De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Samen zingen
Wie Efeze 5 : 18 en 19 opslaat komt tot de ontdekking, dat er een nauwe band is tussen de vervulling met de Heilige Geest en het samen zingen. Paulus spreekt van psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Hij heeft het oog op de samenkomst van de gemeente als middel tot opbouw van de gemeente. In zijn rubriek 'Pastorale notities' in Opbouw van 2 september wijst ds. G. v. d. Brink op de betekenis van het samen zingen ook voor onze tijd.

Vandaag trekt de huisvrouw met Hilversum 4 door alle kamers. Een portable voor de stratenmaker, een draagbare naast de behanger, muziek (nou ja!) uit elke tent, uit elk kotje op het strand. En straks zie je ze weer met wezenloze tronies voorbijschuiven, koptelefoon op hun hersens en blik op oneindig.
En we hebben CD's. Wij ook. Sinds heel kort. Ik ben nog nooit zo verrukt geweest van Bach's Wachet auf ruft uns die Stimme als nu. Dat is de hemel in mijn huiskamer. Maar hoe vreemd het ook klinkt: deze perfectie brengt armoede: we zingen niet meer, levend, godvruchtig, schreiend, zoekend, vechtend, juichend.
Ik herinner me een mij onbekende meneer.
Hij belde me op vrijdagmiddag: moest me spreken toen ik hem niet gebruiken kon vanwege de preek.
'Waarmee kan ik u helpen?' – 'Maar u kunt mij niet helpen, ik kan u helpen. Want u weet niet half hoe waar het is wat u deze week op een vergadering zei: zingen helpt!'
Toen kwam het verhaal van zijn afdwalingen, van het sterven van zijn lieve vrouw, het verongelukken van een fijne dochter, het sterven van een tweede kind, een vreselijk ongeluk over een derde. Hij zei: toen heb ik alle psalmen en liederen die ik van mijn vrouw geleerd heb tegen de keukenwanden gebruld. Ik heb geklaagd, gehuild, geroepen, geschreeuwd, in psalmregels. Het was een gigantisch gevecht. Maar de vrede is gekomen en er is geen mens gelukkiger dan ik. En later zeiden de collega's: 'Ken je die man niet? Hij gaat in onze stad rond als een engel des lichts'.
Jonge mensen werden vervuld van de Geest op de autobaan, al zingend met de kinderen (en ze maakten geen ruzie!). Maar ook in de auto bedreigt ons de volmaaktheid: stereo per cassette of CD. Hoe goed dat er soms een onvolmaakte fruitmand is, die je leert mee te zingen.

Waldenzen gedenken hun vrijheid
De geschiedenis van de Waldenzen begint met de bekering van de rijke koopman Petrus Valdès tot een leven in de navolging van Christus, een protest tegen een verwereldlijkte kerk, een getuigenis van wat het Evangelie werkelijk betekent. De volgelingen van Valdès kwamen in de zestiende eeuw in aanraking met de hervorming en met name ondergingen zij invloed van Calvijn en Oecolampadius. Daardoor bleef de beweging niet langer wat zij was – een ketterse groep binnen de R.-K. Kerk – maar werd zij een Gereformeerde Kerk. Deze gegevens ontleen ik aan een artikel van prof. dr. C. v. Leeuwen in het Hervormd Weekblad van 1 september. Over de Waldenzen schrijft v. Leeuwen:

Gedurende hun hele bestaan zijn de Waldenzen nooit een gesloten groep geweest. Altijd weer hebben ze hun zendingsactiviteiten vervuld, als minderheid bereid de gemeenschap met andere kerken te zoeken. In de steden, waar later ook andere protestantse groepen hun kerken stichtten (met name Methodisten en Baptisten), ontstond in de regel een goede samenwerking. De band met de Methodisten liep zo'n 10 jaar geleden zelfs uit op een officiële federatie.
Van de Italiaanse Waldenzen zelf leeft de helft nog altijd in de dalen van de Piëmontse Alpen bij de Franse grens. De andere Waldenzen zijn verspreid over heel Italië. De dalen van Piëmont waar de Waldenzen lange tijd uit verdreven waren, maar waar zij nu 300 jaar geleden in een roemrijke thuiskomst (la glorieuse rentrée) zijn teruggekomen, zijn de bakermat, het echte thuis van Waldenzen, en dat niet alleen voor hen die hier hun voorouders hadden. Men kan nauwelijks tot uitdrukking brengen wat deze dalen voor de Italiaanse protestanten betekenen, zowel voor hun verleden als voor het heden. Hier heeft dan ook ds. Tullio Vinay het beroemde oecumenische jeugdcentrum Agapè gesticht, waar hoog in de bergen honderden jonge mensen uit allerlei landen en kerken elkaar jaarlijks ontmoeten en samenwerken en van gedachten wisselen over geloofs- en levensvragen.
Als kleine, minderheid temidden van een rooms-katholiek volk hebben de Waldenzen niet altijd een gemakkelijk bestaan geleid. Wel zijn de vervolgingen van de eerste eeuwen reeds lang opgehouden, maar nog in onze eeuw hebben verscheidene protestanten in Italië allerlei vormen van discriminatie en boycot ondergaan alleen vanwege het feit dat ze tot een protestantse minderheid behoorden. Weliswaar waren de Waldenzen sinds de grondwet van 1948 niet langer een slechts 'getolereerde' kerk naast de officiële staatskerk (zo luidde het in het Concordaat van 1929) en mochten ze nu genieten van de bepaling dat 'alle godsdienstige confessies op gelijke wijze vrij zijn voor de wet', maar de praktijk was nog anders. Pas in 1984 mochten ook de protestantse dominees pastorale bijstand verlenen aan hen die in militaire dienst of in gevangenis daarom vroegen. Pas sinds dat jaar worden ook huwelijken die in een Waldenzendienst gesloten zijn door de burgerlijke overheid op gelijke wijze erkend als die van de rooms-katholieke kerk en worden ook de theologische examens aan de Waldenzenfaculteit in Rome officieel erkend. Toch blijft ook nu nog de rooms-katholieke kerk bevoorrecht. De staat garandeert nog steeds alleen de kosten die door de rooms-katholieke geestelijken gemaakt worden voor kerkdiensten en godsdienstonderwijs in ziekenhuizen, gevangenissen, leger en openbare scholen. Het geldt al als een hele gunst dat protestantse kinderen op het ogenblik, vanwege de vrijheid van geweten, niet meer verplicht kunnen worden deel te nemen aan het rooms-katholieke onderwijs op die scholen.

In Torre Pellice, in een van de dalen van Noordwest Italië, werd in de vorige eeuw een theologische faculteit opgericht. Sinds 1922 is deze gevestigd in Rome. Belangrijk voor de opleiding van de predikanten en zo voor de opbouw van de gemeente. Daarnaast moet het sociale werk genoemd worden van deze kerk in Italië.

De protestantse kerken zijn altijd getypeerd geweest door een grote sociale bewogenheid, waarvan vooral de armen in Zuid-Italië de zegeningen hebben mogen ondervinden. Zo is er op Sicilië het diaconaal centrum van Palermo en is er de christelijke dienst van Riesi, die reeds honderden gezinnen en mensen uit uiterste ellende hebben gered. In de buurt van Napels, in Portici, hebben de Italiaanse protestanten, in dit geval met name de Methodisten, na 1946, toen koning Victor Emmanuel III afstand van de troon moest doen, het buitenpaleis van deze vorst in Portici in handen gekregen en er een opvangcentrum voor de armste kinderen van Napels van gemaakt: enkele wezen maar vooral kinderen die door hun ouders in de steek gelaten of verwaarloosd zijn. Veelzeggend is het opschrift, in grote letters aangebracht boven de ingang van het oude paleis: Lasciate i fanculli venire a me (Laat de kinderen tot Mij komen, Lukas 18 : 16).
Hoeveel kinderen hebben hier, onder leiding van de gebroeders Santi, predikant en arts, het geloof en de liefde gevonden die ze zo ontbeerden. Honderden jongens en meisjes hebben hier niet alleen hun kleding en voeding, maar ook hun onderricht en geestelijke vorming gekregen. Gesteund door fondsen, met name uit Amerika, kon de familie Sanfi een grote christelijke school bouwen, die nu niet alleen meer door de pupillen van Casa Materna, maar ook door vele kinderen daarbuiten wordt bezocht, omdat het onderwijs op die school tot het beste van de omgeving behoort. Behalve Casa Materna heeft de familie Santi in één van de armste wijken van Napels bovendien een christelijk ziekenhuis gesticht. Ook de armste zieken krijgen hier de medische behandeling die ze nodig hebben en mogen zich geholpen weten in een geest van christelijke liefde, die ten grondslag ligt aan het hele sociale en diaconale werk van de evangelische kerken van Italië.

Zo kan een betrekkelijk kleine kerk in een overwegend rooms-katholiek land, dat met vele problemen kampt, op sociaal en politiek terrein, toch een grote uitstraling hebben. In Italië staan rechts en links fel tegenover elkaar. Een waarachtige diakonia, vanuit het hart van het Evangelie is het beste antwoord op de zuigkracht van het Marxisme en de dwaling van het fascisme.

