De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Oefening van gehoorzaamheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Oefening van gehoorzaamheid

8 minuten leestijd

Plaats
Wij zijn er aan gewoon te zeggen, dat de zonde als schuld moet worden beleden. Dat is inderdaad waar, maar wij willen er nog een toevoeging aan geven. De zonde moet even goed gelaten worden. Wil dit laten der zonde evenwel betekenis hebben bij de Heere, dan moet het voortkomen uit een vernieuwing van het hart, die zich in onderwerping aan het gezag van God openbaart. Deze omkeer van de dienstbaarheid aan het vlees tot de gehoorzaamheid aan God vertoont ons het ware wezen van de bekering. Deze bekering nu openbaart zich naar buiten in de erkentenis: Heere, wat wilt gij dat ik doen zal? Wij kunnen derhalve zeggen, dat gehoorzaamheid aan God de eerste en onmisbare uiting is van het geestelijk leven. Zij was de deugd, waarin God de mens vóór zijn val oefenen wilde. Juist over de plicht van de gehoorzaamheid struikelen wij als mens. Daarom wil God dat de mens opstaat, op het punt waar hij gevallen is. Niet eerder hervat God de verbroken gemeenschap, dan dat de mens zijn ongehoorzaamheid in feite herroept door weer onder Zijn gezag terug te keren.


Gevoel
Het komt er voor ons wel op aan, de mensen op de grote betekenis van de gehoorzaamheid te wijzen. Het is een eigenaardigheid van de pas bekeerde uitsluitend eigen belang op het oog te hebben. Dat komt voort uit een te gemoedelijke opvatting van de aard der bekering. Het is velen genoeg om zich enkel maar zalig te gevoelen in het bewust zijn van met God verzoend te zijn. Zij verheugen zich er op daarvan telkens opnieuw verzekering in hun binnenste te ontvangen en te genieten in het vooruitzicht van eenmaal in de volle gemeenschap met God te staan. Missen zij de opgewektheid van het gemoed, dan twijfelen zij aan de oprechtheid van hun bekering. Zij zijn pas weer gerust, wanneer de opgewekte stemming is teruggekeerd. Aan zulke mensen is de boodschap dienstig, dat zij er evenzeer naar moeten staan, dat de Heere zich in hun dienst zal verblijden, als dat zij aldoor maar genieten van de Heere. Er is hier een merkwaardige trek in vele gemeenten openbaar. Onder ons heerst een sterk gemoedelijk leven. Om niet te spreken over een gevoeligheidschristendom. Het is pas echt, wanneer je iets gevoelt. Dat nu verlegt de grenzen eenzijdig naar het emotionele leven ten koste van het leven van de wil en het verstand.


Heiliging aardse leven
Waardoor zal de Heere zich in onze dienst aan Hem verblijden? Doordat wij Hem gehoorzaam zijn, ons vlees de dienst opzeggen, ons van het geoorloofde onthouden en het noodzakelijke ten offer brengen, enkel omdat Hij het wil en opdat Hij verheerlijkt wordt. Alleen langs deze weg zal men blijvende vreugde ondervinden. Ja, wij zullen een rijke vergoeding voor alle opoffering ontvangen in het getuigenis van de Geest, dat God een welbehagen heeft in onze werken. Wanneer dit ten enenmale ontbreekt, zullen wij ons onwillekeurig tot het laten van het verbodene bepalen, maar met name werkeloos blijven ten aanzien van datgene wat positief geboden is. Op deze manier komt er van de heiliging van het aardse leven niemendal terecht. Merkwaardigerwijze wordt de heiliging van het aardse leven nu wel niet met het zondige vereenzelvigd, neen, dat wel niet – maar er heerst zo onder ons toch wel de gedachte dat het gewone leven schadelijk is en eer vermeden dan gewijd moet worden. Proeven wij het goed, dan is er wijdbeen in onze gemeenten eer een negatieve toon over het dagelijks leven te horen dan een streven dit gewone leven ook te brengen aan Christus' voet. Ja, zien wij wel, dan straalt er zo weinig geestelijke adel en geestelijke fleur door ons aardse leven. Er is overal zulk een doffe toon. Veelszins een stempel, dat overal hetzelfde merk vertoont. Er blijkt zo weinig, dat genade een eigen toon in het leven schenkt. De rijke schakering, die God in het scheppingsleven biedt en die in het genadeleven opbloeit, wordt zo schaars gezien. De tinteling van het geestelijk leven verstrakt zozeer in een ijzeren spoor. Overal hangt een beklemmende loomheid, een benauwende ernst, die van alle hoop is gespeend. Maar de oorzaak daarvan is, dat wij ergens scheef gegaan zijn. Wij hebben het puur gemoedelijke leven meer geschat dan het leven der gehoorzaamheid.


