De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Leven vanuit de toekomst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Leven vanuit de toekomst

12 minuten leestijd

Enkele weken geleden werd de jaarlijkse toogdag van Het Zoeklicht gehouden. Op die dag zijn door dr. W. J. Ouweneel, blijkens wat de kranten ervan berichtten en de radio ervan doorgaf, behartigenswaardige dingen gezegd. Hij sprak onder andere over de wereldwijde beweging New Age. Zoals zo langzamerhand wel bekend zal zijn – we schreven er ook eerder over – gaat het hier om een nieuwe, alomvattende religie, waarin alle wereldgodsdiensten begrepen zijn. Het gaat om één wereld of géén wereld. Intussen worden bij dit nieuwe toekomstdenken, waarin we op weg gaan naar die nieuwe wereld, ook betrokken meditatiebewegingen, aangereikt vanuit de oosterse religies, de feministische beweging, die het recht voor de vrouw zoekt, de nieuwe alternatieve geneeswijzen, tot en met religieus getinte methoden.
Het gaat om een nieuwe spiritualiteit, waarin het occulte, zeg 'het zwarte gat' ook helemaal mee gaat. Dat alles heet dan, kort gezegd, New Age; letterlijk: de nieuwe eeuw, de nieuwe bedeling.
Toen dr. Ouweneel hierover kwam te spreken in zijn rede op de zoeklichtdag riep hij spontaan en duidelijk met overtuiging – zo kwam het door via de radiouitzending – dat ook wij, christenen, een nieuwe bedeling, een grootse toekomst tegemoet gaan. Wij verwachten immers het duizendjarig rijk, het duizendjarig vrederijk? Op dat moment denkt een welwillend luisteraar: hoe komt het dat de één zo onbekommerd en met verwachting over deze bijbelse notie uit Openbaring 20 spreekt, terwijl dit Schriftgegeven bij andere christenen een geheel witte vlek is?

Het chiliasme
Niemand kan er omheen dat het duizendjarig rijk in de Schrift uitdrukkelijk wordt genoemd en als zodanig door God ons is geopenbaard.
Een engel komt af van de hemel, grijpt de oude slang, de duivel, en bindt hem duizend jaren. Zolang die duizend jaar nog niet voltooid zijn kan hij de volken niet meer verleiden maar daarna moet hij nog voor een kleine tijd ontbonden worden en krijgt dan wèl nog de gelegenheid om de volkeren te verleiden. Daarna zal het laatste oordeel zijn en komt de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Wie dan niet geschreven is in het boek van het leven van het Lam wordt in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood.
Gedurende de betreffende duizend jaren regeren intussen de zielen van diegenen, die om het getuigenis van Jezus onthoofd waren en het beest niet hadden aanbeden, als koningen met Christus. De martelaren worden door God gerehabiliteerd. Ze worden weer levend. Dat heet dan in Openbaring 20 'de eerste opstanding'.

Intussen zijn in de loop van de geschiedenis de meningen over het duizendjarig vrederijk zeer verdeeld geweest.
Er zijn in de loop der tijden altijd mensen geweest, die onbekommerd de dubbele opstanding der doden, met daarbij een duizendjarig rijk van vrede op déze aarde hebben beleden. De aanhangers van de leer van het duizendjarig rijk, het zogeheten chiliasme, vond men echter meer buiten dan binnen de kerken. Bij de eerste komst van Christus – zo beleden en geloofden zij – zou een hemels vrederijk op aarde aanbreken, waarvan bovendien Palestina het middelpunt zou zijn omdat dan Israël tot bekering zou komen.
Augustinus verzette zich al tegen deze leer van het chiliasme. Voor Augustinus was het volk Gods van alle eeuwen en uit alle natiën het ware Israël. Nooit ook is de leer van het chiliasine in enige belijdenis van de kerk opgenomen. Zowel de lutherse kerken als de gereformeerde kerken hebben deze leer als ketterij zelfs afgewezen. En het is nog niet zo heel lang geleden dat bijvoorbeeld in de Christelijke Gereformeerde Kerken iemand om zijn aanhangen van het chiliasme werd geschorst (ds. Berkhof in de twintiger jaren).
De Augsbürgse Confessie en de Confessio Helvetica verwerpen zelfs met zoveel woorden 'de joodse dromerijen' dat ervóór de laatste oordeelsdag nog een gouden eeuw op aarde zal zijn.

