De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gemengde gevoelens bij veertig jaar Wereldraad van Kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gemengde gevoelens bij veertig jaar Wereldraad van Kerken

Ver-politiekt evangelie is geen Evangelie

10 minuten leestijd

In 1948 werd in Amsterdam de Wereldraad van Kerken opgericht. In deze maand valt nu de herdenking van het veertigjarig bestaan van dit oecumenische lichaam. In vele dagbladen en ker kelijke weekbladen is aan dit jubileum aandacht gegeven, kritisch of sympathiserend. Het Friesch Dagblad vroeg bijdragen aan prof. dr. J. Verkuyl, dr. A. H. v. d. Heuvel, dr. J. H. Hebly en ondergetekende. Bijgaand treffen de lezers het artikel van ondergetekende aan, onder de titel Gemengde gevoelens bij veertig jaar Wereldraad van Kerken. In het Friesch Dagblad werd het geplaatst onder de titel Verpolitiekt evangelie is geen Evangelie. Deze bijdrage, die uiteraard slechts summier kan zijn, is voor een belangrijk deel gebaseerd op een persoonlijke ontmoeting met de Wereldraad in Nairobi in 1976. Geen aandacht is gegeven aan de 'crisis', waarin, blijkens bijdragen van insiders dezer dagen, de Wereldraad zich de laatste jaren kennelijk bevindt, vanwege ingrijpende verschillen in visie op de taak en de plaats in de wereld.v. d. G.

Als we over dè Wereldraad van Kerken spreken moeten we eerst omschrijven wat we bedoelen. We kunnen eronder verstaan het geheel van kerken, die bij dit oecumenisch lichaam zijn aangesloten. Dat levert dan een zeer geschakeerd beeld op. Kerken van zeer rechtzinnige, protestantse signatuur, van oosters orthodoxe signatuur en van meer of minder vrijzinnige signatuur behoren ertoe. Bovendien geldt voor elk van de aangesloten kerken, dat deze zelf soms weer pluriform, innerlijk verdeeld zijn. De kerken, die aangesloten zijn bij de Wereldraad, zijn niet eenduidig te omschrijven.
We kunnen onder de Wereldraad verder verstaan de verzameling van gedelegeerden, zoals die eenmaal per zeven jaar in de grote assemblees bijeen komen. Dat levert dan uiteraard ook geen eenduidig beeld op, omdat de assemblees worden gekleurd door het bonte palet van kerken, die tot de Wereldraad behoren.
We kunnen onder de Wereldraad van Kerken ook vatten bepaalde activiteiten, die vanuit Genève plaats vinden. We kunnen dan denken aan het departement voor internationale hulpverlening (CICA-ROUS). Welnu, dan zal het totaal van projecten in de wereld, dat door dit werelddiakonale departement wordt behartigd, dezelfde verschillen in waardering ontmoeten, die de werelddiakonale organen van de kerken ontmoeten. Wat mij betreft heb ik waardering voor veel wat met name vanuit dit orgaan voor internationale hulpverlening wordt aangedragen. Op tal van plaatsen in de wereld is zo verheugende daadwerkelijke hulp verleend of heeft bemoediging plaats gevonden van kerken of organisaties in penibele materiële of geestelijke situaties.
Als ik deze bijdrage dan ook vat onder de noemer 'met gemengde gevoelens' dan wil ik daarmee zeggen, dat het mij niet mogelijk is om zwart/wit te redeneren bij het veertigjarig bestaan van de Wereldraad. Er is veel in de Wereldraad dat te waarderen valt. Bij die gemengde gevoelens geven voor mij de kritische noties echter de doorslag.

Noodzakelijke eenheid
Het was alleszins begrijpelijk dat na de Tweede Wereldoorlog het reeds voor de oorlog ter hand genomen plan, om te komen tot een wereldwijd oecumenisch lichaam, met voortvarendheid verder werd opgepakt. De Tweede Wereldoorlog had niet alleen bressen geslagen in volkeren en culturen, maar had de kerken ook niet onberoerd gelaten. In de nood van de tijd werden ook de kerken samen gedreven. Is het op zich al bijbelse noodzaak om eenheid van de kerk als Lichaam van Christus na te streven, in de Tweede Wereldoorlog werd dat nog scherper gevoeld. Een verdeelde kerk kan geen getuigenis zijn naar de wereld toe. Een verdeelde kerk staat ook machteloos wanneer zich ideologische machten in de wereld breed maken. Intussen streefde de Wereldraad, zoals die in 1948 in Amsterdam haar start vond, een eenheid van kerken na op grond van een wel zeer brede basisformule, om zo kerken van uiteenlopende signatuur een onderdak te kunnen bieden. Dat de Nederlandse Hervormde Kerk direct tot de participerende kerken behoorde spreekt, gezien het pluriforme karakter van deze kerk en dientengevolge haar oecumenische openheid, voor zichzelf. Dat de Gereformeerde Kerken in Nederland in die jaren afzijdig bleven was ook begrijpelijk, gezien de stricte binding, die de Gereformeerde Kerken toen nog voorstonden aan de gereformeerde belijdenisgeschiften. De Wereldraad trok als het ware een scheidslijn tussen de kerken, die bepaald werd door de confessionele begrensdheid of de confessionele ruimte, waardoor de onderscheiden kerken in de wereld gekenmerkt waren.