Misverstand
Eén misverstand dient hier wel afgesneden te worden. Men moet niet denken, dat erbij de bekering een voortleven in de zonde gevonden worden zou. Néén, de gemeenschap met de zonde wordt beslist afgebroken. Zelfs is het geweten zeer teer. Er kan niets bij door. Maar, zo vaak doet men de ontdekking, dat de waakzaamheid tegen de zonde zich meer verklaart uit de stooris, die zij in het zalig genot der liefde aanbrengt, dan wel uit de omstandigheid dat God ze als strijdig met zijn eer heeft verboden. In de grond der zaak is hier het genot, dat gemist wordt, hier meer drijfveer dan de gehoorzaamheid die moet worden betoond. En, daaruit merken wij op hoe innerlijk ons leven dikwerf is. Het is te bekrompen. Het gaat principieel niet om ons genieten; maar dat God iets gebiedt op verbiedt, worde de diepste grond van ons doen of van ons laten. Hier leeft méér de mijding dan de wijding. Wij menen, dat daarom de toon veelal zo benepen is. Hij bestaat in negativisme, terwijl de gehoorzaamheid een veel rijker schakering biedt.


Weinig in achting
Bekering vraagt derhalve om gehoorzaamheid. Dat is heden ten dage een weinig geliefkoosd woord. Ieder wil vrij zijn. Velen schijnt zelfs de vrijheid het hoogste goed toe. Men wil aan geen wet anders dan krachtens eigen toestemming gebonden zijn. Die geest zit al in het kind. Onze kinderen willen nog wel doen wat hun geboden is, maar men moet hun eerst uitleggen, waarom hun iets wordt bevolen. Vinden zij het redelijk, dan zullen zij het doen. Welnu – van die geest is men niet licht bekeerd. Zelfs als wij door genade Gods gezag liefhebben, werkt die oude zuurdesem nog lang in ons na. Al te veel wordt het goede gedaan in een opwelling van het moment. Al te veel wordt het goede gedaan, voorzover het ons het bovengemelde genieten schenkt. Op deze manier is er ook weinig oefening in, weinig regelmaat en standvastigheid. De gehoorzaamheid blijft teveel incidenteel en te zeer stukwerk. Het wordt een wildgroei.


Braakland
Nadenkend over deze dingen, menen wij wel eens: zou het daardoor komen dat het genadeleven zich zo armzalig in ons midden openbaart? De eeuwen wentelen zich voort naar de toekomst van de Zoon des Mensen. Eeuwenlang is onder ons het Woord van het Evangelie al gebracht. De Heere heeft rijke vrucht onder ons geschonken. Maar ten aanzien van het leven der gehoorzaamheid liggen nog zoveel stukken braak. Er is op dit punt nog zoveel eigenwilligheid. Waar God zijn genade heeft verheerlijkt, is dan ook nooit een gevoel van zelfgenoegzaamheid. Integendeel – het wordt een oefening tot meerdere gehoorzaamheid. In dit licht schrijft Paulus in de brief aan de Filippenzen: En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen, opdat gij beproeft de dingen, die daarvan verschillen: opdat gij oprecht zijt en zonder aanstoot te geven tot de dag van Christus, vervuld met vruchten der gerechtigheid die door Jezus Christus zijn, tot heerlijkheid en prijs van God. Wat bedoelt de apostel hier? Paulus bidt om wasdom van de liefde van Filippi. Dan wordt ook hun kennis en waarneming rijker. Ja, ze nemen toe in fijn gevoel om te doorzien wat goed is of kwaad. Ze kunnen onderscheiden datgene waar het op aankomt door toetsing der dingen aan het Woord van God. Dan zullen ze rein en onberispelijk zijn tegen de dag van Christus, wanneer Hij komt om allen te oordelen. Dan zullen zij vervuld zijn met vruchten der gerechtigheid; blijken en openbaringen van waarachtige vreze Gods. Deze gerechtigheid des geloofs – heilig leven tot Gods eer – is zelf weer vrucht van de gerechtigheid des geloofs, hun medegedeeld om niet, op grond van de zoendood van Christus. Er zijn in iedere gemeente van die peinzende christenen. Ze denken veel na over het Woord. Ze peinzen vaak zo maar midden op de dag over de schoonste dingen. Velen verstaan hen niet. Wij kwamen vele jaren geleden eens bij zulk een stil christen. Hij zat in zijn kamer. De bijbel voor hem op de tafel. Blijkbaar verrasten wij hem juist in zijn lectuur. Ongemerkt kwamen wij binnen. Je kon aan zijn wezen zien, dat hij niet op de aarde was. Maar wij hoorden hem hardop zeggen: 'Schijn maar, Heere, dwars door mij heen. Er is altijd meer om te reinigen dan ik mij voorstellen kan. Licht heb ik gezien, maar o de duisternis is nog zo groot'. Zulke christenen worden diep ingeleid in het leven met Christus. Zij zijn nooit klaar.

A. v. Brummelen, Huizen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Oefening van gehoorzaamheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 augustus 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's