De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vernieuwing van het verbond (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vernieuwing van het verbond (1)

Promotie M. J. Paul

10 minuten leestijd

Op 30 juni jl. promoveeerde de heer M. J. Paul, docent aan de Evangelische Hogeschool te Amersfoort, aan de Rijksuniversiteit te Leiden op een oud-testamentisch onderwerp: de verhouding van Deuteronomium en de reformatie van koning Josia. (M. J. Paul, het Archimedisch Punt van de Pentateuchkritiek, 391 blz., prijs ƒ 55,–; uitg. Boekencentrum, 's-Gravenhage, 1988.
Wij willen hem met het verwerven van de doctorsgraad van harte feliciteren. Het is de bekroning van een jarenlange studie. Vraag niet wat dat van hem en zijn gezin gevergd moet hebben haast zijn gewone dagtaak bij de Evangelische Hogeschool te Amersfoort. Onze dankbaarheid voor dit proefschrift is des te groter als wij ons realiseren hoe weinigen uit onze kring zich op het terrein van de Bijbelwetenschap specialiseren. Nu hoeven wij niet de waarheid van het Woord van God te bewijzen. De Heere bewijst Zichzelf Dat gebeurt. Dat gebeurt nog stééds. Anders was er geen gemeente. Maar met een tekort aan vakbekwaamheid op het gebied van het Oude en Nieuwe Testament hebben we maar weinig wetenschappelijk verweer. Toch ligt hier ook een taak. De Schrift is ook nuttig tot wederlegging. Dat is bepaald niet haar enige functie. En zeker niet haar éérste. Maar toch beslist noodzakelijk wil de mens Gods zich kunnen ontplooien zoals de Heere dat vraagt, 2 Tim. 3 : 16  v. Welnu, dr. Paul heeft de moderne Schriftkritiek op een essentieel punt weerlegd.

De Pentateuchkritiek
In de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus horen wij Abraham zeggen: Zij (nl. de vijf broers van de rijke man) hebben Mozes en de profeten, dat zij die horen, Luc. 16 : 29. 'Mozes en de profeten' is hier een aanduiding van de Bijbel van het Oude Testament. Voor de Heere Jezus heeft de Pentateuch dus een mozaïsche achtergrond. Het woord 'Pentateuch' betekent letteriijk 'het vijfdelige (boek)'. Daarmee zijn bedoeld de eerste vijf boeken van de Bijbel. Met hun vijven vormen ze een eenheid: de Tora. De Wet is door Mozes U gegeven. Joh. 1 : 17.
Schriftkritiek is er altijd geweest. De waarheid blijft nooit onweersproken. In het laatste boek van de Tora wordt Israël op het hart gebonden niets aan dit woord, nl. van Gods geboden, toe te voegen of af te doen, Deut. 4 : 2, 12 : 32. Een soortgelijk vermaan vinden we in de Spreuken van Agur, Spr. 30 : 6.
In het laatste boek van het N.T. wordt deze waarschuwing met grote ernst herhaald. Op. 22 : 18 v. Maar toen de Verlichting het christelijk Europa in haar greep kreeg, werd ook de Schriftkritiek in brede kring geaccepteerd. Zij behoorde tot de culturele verworvenheden van de nieuwe tijd. Wie niet achter wilde blijven moest daar vanzelfsprekend aan meedoen. Iets van dit sfeertje is blijven hangen tot op de dag van vandaag. Met name de predikanten kwamen toen in een moeilijke positie. Door hun universitaire opleiding behoorden zij tot de dunne maatschappelijke bovenlaag. Maar met zulke moderne ideeën hoefden zij bij het gewone volk niet aan te komen. De orthodoxie keerde zich van hen af. Mensen die wèl oor hadden voor zulke verlichte opvattingen zagen op den duur de zin van de kerkgang niet meer in. Met de Verlichting begint de ontkerstening van Europa. Ook de ontkerstening van de Bijbelwetenschap. Daarmee kom ik tot de titel van het proefschrift van dr. Paul.