Verschuiving
In de zestiger jaren heeft zich intussen echter een grondige verschuiving voorgedaan in doelstelling en karakter van de Wereldraad. In plaats van eenheid van kerken en christenen ging de Wereldraad de eenheid der mensheid centraal stellen. En daar nu liggen vooral de fundamentele theologische bezwaren, die ik ten aanzien van de Wereldraad heb. Met de Wereldraad bedoel ik dan 'Genève', zoals zich dat theologisch en politiek manifesteert in de wereld. Grofweg gezegd zit achter de gedachte van de eenheid der mensheid het theologische idee van wat we plegen te noemen de algemene verzoening. De wereld is verzoend (niet God). Het gaat er nu nog om dat mensen en volkeren in de wereld samen, met elkaar verzoend leven. Dat betekent dat de Wereldraad sterke aandacht ging ontwikkelen voor politieke vragen en voor de dialoog van de wereldgodsdiensten. Politieke barrières en barrières tussen de wereldreligies moeten worden geslecht. De Wereldraad ging aandacht vragen voor de tegenstelling arm/rijk in de wereld, voor rassendiscriminatie, voor de positie van de onderdrukten in de wereld. Op zich is dat een goede zaak. Het Evangelie van de verzoening vraagt immers ook om verzoenend handelen in de wereld. Het gaat er om dat, vanuit het geloof in de rechtvaardiging van de goddeloze, ook gestreefd wordt naar gerechtigheid onder de volkeren. Als het dan maar zo is, dat daarbij het unieke van het christendom, van het Evangelie des Kruises onverlet blijft.

Wereldraadtheologie
Hier is het echter dat ik mijn ernstige vragen heb in de richting van de Wereldraad-theologie. Hoe divers ook de onderscheiden kerken en stromingen in de Wereldraad zijn, er is sprake van een dominerende theologie. Dat komt tot uitdrukking in de de keuze van de hoofdsprekers op de zevenjaarlijkse assemblees. Dat komt ook tot uitdrukking in de voorbereidingsstukken voor de assemblees.
In 1976 heb ik de assemblee in Nairobi meegemaakt. Het thema was toen 'Jezus Christus bevrijdt en verenigt'. Ik heb toen grondige studie gemaakt van de voorbereidingsstukken. De wending in de wereldraadtheologie kwam daarin, alsook in de teneur van de op de assemblee gehouden referaten, duidelijk tot uitdrukking.
Scherp gezegd: het Sola Scriptura van de Reformatie (alleen de Schrift) wordt prijsgegeven terwille van de dialoog met andere godsdiensten. En Jezus Christus is meer een universeel idee dan Persoon, Heiland, Verlosser van zondaren.
Wat de Schrift betreft één citaat: 'Het Boek alleen kan niet langer het enige zijn. De kerk en de gelovigen zijn ook van belang. Bovendien, door dialoog en gezamenlijk onderzoek zullen we ontdekken de bron van het leven: de Christus van het evangelie. Daarom kunnen we niet alleen onderwijs (educatie) hebben met de Bijbel centraal. We moeten namelijk op onze hoede zijn dat de Bijbel, die ons als christenen verenigt, ons scheidt van de rest van de wereld.'
En wat de Christus-belijdenis betreft, duidelijk kwam tot uitdrukking dat Jezus Christus alle mensen bevrijdt en verenigt. Ook hier een citaat uit de voorbereidingsstukken van Nairobi: 'Als de boom aan zijn vruchten wordt gekend dan kan er geen twijfel over bestaan, dat de armen en nederigen in alle landen, die worden verteerd door smachtend verlangen naar God, reeds die vrede ontvangen, die de Heer garandeert aan allen op wie Zijn gunst rust. Deze verlossing buiten Israël naar het vlees en buiten de historische kerk is het resultaat van de Opstanding, die alle dingen vult met de volheid van Christus'. En verder wordt dan gezegd dat, wanneer een Brahmaan, een Boeddhist of een Moslim zijn godsdienstige geschriften leest, het Christus is, die als licht ontvangen wordt met verhulling, met verberging van Zichzelf.
In een toespraak van de Amerikaanse theoloog Mac Afee Brown werd de vraag van Jezus uit Mattheus 16 'wie zeggen de mensen dat Ik ben?' centraal gesteld. Op die vraag worden verschillende antwoorden gegeven. Sommigen zeggen Elia, anderen Jeremia of gewoon 'een profeet'. Zo – aldus Brown – is het ook in onze tijd. Ook vanuit de wereldgodsdiensten komen antwoorden op de vraag wie Jezus is. Al die antwoorden moeten we ernstig nemen. Wat Brown intussen liet liggen, was de toegespitste vraag van Jezus aan Zijn discipelen: 'maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?'. Het antwoord, bij monde van Petrus, was: 'Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God'. Hier wordt het unieke van Jezus, Zoon van God en Zoon des mensen, ondubbelzinnig beleden.

