De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (4)

Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925

14 minuten leestijd

Ouddorp
Ruim twee jaar lang is de monumentale pastorie van Hervormd Ouddorp onbewoond geweest. Alleen het catechisatielokaal deed dienst. Nu klinken er echter weer kinderstemmen in huis. De nieuwe predikant ds. IJ. Doornveld heeft er zijn intrek met zijn gezin genomen.
Het moet voor het gezin wel een geweldige omschakeling geweest zijn, van het Overijsselse Den Ham naar Ouddorp aan de westkust.
Hoewel het Ouddorp van rond 1900 in het geheel van Nederland geen bijzondere betekenis heeft, tekent Van der Aa toch aan, dat het de geboorteplaats is van 'den Godgeleerde Cornelis Velzen, gestorven in 1752, hoogleraar in de godgeleerdheid aan de Hoogeschool te Groningen'. Met de komst van ds. Doornveld zal er, zo hoopt men, een betere tijd aanbreken voor de Hervormde gemeente van Ouddorp. Niet alleen de twee vacante jaren zijn moeilijk geweest, maar nog meer de periode van ds. Doornvelds voorganger ds. Meinsma, die gekomen uit Hedel van 15 maart 1891 tot februari 1896 aan Ouddorp verbonden was. Van deze periode zijn inderdaad droevige feiten te melden. In november 1895 moet de kerkeraad ertoe overgaan om de voorzanger/koster te ontslaan vanwege zijn gebrekkig voorlezen en voorzingen. Was dit nu maar aan ouderdom te wijten geweest, dan was het een 'gezonde' reden. Helaas, de oorzaak was …sterke drank. Hoewel de kerkeraadsnotulen er zeer summier melding van maken is er tussen de regels door te lezen dat ook de predikant bij lange niet voldeed. Het feit dat in september 1894 de ouderlingen T. Koek, W. Voogd en K. Lodder hun ambt neerleggen geeft te denken. Het is juist in deze periode dat enkele leden van de gemeente zich van de Hervormde Kerk losmaken en meegaan met de Doleantie.
In september 1892 ontvangt de kerkeraad een brief van George Tanis KEz. en Tennis Tanis JEz., waarin verzocht wordt de synodale organisatie van 1816 af te schaffen en de Kerkorde van 1619 weer voor geldig te verklaren.
Bovendien bevat ze de oproep om weder te keren tot de onvervalschte leer der H. Schrift, kortelijk samengevat in de drie formulieren van Enigheid. 'Want', stellen de briefschrijvers, 'het heil kan de gemeente alleen toekomen wanneer zij met verwerping van al wat uit de verdorvene rede opwelt alleenlijk uit de H. Schrift, die waarachtig Gods Woord is, haar belijdenis put.'
Hoewel de kerkeraad, toen bestaande uit ds. Meinsma, W. Voogd, K. Lodder, T. Koek, K. Voogd, H. Hoek en T. Grinwis deze brief niet onbeantwoord laat, verklaren de beide ondertekenaars van de brief alsmede de gezusters J. J. en H. M. H. Schokker dat zij niet langer leden van de Synodale Hervormde Gemeente van Ouddorp kunnen zijn. 'Wij voelen ons vereenigd met de Gereformeerde Kerken in Nederland die leer, tucht en dienst der Kerk onzer Vaderen omhelzen, vervat in hunne belijdenisgeschriften en kerkrechtelijk de Dordtsche Kerkenorde van den jare 1618-1619 de Kerken regen.'
In navolging hiervan delen 28 januari 1893 de volgende personen mee, dat zij ook 'medegaan met de reformatie der Kerk te dezer plaatse': Jannetje Boelaars, Klaartje Meijer, A. Tanis KEz., A. Westhoeve Kd., G. Aleman Mz., P. Witte Ez., H. Tanis KEz. en H. v. d. Pole.
Bewogen tijden dus! Toch blijkt uit het vervolg dat hoewel mensen de Hervormde Gemeente verlieten, de Heere dat nog niet deed. Zo vernam ik dat tijdens de ambtsbediening van ds. Doornveld Klaartje van de Langedijk (KI. Tanis) in de middelijke weg tot de Heere bekeerd werd.
Als een getrouw dienstknecht deed ds. Doornveld hier in Ouddorp zijn werk, enerzijds wijzend op de verlorenheid van de mens buiten Christus, anderzijds roepend en lokkend om het heil bij Hem te zoeken. Ernstig klinken de vermaningen op de doopzittingen. De vaders worden opgeroepen om ernst met hun eigen Doop te maken, opdat het hun ook ernst zij met de Doop van hun kinderen: 'Waarom vraagt ge Doop voor uw kinderen, terwijl ge zelf de uwe door belijdenis niet hebt aanvaard? Hoe is er vrijmoedigheid om uwe kinderen als kinderen van geloovigen den H. Doop te laten toedienen, terwijl er geen geloof is voor het Sacrament des Heilig Avondmaals?'
