De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Confrontatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Confrontatie

9 minuten leestijd

'Maar Elymas de tovenaar… weerstond hen, zoekende de stadhouder van het geloof af te keren'. Handelingen 13 : 8

In het boek 'Handelingen der Apostelen' gaat het voornamelijk over de grote heidenapostel Paulus. Hij is in dienst genomen door God. De Heilige Geest is de stuwende kracht die hem voortdrijft: Hij heeft de wind des Geestes in de rug.
Inmiddels is Paulus met Barnabas bij Sergius Paulus, stadhouder van het eiland Cyprus, aangekomen. Om hem te verkondigen dat ons maar één Naam onder de hemelen gegeven is, waardoor wij moeten zalig worden, nl. Jezus Christus! Maar, als de wind van de Heilige Geest waait, waait er ook een tegenwind. Als de Heilige Geest het offensief om mensenzielen te winnen inzet, zet de duivel het tegenoffensief in. Op Gods ageren volgt des duivels reageren.
't Instrument waarvan de duivel zich hier bedient is Elymas. Eerder in dit hoofdstuk is hij een tovenaar genoemd, magiër staat er in het Grieks, en een vals profeet. Deze man kan onder invloed van demonische krachten tekenen en wonderen doen. In de letterlijke betekenis van het woord is deze man een duivelskunstenaar. Ook de duivel kan dus vaardigheden verlenen! Zwarte kunst, magie, occultisme en bepaalde vormen van geneeskunde berusten niet op suggestie, maar op werkelijkheid! Maar 't speelt zich wel af op het terrein van de Boze! Een terrein dat we absoluut niet moeten betreden! Zelfs geen voetstap moeten we er op zetten! Want waar we mee omgaan worden we mee besmet!
Hoe kwam deze man aan het hof? Had Sergius Paulus hem uitgenodigd, of had hij zich aan hem opgedrongen? We weten het niet. Wel is bekend, dat er in die dagen bij ontwikkelde Romeinen een zekere interesse aan het groeien was voor de joodse godsdienst. Er waren rondtrekkende joden die daar handig op inspeelden en beweerden dat zij een bijzondere band met God hadden, en daardoor over bijzondere Vaardigheden beschikten, en deelden in de wijsheid, die Salomo eens bezat. Deze man treffen Paulus en Barnabas bij Sergius Paulus aan. De dienstknechten van de Heilige Geest en de dienstknecht van de duivel ontmoeten elkaar! Merkwaardig eigenlijk!
De duivel kijkt zijn manier van werken van God af! Hij imiteert Hem! God gebruikt mensen, de duivel ook!
God zendt Paulus, niet de eerste de beste, een man met grote gaven, geweldig geleerd, en de duivel zendt Elymas, door hem ook voorzien van gaven.
God zendt Paulus tot Sergius Paulus, de belangrijkste man van het eiland Cyprus. Wat een zegen zou het voor dat eiland zijn, als de stadhouder tot geloof kwam. Hij zou tot een zegen gesteld worden! Door zijn voorbeeld aangespoord, zouden vele anderen aan het Evangelie gehoor kunnen geven. Zijn bekering zou de aanleiding kunnen zijn van vele andere bekeringen.
Ook de duivel zendt zijn dienstknecht tot Sergius Paulus. Hij heeft altijd bijzonder veel aandacht voor hen die macht en gezag hebben. Hij wil de opbloei van hun geloof in hun leven beletten. Want ook hij weet, dat hun voorbeeld, hetzij goed, hetzij kwaad, op velen invloed zal hebben. Zo was het al in de tijd van het Oude Testament: eken de Koningen af van de wegen des Heeren, dan trokken zij het volk mee in hun val. Laten allen die in hoogheid zijn gezeten' dat beseffen! Er wordt op hen gelet! Het volk kijkt naar hen die boven hen staan. Als zij ontaarden, ontaardt het volk ook. De duivel bootst God in zijn handelen na. Luther noemde hem dan ook: de aap van God. 'Elymas wederstond Paulus en Barnabas!' Hij verzet zich tegen wat Paulus en Barnabas als boodschap brachten. Door Paulus en Barnabas belachelijk te maken? Waarschijnlijk niet! Hij heeft een schijn van ernst aan het gesprek gegeven. Hij moest serieus overkomen. Sergius Paulus was een verstandig man. Hij liet zich niet beïnvloeden door een beroep op emoties, maar door argumenten pro en contra. Maar uiteindelijk gaat het Elymas niet om het behoud van Sergius Paulus' ziel, maar om zijn eigen positie aan het hof te behouden! Wij weten niet waarover het strijdgesprek ging. Toch kunnen we het vermoeden. 'Elymas was een jood' wordt met nadruk in vers 6 gezegd. Daarmee wil niets ten nadele van het joodse volk gezegd worden, maar bedoeld wordt: Elymas vertegenwoordigde de joodse godsdienst aan dit hof. De interesse van de Romeinen in de joodse godsdienst richtte zich op twee punten. Allereerst werden ze aangetrokken door het monotheïsme, het ééngodendom. De Romeinen hingen het polytheïsme aan, het veelgodendom. Zij hadden zelfs de eigenschap de goden van overwonnen volkeren aan het eigen godenbestand toe te voegen. Zo had men op den duur een onoverzienlijk aantal goden! Men was in verwarring: wie moest men nu eigenlijk waarvoor dienen? Verstandige mensen hadden daar zo hun vragen bij. Elymas zal gesproken hebben van de éne God, de Almachtige, in wiens hand alles rust. Luidde Israëls geloofsbelijdenis niet: 'Hoor Israël! De Heere, onze God, is een enig Heere'! En nu staan daar, naast hem, twee joods-christelijke mannen, die ervan getuigen dat deze God Zich heeft geopenbaard in Zijn Zoon, in Jezus Christus. Daar heeft Elymas zich tegen verzet. Dat leek hem veelgodendom! 't Is ook een ergernis voor ons! Daarop strandt ons kritisch denken! Een voor ons ondoorgrondelijk geheimnis is het: dat de eniggeboren Zoon God openbaart! Toch: daarin alleen ligt ons behoud, daarin alleen ligt redding! Wij kunnen niet tot God opklimmen! Wij kunnen de kloof die er ligt tussen God en ons van ons uit niet overbruggen. God overbrugt de afstand! Hij heeft Zich voor een zondig en van Hem afkerig mensengeslacht niet geschaamd, maar 'heeft Zijn Zoon gezonden in gelijkenis des zondigen vleses', zoals Paulus het zegt (Romeinen 8 : 3).
