De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (6)

Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925

7 minuten leestijd

Hoewel ds. Doornveld zich in de eerste plaats herder en leraar van zijn eigen gemeente voelde, wist hij zich ook gesteld in het geheel van de Hervormde Kerk. Dat de toestand van de kerk in het begin van onze eeuw vele rechtsgezinden binnen die kerk grote zorgen baarde blijkt uit de oprichting van de Gereformeerde Bond op 18 april 1906.
Aanvankelijk was de naam: 'Gereformeerde Bond tot Vrijmaking der Nederlandsche Hervormde Kerk', maar in 1909 werd het: 'Gereformeerde Bond tot Verbreiding en Verdediging van de Waarheid in de Ned. Hervormde Kerk'. Ds. Doornveld werd geen lid van de Bond, maar volgde wel nauwlettend de gebeurtenissen binnen de Hervormde Kerk. Dat bleek trouwens al eerder, nl. in 1905. In dat jaar verscheen er van de hand van dr. L. A. Bähler, predikant te Oosterwolde (Classis Heerenveen) een brochure, getiteld: 'Het christelijk barbarendom van Europa'. In deze brochure werd door deze predikant het christendom neergehaald en het boeddhisme verheerlijk. Als hij hiervoor aangeklaagd wordt bij de Synode, spreekt deze hem, tot verbijstering van zeer velen, in hoger beroep vrij. Hierop ontstaat in het hele land een storm van protest vanuit de gemeenten onder leiding van de kerkeraad van Amsterdam! Tussen de vele adressen (protestbrieven) die aan de Synode gezonden worden bevindt zich ook een brief van de kerkeraad van de Hervormde Gemeente van Nunspeet met de volgende inhoud:
Hoogeerwaarde Heeren!
De Kerkeraad der Ned. Herv. Kerk te Nunspeet, kennis genomen hebbende van de uitspraak in hooger beroep door de Synodus Contracta gedaan inzake Dr. L. A. Bähler, pred. te Oosterwolde (Classis Heerenveen), met name van de verklaring in die uitspraak, dat Dr. L. A. Bähler, beoordeeld bij het licht van zijn Voorwoord en zijne mondelinge verklaringen voor de Synodus Contractu niet in openbaren strijd is bevonden met den geest en de beginselen der Ned. Herv. Kerk, betuigt adhaesie aan het oordeel in dezen van den Kerkeraad der Ned. herv. Kerk te Amsterdam, en gevoelt zich gedrongen niet alleen ten sterkste te protesteeren tegen de uitspraak en verklaring van de Synodus Contractu, inzake Dr. L. A. Bähler, maar ook zijne diepe verontwaardiging en droefheid te betuigen over die uitspraak en verklaring. Tevens brengt hij hulde aan de houding van die leden der Synode, die tegen deze uitspraak der Synodus Contractu ernstig en krachtig hebben geprotesteerd.
De kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente te Nunspeet, w. get. IJ. Doomveld, voorz. en M. Jager, secret, d.d. 26 oktober 1905.
Eenzelfde brief met bijna woordelijk dezelfde inhoud was een maand eerder al verzonden door de kerkeraad van Hervormd Ouddorp, ondertekend door ds. J. Boss en W. Voogd, scriba.
Het is mij niet bekend of al die protesten het beoogde resultaat hadden. Gezien de droevige ervaringen uit die tijd met soortgelijke zaken is het te vrezen van niet.
Op het plaatselijke vlak zijn er naast de zorgvolle dingen toch ook positieve gebeurtenissen te vermelden. Zo leest ds. Doornveld in de kerkeraadsvergadering van 13 januari 1904 een brief voor van een blinde muziekonderwijzer uit Kampen. Deze musicus verzoekt de kerkeraad om in de kerk van Nunspeet een muziekuitvoering te mogen geven. De broeders kunnen zich hiermee niet verenigen, maar ze laten deze man ook niet in de kou staan. Ieder geeft een kwartje uit eigen zak, waarbij dan ook nog een vijftal guldens uit de catechisatiebus te Hulshorst gedaan wordt.
Bij de handhaving van de tucht in de Hervormde gemeente van Nunspeet heeft ds. Doornveld vaak voor zeer moeilijke beslissingen gestaan. We mogen echter aannemen dat het hem hierbij steeds te doen is geweest, enerzijds om de eer des Heeren, anderzijds om het welzijn van de gemeente. Zal het goed zijn, dan is tucht toch altijd medisch, d.w.z. zij dient als middel om te behouden, niet om te verderven. Uit dien hoofde kwam ds. Doornveld in 1910 tot een uitzonderlijke beslissing. Kerkeraadsbesluiten van vijf jaar geleden werden op zijn voorstel weer ongedaan gemaakt, omdat ze niet het beoogde (medische) resultaat hadden.