Ook ouderling W. Voogd en diaken Kr. Voogd lieten zich hierbij niet onbetuigd om een woord van vermaning en opwekking te spreken. Aan het eind van de kerkeraadsvergadering van 26 juni 1899 smeekt ds. Doornveld in zijn dankgebed de Heere om afwending van het gevaar dat de kerk dreigt. Waarschijnlijk doelt hij hier op de invoering door de synode van het Reglement op de Generale Kas. In haar vergadering van 30 maart 1900 besluit de kerkeraad hiertegen een protestbrief aan de synode te richten, die als volgt luidt:
'De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Ouddorp (Z.H.) gevoelt zich gedrongen te protesteren tegen de vaststelling en den inhoud van het Reglement en den inhoud van het Reglement op de Generale Kas ten behoeve van de Ned. Herv. Kerk. Tegen de vaststelling omdat de Synode de grenzen van haar uitgevoerde macht is te buiten gegaan, de leden der onderscheidene Classes niet gehoord hebbende inzake de verandering in het Reglement, teruggebracht door de additioneele bepaling van art. 16, 7' Reglement op de Kerkeraden.
Tegen de inhoud omdat een verplichte contributie in strijd is met de vrije barmhartigheid, die in de Christelijke Kerk behoort te worden uitgeoefend. Trouwens, ieder lidmaat belooft de belangen der Ned. Herv. Kerk in het bijzonder te zullen behartigen. Volgens deze belofte mag men verwachten dat elk lidmaat de belangen der Kerk overeenkomstig het groot beginsel des geloofs zal behartigen. Maar men vordere niet, dat de rechtzinnige gedwongen wordt te steunen de noodlijdende kerk der vrijzinnige. Reden waarom de Kerkeraad u verzoekt dit Reglement verder in te trekken en een Kas of Fonds in het leven te roepen waaraan èn rechtzinnige èn vrijzinnige afzonderlijk en dan ook vrijwillig kan geven.'
Niet alleen de Kerk maar ook de School had ds. Doornvelds belangstelling. Hoewel hij geen voorzitter is geweest heeft hij toch bijna zijn gehele ambtsperiode zitting gehad in het bestuur van de Christelijke School alhier. Het voorzitterschap van genoemd bestuur werd sinds 1889 bekleed door de Doopsgezinde predikant K. W. Rössing.
Tussen beide predikanten was binnen het bestuur een uitstekende verhouding. Terwijl de ene predikant de vergadering opende met Schriftlezing en gebed werd deze door de andere met dankgebed gesloten.
Het is jammer dat de notulen van de school van vóór 1899 niet meer aanwezig zijn zodat niet precies meer is na te gaan hoe en wanneer ds. Doornveld in het bestuur gekomen is. Waarschijnlijk is dat gebeurd op de ledenvergadering van 17 februari 1899.
In september 1899 verkeert de kas van de schoolvereniging in zorgelijke staat. Ds. Doornveld neemt op zich 'bij de een of ander honderd gulden voor de school te lenen.' Eerder dat jaar had hij al een kachel aan de school geschonken.
Op 1 november 1900 bedankt hij wegens vertrek naar Andel als lid van de schoolvereniging, maar belooft tot wederopzegging jaarlijks ƒ 10,– aan de school te schenken. Hij wordt door ds. Rössing hartelijk bedankt voor zijn bereidwilligheid en liefde betoond aan de school.
Terwijl ds. Doornveld nog in Ouddorp is, spant de kerkeraad zich al direct in voor het beroepingswerk. Dit gebeurt op een wijze die enigszins afwijkt van de huidige gangbare manier. De kerkeraad schrijft namelijk een brief aan ds. Van Boven te Oud-Beijerland waarin ze hem meedeelt dat een paar afgevaardigden van de kerkeraad ZEw. eerlang zouden komen horen. De afgevaardigden naar Oud-Beijerland zijn ouderling W. Voogd en diaken S. van der Wiele.
Zij worden gemachtigd om de predikant mondeling een toezegging van beroep te geven, als hij tenminste in hun ogen geschikt blijkt te zijn.
Dit laatste is inderdaad het geval want de preek van ds. Van Boven over Genesis 5 vers 22a: 'Henoch wandelde met God' is tot volle tevredenheid van de beide ambtsbroeders. Teruggekeerd in Ouddorp doen ze verslag, waarop besloten wordt ds. Van Boven een schriftelijke toezegging van beroep te doen toekomen.
Op 18 oktober 1900 neemt ds. Doornveld afscheid van de Hervormde Gemeente van Ouddorp met een predikatie over 2 Corinthe 6 vers 1: 'En wij als medearbeidende, bidden u ook, dat gij de genade Gods niet tevergeefs moogt ontvangen hebben.'