Motieven
Als het er nu om gaat welke motieven er zijn om, ondanks wat in Openbaring 20 staat, het chiliasme af te wijzen, is altijd tegengeworpen dat het boek Openbaring geen historisch maar een profetisch boek is en dat de getallen in het boek Openbaring symbolisch zijn. Het getal duizend (10 x 10 x 10) duidt op volheid. Christus zal zolang de wereld regeren totdat de dingen tot hun volle ontplooiing gekomen zijn en Gods Raad met kerk en wereld is vervuld. De handeling, die in Openbaring 20 ons wordt getekend – zo wordt dan gezegd – vond in de hemel plaats. Het gaat om een hemels troongezicht. Over het lichaam van de zielen, die met Christus regeren, wordt niet gesproken. S. Greydanus zegt in zijn uitleg: 'Van een geluksstaat der gelovigen op aarde gedurende duizend jaren, aan het eind of na de afloop van de nu lopende wereldgeschiedenis en vóór het intreden van de oordeelsdag, wordt in deze verzen niet gesproken'.

De conclusie ligt dan voor de hand: het duizendjarig rijk begon bij de Hemelvaart van Christus, toen Hij Zijn troon besteeg, en eindigt bij Zijn wederkomst, als Hij alle machten zal verdelgen.
Ds. H. Veldkamp schreef: 'Wij leven er midden in. De hemelvaartsdag viel, om zo te zeggen, in het jaar 1 en de doorluchte dag van Zijn wederkomst in het jaar 1000'.


In de nieuwe korte verklaring van de Heilige Schrift 'Tekst voor tekst' drukt drs. J. J. de Heer (inmiddels overleden, voorheen zendingspredikant voor de GZB op Celebes) zich bij zijn uitleg van Openbaring 20 intussen voorzichtiger uit. Hij zegt dat lange tijd de opvatting van Augustinus doorslaggevend geweest is in de kerk, namelijk dat de satan gebonden werd bij Christus' eerste komst op aarde, met name bij Zijn Opstanding en Hemelvaart. Maar het is moeilijk in te zien, aldus ds. De Heer, dat de verschrikkelijke christenvervolgingen in het romeinse rijk, dat bijna de hele toenmaals bekende wereld omvatte, plaats vonden, terwijl de satan gebonden was. Ds. De Heer kiest dan voor de (mogelijke) uitleg van de betekenis van het duizendjarig rijk, dat er in de wereldgeschiedenis, behalve perioden van kerkvervolging, ook lange perioden van vrede voor de kerk en voor de verbreiding van het geloof zijn geweest. 'Het is mogelijk dat wij in de toekomst nog zo'n periode beleven', schrijft hij. De hoofdstukken Ezechiel 37-39 ziet hij intussen wel achter Openbaring 20 liggen, omdat daar eerst van een opstanding der doden gesproken wordt (door hem overigens ook geduid als herstel van Israël als vrije natie), dan van een periode van rust voor het volk van God en daarna van een laatste aanval van Gog. Maar bij de rehabilitatie der martelaren hoort wel dat ze weer levend werden (vers 4 van Openbaring 20). Bepaalde uitleggers zeggen dan echter weer dat die opstanding met een verheerlijkt lichaam plaats vindt en dat dit (slechts symbolisch) duidt op het herstel van Israël.
Uiteindelijk maakt ook drs. De Heer geen absolute keuze en maant hij tot voorzichtigheid inzake preciseringen. De troost, die uit dit Schriftgedeelte meegegeven wordt aan de christen – zo zegt hij – is dat de martelaren van alle tijden een rijk en intensief leven tegemoet gaan en voor de tweede dood, het eeuwige verdèrf gespaard blijven.


