'Hoe gaat het met uw kinderen?' (1)
(Over de omgang met ouders van een verstandelijk gehandicapt kind binnen de Christelijke Gemeente)
De Stuurgroep Gehandicaptenwerk Noord- en West-Veluwe, heeft zich het afgelopen jaar zeer intensief bezig gehouden met het onderwerp: 'Omgang met ouders van een verstandelijk gehandicapt kind binnen de Christelijke Gemeente'.Over dit onderwerp werden voor de classes Harderwijk en Ede, verschillende toerustingsbijeenkomsten voor ambtsdragers en ouders van verstandelijk gehandicapten gehouden. Tevens wordt de Stuurgroep regelmatig uitgenodigd om over dit onderwerp te komen spreken op een kerkeraadsvergadering.De Stuurgroep doet veel aan publiciteit. Voor kerkeraden werd een kleine brochure gemaakt. Mevr. drs. J. van der Knijff, bestuurslid van 'Op weg met de Ander' en werkzaam als psychologe bij 'De Hartenberg' in Ede, schreef als lid van de Stuurgroep een artikel over het onderwerp 'Hoe gaat het met uw kinderen?'Gelet op de belangstelling voor dit onderwerp bij ouderlingen, diakenen en predikanten en de aandacht voor dit onderwerp vanuit de PDC Utrecht, heeft de Stuurgroep verzocht om het verhaal van mevr. Van der Knijff te willen opnemen in de Waarheidsvriend.In drie afleveringen wordt deze bijdrage geplaats.
Inleiding
De vraag die ik als opschrift boven dit artikel gezet heb, is een vraag die over het algemeen gemakkelijk gesteld wordt. Je ontmoet een oude bekende en na de begroeting komt het onderwerp 'kinderen' al spoedig aan de orde: 'Hé, hoe gaat het met de kinderen?' En hebt u bijvoorbeeld op een verjaardag uw oor al eens te luisteren gelegd bij een kringetje moeders? Nu, negen van de tien keer wordt daar over de kinderen gesproken. Blijkbaar een geliefd onderwerp.
Ook als een ouderling of een dominee een bezoek brengt aan een gezin met kinderen komt deze vraag meestal naar voren. Het is immers een prettige vraag, iedereen vindt het toch leuk om iets over zijn of haar kinderen te vertellen!
Er zijn echter situaties waarin de vraag naar 'de kinderen' niet zo gemakkelijk gesteld wordt. Op één zo'n situatie wil ik in dit artikel dieper ingaan, namelijk, wanneer je weet dat ouders een verstandelijk gehandicapt kind hebben. Dan kan het gebeuren, dat je beschroomd bent om er naar te vragen. Zouden ze wel willen dat ik er over begin? vraag je je dan af. Wat moet ik zeggen? De vraag naar kinderen krijgt dan een heel andere inhoud. Ouders hebben mij wel verteld, dat er wél naar de schoolprestaties van de andere kinderen werd gevraagd, maar hun gehandicapte kind werd doodgezwegen. Dit gebeurt vaak, omdat men verlegen is met de situatie. Ouders ervaren het echter als pijnlijk. Eens vertelde een moeder mij het volgende wat ze had meegemaakt: Ze was met haar verstandelijk gehandicapte zoontje in het park aan het wandelen. Toen ze even gingen rusten op een bankje, kwam er een meneer bij hen zitten. Hij keek een beetje schuchter naar het jongetje, maar zei niets tegen hem. Toen de moeder hem aankeek, zei hij: 'Mevrouw, hebt u ook echte kinderen?' Ik hoef u niet te vertellen hoe deze moeder naar huis ging.
Echte kinderen… Blijkbaar wordt een verstandelijk gehandicapt kind niet zo maar in de rij van andere kinderen gezien. Want al is de opmerking van deze man nog zo kwetsend, we voelen misschien toch ook verlegenheid. Verstandelijk gehandicapte mensen, het staat zo ver van je af! En dan hun ouders; hoe ga je daar mee om?
In het volgende wil ik eerst kort stilstaan 'bij mensen met een verstandelijke handicap. Daarna bij de beleving van ouders. Tenslotte zal ik iets proberen te zeggen over de manier waarop we als leden van de Christelijke Gemeente iets voor de ouders kunnen betekenen.
