Uit de pers
Kerk-zijn in een tijd van Godsverduistering
De redactie van Kontekstueel (aug. '88) vroeg prof. dr. H. W. de Knijff, kerkelijk hoogleraar te Utrecht, de synodale nota onder de in het opschrift genoemde titel te willen beoordelen vanuit de verwachtingen 'die uw generatie koesterde op grond van de nieuwe kerkelijke inzet na de oorlog'. Bedoeld zijn de beweging van gemeenteopbouw, de inzet voor een nieuwe kerkorde, het apostolaire élan en het verlangen een Christusbelijdende volkskerk te willen zijn. De Knijff is van oordeel, dat de kritici te snel over de nota heengevallen zijn, te weinig de zorg die er uitspreekt onderkennen, al stelt hij wel de vraag, of de nota voldoende laat uitkomen dat de wereldproblemen (honger, vervuiling van het milieu, armoede, kernwapens) met de secularisatie hun wortels hebben in het christelijke Europa en ook 'ergens in de diepte van onze Europese ziel samenhangen'. De Knijff acht het uitspelen van horizontalistisch tegenover vertikalistisch uit de boze, en ik ben het daarin van harte met hem eens. De samenhang van de problemen verbiedt ons dat en daarom moeten we beide aspecten in het oog vatten.
Maar hoe zien de dingen er uit als men ze beziet onder het gezichtspunt van de naoorlogse kerkorde?
'Hoe zien deze dingen eruit, als men zijn invalshoek neemt bij het beginsel van onze kerkorde, zoals dat vorm gaf aan de kerk- en apostolaatgedachte van de naoorlogse jaren? Ook de kerkorde is niet los te zien van de geschiedenis van het Europese christendom. Zij probeerde het antwoord te geven op de moderne tijd, dat men in 1815 had laten liggen. De moderne tijd bracht – reeds toen in beginsel – een zelfstandige, los van de kerk staande, maatschappij en levensleer. Kuyper probeerde het met een vernieuwd 'corpus christianum': zet de kerk apart als een nieuw corpus en probeer via het individueel christen-zijn die maatschappij christelijk te beïnvloeden. De theorie schoot zichtbaar te kort. De Hervormde Kerk anno 1951 vertaalde het oude theokratische sentiment in een apostolaatstheologie, die zelf de terminologie van 'herkerstening' of 'kerstening' niet schuwde. Zij aanvaardde 'de wereld' in haar zelfstandigheid, maar bleef toch de kerk als ideëel centrum van de maatschappij zien en trachtte door de 'presentie' van de kerk kerstenende invloed in de maatschappij te verkrijgen of te behouden. Ook deze visie schoot te kort: haar inbreng is in feite in de laatste dertig jaar in Nederland weggehoond. Wij staan voor de formulering van een nieuwe visie, waarin zowel de gereformeerde als hervormde gedachtengang – verrijkt door enige opgedane ervaring – een rol kan spelen. Er zal meer 'antithese' moeten zijn dan men in 1951 dacht, maar de gedachte van de solidariteit – met de wereld van de kerk – zal onmisbaar blijven en juist het kenmerk zijn van eigensoortige 'antithese'. De kerk is juist anders dan anders, omdat zij zich voor de wereld inzet en dat in de zin van onbaatzuchtige en volle presentie.
Hoe ik zelf het proces van de laatste dertig jaar heb ervaren? Eerlijk gezegd: als een pijnlijke desillusie. Ik zag niet een 'corpus christianum" oprijzen in 1951, maar wel een kernachtige, zeker kleinere, maar actieve kerk, die in een niet-christelijke maatschappij een weliswaar omstreden, ook bestreden, maar in het concert der meningen aanvaarde en misschien wel heimelijk bewonderde rol zou spelen: een rust- en activeringsplaats, een refugium voor de vermoeide en beladene en een creatief centrum voor de naar humaniteit zoekende. Wie zou, toen in 1951, hebben kunnen voorspellen, dat de uitkomst zou zijn: een nog altijd zwaar verdeeld en over de diepste geloofszaken krakelend – een inderdaad veelal in de foute zin binnenkerkelijk – christendom enerzijds en niets meer van kerk en geloof begrijpende, ('neutrale'), ja vijandige buitenkerkelijke maatschappij 'anderzijds. Hoe zal men daar thans antwoord op geven en hoe blijven wij aan de uiterst deugdelijk intenties van de kerkorde trouw?'