Welnu, het is duidelijk dat het duizendjarig rijk heel verschillend geduid is en wordt onder christenen.
De één gelooft dat we er middenin leven. De ander gelooft dat we het gehàd hebben (bijvoorbeeld in de tijd tussen Augustinus en de Reformatie).
Een derde gelooft dat het het nog komen moet op aarde.
En een vierde gelooft dat het alleen maar geestelijk, hemels moet worden verstaan. Wie zou inzake de uitleg van het boek Openbaring, waarin de geschiedenis in profetisch perspectief wordt geduid, het wagen te zeggen de juiste visie te hebben? Het gaat dan om het nemen van bepaalde beslissingen omtrent het lezen van het boek Openbaring. Het zal duidelijk zijn dat ik me bepaald ook niet aan een absolute beslissing in deze waag.

Troost en verwachting
Het is echter wèl moeilijk in te zien, dat we momenteel leven in het (een) duizendjarig rijk van vrede. Het is alom òn-vrede, òn-gerechtigheid en rumoer in de wereld. We kunnen zeker ook niet zeggen, dat de satan momenteel gebonden is. Eerder worden de contouren zichtbaar van wat ons in Thessalonicenzen 2, als teken van de eindtijd, wordt genoemd, namelijk dat de mens der wetteloosheid zich vertonen zal, zich voordoende als God, zittende als een God in de tempel van God. Deze mens der zonde oftewel de antichrist verheft zich tegen al wat God genaamd wordt.
Dit zal plaats vinden, zegt Paulus in datzelfde hoofdstuk, als de 'weerhouder' zal zijn weggedaan. Ook over die weerhouder is verschillend gedacht. Hij werd gezien als de verpersoonlijking van de Evangelieprediking of ook van de politieke ordeningen, dus van de overheid, die ordenend en beteugelend optreedt. Het één zal in ieder geval met het ander te maken hebben. Waar het Evangelie verdwijnt als zuurdesem in de samenleving zal ook de kracht van de overheid om de verwording tegen te gaan afnemen.
Hoe het ook zij, we leven in een tijd, waarin eerder de zoon des verderfs dan het duizendjarig vrederijk zichtbaar wordt.


Allerwegen is er onrust over de toekomst, angst ook voor de toekomst.
Mensen, die buiten het geloof in Gods Openbaring leven, zoeken heil in het occulte, in het zwarte gat, in de nieuwe religie New Age.
Maar in die onrust roepen dan de aanhangers van het chiliasme onbekommerd en met vreugde: het kòmt, het duizendjarig rijk van vréde komt.

En ter anderer zijde zijn er dan diegenen, die óók zeggen: het komt. Het kàn namelijk komen, als wij maar bouwen aan de toekomst, aan vrede, aan gerechtigheid. In 1976 hoorde ik in Nairobi, bij de toen gehouden assemblee van de Wereldraad van Kerken, een Amerikaans theoloog zeggen dat we de aarde zó moesten inrichten, dat deze oneindig kon voortbestaan. Daartoe moesten wij arbeiden aan en vechten voor vrede en gerechtigheid.
En als we ons oor vandaag goed te luisteren leggen bij het huidige conciliaire proces, waarin het gaat om 'vrede, gerechtigheid en heelheid van de schepping', dan menen we hetzelfde te horen: het nieuwe rijk komt, het kan in ieder geval komen langs de weg van onze menselijke inspanningen. In de puur aards gerichte moderne theologie worden de nieuwe hemel en de nieuwe aarde binnen de horizon van het 'hier en nu' getrokken. Daarbij wordt soms aangesloten bij de marxistische visie op de toekomst. We zijn op weg naar een nieuwe heilsstaat op aarde.

Chiliasten en (neo)marxisten hebben in ieder geval dit gemeen, dat beiden verwachten een vrederijk op áárde, in het hier en nu. Maar daarmee houdt de vergelijking op.