Spits van de verzoening
Het bestek van één artikel is te kort om uitputtend toe te lichten hoe het met die theologie verder zit. Maar het belangrijkste is toch wel dat de spits ervan, zeg ook de spits van de verzoening, horizontaal gericht is. Dat betekent weer dat die theologie sterk maatschappelijk en politiek bepaald is. Het gaat (theologisch en beleidsmatig) om de onderliggenden, de kansarmen, de gediscrimineerden in de wereld. De ene keer presenteert deze theologie zich onder de naam bevrijdingstheologie, dan weer onder de naam theologie van de revolutie of theologie van de armen of zwarte theologie. En ook de feministische theologie kan men er onder rekenen. De scheidslijn in de wereld is dan de lijn, die er loopt tussen onderdrukkers en onderdrukten. Niet meer die tussen geloof en ongeloof.
Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat vaak sterk wordt aangeleund tegen het marxisme. In de marxist wordt de bondgenoot van de christenen gezien, omdat ook marxisten ijveren voor een betere wereld, desnoods langs de weg van de revolutie. Het Evangelie zet immers ook de wereld op z'n kop! Maar het Rijk ligt dan intussen wel binnen de horizon van het 'hier en nu'. Het gaat om het leefbaar maken van de aarde op een zodanige manier, dat de tegenstellingen verdwijnen en dan ook zo, dat deze oneindig kan voortbestaan. De eeuwigheidsdimensie is weg.
Dan zwijg ik nog maar over het feit dat vaak het onrecht, dat christenen onder marxistische dictaturen lijden, wordt genegeerd.
In Nairobi was er ook een korte toespraak van de evangelical John Scott. Hij zei: De Wereldraad luistert nauwlettend naar de roep van de verdrukten in de wereld. Hoort men ook de schreeuw van de verlorenen? Hiermee werd de worteldwaling van de genoemde theologie haarscherp aangewezen.

Evangelie van het Kruis
Het is ontoelaatbaar als het Evangelie des Kruises wordt omgebogen tot een louter intermenselijk gebeuren. Op het Kruis heeft Christus de toorn van God over de zonde gedragen, weggedragen. Dat Kruis staat niet daar, waar nu het bloed van de onderdrukten vloeit. Dat Kruis stond op Golgotha, voor eens en voor goed.
Op het Kruis triomfeerde Christus ook over de machten. Wanneer we dit beseffen hebben we als kerk een boodschap tegen alle ideologieën van de eigen tijd in en maakt ze er niet één tot haar bondgenoot. Dan mag en moet afwijzend, profetisch worden gesproken ten opzichte van racisme in de wereld, of van het fascisme, dat telkens weer de kop opsteekt. Maar dan spreekt de kerk ook profetisch tegen antisemitisme en last but not least, het communisme, waaraan de marxistische ideologie ten grondslag ligt.
Ik heb, als gezegd, gemengde gevoelens bij veertig jaar Wereldraad van Kerken. Enerzijds, omdat ik me niet aan de indruk kan onttrekken dat, als het om de machten in de wereld gaat, er vaak sprake is van selectieve verontwaardiging. Dat gaat dan ook ten koste van Israël, het oude Bondsvolk in het land van de vaderen, met de staat als garantie voor een veilig bestaan. En anderzijds gemengde gevoelens, omdat de spraakmakende, de leidinggevende theologen in de Wereldraad er onvoldoende in slagen of er in het geheel niet (meer) in slagen duidelijk te maken, waarin nu het unieke ligt van de kerk in de wereld: Jezus Christus, de Gekruisigde en de Opgestane, onze enige Hoop.
Een ver-politiekt evangelie is geen Evangelie.
En een theologie, die syncretistisch van aard is, met andere woorden, die tot vermenging van godsdiensten of relativering van de verschillen tussun de godsdiensten leidt, gaat niet uit van de God der Schriften.
Met zo'n theologie is de Wereldraad niet te feliciteren.

v. d. G.

(Eerder geplaatst in het Friesch Dagblad)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gemengde gevoelens bij veertig jaar Wereldraad van Kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's