Irak-Iran
Op het moment waarop ik deze persschouw klaar maak, zijn in Genève de besprekingen tussen Iran en Irak over een vredesregeling in volle gang. Besprekingen die moeizaam verlopen. In het Centraal Weekblad gaat dr. J. v. d. Linden in één van zijn altijd lezenswaardige bijdragen in op de vraag wat de beslissing om een wapenstilstand te sluiten met Irak voor Iran en voor Khomeini betekenen. Hij wijst op een pas verschenen publicatie van B. Nirumand, een insider die de revolutie aanvankelijk toejuichte, maar na een paar jaar gedesillusioneerd door het schrikbewind van de ayatolla's opnieuw vluchtte. De lente van de vrijheid werd aldus deze Iraniër verraden van dag tot dag. Had hij het niet kunnen weten, vraagt Van der Linden?

Merkwaardig toch, dat op bepaalde momenten in de geschiedenis een volk zich optrekt aan één man en zich door hem laat meesleuren in opperste verdwazing, de afgrond in. Dan zie ik voor me de figuur van keizer Wilhelm II, door zijn volk op het schild geheven en in een haast mystieke keizer-cultus vereerd, op het eind, met dat volk achter zich, in de afgrond storten. Niet lang daarna duikt er een andere 'Führer' op, die datzelfde volk op zijn hand weet te krijgen en dezelfde weg gaat als zijn keizerlijke voorganger en beider val was groot.
Zo verging het Mao, China's grote stuurman, maar ook zijn bloem verdorde en in de stroomversnellingen van de tijd ging ook hij ten onder. Zijn volk redde zich op het laatste moment.
Zo staat nu Khomeini aan het einde van zijn baan. Hij zond zijn trouwe volgelingen de hemel van Allah in, regelrecht, maar zadelde de achterblijvers op met de verschrikkingen die deze demonische oorlog over hen bracht. Zij brachten dan wel niet het offer van hun leven, maar zullen af en toe de dood geprefereerd hebben boven het leven in die verschrikkingen.
Misschien komt voor hen een nog zwaardere tijd. Want de gevolgen van de oorlog zijn binnen Irans grenzen niet te overzien. Voorlopig zal Iran dan ook de handen vol hebben om orde op de zaken in eigen huis te stellen. Het is totaal onduidelijk wie na Khomeini's dood de teugels zal overnemen. De beslissing daarover moet menselijkerwijs geproken wel binnen afzienbare tijd vallen. Het gif in de beker, dat Khomeini – zoals hij zei – moest drinken, zal zijn werking niet missen.
Iran heeft in deze laatste zware jaren een opmerkelijke veerkracht getoond. Religieus fanatisme heeft het volk van Iran op weg gehouden. Het hield zich staande ondanks economische neergang, financiële perikelen en een totaal isolement in de wereld. Of de vroegere oppositie nog een kans krijgt blijft een open vraag. De mollahs zitten, zo te zien, vast in het zadel en de religie heeft haar greep op de bevolking nog niet verspeeld.
Wel zal de missionaire ijver om de boodschap van de islamitische revolutie naar buiten uit te dragen wel enigszins zijn bekoeld, maar daar zal de wereld niet zo rouwig om zijn. Alle energie zal in Iran moeten worden geïnvesteerd in de opbouw na de verwoestingen van de oorlog. Als u het bedrag ziet dat Iran bij de vredesonderhandelingen straks van Irak zal eisen als schadevergoeding, weet u hoe groot de vernielingen moeten zijn.

Een vraag is voorts, wat de gang van zaken betekent voor de wereld van de Islam. De revolutie in Iran vormde immers een schakel in de keten van islamitische hervormingen. Hervormingen, die gepaard gingen met een herlevend nationalisme. De revolutie van Khomeini versterkte het zelfbesef van de Islam is de strijd tegen de machten uit het Westen. Khomeini moet gas terugnemen.
We mogen dankbaar zijn dat aan een wrede oorlog een eind lijkt te komen. Tegelijk zijn er zorgen. Wat zal er gebeuren in het Midden-Oosten als de islamitische wereld de handen ineenslaat? Terecht schrijft Van der Linden, dat met name Israël, dat nog steeds kampt met het probleem van de Palestijnen, wel eens moeilijke tijden tegemoet kan gaan als het vrede wordt tussen Iran en Irak en de islamitische wereld de handen ineen kan slaan tegen de gezamenlijke vijand. De vrede voor Jeruzalem en de volken is nog ver te zoeken!

A. N., Ede

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's