En wij?
De vraag laat zich intussen niet onderdrukken of en hoe er echte toekomstverwachting in de kerk is.
In de kerk is het duizendjarig rijk van vrede in ieder geval naar de achtergrond geschoven. Dat gaat méér zo met zaken, die in het verleden omstreden waren of waar lang geen eenstemmigheid over bestond en bestaat. We gaan er dan het zwijgen toe doen, laten die Schriftgedeelten aan de secten over. En ondanks het feit, dat het om Openbaring Gods gaat, leven we niet uit de vreugde ervan.
In ieder geval ontlenen we in de kerk niet of nauwelijks vreugde aan wat ons in Openbaring 20 wordt geopenbaard. Het duizendjarig rijk zegt ons weinig meer. Van de weeromstuit is het zèlfs ook zo dat het verlangen naar en de verwachting van de wederkomst (waar chiliasten en niet-chiliasten in ieder geval gelijk over denken) in de kerken niet echt leeft. Wat dit betreft is het in onze dagen als in de dagen van Petrus, toen deze moest zeggen dat er spotters waren, die vroegen waar nu de dag van Zijn toekomst bleef. Alles bleef immers zoals het altijd geweest was.
We kunnen ook vandaag niet zeggen dat de verwachting van Christus' tweede komst, met daarbij de komst van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont, in de kerk echt leeft en vreugde wakker roept.
Ligt onze toekomstverwachting dan alleen – zo vraag ik maar – in het zalig afsterven van Godvrezenden en de hoop en bede dat ook wij onder de schare, die niemand tellen kan, behoren zullen?
Of lijden we óók nog aan het onrecht, dat geleden wordt, de onvrede die alom heerst, de chaos die toeneemt, de ellende die om zich heengrijpt, de wetteloosheid die in het brede volkerenleven baan breekt, kortom het kreunen van het ganse schepsel om ons heen? En zien we zo ook nog hunkerend uit naar de totale vernieuwing van de schepping?
Zo ja, dan mag en kan in ieder geval hoop en kracht geput worden uit Christus' tweede komst. Omdat we in ieder geval weten, dat het goed komt, in die zin dat Christus garant staat voor een nieuwe of vernieuwde schepping, waarin het weer helemaal goed zal zijn, al gaat het ook door het oordeel heen.
In ieder geval zal het getuigenis van de christelijke gemeente aangaande de wederkomst van Christus binnen het huidige conciliaire proces niet mogen ontbreken. Onze toekomstverwachting gaat het hier en nu te boven al mag vandaag al wel vanuit die toekomst worden geleefd, als God alles zal zijn in allen.

Er is een vrede, die alle verstand te boven gaat, omdat Hij, Christus onze Vrede is. En er komt eeuwige vrede in Gods ganse schepping. En reikhalzend naar die toekomst mag de kerk, de gemeente en de gelovige apart vredestichtend op weg zijn.

Er is gerechtigheid, dank zij de Borggerechtigheid van Christus, waardoor een zondaar, door de Heilige Geest, Die Heere is en levend maakt, weer voor God recht op de voeten kan staan, alsof hij nooit zonde had gekend of gedaan (avondmaalsformulier). Christus onze gerechtigheid! Maar gerechtigheid zal ook wonen, een thuis hebben op de nieuwe aarde die komt. Intussen jaagt de christen, jaagt de kerk, de gemeente de gerechtigheid na. Maar al zouden we er hier niets van zien, de gerechtigheid komt nochtans.
En de schepping zal weer heel zijn. Niets dat ontreinigt of gruwelijkheid doet komt binnen in het Nieuwe Jeruzalem.


En of er dan toch nog een tijd komt van vrede hier en nu? De toekomst ligt in Gods Hand en daarin laten we die. Ook de duizendjaren van Openbaring 20 heeft Hij in de hand. Dat te weten geeft vreugde en verwachting genoeg. Daarvoor behoeft men geen chiliast te zijn. We zullen daarom nauwlettend de tekenen der tijden gade slaan.

v. d. G.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Leven vanuit de toekomst

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's