Hoe gaat het met uw kinderen? (3 slot)
(Over de omgang met ouders van een verstandelijk gehandicapt land binnen de christelijke gemeente)
Ontmoeting
Nadat we hebben stil gestaan bij verstandelijk gehandicapte kinderen en hun ouders wil ik in dit slot-artikel met u nadenken over onze ontmoeting als leden van de christelijke gemeente met deze ouders.
'Hoe ga je met hen om?' hebben we ons in het voorgaande afgevraagd. Stel dat we bij deze ouders op bezoek gaan. 'Hoe gaat het met uw kinderen?' Meestal een heel gewone voor de hand liggende vraag. Maar in dit geval een vraag die een wereld voor ons openen kan die vreemd voor ons is; waarin we ons onwennig voelen.
Schrikken we terug? Hebben we de neiging om de vraag naar kinderen dan maar voor één keertje over te slaan?
Laten we samen proberen om wat aanknopingspunten te vinden die ons kunnen helpen.
Je zou kunnen zeggen: 'Ik kan toch afwachten tot ze er zelf over beginnen?' In het kontakt met ouders van verstandelijk gehandicapte kinderen heb ik heel vaak gehoord: 'Altijd moest ik er zelf over beginnen; met mede-gemeenteleden, maar ook met onze wijkouderling… en zèlfs met onze dominee! Dat maakt me zo verdrietig! Het lijkt wel of ons kind voor hen niet bestaat! Zo zien we, dat schroom om dingen te zeggen die pijnlijk zouden kunnen zijn, juist maakt dat ouders nog meer pijn ervaren. Vraag maar gerust naar het kind. Ouders praten er meestal graag over. Het feit, dat mensen in hun omgeving belangstelling tonen is zo belangrijk; ook al is die belangstelling misschien wat onbeholpen. Ouders kunnen overgevoelig zijn op dit punt; dat is waar. Maar niets is erger dan dat ze het idee krijgen, dat hun kind doodgezwegen wordt.
Er zijn ouders (mijn ervaring is, dat dat vooral de moeders zijn) die over niets anders schijnen te kunnen praten dan over hun gehandicapte kind. Ook dat vraagt takt en wijsheid als je hen ontmoet. Als je merkt, dat iemands aandacht zo in bezit genomen is door dat kind dan kan dat benauwend overkomen. Belangrijk is dat we laten blijken dat we begrip hebben voor dit gefixeerd zijn, maar een vriendelijk duwtje in de richting van, bijvoorbeeld, de andere kinderen in het gezin kan geen kwaad.
Laten we er ook op letten of de ouders elkaar niet vergeten. Verdriet kan mensen enorm isoleren; zo kunnen ook echtgenoten van elkaar vervreemd raken, omdat ze zo met hun eigen manier van verwerken bezig zijn. Ook zie je nogal eens, dat de zorg zich zodanig uitstrekt naar het kind, dat de partner dreigt te verkommeren. Dan kan het gebeuren dat de ander zich in iets buiten het gezin stort, bijvoorbeeld in de zaak of in allerlei aktiviteiten buiten de deur.
Dat dit alles een flinke druk kan leggen op het huwelijksgeluk is te begrijpen. Belangrijk is, dat we er oog voor hebben en ons zo open stellen voor de ouders dat ze het bespreekbaar durven maken.
Veel ouders worden ook getroost als we er blijk van geven, dat we hun gehandicapte kind graag willen ontmoeten. Dat we eens op bezoek komen als het kind nog niet in bed ligt, of dat we eens met de ouders meegaan als ze hun kind in een internaat gaan bezoeken. Ik weet wel dat het niet zo gemakkelijk is maar toch… Ik geef u een voorbeeld uit de praktijk.
Annemieke woont al vele jaren in een internaat. Zij krijgt regelmatig bezoek van een ouderling van de kerk van het dorp waar haar ouders wonen. Denk niet, dat het dan even om een praatje gaat, want Annemieke kan niet praten. Zij kan ook niet lopen of zitten, zij ligt de hele dag. Zij is ook verstandelijk gehandicapt, maar begrijpt wel veel van wat je haar vertelt. Als de ouderling komt zet hij zijn stoel dicht bij Annemieke en streelt haar zachtjes over haar gezicht en handen. Ook praat hij een beetje met haar. Mèt haar, zeg ik! Want de ogen van Annemieke spreken duidelijke taal. Voor de ouderling weg gaat leest hij een stukje voor uit de kinderbijbel en bidt met Annemieke.
Ik heb het hen nooit gevraagd, maar ik weet bijna dat dit bezoek heel veel betekent voor de ouders van Annemieke. Er is belangstelling voor hun kind. Ik denk ook niet dat de ouderling het altijd gemakkelijk vindt, maar hij komt tòch!
Helaas is dit voorbeeld een uitzondering! Misschien brengt het u die dit leest op een idee.
In onze ontmoeting met de ouders is het ook belangrijk, dat we naar hun eventuele praktische problemen vragen.