Andel
Na zijn afscheidsrede, op 18 oktober 1900 uitgesproken, heeft ds. Doornveld in Ouddorp nog drie kerkeraadsvergaderingen bijgewoond. In de laatste, op 18 november 1900, vindt inzage en overgave van het archief plaats aan de consulent ds. J. M. Lammers van Goedereede.
De zondag daaropvolgend wordt ds. IJ. Doornveld door zijn vader bevestigd in de Hervormde Gemeente van Andel in het Land van Heusden en Altena. In de middagdienst van die 25e november gaat hij daar voor het eerst voor als eigen herder en leraar. Een blijde dag voor de betrekkelijk kleine gemeente Andel en zeker voor de uit vijf leden bestaande kerkeraad. Zij konden niets anders zeggen dan dat de Heere hen werk voorspoedig had gemaakt. In grote eensgezindheid was met algemene stemmen het beroep op ds. Doornveld uitgebracht. De verdere procedure, zoals o.a. toestemming van de ambachtsheer en de approbatie van het Classicaal Bestuur was bijzonder vlot verlopen.
Wij hebben de indruk dat in de tweeënhalfjaar dat ds. Doornveld in Andel heeft mogen werken er geen schokkende gebeurtenissen hebben plaats gevonden. Het zouden wel eens goede jaren hebben kunnen zijn voor het gezinsleven. Zoon Herman was nu al een flinke jongen van 9 jaar. Hij en zijn zusje Trijntje van zes bezochten dagelijks de School met de Bijbel 'De Zaaier'. Het zal zeker een behoorlijke overgang geweest zijn, vooral voor Herman, van zo'n grote lagere school in Ouddorp (ongeveer 370 leerlingen) naar het kleine schooltje in Andel.
Op de eerste kerkeraadsvergadering wordt ds. Doornveld gelijk al geconfronteerd met een zaak, die gedurende zijn ambtsperiode in Andel steeds de aandacht zal blijven vragen, nl. het vervullen van de ambten. Periodiek aftredend zijn één ouderling en één diaken. Deze zijn echter in dit geval niet alleen ambtsbroeders maar ook natuurlijke broeders van elkaar. Beiden worden met algemene stemmen herkozen. De ouderling neemt zijn benoeming opnieuw aan. Maar de diaken 'gevoelt geen vrijmoedigheid om armenverzorger te zijn. Daar hij met anderen niet goedkeurt, dat twee broeders in den kerkeraad zijn'. In zijn plaats wordt nu een andere diaken gekozen, die deze benoeming aanneemt (opmerkelijk is dat deze man ook weer dezelfde familienaam heeft als de beide broers, misschien een neef?). In de laatste week van maart 1901 wordt weer bidstond voor het gewas gehouden. Dit was sedert lang niet meer gebeurd.
Op 23 mei 1901 vindt 's middags van 1 tot 3 uur de tienjaarlijkse (nu zesjaarlijkse) stemming plaats om stemgerechtigden te laten beslissen of zij het recht tot benoeming van ouderlingen en diakenen en tot beroeping van predikanten voor de eerstvolgende 10 jaren (1 maart 1901 tot 1 maart 1911) zelf wensen uit te oefenen of daartoe de kerkeraad machtigen. Zeven wettige stemmen worden uitgebracht die allen verklaren de bestaande toestand (kerkeraad gemachtigd) te willen handhaven.
Op 4 oktober 1901 is er ledenvergadering van de vereniging 'Een School met de Bijbel' te Andel. Aanwezig: bestuur en 9 leden. Belangrijkste agendapunt: verkiezing van twee bestuursleden. Bij de tweede stemming wordt ds. Doornveld gekozen, die zijn benoeming als bestuurslid aanvaardt. Veel werk heeft deze benoeming niet met zich meegebracht daar de notulen van de schoolvereniging over de periode 1901-1903 niets anders vermelden over ds. Doornveld dan dat hij de ledenvergadering van 22 oktober 1902 opende, o.a. door het lezen van Psalm 8.
Waarschijnlijk onder druk van de voorzitter kwam de kerkeraad in haar vergadering van 9 december 1901 tot het volgende besluit: 'De Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente Op- en Neder-Andel, van oordeel zijnde dat de ouders, die den Heiligen Doop voor hunne kinderen begeeren de godsdienstoefening moeten bijwonen, besluit dat zij die om onwettige redenen gedurende twee maanden vóór de te bedienen Doop niet de kerk bezocht hebben, dit Sacrament voor hun kinderen niet eerder zullen ontvangen, dan tot zij door enige weken geregeld ter kerk te komen blijken gegeven hebben, dat het hun met den Heiligen Doop hunner kinderen enigermate ernst is.'