Het ging hier over de dooppraktijk. In haar vergadering van 29 augustus 1905 spreekt de kerkeraad over het feit dat af en toe ouders, die weinig of niet te kerke gingen hun kinderen lieten dopen. Om tegen die onkerkelijkheid niet slechts door het woord, maar ook door enig tuchtmiddel binnen het bereik der kerk, te getuigen, stelt ds. Doornveld voor dat zulke vaders en moeders wel hun kinderen mochten laten dopen, maar eerst nadat ze gedurende een termijn van tenminste zes weken de openbare godsdienstoefening hebben bijgewoond. Ook worden regels gesteld voor een andere categorie doopouders, namelijk voor hen die zich aan openbare zonden schuldig maken, zoals dronkenschap, lastering enz. Er wordt bepaald dat zij die onchristelijk van wandel zijn en hun kind willen laten dopen eerst onderhouden zullen worden over hun wangedrag, daarna zal gevraagd worden of zij hun schuld belijden en in de kracht des Heeren hun leven willen beteren. Willen zij dit echter niet, dan zal hen toch nog gelegenheid gegeven worden hun kind te laten dopen, maar dan in een aparte dienst waarin de bediening van de Heilige Doop plaats vindt. Eenzelfde maatregel geldt voor hen die een noodzakelijk huwelijk door ongeloorloofde omgang met elkaar aangingen, en voor hen die buiten het huwelijk een zoon of dochter kregen, daar dit in beide gevallen beschouwd moet worden als overtreding van het zevende gebod. Deze maatregel zou tevens moeten dienen tot afschrik voor een zonde, die helaas zo zeer gewoonte is geworden. De eerste aparte doopbediening, waarvan de gemeente in kennis was gesteld, werd gehouden op 11 september 1905. Bijna vijf jaar later, om precies te zijn op de kerkeraadsvergadering van 14 juli 1910, brengt ds. Doornveld bovenvermelde (laatste) besluiten, die op zijn initiatief en advies zijn genomen, weer ter sprake. Ze hebben volgens hem de invloed gemist, die ervan verwacht werd. Integendeel: verschillende ouders laten liever hun kinderen ongedoopt, dan zich te willen onderwerpen aan de genoemde besluiten. Hij stelt daarom voor deze besluiten weer op te heffen. De kerkeraad, met de voorzitter gevoelende dat deze besluiten een vormelijke en geveinsde belijdenis in de hand werken, is van oordeel dat deze besluiten niet langer moeten worden gehandhaafd, maar in plaats daarvan moet tot 'de oude praktijk onzer vaderen' worden teruggekeerd, d.i. openbare bestraffing. Bij de eerstvolgende bediening van de Heilige Doop zal ds. Doornveld dit aan de gemeente bekend maken. Zowaar geen geringe zaak! Van de verschillende beroepen die ds. Doornveld in Nunspeet ontving, werd door hem op 18 november 1911 het beroep van de Hervormde Gemeente van Lage Vuursche aangenomen. Zijn vertrek uit Nunspeet wordt vastgesteld op 25 februari 1912.
Voor dat het zover is moeten er nog tal van zaken geregeld worden. Zo ook de belijdeniscatechisatie. De belijdeniscatechisanten willen als het mogelijk is nog graag onder ds. Doornveld aangenomen worden. Met sommigen heeft de kerkeraad wat moeite. Enkelen, die nog geen 19 jaar zijn, worden afgewezen. Ds. Doornveld wil leden van de muziekverening 'De Harmonie' niet toelaten om belijdenis des geloofs af te leggen. De kerkeraad maakt hiertegen bezwaar, daar dat in het verleden wel was toegestaan. Om uit deze impasse te raken stelt ds. Doornveld voor, dat wanneer de nieuwe predikant (ds. E. Warmolts) komt, door deze op de catechisatie zal worden meegedeeld, dat zij die lid uitmaken van het muziekkorps niet tot de belijdenis des geloofs zullen worden toegelaten als ze daarbij blijven. Hiermee stemt de hele kerkeraad in.
In 1911 verschijnt bij uitgeverij Ruys te Utrecht een prekenserie genaamd 'Van goedertierenheid en recht', onder redaktie van de predikanten Popta, Troelstra en Te Winkel. Hierin is ook een predikatie van ds. IJ. Doornveld opgenomen en wel over Jeremia 38 : 11-13. Verscheidene jaren (t/m 1917) heeft ds. Doornveld aan deze prekenserie zijn medewerking verleend. In het 'Gereformeerd Weekblad' van 3 februari 1912 lezen we: 'Ds. IJ. Doornveld, predikant te Nunspeet, hoopt op 25 februari zijn afscheidsrede te houden en den Zondag daarop zijn intrede te doen bij de Ned. Herv. Gemeente te Vuursche, na des voormiddags tot die Gemeente te zijn ingeleid door zijn vader, ds. H. Doornveld, predikant te Oudewater'.
Hiermee was een eind gekomen aan het bijna 9-jarig verblijf in Nunspeet, de plaats waar ds. Doornveld in 1923 aan het sterfbed van zijn vader zou zitten, wiens stof daar ook rust tot de jongste dag.

A. J. Nelis, Ouddorp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (6)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's