Boekbespreking
Prof. Mr. P. J. Teunissen, De betrekkingen tussen Oost en West en de kerken in het tijdperk van Gorbatsjov, uitg. VOKS, Torenvalk 2, Veenendaal, 1988, 44 blz., ƒ 5,–
In deze brochure behandelt prof. Teunissen de verhouding Oost-West en de betekenis van het conciliaire proces van de Wereldraad van Kerken. Hij staat niet afwijzend tegenover de nieuwe mogelijkheden voor ontwapening, die zich nu voordoen. Evenmin wil hij de taak van de kerk op vredesgebied ontkennen. Wel geeft hij kritische opmerkingen, die voor een goede oordeelsvorming onmisbaar zijn. In kort bestek biedt deze brochure veel. We krijgen een schets van Gorbatsjovs politiek en zijn positie binnen de partij. De dynamische Russische leider wil een nieuw élan in de sovjet-samenleving brengen. Teunissen is sceptisch over het mogelijke succes daarvan. Hij meent, dat de problemen samenhangen met het marxisme-leninisme zelf en daardoor eigenlijk onoplosbaar zijn, zolang men vasthoudt aan de principes van het systeem. De sovjetsamenleving is ingewikkeld, het verzet binnen de partij is groot en het is onzeker, wat de uitwerking van de nieuwe politiek op de satellietlanden zal zijn.
In het Oost-West overleg over wapenbeheersing is de nieuwe politiek van Gorbatsjov duidelijk merkbaar. Er zijn openingen gekomen, die tot voor kort ondenkbaar waren. Teunissen schetst het verloop van de onderhandelingen, waarbij hij aangeeft, hoe behendig Gorbatsjov de verdeeldheid in het westerse kamp uitspeelt, daarbij gebruik makend van een uitgekiende propaganda. Hij concludeert, dat de Sovjet-Unie ondanks een zwakkere positie door politieke intelligentie en berekening voordeel weet te behalen. Een juist antwoord van het westen is daarom noodzakelijk. We mogen de nieuwe kansen op vrede niet laten liggen, maar moeten niet doen, alsof door Gorbatsjovs politiek alle risico's en problemen zijn uitgebannen. Om tot een goed oordeel te kunnen komen, moeten we vooral luisteren naar de bevolking in het oostblok, die de situatie daar beter kan beoordelen dan wij. De kerken kunnen een belangrijke rol spelen bij het doorgeven van de informatie en het onderhouden van wederzijdse kontakten. Voorzichtigheid bij het beoordelen van ontwikkelingen aan oostelijke zijde blijft gewenst.
In het laatste hoofdstuk bespreekt Teunissen het 'conciliaire proces' ten behoeve van rechtvaardigheid, vrede en het behoud van de schepping, dat is uitgeroepen door de Wereldraad van Kerken. Hij geeft daarbij vooral de Rooms-Katholieke visie weer: hoewel men landelijk medewerken kan, doet Rome niet mee. De deelnemers moeten met elkaar verplichtingen aangaan, die theologisch verbindend zijn. Teunissen wijst op de gevaren, die dit proces voor de kerken kan meebrengen. Er wordt uit diverse bronnen geput; de grenzen van het proces zijn niet aangegeven. Juist het open-end karakter geeft teveel onzekerheid over de afloop. Bij de discussie over vrede en gerechtigheid dreigt een voor de Rooms-Katholieke Kerk onaanvaardbare vermenging van kerk en politiek op te treden.