Het Archimedisch punt van de Pentateuchkritiek
Archimedes was een beroemd wiskundige uit de oudheid. Hij legde het principe van de hefboom vast. Om een zwaar voorwerp van z'n plaats te krijgen moet men het juiste punt opzoeken waar je het breekijzer zet. Nu zou men ook een denkbeeldig punt in het heelal kunnen berekenen waar men een hefboom kan plaatsen om met succes de aarde op te tillen. De wereld stort dan in elkaar. Het Archimedisch punt van de Pentateuchkritiek is dus het zwakke plekje in de orthodoxe Bijbelopvatting. Zet daar het breekijzer en heel dat wereldje van de synagogaal-kerkelijke traditie wordt uit zijn voegen gelicht. Dat zwakke plekje meende men ontdekt te hebben in het verhaal van het terugvinden van het wetboek in de tempel, 2 Kon. 22. Dat gebeurde tijdens restauratiewerkzaamheden onder Koning Josia in 621 v. Chr. Men beschouwde dat 'vinden' als een soort act.
In werkelijkheid zou het nog maar kort tevoren geschreven zijn. Om het 't gewenste gezag te verlenen werd de ontdekking van het wetboek in scene gezet. Men identificeerde het als Deuteronomium of een gedeelte daarvan. Als belangrijkste argument gold daarbij Deut. 12. Men las daarin de eis tot centralisatie van de cultus op één plaats: Gij zult volkomen vernielen al de plaatsen, alwaar de volken, die gij zult erven, hun goden gediend hebben; op de hoge bergen en op de heuvels, en onder alle groene boom. En gij zult hun altaren neerwerpen, en hun opgerichte beelden (N.V.: gewijde stenen) verbreken, en hun bossen (N.V: gewijde palen) met vuur verbranden, en de gesneden beelden van hun goden neerhouwen; en gij zult hun naam teniet doen uit die plaats, vs. 2 v. Maar naar de plaats, die de Heere, uw God, uit al uw stammen verkiezen zal, om Zijn Naam aldaar te zetten, naar Zijn woning zult gij vragen, en daarheen zult gij komen, vs. 5. Dat was nu precies het programma dat in de reformatie van Josia ten uitvoer werd gebracht! De traditionele opvatting dat de Pentateuch het werk van Mozes zou zijn geweest had men allang laten varen. Men zag in de Tora een samenvlechting van vier bronnen: de Jahwist (afgekort tot J), de Elohist (E), de Priestercodex (P) en Deuteronomium (D). Nu was men dan zover gevorderd dat men één van deze vier nauwkeurig kon dateren! Het Archimedisch punt! Want als de wetgeving op de Sinaï volgens de klassieke berekening gesteld moet worden in 1440 v. Chr., zitten er tussen Mozes en het ontstaan van het boek Deuteronomium (of in ieder geval van de kern van dit boek) ruim acht eeuwen. Verslaglegging van een gebeurtenis 800 jaar na dato heeft natuurlijk geen enkele historische waarde.

Een nieuw ontwerp van de geschiedenis van Israël
Het is vooral W. M. L. de Wette (1780-1849) geweest die deze theorie heeft uitgebouwd. Het is te veel gezegd om hem 'de vader van het Deuteronomiumonderzoek' te noemen. Maar dr. Paul heeft niet ten onrechte respect voor de wetenschappelijke prestatie die hij reeds op jeugdige leeftijd had verricht (228). Op basis van deze theorie geeft Julius Wellhausen (1844-1918) een nieuw ontwerp van de geschiedenis van Israël. Ook hij is niet de eerste en de enige. Maar zijn werk heeft wel de grootste bekendheid gekregen: Prolegomena zur Geschichte Israëls (1878). Het is in 1981 opnieuw herdrukt!
Volgens Wellhausen kent Israël onder de Richteren en Samuël geen centraal heiligdom. Zo functioneert ook Silo niet. Wanneer de stad wordt verwoest, gaat de cultus elders door. Want overal in het land heeft men de Kanaänitische heiligdommen overgenomen of zelf altaren gebouwd. Samuël offert op de hoogte in Rama. Salomo richt een offermaal aan in Gibeon. Met de ingebruikname van de tempel te Jeruzalem begint zich een centraliserende tendens af te tekenen. Politieke motieven zullen daarbij zeker een rol gespeeld hebben. Toch ziet Elia ondanks zijn ijveren voor de dienst des Heeren geen enkel bezwaar om het vervallen altaar op de Karmel weer te herstellen. En Eliza offert zijn runderen in Elia's tegenwoordigheid. Heel Kanaän is Gods heiligdom.
Daarin komt verandering met de prediking van Amos en Hosea. Gilgal, Bethel en Berseba zijn de Heere een gruwel. Daar moet u niet meer naar toegaan, Amos 5 : 5! Zij keren zich echter niet tegen deze tempels als zodanig maar tegen hun cultus. Daardoor nam het heiligdom in Jeruzalem steeds meer in betekenis toe. Zeker nadat de bevolking van het Noordelijk Rijk door de Assyriërs was weggevoerd in ballingschap, 722 v. Chr. Maar de poging van Hizkia om de hoogten in Juda af te schaffen liep op een mislukking uit. Het duurde nog honderd jaar voordat de hoogten gelikwideerd konden worden. Dat gebeurde onder Josia. Na de dood van de koning werden de hoogten weer hersteld. Alleen zijn wetboek bleef over. Pas na de ballingschap werd met de hoogten definitief afgerekend.
Voor de uit Babel teruggekeerde ballingen werd Jeruzalem het ene en enige heiligdom. Uit een natie was een godsdienstige gemeenschap ontstaan. Dat maakte de centralisatie van de cultus tot een voldongen feit. Deze visie wordt nu teruggeprojecteerd op het verleden. Alle koningen na Salomo worden veroordeeld omdat zij de hoogten hebben getolereerd. Dit klopt echter niet met de werkelijkheid. Pas in D wordt de centralisatie van de cultus geëist. Nieuw bij Wellhausen is dat hij P nog later stelt dan D. Pas in P wordt de eenheid van de cultus verondersteld. Daarmee wordt de volgorde van de bronnen J E D P. En zo is dat tot nu toe gebleven.

