop over de reageerbuisbevruchting wordt geschreven.
J. Hoek, Veenendaal

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's