Hij trok van dorp tot dorp steeds voort (8)
Ds. IJ. Doornveld, 1864-1925
Oene
'De Waarheidsvriend' van 25 augustus 1916 bericht ons:
'Jl. Zondag werd ds. IJ. Doornveld, beroepen predikant bij de N. H. Kerk te Oene (Gld.) in zijn ambt bevestigd door zijn vader ds. H. Doornveld, predikant te Maartensdijk, n.a.v. 2 Tim. 4 : 2. Wijzende op de liefdesbetrekking, waarin de leeraar staat tot de gemeente, stond spreker achtereenvolgens stil bij: 1. De roeping die de leeraar heeft; 2. De tijd hem gegund; 3. Het voorschrift hem gegeven; 4. De gedragslijn die hij heeft te volgen.
Na de bevestiging werd de leeraar toegezongen Ps. 20 : 1. Des namiddags trad voor een overvolle kerk en, een aandachtig gehoor, als in het morgenuur, de eigen herder en leeraar voor de gemeente op, met een predikatie over Ps. 51 vers 17, diensvolgens sprekende over: 1. Een moeilijke Evangeliebediening; 2. Een mogelijke Evangeliebediening; 3. Een heerlijke Evangeliebediening.
Aan het eind werd de leeraar toegesproken door ds. R. Bartlema van Emst, waarna de gemeente hem toezong Ps. 134 : 3. Tegenwoordig waren in het middaguur, behalve de bevestiger en de consulent, ds. S. L. van Stein Callenfels te Heerde, ds. K. Janzen te Veesse en ds. Stam te Wilsum.' Ds. Doornvelds achtste standplaats, het kleine Veluwse dorpje Oene, zou in de rest van Nederland bijna geen bekendheid genieten als er van 1946 tot 1973 niet ene ds. J. T. Doomenbal gestaan had. Via de stukjes die hij in de 'Hervormde Kerkbode' van de Classis Harderwijk schreef onder het gemeentenieuws van Oene, werd de hele Veluwe op de hoogte gebracht van het wel en wee in de gemeente Oene. Vanwege deze bijzonder originele artikelen werd er reikhalzend uitgezien naar de Kerkbode. Deze ging dan ook van hand tot hand en later zelfs van land tot land. Zoals u waarschijnlijk wel weet zijn er diverse boeken verschenen over het leven en werken van ds. J. T. Doornenbal, waarin het gemeentenieuws van Oene een grote plaats inneemt. Maar dat niet alleen, bij het lezen krijgt men een beeld van het brede kerkelijke leven van die jaren en nog meer van het leven van Gods volk in verschillende plaatsen van ons land.
Het trof mij dat ik bij het verslag van een begrafenis van een van Gods kinderen te Hoevelaken las: 'Zelden heb ik een begrafenis bijgewoond, die mij zo heeft aangegrepen als deze. Op het eenvoudige kerkhof van Hoevelaken, waar ook ds. Doornveld, de onvergetelijke oudpredikant van Oene en zijn vrouw begraven liggen…' ('Gedachtenis tot zegening', blz. 58).
Dat de term 'onvergetelijke oudpredikant' niet overdreven is bleek mij afgelopen zomer toen ik op zoek naar de (verdwenen) oude pastorie in Oene de tuinman tegen het lijf liep. Terwijl ik hem vertelde waar ik mee bezig was, zei ik, omdat de namen nogal op elkaar lijken, dat het mij niet ging om ds. Doornenbal, maar om ds. Doornveld. 'Ja, ja!' was het bijna verontwaardigde antwoord. 'Dat weet ik, ja! Ds. Doornveld is in Oene nog niet vergeten, vooral bij de oude mensen niet'.
