De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Identificatie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Identificatie

7 minuten leestijd

'O gij kind des duivels, vol van alle bedrog, en van alle arglistigheid, vijand van alle gerechtigheid, zult gij niet ophouden te verkeren de rechte wegen des Heeren'.Handelingen 13 : 10

'O gij kind des duivels'
Dat is een hard oordeel!
Het zal je maar gezegd worden! De man die het hoort, heet merkwaardigerwijs Bar-Jezus, wat betekent: zoon van Jezus; zijn vader heette dus Jezus, een variant van de naam Jozua. En nu noemt Paulus, verkondiger van de Naam van een andere Jezus, hem: 'kind des duivels'.
Mag dat: zomaar deze vreselijke beschuldiging uitspreken? Nee, niet zomaar. 't Gevaar dreigt, dat we al te gauw iedereen voor een kind des duivels uitmaken die 't niet met ons eens is. Paulus noemt hem zo. Waarom? Omdat de waarheid in het geding is! Die moet hier bepaald worden. Denkt u zich de situatie in: twee mensen staan tegenover Sergius Paulus. Paulus, die met Barnabas het Woord Gods verkondigt, en Elymas, die zich als tovenaar en profeet voordoet, en klaarblijkelijk indruk op de stadhouder heeft gemaakt. De stadhouder is in verwarring gebracht. Er moet duidelijkheid komen.
De waarheid moet voor de dag komen, en daarom moet de waarheid gezegd worden. Niet zomaar noemt Paulus Elymas een kind des duivels. Hij heeft voor dat oordeel een kriterium; het gaat ook hier om de vraag hoe men tegenover Jezus Christus staat. Hij heeft immers van Zichzelf getuigd dat Hij de Weg, de Waarheid en het Leven is.
Hoe staat Elymas tegenover Hem? Hij wijst Hem af! Paulus noemt Elymas 'een vijand van alle gerechtigheid die niet ophoudt de rechte weg des Heeren te verkeren'. De wegen des Heeren zijn recht, ze lopen zonder bochten direct naar het doel. Dat weet Elymas. Hij kent de schriften. Stond in Hosea 14 : 10 niet geschreven: 'Des Heeren wegen zijn recht, en de rechtvaardigen zullen daarin wandelen'. De weg, de rechte weg die God gegaan is in de heilsgeschiedenis is uitgelopen op de komst van Jezus Christus in het vlees. In Hem heeft God ons gerechtigheid geschonken! Wie in Hem gelooft, is rechtvaardig voor God. Een rechtvaardige is iemand die recht voor God staat. En rechtvaardig voor Hem staan, kunnen wij niet anders dan door te knielen voor deze Koning, ons van Israëls God gegeven. De rechtvaardige zal door het geloof leven! Anders niet! En Elymas?
Hij wil Christus' gerechtigheid niet. Hij handhaaft zijn eigen gerechtigheid. Hij wil niet gaan op de weg, die op Christus uitloopt, maar hij wandelt op zijn eigen weg. En meer nog, op die kromme, onzekere, duistere weg waar hij zelf op gaat, wilde hij ook Sergius Paulus doen gaan. Daarop wandelend, op de weg van eigen gerechtigheid, van zelfrechtvaardiging lou Sergius Paulus het doel van Gods weg, Jezus Christus, niet bereiken. Met deze verdraaiing van de waarheid 'houdt Elymas niet op'. Hij is er dus lang mee bezig geweest. Opzettelijk, weloverwogen. Werkelijk: hij is een vals profeet. De ware profeten hebben de weg der zaligheid verkondigd. De zaligheid is in geen ander dan de Messias te vinden. Maar deze pseudo-profeet wil Sergius Paulus van die weg afhouden. En daarom noemt Paulus hem een kind des duivels. Zo wordt hij geïdentificeerd!
Tegen Gods Openbaring is hij ingegaan: hij heeft zich tegen Christus gekeerd. En daarmee heeft hij zich aan de kant van de duivel geschaard, de aartsvijand van Christus.
'O gij kind des duivels'. De scherpste woorden in de Bijbel worden gericht tot hen, die tussen de mensen en de Waarheid instaan, tot hen die tussen mensen en Gód instaan. Ezechiël verkondigde het gericht aan de ontrouwe herders (Ezech. 34), en de Heere Jezus Christus heeft tegen Israëls geestelijke leidslieden het achtvoudig wee laten horen. Een hard oordeel wordt uitgesproken over hen die valse leraars en leidslieden zijn. Zo ook over Elymas. 'O gij, kind des duivels!'
Dat Elymas dat is toont Paulus aan. Elymas lijkt op de duivel, als een kind op zijn vader. Daarom kan er niets goeds uit hem komen. En dat blijkt ook. De duivel liegt. Eén van zijn titels is 'Vader der leugenen'. Elymas zit vol bedrog. Hij wil de leugen laten triomferen over de Waarheid!