Dat de kerkeraad dit liever niet zo strak omschreven zag blijkt m.i. uit de vermelding: 'De kerkeraad behoudt zich het recht voor om gedurende de vacature deze bepaling in te trekken!'
In december 1902 zijn er weer verkiezingsmoeilijkheden. De beide aftredenden (ouderling en diaken) hebben van te voren al te kennen gegeven geen vrijmoedigheid te hebben om een eventuele nieuwe benoeming te aanvaarden. Als tot stemming voor een ouderling wordt overgegaan blijken toch vier van de vijf stemmen op de aftredende ouderling te zijn uitgebracht. De herkozen ouderling blijft echter bij zijn eerder genomen besluit en aanvaardt zijn herbenoeming niet. Nu wordt een nieuwe kandidaat genoemd. De voorzitter vindt deze persoon echter niet geschikt daar deze aan een ernstige ziekte lijdt en daardoor ongeschikt geacht moet worden voor het (zware) ambt van ouderling. Hij stelt een ander lidmaat voor, zodat er nu een tweetal kandidaten zijn. Als er gestemd wordt blijkt de eerstgenoemde (zieke) kandidaat 1 stem gekregen te hebben, de door ds. Doornveld voorgestelde persoon eveneens 1 stem en verder 3 blanco briefjes. Een tweede vrije stemming levert hetzelfde resultaat op. Wat nu te doen? Op voorstel van de voorzitter wordt overgegaan tot een 'ernstige noodmaatregel' Er worden twee briefjes gemaakt met op het ene de naam van de eerste kandidaat en op het andere de naam van de tweede kandidaat. Deze briefjes worden elk in een afzonderlijke enveloppe gedaan, die door elkaar gewisseld worden en daarna op een bepaalde plaats worden neergelegd. De vergadering vraagt nu staande God om wijsheid in deze moeilijke aangelegenheid, om van deze twee één aan te wijzen die Hij tot de bediening des ouderlingschaps verkozen heeft. Hierna wordt de aftredende ouderling verzocht een van de beide enveloppen te openen en de naam voor te lezen, die op het briefje vermeld staat. Dit blijkt de door ds. Doornveld voorgestelde kandidaat te zijn, iemand die al eerder in de kerkeraad zitting had gehad als ouderling. Het andere briefje wordt ter controle geopend. De gekozen ouderling heeft later inderdaad zijn benoeming als zodanig aanvaard.
In dezelfde vergadering moet echter ook nog een diaken gekozen worden. Dit dreigt op dezelfde manier te zullen verlopen, daar zich weer 4 stemmen op de aftredende broeder verenigen. Deze blijft echter ook bij zijn eerder genomen besluit. Na hernieuwde stemming komt er toch een ander lidmaat uit die 3 stemmen op zich verenigt en daardoor als diaken zal worden benoemd. In de volgende vergadering blijkt echter dat deze zijn benoeming niet aanvaardt, zodat van voren af aan begonnen moet worden. Dat gebeurt inderdaad ook, want als verschillende kandidaten genoemd en verworpen zijn, stelt de voorzitter voor dat de aftredende diaken zich weer beschikbaar zal stellen. Deze verklaart zich nu wel bereid als er geen andere bevoegde lidmaten zijn. Hij wordt met algemene stemmen herkozen en zo kan op zondag 4 januari 1903 de bevestiging plaats vinden van de nieuwbenoemde ouderling en de herbenoemde diaken.
Een verschijnsel dat in die tijd wel vaker voorkwam deed zich ook in Andel voor. Als de predikant een vacaturebeurt in de omgeving moest vervullen dan werd er eenvoudigweg geen kerkdienst in eigen gemeente gehouden. Dit was echter zeer tegen de zin van ds. Doornveld. Daarom stelt hij dan ook voor dat er tijdens zijn afwezigheid een predikatie gelezen wordt. De kerkeraad vreest dat er dan niet veel mensen ter kerke zullen komen. Ds. Doornveld stelt echter: 'Wij hebben in de eerste plaats niet te zien op het getal, maar op het gebod der geloofsgehoorzaamheid.' Hiertegen heeft de kerkeraad niets in te brengen en ze besluit dan ook leesdienst te houden bij afwezigheid van de eigen predikant.
April 1903 ontvangt de Andelse leraar een beroep naar Nunspeet op de Veluwe wat door hem wordt aangenomen. Hij raadt de kerkeraad aan om een toezegging van beroep uit te brengen op ds. N. C. Bakker van Poortvliet, van wie hij 'een goeden indruk heeft bekomen en goede getuigenis heeft vernomen'.
Op zondag 7 juni 1903 preekt ds. Doornveld afscheid in de gemeente van Andel, die hij tweeënhalf jaar heeft mogen dienen.

A. J. Nelis, Ouddorp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's