Kunnen de ouders gemakkelijk oppas vinden voor hun kind? In normale gevallen is er altijd wel een jongen of een meisje te vinden die graag op je kinderen passen. Als je kind echter gehandicapt is, ligt dat vaak wat minder eenvoudig. Niet iedereen durf je die verantwoordelijkheid in handen te geven en het kan ook niet altijd. Vooral als je kind te kampen heeft met (zeker in de ogen van vreemden) nogal bizar afwijkend gedrag; dan vraag je niet zo maar iedereen. Toch. is het juist voor deze ouders zo belangrijk, dat er van tijd tot tijd eens even samen uit kunnen gaan. Even wat extra tijd en aandacht voor elkaar! Laten we daar als mede-gemeenteleden op letten. En maken we wel voldoende gebruik van de talenten die ongetwijfeld binnen de gemeente aanwezig zijn om de ouders terzijde te staan? Laten we ook letten op de oudere ouders. Soms woont hun 'kind' al dertig jaar in een inrichting. Jaar in jaar uit zijn vader en moeder wekelijks naar het internaat gereden; soms om op bezoek te gaan, andere keren om hun zoon of dochter voor enkele dagen op te halen. Dan komt de dag, dat vader plotseling komt te overlijden. De moeder blijft achter; ze heeft geen rijbewijs. Hoe houdt ze voortaan kontakt met haar kind? Hier ligt een taak voor de Gemeente van Jezus Cristus. Woord en daad horen bij elkaar!
Het is goed om als ambtsdrager eens voorzichtig te peilen of ouders misschien financieel problemen hebben. De aanwezigheid vanden gehandicapt kind in een gezin brengt soms veel kosten met zich mee.
Geloofsvragen
Zoals eerder al beschreven kunnen ouders ook worstelen met diepe geloofsvragen rondom de geboorte van hun verstandelijk gehandicapte kind. Als we wat intensiever met de ouders omgaan moet er ook ruimte komen om deze vragen naar voren te brengen.
Ik noem er twee, zonder de pretentie volledig te zijn.
Vaak vragen ouders zich af: 'Wat is de zin van dit gebeuren? Wat wil de Heere ons hiermee zeggen?'
Als ouders er toe komen deze vraag aan ons voor te leggen is het belangrijk, dat we eerst heel goed luisteren, wat gaat er achter deze vraag schuil? Wanhoop? Schuldgevoelens? Opstandigheid?
Luisteren, voorzichtig doorvragen; samen met de ouders peilen naar de kern van hun vraag; samen worstelen voor het Aangezicht van God.
Vooral niet te veel gaan praten; we hebben zo gauw onze pasklare antwoorden, soms met de Bijbel in de hand. Probeer ook niet te snel een opmerking te maken over de zin die achter dit gebeuren kan zitten. Zo van: de Heere zal er een bedoeling mee hebben. Dat kun je mensen niet aanpraten; dat kunnen mensen alleen maar, soms na veel strijd, zelfleren ervaren. Als we voor de ouders de zin van de geboorte van dit kind gaan invullen, krijgen de ouders hoogstens het gevoel dat je ten diepste niets begrijpt van de werkelijke nood van dat moment.
Dat geldt ook voor de tweede geloofsvraag die ik wil noemen: 'Waarom moest juist ons dit overkomen; straft God ons misschien?' De schuldvraag komt hier naar voren.
Laten we dit alstublieft nooit afdoen met de opmerking, dat we allemaal schuldige mensen zijn. Dat weten mensen die kerkelg lijk meeleven wel. En het is zo'n schrale troost! In dit verband wordt vaak de geschiedenis van de blindgeborene naar voren gebracht uit Joh. 9. Maar ook hiervan zou ik willen zeggen: doe dat niet te gemakkelijk; ouders zien vaak nog niets van de grote werken Gods die geopenbaard zullen worden in hun kind. Bovendien is het voor mij een grote vraag of je deze geschiedenis wel zo maar klakkeloos op iedere situatie van toepassing mag laten zijn. De Heere is ons geen verantwoording schuldig.
Nu zegt misschien iemand: Ja, jij kunt dat allemaal wel schrijven; je kunt wel vertellen wat ik niet moet gaan zeggen. Maar hoe moet je de mensen dan troosten? We hebben als gelovigen toch wel iets meer te bieden dan een arm om de schouder en samen zwijgend bijeen zitten.
Die arm en die schouder horen we wel bij. En soms denk ik wel eens dat wij elkaar als kerkmensen daarin te kort doen; in de Bijbel hoort die tastbare troost er toch ook bij!
Ik wil echter bovenstaande vragen anders benaderen en het is belangrijk dat we daarvan iets aan de ouders overdragen:
Soms laat de Heere onze God onbegrijpelijke dingen gebeuren in een mensenleven. Wij, mensen, willen daar met alle geweld onze vingers achter krijgen. Ook ouders van een verstandelijk gehandicapt kind zijn daarin geen uitzondering. Begrijpelijk, maar niet vruchtbaar.
Weet u, het is zo belangrijk deze ouders te wijzen op het feit, dat de Heere God nabij wil zijn in alle nood. Totale overgave aan Hem geeft rust en niet het rusteloos zoeken naar oorzaken en de zin van het gebeuren. Soms laat God ouders ervaren wat de komst van dit kind betekent in hun relatie met Hem. Dat kan een grote troost betekenen. Maar overgave aan Hem geeft blijvende rust; dan ligt de troost vast in de veilige handen van God. Overgave is genade, dat weet ik. We mogen er echter samen met de ouders om vragen. De Heere geeft mild en verwijt nooit!
Tenslotte: Hoe gaat het met uw kinderen? Hoe gaat het met uw gehandicapte kind? Ik hoop, dat ik u een klein beetje op weg geholpen heb, d.m.v. drie artikelen, om deze vraag onbeschroomd te stellen.
mevr. J. van der Knijff, Barneveld
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's