Na een overzicht van het Nederlandse proces komt de schrijver tot conclusie dat daarbij het gevaar niet denkbeeldig is dat allerlei groepen in dit kader eigen akties zullen opganiseren. Hij vindt, dat christenen niet behoeven in te gaan op plannen van kerkelijke zijde, die nog onvoldoende gerijpt zijn of een eenzijdig politieke inslag hebben. De Wereldraad en de Nederlandse kerken zouden hun aanpak moeten herzien, vooralsnog is het dienstig in eigen land de plannen van de Raad van Kerken van kritisch commentaar te blijven voorzien. In een volgende brochure van VOKS zal hieraan van protestantse zijde aandacht geschonken worden. De brochure van prof. Teunissen kan ons inmiddels al heel wat stof tot nadenken geven. Want ondanks alle terechte bezwaren tegen het conciliaire proces, vragen de problemen die daar aan de orde zijn, een antwoord. Daarbij zal Gods Woord centraal moeten staan. Kennis van de zaken is echter ook een voorwaarde om tot een juiste beoordeling te komen. Dit VOKS-katern kan ons een goede dienst bewijzen bij onze oordeelsvorming.
A. W. van der Plas
Dr. W. H. Velema, Antithese – achterhaald of actueel? Een kernwoord in de politieke discussie. Uitgave van het Wetenschappelijk Studiecentrum van de RPF, Postbus 302, 8070 AH Nunspeet, prijs ƒ 9,90 (ƒ 11,50 inclusief verzendkosten). Telefonisch te bestellen bij het Partijbureau van de RPF 03412-56744 of door het genoemde bedrag te gireren op giro 5132560 t.n.v. Stichting Wetenschappelijk Studiecentrum van de RPF, Nunspeet, met vermelding van 'antithese'.
Dit was in 1987 de eerste publicatie van genoemd Studiecentrum. Inmiddels volgden er reeds meer. Bespreking van deze trendsettende studie van prof. Velema liet al te lang op zich wachten, waarvoor excuus. Verwacht geen partijpolitieke propaganda in dit geschrift, wèl principiële onderbouwing van christelijke partij-vorming. Antithese wordt door God zelf gesteld in deze wereld. Zij is gegeven met het evangelie, dat nu eenmaal tegenstrijdige reakties van geloof en ongeloof oproept. Geloof heeft consequenties voor het handelen en zo ook voor concrete keuzen in de politiek. Velema maakt dat aan het eind van dit geschrift duidelijk t.a.v. een aantal aktuele punten: de eerbied voor het leven, het protest tegen individualisering, het weerstaan van de crisis van het gezag, de handhaving van een bijbels mensbeeld, beperking van de omvang van de staatstaak, maar ook fundering daarvan.
Op deze punten schroomt de auteur niet het CDA in gebreke te stellen: de vanuit de in Gods openbaring gegeven normen geboden antithese wordt niet gehandhaafd en daardoor kan de secularisatie niet worden weerstaan. De antithese mag niet worden geofferd aan de solidariteit, maar moet daarmee in relatie blijven staan.
Door middel van deze principiële positiebepaling is een gelukkige start gemaakt. Volgende deeltjes in deze reeks zullen een nadere uitwerking voor de praktijk moeten bieden. Ik hoop van harte dat er op het hier gelegde fundament zal worden voortgebouwd!
J. Hoek, Veenendaal
Doeke Post (red.), Als ik alles had geweten… Kinderen met kanker en hun ouders (Ter sprake 43), uitg. Meinema, Delft, 60 blz., ƒ 9,80.
Aangrijpende ervaringen van ouders met hun aan kanker lijdende kinderen. Daarbij komt de vraag op naar de begrenzing van het medisch handelen. Moet elke ingreep of kuur met vaak onzeker effekt en ernstige bijverschijnselen perse toegepast worden? Is het niet veel belangrijker dat een kind thuis, in de koesterende omgeving van het gezin, kan sterven, dan dat er in de klinische afstandelijkheid van het ziekenhuis wordt gevochten tot het bittere einde?
Wanneer er goede kansen op genezing zijn, moeten deze uiteraard worden aangegrepen. Maar er zijn situaties waarin in goed overleg met de ouders en zo mogelijk het kind zelf gekozen moet kunnen worden voor een terughoudende benadering van medische zijde.
Dit boekje draagt zeker bij tot een goed verloop van het kontakt tussen ouders en artsen.
J. Hoek, Veenendaal
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's