De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (7)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (7)

Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925

8 minuten leestijd

Lage Vuursche
Ds. Doornvelds voorganger in de Vuursche, ds. P. S. Niemeijer was met emeritaat gegaan. De kerkeraad of liever het kiescollege beriep toen ds. E. Warmolts te Jutphaas. Deze bedankte echter. Hij zou enige tijd later ds. Doornvelds opvolger worden in Nunspeet (zie vorig artikel).
Daarna werd een beroep uitgebracht op ds. Remme te Rijssen, echter zonder het beoogde resultaat. Dan wordt ds. IJ. Doornveld te Nunspeet beroepen met 28 van de 30 uitgebrachte stemmen. Consulent in die tijd was ds. H. H. Meulenbelt te Baarn. Nadat dit beroep is aangenomen vindt op 3 maart 1912 de bevestiging plaats door ds. Doornveld senior, die dan in Oudewater staat. De bevestigingspreek is n.a.v. Psalm 92 vers 14: 'Die in het huis des Heeren geplant zijn, dien zal gegeven worden te groeien in de voorhoven onzes Gods'. De gemeente zingt de nieuwe predikant Psalm 20 : 1 toe.
Diezelfde zondag doet ds. IJ. Doornveld intrede in zijn zevende gemeente met een predikatie over Mattheüs 17 vers 8: 'En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen'. Hierbij wordt hem door de gemeente Psalm 134 : 3 toegezongen.
Ds. Doornveld is nog geen twee maanden in Lage Vuursche of de gemeente krijgt bezoek van de visitatoren in de personen van ds. Barbas uit Vreeland en ds. Meulenbelt uit Baarn. Alles wordt in orde bevonden, alleen dringen beide predikanten erop aan dat de kerkeraad de gemeente meer zal opwekken tot betalen aan de generale kas. De kerkeraad heeft hiertegen geen bezwaar in zoverre dit op basis van vrijwilligheid gebeurt.
Ds. Doornveld is radicaal tegen het bijdragen aan de generale kas. Hij heeft op de Classis ook al bezwaar tegen deze kerkcontributie gemaakt, als zijnde ongeoorloofd. Hieruit blijkt dat zijn standpunt in deze sedert het schrijven van de protestbriefaan de synode vanuit Ouddorp op 30 maart 1900 nog onveranderd was ge bleven!
In 1913 was het honderd jaar geleden dat ons land vrij kwam van onder het juk van de Franse overheersing (1813: Willem I landt te Scheveningen en wordt souverein vorst over Nederland). Ruimschoots van te voren wordt over de herdenking van dit feit door predikant en kerkeraad gesproken. Men is het onderling roerend eens over de overbodigheid en ongeoorloofdheid van volksspelen welke meestal omslaan in dronkenschap en allerlei losbandigheid. Ds. Doornveld besluit een duidelijk protest ter bestemder plaats (Gemeentebestuur) te laten horen. Hij vindt gehoor bij de plaatselijke overheid, zodat dit feit op waardige wijze in Lage Vuursche wordt herdacht, nl. door het houden van een kerkdienst en een traktatie aan de schoolkinderen.
In diezelfde tijd zijn er klachten over de voorlezer, meester Jantzen: Hij leest niet meer met eerbied. In plaats van 'Heere' leest hij 'Heer'. De klachten uit de gemeente worden door de kerkeraad niet in allen dele gegrond geacht. Het lezen van 'Heer' moet waarschijnlijk worden verklaard uit de vóór hem liggende Bijbel. Als dat zo is dan is de meest voor de hand liggende oplossing te zorgen voor een andere Bijbel. De hoofdzaak is, volgens ds. Doornveld, dat er gelezen wordt in de vreze Gods!

Als in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbreekt besluit de kerkeraad van Lage Vuursche wekelijkse bidstonden te beleggen in verband met de nood der tijden. Waarschijnlijk is het voorstel hiertoe afkomstig van ds. Doornveld, gezien zijn goede ervaringen met bidstonden in de gemeenten Loon op Zand en Den Ham.
Op woensdag 5 augustus 1914 wordt de eerste gebedssamenkomst gehouden. Ds. Doornveld spreekt na gebed een inleidend woord over Habakuk 3 vers 2b: '… in den toorn gedenk des ontfermens.' Ouderling Vervat spreekt nu een ernstig woord met het oog op de nood der tijden en gaat eveneens voor in gebed. Vervolgens zendt ene baron Van Hardenbroek een gebed op en leest hierna Psalm 25. Met recht kan hier dus gesproken worden van een ure des gebeds!
Roerend is ook het verslag van de tweede bijeenkomst, een week later: Ds. Doornveld sprak over Jeremia 4 vers 1a: 'Zo gij u bekeren zult…'
Ouderling Vervat sprak een zeer ernstig vermanend woord en liet uit behoefte des harten zingen Psalm 89 : 19. Daarna opende broeder Dorresteijn zijn mond, waaruit een liefelijke smeeking tot God mocht opstijgen, alleen pleitend op de kostelijke offerande van Jezus Christus om verschooning.
Baron Van Hardenbroek legde de noden des volks voor de Almachtige neer in gebed en liet zingen Psalm 103 vers 2 en 5. De voorganger gaf een Psalmvers op, dat één der jongelingen, die als miliciën door zielenood tot God was uitgedreven en Zijne bevrijdende kracht voor het hart had mogen ondervinden, door de gemeente alhier wenschte gezongen te hebben, namelijk Psalm 27 vers 7. Daarna ging de schare met de bede van het laatste vers van de Avondzang weer henen.
Wat zal het voor ds. Doornveld verblijdend zijn geweest het doorbrekend werk des Geestes te hebben mogen aanschouwen in één van de jongere gemeenteleden!
In het najaar van 1914 worden in totaal 12 bidstonden gehouden.
Het valt op dat er sprake is van een adellijke persoon, baron Van Hardenbroek. Op zichzelf is dat niet zo verwonderlijk daar Lage Vuursche betrekkelijk dicht bij paleis Soestdijk ligt. Het is zelfs niet onmogelijk dat koningin-moeder Emma en/of koningin Wilhelmina zich in Lage Vuursche wel eens hebben geschaard onder het gehoor van ds. Doornveld. Zekerheid daarover heb ik echter (nog) niet.
Het kontakt met de adel was voor de eenvoudige bevolking van De Vuursche niet altijd gemakkelijk. Als er op 13 augustus 1914 Censura Morum gehouden wordt steekt de kerkeraad de hand in eigen boezem. Algemeen wordt erkend dat in de feestviering ter gelegenheid van de entree van douarrière Bosch Van Drakesteyn op het Slot alhier (kasteel Drakesteyn) de kerkeraad te ver is gegaan in schepselhulde en hiervoor ook wel verootmoediging diende plaats te vinden. Hoewel de Rooms-Katholieke adellijke weduwe ambachtsvrouwe van De Vuursche was, hadden ze voor hun gevoel (d.m.v. toespraken) toch te veel eer gelegd in de mens en te weinig in de Schepper van de mens.
Dinsdag 13 april 1915 is een gedenkwaardige dag voor ds. Doornveld. Hij mag dan zijn 25-jarig ambtsjubileum vieren. In de kerkelijke pers was er al melding van gemaakt, getuige het volgende berichtje in het 'Gereformeerd Weekblad' van 3 april 1915:

'Jubileum ds. IJ. Doornveld.
Den 13den April e.k. hoopt Ds. IJ. Doornveld, predikant der Ned. Herv. Gemeente te Lage Vuursche (Utrecht), den dag te herdenken, dat hij vóór 25 jaren het dienstwerk des Heeren aanvaardde te Daarle. Achtereenvolgens stond de beminde leeraar nog te Loon op Zand, Den Ham, Ouddorp, Op- en Neder Andel, Nunspeet en nu sedert ruim 3 jaren te Lage Vuursche.'
De gemeente liet zich niet onbetuigd. Ds. Doornveld schreef later dat de gemeente mede door haar hartelijke en warme belangstelling deze gedenkdag voor hem door Gods genadige grootheid tot een feestelijke dag had gemaakt. Van het bijeengebrachte geld werd dominee een smaakvol tafelbureau aangeboden en een enveloppe met inhoud. De jongelingsvereniging schonk een tafelkleed en bloemstuk.
Op de daaraanvolgende zondag stond ds. Doornveld bij dit jubileum stil met een predikatie, waarin centraal stond het laatste gedeelte van Jesaja 60 vers 6: '…en zij zullen den overvloedigen lof des Heeren boodschappen.'
Veertien dagen eerder mocht het echtpaar Doornveld hun 25-jarig huwelijksjubileum gedenken.
Naast het verlenen van medewerking aan een prekenserie heeft ds. Doornveld in Lage Vuursche ook gewerkt aan de vertaling van een boek uit het Engels. Het gaat hier om 'De beproeving en zegepraal des geloofs' door dr. Sam. Rutherford, voor het eerst uitgegeven in 1916 bij Buurman en De Kler te Leiden. Het bijzondere van de vertaling van dit boek is dat het door twee personen gezamenlijk is gedaan, namelijk door ds. IJ. Doornveld en door de bekende vertaler C. B. van Woerden (grootvader van de schrijver mevrouw M. A. Mijnders-van Woerden). In het 'Voor­ woord' schrijven ze: 'Wat de vertaling betreft, deze is niet door één maar twee handen geschied. Een der vertalers, die aan dit werk eerst begonnen was (ds. IJ. Doornveld? A. J. N.), nam het eerste gedeelte tot aan Leerrede XIX voor zijne rekening. Doch beiden hebben elkanders werk nagezien en verbeterd. En – zij mogen verklaren, dat het hun eene eere en een genoegen was, dezen arbeid te verrichten, waar zij zelve daaruit leering ontvingen en er genotvolle uren mede hebben doorgebracht, die hun eigen nietigheid, zondigheid, verlorenheid herinnerende, doch hen ook in verwondering bracht en vernieuwde aanbidding van den Heere der heerlijkheid. Ook al ware dit boek niet in druk verschenen, zou het hun niet berouwd hebben, deze arbeid te hebben ondernomen. Doch, naarmate zij bezig waren met dit werk werd de begeerte aangewakkerd, dat die woorden onder ons volk verspreid werden, en de driemaal heilige Naam des Heeren hierdoor verheerlijkt mocht worden. En het mag zijn in de zekerheid: 'Het welbehagen des Heeren zal door Zijne hand gelukzalig voortgaan.'
Uit dit schrijven blijkt wel dat ds. Doornveld en C. B. van Woerden met geestelijke banden aan elkaar verbonden waren.
Februari 1916 ontvangt ds. Doornveld een beroep naar de Hervormde Gemeente van Bleiswijk. Hij meent hiervoor te mogen bedanken. Anders is het met het beroep van de gemeente Oene, twee maanden later. Dat wordt aangenomen. Op zondag 13 augustus 1916 neemt ds. Doornveld in een overvol kerkgebouw afscheid van de gemeente Lage Vuursche. De tekst van de afscheidspredikatie is 1 Korinthe 13 vers 8a: 'De liefde vergaat nimmermeer'. Namens de kerkeraad en gemeente wordt de scheidende predikant toegesproken door de consulent ds. H. H. Meulenbelt, terwijl de gemeente hem Psalm 121 vers 4 toezingt.

A. J. Nelis, Ouddorp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (7)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 september 1988

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's