En inderdaad, in Oene wordt ds. IJ. Doornveld nog met ere herdacht. Er zijn nog enkele ouderen die zich goed herinneren dat ze bij hem op catechisatie gingen. Hij was een zeer geacht persoon in het toen zo'n 1300 inwoners tellende Oene. Het gezelschapsleven bloeide. In het algemeen kan gesteld worden dat het volk Gods verder geleid en onderwezen werd op de weg naar Sion. Ook mevrouw Doornveld voelde zich thuis in Oene. De kinderen waren niet zo vaak meer thuis. Herman studeerde voor arts in Groningen, later in Utrecht en Trijntje staat in de analen van de gemeente Epe genoteerd als onderwijzeres, eerst te Schoterland en later vertrokken naar Herwijnen. In de stille durpspastorie van Oene leefde en werkte ds. Doornveld als en herder voor de kleine kudde die aan zijn zorgen was toevertrouwd. Eén van zijn geestelijke vrienden zegt het zo:
'Hij leefde in en voor de stille kring zijner gemeente. Daar was hij als een vader bij wie de kleinsten zo gemakkelijk kwamen met hun geestelijke noden. Getrouw was hij tegenover rijken en armen. God had hem een, bijzondere gave gegeven om de geestelijke strijd te verstaan en mee zich te verheugen in de geestelijke vreugden, die de Heilige Geest brengt in een mensenhart. Christus was zijn leven! Hem te verheerlijken was zijn vreugde. Veel licht verspreidend, kende hij zelf diepte en duisternis'.
Zorg en moeite zijn hem ook in Oene niet gespaard gebleven, maar daardoor wisten zowel dominee als mevrouw Doornveld des te beter dat het gaat door de duisternis tot het licht.
Ds. Doornveld was niet de eerste Ouddorpse oudpredikant die ook in de gemeente van Oene diende. Zijn voorganger in Ouddorp was ds. D. T. Meinsma, die van 1891-1896 hier stond en van hier naar Oene vertrok. De Oenese kerkeraad zal hem wel verteld hebben over ds. Meinsma, die nog maar zo kort na zijn bevestiging in Oene op 52-jarige leeftijd overleed. Slechts negen maanden was hij predikant van Oene geweest. Hij liet een vrouw en ziekelijke kinderen achter, waarvan de oudste dochter zelfs ongeneeslijk ziek was. Voor dit meisje werd jaren achtereen (tot na 1916) in Ouddorp éénmaal per jaar nog een collecte gehouden, mede om verblijf in een ziekenhuis mogelijk te maken. Als ds. Doornveld anderhalfjaar in de gemeente Oene staat beginnen anderen al 'aan hem te trekken'. En nu eens niet een dorpsgemeente, zoals gewoonlijk.
'De Waarheidsvriend' van 15 februari 1918 meldt onder 'Beroepen': zestal te Delft: IJ. Doornveld te Oene, A. C. Enkelaar te Jaarsveld, P. Kuijlman te Lunteren, P. de Lange te Barneveld, O. J. Rootselaar te Bergsenhoek en P. van Toorn te Rotterdam. In maart blijft ds. Doornveld met de predikanten Kuijlman en Rootselaar als drietal over. Tot een werkelijk beroep komt het echter niet, althans daarvan wordt niets vermeld.
Nog geen half jaar later, augustus 1918, brengt de Hervormde Gemeente te IJsselstein een (toezegging van) beroep op hem uit, waarvoor wordt bedankt. Lang wordt de Oenese predikant niet met rust gelaten, want in oktober van datzelfde jaar begeert de Herv. Gemeente te St. Maartensdijk (Zld.) hem tot predikant. Ook hiervoor meent ds. Doornveld te mogen bedanken. Zaterdag 14 december 1918 staan er weer twee kerkeraadsleden op de stoep van de Oenese pastorie. Het zijn voor ds. Doornveld geen onbekenden; ze komen uit IJsselstein. De kerkeraad van IJsselstein heeft enkele maanden geleden voor het eerst een beroep op ds. Doornveld uitgebracht. Hoewel voor dat beroep werd bedankt, wagen ze toch weer een poging. De beide broeders stellen hem de beroepsbrief ter hand en bespreken nog eens de vele en grote moeilijkheden waarin de Herv. Gemeente van IJsselstein zich bevindt. De gemeente is niet groot en de inkomsten zijn daarmee evenredig. De laatste predikant, ds. J. Haring heeft zijn ambt neer moeten leggen vanwege zijn bezwaren tegen de organisatie van de Hervormde Kerk. Hij weigerde namelijk van elders inkomende (vrijzinnige) lidmaten in te schrijven als lidmaat van de Herv. Gemeente IJsselstein. Zijn schorsing valt te vergelijken met die van ds. Paauwe te Bennekom in 1914 en van ds. Kik te Bergambacht in 1916.