De Romeinen werden ook aangetrokken door de strenge zedewet van de joodse godsdienst. Hun eigen volk dreigde aan zedeloosheid en ontaarding ten gronde te gaan, iets wat hun godsdienst niet bestreed, maar veel meer bevorderde. Er was een zinnelijke cultus rond de tempelgebouwen, men gaf zich over aan sacrale prostitutie.
Maar binnen Israël stond de wet van God centraal! Elymas zal het denken van de Farizeeërs hebben verkondigd, nl. dat God aangenaam te stemmen zou zijn door een nauwgezet en streng leven van gebod op gebod en regel op regel. Men zou tot Hem op kunnen klimmen op de sporten van de ladder der goede werken. En nu verkondigt Paulus hier, dat 'uit de werken der wet geen vlees zal gerechtvaardigd worden'. Gerechtvaardigd worden wij, verkondigt Paulus, alleen door het geloof in Jezus Christus, die de vloek van de wet op Zich nam! Alle eigengerechtigheid is afgesneden! De Gerechtigheid Gods is in Jezus Christus geopenbaard! Elymas verdedigt de wet en ontkent de vleeswording des Woords! Het ene strijdpunt hangt ten nauwste met het andere samen. Als wij de verhouding tot God willen herstellen door 't van onszelf te verwachten, hebben wij geen verlosser nodig!
Voor de Heere Jezus is pas plaats in ons leven, als wij met onzelf zijn omgevallen, en tot de ontdekking komen dat 't omhoogklimmen naar God toe telkens mislukt. Het goede zit niet in ons, en blijkt ook niet uit onze daden. De sporten op de ladder van zelfrechtvaardiging breken onder onze voeten. En wij blijven op de begane grond. Zondaar en onheilige! Gered worden kunnen we alleen, doordat God ons in Zijn Liefde opzoekt!
Elymas ziet dat de stadhouder wordt aangetrokken door wat Paulus en Barnabas verkondigen. Hij neigt ernaar hen gehoor te geven. 'Maar Elymas zocht de stadhouder van het geloof af te keren'. Hij stelt alles in het werk om hem op een dwaalspoor te leiden, en hem van het rechte spoor af te brengen.
Zo staat Sergius Paulus tussen twee vuren in. Hij is in verwarring geraakt. Wie moet hij nu geloven? Maar: de Heilige Geest volvoert Zijn werk! Geen enkele weerstand, geen enkele hindernis kan Hem in Zijn werken tegenhouden. De Heilige Geest lijkt zwak, maar is sterk. Ook al wordt het tegenoffensief met zwaar geschut ingezet, het is niet overmachtig. Elymas kan wel proberen tegen Hem in te gaan, hij zal daarin niet slagen.
Waar Gods Geest werkt, werkt ook een anti-geest. Gods werk wordt bestreden door de duivel! De confrontatie komt.
Wie evangelisatiewerk doet zal dat merken. Jonge mensen, die in blijmoedig enthousiasme tijdens de zomermaanden evangeliseren, krijgen ermee te maken. Er is tegenwerking! Er zijn tegen-krachten in het spel!
Ook de verkondiging van het Woord ontmoet verzet. Het Woord van God komt ons niet uit, het zint ons niet. Het snijdt in ons vlees. En velen laten zich er niet door bekeren, maar 'kittelachtig zijnde van gehoor gaderen zij zichzelven leraars op naar hun eigen begeerlnkheden' (2 Tim 4 : 3). De toegenomen mobiliteit geeft er de mogelijkheid toe. Men neemt de auto en reist kilometers ver weg om te gaan horen, wat men horen wil, en in het eigen gelijk te worden bevestigd. En toch hebben de dienaars van het Woord van God de opdracht het Woord te ontvouwen in zijn volle rijkdom. Ze mogen er niet aan afdoen, en niet aan toedoen, ook al strijkt het tegen de haren in!
De gemeente is nooit onaangevochten in deze wereld. Wij staan in de branding. Er komt geweldig veel op ons af. Heel veel invloeden werken op ons in. Een langzame vergiftiging dreigt, het gif van Satan. Bewaard voor die vergiftiging worden we alleen indien wij voortdurend tegengif drinken uit de bron, het Woord van God. Bewaard worden we alleen door de omgang, de gemeenschap met God!
Ook in ons eigen leven is er de botsing, de strijd tussen vlees, en geest! De duivel 'zoekt ons van het geloof af te keren'! Er is een strijd tussen ons-eigen-ik en de Geest van God, die in ons werkt. Luther merkte al op: 'Het geloof is een onrustig ding'.
En toch: De Geest volvoert Zijn werk! God laat niet varen wat Zijn hand begon. 'De Heere zal het voor mij voleindigen'. In die zekerheid mag ik de handen vouwen en bidden: 'O Heere, verlaat niet wat Uw hand begon'.

M.J. Middelkoop, Babyloniënbroek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Confrontatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's