Van de duivel staat geschreven, dat 'hij listiger was dan al het gedierte des velds'. Elymas evenzo is vol van arglistigheid. Hij is bedreven in allerlei kunstgrepen om mensen te bedriegen en te misleiden. De uitdrukking 'kind des duivels' is aan het Hebreeuws ontleent. Het kan ook vertaald worden met 'behorend tot de duivel'. Elymas is in zijn dienst getreden, hij spant al zijn krachten in om de uitbreiding van het Koninkrijk Gods tegen te gaan. Ook wij kunnen als Elymas zijn!
Deze vreselijke kwalifikatie kan ook op ons van toepassing zijn. Namelijk, wanneer wij opzettelijk in het licht gaan staan, terwijl iemand het licht zoekt. Onze handel en wandel kan een anti-getuigenis zijn! Laat ieder bij zichzelf te rade gaan, of hij niet alleen zich christen laat noemen, maar ook in het leven van elke dag Christus navolgt! Hoevelen worden niet van de gemeente des Heeren afgehouden, omdat de levenswandel van velen daarvoor een belemmering is. Wij kunnen als Elymas zijn door jong, ontluikend geloof dood te trappen. Jonge mensen zijn niet in één keer volwassen, ook in geestelijk opzicht niet. Die groei vraagt tijd. Laten wij voor die groei ruimte geven. God maakt 't werk, dat Hij in harten begon, af! Pril geestelijk leven kan worden verstikt onder een dogmatische last. Wij kunnen een Elymas zijn door de invloed die we hebben te misbruiken. Door op een 'boze wijze' te beïnvloeden. Als ouder, leerkracht, kerkeraadslid en predikant. Handlangers van de duivel worden herkend aan hun eigenschappen! Bedrog en arglistigheid zijn er twee van. Laten we ons door het Woord van God laten vernieuwen naar Christus' beeld! En laat ons gebed zijn: 'O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk'.
'O gij kind des duivels.'
Hoe kon Paulus dit zegge? Hij is vervuld met de Heilige Geest! 't Is geen schelden uit drift. Hij is ook niet verongelijkt, omdat hij in eigen eer is aangetast. Evenmin is hij verbolgen, omdat iemand hem tegenspreekt. Maar hij krijgt een bijzondere verlichting van de Heilige Geest op dat moment. Hij wordt van hogerhand toegerust en aangezet om te spreken. De Geest van Christus wordt vaardig over hem. Had Die zelf ook niet tegen de Farizeeërs gezegd: 'Gij zijt uit de vader de duivel, en wilt de begeerten uws vaders doen'. De Geest van Christus rust hier op Paulus. De Geest Die ook een Geest des oordeels is! Is dat niet in tegenspraak ermee dat één van de vruchten des Geestes liefde is?
Nee, juist in de liefde tot Sergius Paulus moet het oordeel over Elymas worden uitgesproken! Het is één en dezelfde Geest die Paulus drijft. Die Geest verlicht Paulus' ogen, de ogen die hij op Elymas gevestigd houdt. Hij doorziet hem. Hij kent deze man door en door, niet door intuïtie, maar door een bijzondere gave die God hem geeft. Ze staan hier tegenover elkaar: Paulus, vol van de Heilige Geest, en Elymas, vol van bedrog en arglistigheid. Hier staan tegenover elkaar: een kind van God en een kind des duivels. Waar ligt het kriterium? In de verhouding tot Christus! Men is voor Hem of tegen Hem, 't is één van beide. Daardoor valt de scheiding tussen de kinderen des lichts en de kinderen des duisternis. De botsing tussen mensen kan hard zijn. Maar waar Jezus Christus in het geding is, is geen compromis mogelijk. Veel zogenaamde verdraagzaamheid is niet anders dan pure onverschilligheid. Als wij werkelijk bezorgd zijn over iemands ziel gaan we de confrontatie niet uit de weg!
Dan behoeven we iemand nog niet direct: 'een kind des duivels' te noemen. Paulus is door God tot heidenapostel in dienst genomen, hij is een 'uitverkoren vat'.
Bovendien gaat 't hier om de voortgang van de evangelieverkondiging op Cyprus. Maar wel moeten wij voor de waarheid uitkomen! Als wij in het Licht wandelen, zijn wij ook zelf een licht! Ook in de gesprekken met anderen. Daar zal altijd toch het getuigenis in doorklinken. De Heilige Geest verlicht. God zij gedankt voor Zijn onuitsprekelijke gave! Die Geest geeft inzicht. Die Geest laat ons het kwade zien. Hij toont wat dwaalwegen zijn. Hij ontmaskert wat van de Boze is!
Het is de Geest van de Heere Jezus Christus. Ons als Trooster gegeven. Hij leidt in alle waarheid, zonder Zijn leiding zouden wij het spoor bijster raken, en verkeerd uitkomen. Die Geest is op de gemeente uitgestort!
Later wij Hem niet weerstaan, maar ons door Hem laten leiden!

M. J. Middelkoop, Babyloniënbroek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Identificatie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's