Met de nota pleit De Kruijff voor bijbelstudie in de zien van opnieuw leren spellen van het Bijbels ABC, gemeenschapsvorming tot bemoediging en versterking juist met het oog op de ontmoeting met hen, die buiten de kerkmuren leven, toerusting en spiritualiteit, het tot rust komen bij de bron van troost en vrede. Terecht kent de schrijver aan het laatste aspect grote betekenis toe. We mogen het zegt hij, niet overlaten aan de goeroe's om ons te leren dat de mens innerlijkheid en meditatie nodig heeft. Een mens die niet tot rust kan komen, niet kan stil-zijn tot God, komt ook niet wezenlijk in aktie. Aandacht voor de genoemde facetten van kerk-zijn vormt een uitdaging die we niet mogen ontlopen. 'Wie mocht beweren dat de mens dan binnenkerkelijk spreekt, weet niet, waar hij het over heeft', aldus De Knijff.
Prof. Verkuyl over Zuid-Afrika
In Koers van 2 september troffen we een uitgebreid interview aan met prof. dr. J. Verkuyl, bekend door zijn vele waardevolle publicaties op het terrein van zending en evangelisatie, alsmede door zijn stellingname in politieke vragen die de kerken bezig houden. Kenmerkend voor Verkuyl is dat hij ook in zijn opkomen voor de gerechtigheid inzake vragen als racisme, rijk en arm, oorlog en vrede, altijd ijvert voor een ernstig nemen van het Evangelie van de verzoening in de overtuiging, dat het Evangelie van het kruis door de kracht van de Geest bruggen slaat. In dit interview komt o.a. Zuid-Afrika ter sprake. Verkuyl is een verklaard tegenstander van de apartheid en heeft dat nooit onder stoelen of banken gestoken. Wat is zijn oordeel over de jongste uitspraken van de synode van de NG-kerk?
'Het is natuurlijk duidelijk dat de NG-kerk zich langzamerhand ernstig schaamt voor het feit, dat zij eigenlijk de initiatiefnemers en de inspiratoren zijn geweest van het apartheidsbeieid. Het was in de tijd van Verwoerd, Strijdom, Vorster en anderen. Zij hebben de apartheid theologisch gerechtvaardigd en daarover zijn ze nu geweldig beschaamd en ze beginnen het onjuiste van hun visie te erkennen. Daartegenover staat dat ze consequenties van hun verandering nog niet accepteren. Ze zien wel in dat het thuislandenbeleid de bron van alle ellende is, maar ze beschouwen het nu als een praktische en pragmatische oplossing. Principieel neemt men dus afscheid, maar het beleid blijft gehandhaafd. Zo is het ook op kerkelijk terrein. Men denkt er niet aan – helaas – om tot een fusie van de verschillende gereformeerde kerken te komen. Dr. Adonis, die bij mij gepromoveerd is, heeft daarover bepaalde voorstellen gedaan, maar men voelt er niets voor.
Ik moet er aan toevoegen, dat ik tot op zekere hoogte hun houding wel begrijp, want hun achterban is nog niet zo ver gevorderd en op politiek terrein heeft men reeds een afscheiding. De Herstigte Nationale Partij van Andries Treurnicht vormt een ernstige bedreiging voor een noodzakelijke verandering van het beleid.'
Gesteld nu eens, dat in Nederland zich een dergelijke situatie als in Zuid-Afrika zou voordoen, denkt u dat wij spontaan van zienswijze zouden veranderen? Met andere woorden, verwachten wij nu iets van anderen waarmede wij zelf ook de grootste moeite zouden hebben?
(Nadenkend) 'Ja, maar men zou nu kunnen gaan praten over de middelen en de strategie om van het apartheidssysteem af te komen.'
Is apartheid niet eerder een mentaliteit die moet uitsterven en uit de harten van de mensen moet verdwijnen?
'Helemaal mee eens. Daarom ben ik er voor dat er met de NG-kerk gepraat moet worden. Ik ben heel blij, dat er in oktober een poging ondernomen wordt onder leiding van de Gereformeerde Oecumenische Synode om de Zuidafrikaanse kerken met elkaar in gesprek te brengen. Ik heb het altijd jammer gevonden dat mijn grote vriend Beijers Naudé – en dat verwijt hij ook zichzelf – bij zijn jarenlange intense bemoeienissen met de zwarte bevolking zich te weinig heeft ingezet om ook de achterban van de blanken mee te krijgen. Dat is nu het punt. Dr. Beijers Naudé heeft dat onlangs ook erkend in een vraaggesprek met Vrij Nederland. Hij heeft toegegeven dat hij geen bruggenbouwer is geweest naar de blanken toe en dat hij daaraan alsnog wil werken. Ik vind dat de Gereformeerde kerken in Nederland daarin ook een taak hebben.'