Unieke mensen
Wie is nu eigenlijk die verstandelijk gehandicapte mens? Misschien zegt u: 'Dat is nogal eenvoudig! Een mens die zo weinig verstand heeft dat hij of zij daardoor belemmerd wordt in het gaan en staan op deze wereld'. Dat zou je zo kunnen zeggen, maar het is mijns inziens te negatief en te eenvoudig gesteld. Ik benader het liever anders: Voorop staat dat hij of zij mens is, uniek; door God geschapen! En verder, dè verstandelijk gehandicapte mens bestaat niet. Er zijn zoveel oorzaken die tot een verstandelijke handicap kunnen leiden: er kan in aanleg iets fout gegaan zijn met het kindje in de moederschoot; erfelijke factoren kunnen zwakzinnigheid veroorzaken: tijdens of na de geboorte kunnen de hersentjes van het kindje beschadigd worden. Al deze verschillende oorzaken, kunnen evenzoveel verschillende gevolgen hebben. Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan. Om een beeld te geven van hoe het leven kan zijn van iemand die een verstandelijke handicap heeft, geef ik een viertal beschrijvingen van gefingeerde personen:
Bartje is vijf jaar oud. Al spoedig na zijn geboorte zagen zijn ouders dat hij zich trager ontwikkelde dan zijn broertje. In de loop van de jaren is steeds duidelijker geworden dat Bartje verstandelijk gehandicapt is. Hij speelt niet zoals andere kinderen van zijn leeftijd; is nog niet zindelijk; praat enkele woordjes; soms heeft hij enorme driftbuien zonder aanwijsbare oorzaak. Het is een lief aanhankelijk joch, dat het heerlijk vindt om op schoot te zitten; lekker gewiegd en geknuffeld te worden. Muziek is favoriet bij hem; hij heeft binnen de kortste keren het ritme te pakken met zijn hele lijfje. Bartje woont bij zijn ouders. Overdag gaat hij naar een kinder-dagverblijf
Els is een meisje van 18 jaar Zij woont niet meer thuis, maar in een internaat voor verstandelijk gehandicapte mensen. Toen ze tien jaar was is ze daar gaan wonen, omdat haar ouders te zwaar belast werden door de aanwezigheid van Els. Ze woont nu in een groep met nog elf jongens en meisjes. Overdag gaat ze naar de z.m.l.k.-school (school voor zeer moeilijk lerende kinderen) op het terrein van het internaat. Els kan een klein beetje praten en met wat begeleiding zichzelf wassen en aankleden. Ze is dol op leuke kleren en vindt het heerlijk om met de groepsleiding te stoeien.
Evert is een man van 35 jaar. Hij heeft geen vader meer; zijn moeder komt hem elke week bezoeken in de socio-woning. Dat is een huis in het dorp; dat huis hoort bij het internaat waar Evert eerst gewoond heeft. Omdat het internaat nogal ver van de bewoonde wereld af ligt en Evert graag met mensen in de buurt een praatje maakt, woont hij nu in de socio-woning. Zijn moeder vond dat eerst wel moeilijk om te aanvaarden; als de mensen in het dorp Evert maar zouden accepteren… Maar Evert is gelukkig. Overdag helpt hij bij de gemeente (tuinonderhoud). Hij kan het best vinden met zijn collega's. En de grootste vreugde geeft hem het loonzakje iedere week, dat hij krijgt omdat geld op de giro hem zo weinig zegt.
Marleen is een meisje van 12 jaar. Zij woont al sinds haar 1e jaar in een internaat. Zij is al zo jong van huis gegaan, omdat de verzorging te zwaar was voor de ouders. Marleen heeft nooit zelf leren eten; ze krijgt eten door een slangetje dat door haar neus naar haar maag gaat (sonde). Marleen kan niet lopen, niet praten, zich niet bewegen. Alleen haar ogen geven alles wat ze te geven hebben; vreugde als ze zich lekker voelt; angst als ze (vermoedelijk!!!) pijn heeft. Ook heeft ze een mond die kan lachen als ze liefde en tederheid ervaart. Haar ouders komen heel vaak op bezoek; ze gaan met haar wandelen in een aangepaste rolstoel; ze praten met haar; geven alles wat ze te geven hebben aan dit lieve afhankelijke kind. Maar soms hebben ze ook andere gedachten; donkere gedachten over dit kind dat maar leeft 'en leeft en… waarom en… waartoe? Dit brengt ons bij de ouders; wat gaat er in hen om als zij een verstandelijk gehandicapt kind krijgen?
Ouders
Om goed met elkaar te kunnen omgaan, is het belangrijk en nodig, dat we van elkaar weten wat ons bezig houdt. Dat geldt ook voor onze ontmoeting met ouders van een verstandelijk gehandicapt kind. Daarom zal ik nu iets vertellen over wat ouders zoal kunnen ervaren, als ze een verstandelijk gehandicapt kind krijgen. Kunnen ervaren! Want ook hier geldt weer: ieder mens is uniek, ieder zal dit toch op zijn of haar eigen manier verwerken.
Als bij de geboorte of enige tijd later blijkt, dat een kindje verstandelijk gehandicapt is, is dat een enorme klap voor de ouders. Hoewel iedereen weet, dat het kan gebeuren, denken we toch allemaal stiekem: het zal mijn deur wel voorbij gaan. Verwachtingen die gekoesterd zijn rondom de geboorte van het kind zijn de bodem ingeslagen. Dat betekent veelal een groot verdriet voor de ouders en roept veel vragen op. Vragen als: Waarom moest juist ons dit overkomen? Hoe moet het in de toekomst? Zullen we ons kind wel zelf kunnen groot brengen? Hebben we iets verkeerd gedaan, dat ons dit overkomt? Straft God ons misschien? Weet God wel van dit gebeuren? Wat is de zin van het leven van dit kind?
Vele vragen gaan door de ouders heen, niet zo netjes op een rij als ik ze hierboven heb opgeschreven. Maar ze zijn er wel!
Na het eerste diepe verdriet volgt er meestal een langdurig proces van verwerking. Een proces dat doet denken aan een rouwproces. En is het dat ook eigenlijk niet, als de vrucht van jouw liefde zo anders is dan je had voorgesteld? Als je zoveel gebrek ziet aan je kind; dan ervaar je dat toch als, verlies? Verlies voor jezelf als ouders, maar ook verlies voor je kind, dat je zo graag gaafheid en gezondheid gegund had!
Om de herkenbaarheid van problemen van ouder wat groter te maken, beschrijf ik in het volgende artikel de fasen van verwerking zoals Paul Sporken die noemt in zijn boek 'Aanvaarding' (1975).
mevr. J. van der Knijff (psychologe), Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 september 1988
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's