Wat lezen wij in de Bijbel?
Als het gaat om de centralisatie van de cultus zijn twee bijbelgedeelten van belang: de wet op het lokale altaar, Ex. 20 : 24-26, en de wet op het centrale heiligdom, Deut. 12.
Het voorschrift voor het lokale altaar luidt als volgt: Maakt Mij een altaar van aarde, en offert daarop uw brandoffers, en uw dankoffers, uw schapen, en uw runderen; aan alle plaats, waar Ik voor Mijn Naam gedachtenis stichten zal, zal Ik tot u komen, en zal u zegenen.
Maar indien gij Mij een stenen altaar zult maken, zo zult gij dit niet bouwen van gehouwen steen; zo gij uw houwijzer daarover verheft, zo zult gij het ontheiligen. Gij zult ook niet met trappen tot Mijn altaar opklimmen, opdat uw schaamte ervoor niet ontbloot worde.
De wet op het centrale heiligdom kwam reeds ter sprake. De vraag is nu of deze twee bijbelgedeelten elkaar uitsluiten. Want als de eredienst geconcentreerd wordt op één plaats kunnen de plaatselijke heiligdommen toch niet langer blijven functioneren? Het zwakke plekje in de traditionele opvatting van synagoge en kerk! Er zijn verschillende pogingen gewaagd om dit probleem op te lossen. Sommige rabbijnen hebben Ex. 20 : 24-26 en Deut. 12 in die zin willen harmoniseren dat het koperen brandofferaltaar vanwege zijn omvang gevuld moest worden met aarde. Kerkvaders en ook protestantse exegeten hebben deze opvatting overgenomen. Daarentegen wilde wijlen prof. B. Holwerda in Deut. 12  :14 een meervoud lezen: maar op de plaatsen welke de Heere in het gebied van (w)elke stam (ook) verkiezen zal… Beide oplossingen maken op het eerste gezicht al een gekunstelde indruk. Dat komt niet overtuigend over. De verklaring van dr. Paul is eenvoudig en duidelijk. Uit de voorschriften van zowel Exodus als Deuteronomium blijkt dat er in de eredienst twee niveaus zijn: op landelijk niveau mag er maar één heiligdom zijn (A), op plaatselijk niveau kunnen altaren gebouwd worden (B). Deze niveaus zijn als complementair te beschouwen en niet als tegensteld. Wat is nu de fout van De Wette en Wellhausen? Zij hebben in Exodus en Deuteronomium de gegevens van twee ongelijke niveaus met elkaar vergeleken. Uit Exodus hebben zij B genomen en uit Deuteronomium A. De andere gegevens uit beide bijbelboeken hebben zij als niet ter zake buiten beschouwing gelaten (278). Met deze constatering is de bronnentheorie uit haar voegen gelicht. Maar hoe moet nu het vinden van het wetboek onder Josia worden geïnterpreteerd? Daarover graag de volgende week.

H. de B., H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De vernieuwing van het verbond (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's