Verkuyl is van oordeel dat men het gesprek met de blanke kerken niet moet schuwen, maar zo lang mogelijk de dialoog moet gaande houden. Ten aanzien van Boesak merkt hij op:
'Ik zou er zelfs aan willen toevoegen: al zou Allan Boesak het er niet mee eens zijn, dat moet je wél gaan praten. Je moet de mensen vasthouden en hen proberen met geduld te overtuigen.'
Is dr. Boesak niet dé sleutelfiguur geworden in het contact met de kerken hier en de NG-kerk? Is zijn invloed op de ontwikkeling niet wat al te groot?
'Dat vind ik ook. Hij is niet alleen een begaafde man, maar ook een man met een enorme durf. Maar het is voor mij een raadsel dat hij helemaal niet met de Zuidafrikaanse regering wil praten. Je moet dat juist wel doen, zoals bijvoorbeeld Elia met Achab praatte. Als figuren als Andries Treurnicht aan de macht zouden komen, zou daar absoluut niet mee gesproken kunnen worden. Maar in de huidige regering zitten mensen waarmee een gesprek wel degelijk mogelijk is.'
Boesak is de laatste weken nogal eens in het nieuws geweest, vanwege zijn scherpe kritiek op de Nederlandse regering. Het is duidelijk dat Verkuyl ten aanzien van het gesprek met de blanken op een andere lijn zit dan Boesak.
Gerechtigheid en barmhartigheid
Ik meen wel, dat we zijn uitspraken niet uit zijn verband moeten rukken en er erg in moeten hebben dat Verkuyl apartheid – en daarmee dus ook het huidige systeem – scherp afkeurt. Mijn vrees is een beetje, dat zij van mening zijn, dat het best mee valt in Zuid-Afrika en dat de aanvallen op de regering allemaal marxistische propaganda zijn, nu zullen zeggen: 'zie je wel, ook Verkuyl zegt het!' Ik wijs er op dat Verkuyl dat niet zegt! En ik meen, dat wie de bijbelse boodschap van gerechtigheid en barmhartigheid ernstig neemt het systeem van de apartheid nooit kan goedpraten. Wie kennis genomen heeft van de film of het boek Cry Freedom over de dood van Steve Biko en over de manier, waarop men de feiten over dit gebeuren zoekte te bemantelen, zal geen goed woord over kunnen hebben voor een dergelijk systeem. Zelfs al zou de voorstelling van dit boek of in de film enigermate overtrokken zijn, dan moet je toch zeggen: al zou maar de helft ervan op waarheid berusten, dan is het nog schokkend om te zien, hoe hier de bijbelse gerechtigheid met voeten getreden wordt. Wat Verkuyl wil, als ik hem goed begrijp, is het gesprek met die blanke kerkleiders en regeringsmensen, die hervormingen willen, zo lang mogelijk open houden. Immers verbreking van elke gespreksmogelijkheid zal het isolement van het blanke bewind vergroten en de verharding doen toenemen. Wat Boesak betreft, ik bespeur bij 'rechts' nogwel eens de neiging mensen als Boesak en Tutu nauwelijks serieus te nemen. Dat lijkt me unfair en onjuist. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik, wanneer ik Boesaks beschouwingen over het laatste bijbelboek lees, ook bij mij zelf soms een zeker gevoel van vervreemding bespeur en de gedachte niet van me af kan zetten dat Boesak de neiging heeft het evangelie en de zaak van de niet-blanken te vereenzelvigen. Maar anderzijds moet je zeggen: is zijn felheid, gezien alle uitingen van terreur en intimidatie, niet begrijpelijk? Kunnen wij er inkomen, wat het betekent tot een (verdrukte) minderheid te behoren?
Stellig moeten we ons in Nederland voor gemakkelijke oordelen op grote afstand uitgesproken, hoeden. De problematiek in Zuid-Afrika is daarvoor te gecompliceerd. Echter, begrip daarvoor kan nooit betekenen dat men begrip opbrengt voor intimidatie en geweldpleging, martelingen en het onder-druk-zetten van kinderen. De bijbelse prediking over het rechtdoen aan verdrukten en over het oordeel aan het adres van hen die de ongerechtigheid in stand houden, is te duidelijk dan dat men enig begrip er aan zou kunnen ontlenen voor wie de ongerechtigheid bemantelt of bedrijft. In een broederlijk gesprek – en het is goed dat Verkuyl daarvoor blijft pleiten – zullen deze dingen gezegd moeten kunnen worden. Juist uit verbondenheid met de ander. En vooral uit bewogenheid met allen die slachtoffer zijn van een onrechtvaardig systeem.
A. N., Ede
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's