Een groot gedeelte van IJsselstein is rooms-katholiek. Het traktement van de predikant is nog geen ƒ 3.000,– per jaar, hoewel dit in vergelijking met bijv. een gemeente als Ouddorp ƒ 2.500,–) niet slecht genoemd kan worden. De Herv. Gem. van Oene telde in die jaren ongeveer 1150 doopleden, die van IJsselstein ruim 1500. (Hervormd Ouddorp: 2885). Als de broeders vertrokken zijn blijft het echtpaar Doornveld vervuld met allerlei gedachten achter. Hoe zal deze tweede roep uit IJsselstein beantwoord gaan worden? Dat lezen we in 'De Waarheidsvriend' van 10 januari 1919:
'IJsselstein. Men schrijft ons: Zondag 5 januari jl. was het voor onze Gemeente een dag van blijde tijding. De Kerkeraad toch had Zaterdag bericht ontvangen, dat de beroepen Predikant ds. IJ. Doornveld te Oene het beroep naar onze Gemeente had aangenomen. Voorzeker een verbeurde gunst van den Heere, ziende op de donkere wolken die over onze Gemeente zijn heengegaan; daar wij in ZEW toch mogen verwachten een man van goede getuigenis. Zij het onzen aanstaanden Herder en Leeraar gegeven om onder de gunste Gods hier met blijmoedigheid en opgewektheid te arbeiden en de Gemeente te leiden in den weg van Gods Heilig Woord tot verheerlijking van 's-Heeren nooit genoeg volprezen Naam'.
Als eind januari 1919 de kerkeraad van IJsselstein de stukken ter approbatie (goedkeuring) van het beroep in orde brengt en ondertekent, bevroeden de broeders nog niet dat dit beroep het onderwerp zal worden van vele, vele gesprekken.
Hebben ze te vroeg gejuicht? Wordt het een mislukking? Zullen ze er spijt van krijgen?
In genen dele, maar wel zal het met hen en de aanstaande predikant en zijn vrouw door diepe wegen gaan, wegen van geloofsbeproeving, maar ook van geloofstrouw en verlossing.
IJsselstein
Ds. J. T. Doornenbal schrijft in januari 1963 in de Veluwse Kerkbode: 'IJsselstein heeft een kathedraal van een kerk, mooi gerestaureerd met in het koor de grafzerken van Aemstel en Henegouwen, een fijn orgel en een goede organist, het zingen is er zeer eerbiedig en de opkomst goed. In de consistorie hangen de naamborden van de predikanten, die na de Hervorming de gemeente gediend hebben, in sierlijke letters met zoveel krullen, dat je er haast geen naam van kunt lezen. Ik ontcijferde de naam ds. IJ. Doornveld, die van Oene naar IJsselstein gegaan is. 'Hij spreekt hier nog nadat hij gestorven is', merkte een van de broeders op. Ik zei: 'In Oene ook'. En dat is waar ook. Ik weet een beetje hoeveel moeite 't hem gekost heeft uit Oene weg te komen. Maar 't is goed, dat 't gebeurd is. Zijn leven is niet ongezegend geweest, ook niet in IJsselstein'.
Om erachter te komen hoeveel moeite het ds. Doornveld gekost heeft uit Oene weg te komen, zullen we de gebeurtenissen uit die dagen proberen op de voet te volgen. Zaterdag 4 januari 1919 was het bericht in IJsselstein binnen gekomen dat ds. Doornveld het beroep naar deze gemeente had aanvaard. Kerkeraad en gemeente verkeren terecht in de veronderstelling dat zij over enkele maanden weer een eigen predikant in hun midden hebben. Deze veronderstelling wordt ruw verstoord door een brief van 21 februari 1919, waarin ds. Doornveld verklaart dat hij verhinderd is de aangenomen beroeping naar de gemeente van IJsselstein op te volgen. Hij verzoekt de kerkeraad in deze verklaring te willen berusten en hem als zodanig te ontheffen van de op hem genomen verplichtingen. Daar zitten ze nu! Wat staat hen te doen?
Voordat ze goed en wel beseffen wat dit betekent komt er een telegram uit Oene d.d. 25 februari 1919: 'Beroeping blijft van kracht! Brief volgt'. In de brief die volgt (26 februari) verklaart ds. Doornveld dat hem duidelijk is geworden dat de aanvechtingen waaraan hij inzake de opvolging van de beroeping naar IJsselstein blootstond, aanvechtingen van de Boze waren en dat het besluit om de aangenomen beroeping op te volgen nu onherroepelijk was. De kerkeraad van IJsselstein heeft echter ondertussen hier en daar advies ingewonnen hoe te handelen en laat ds. Doornveld ondanks zijn schrijven per telegram weten: 'U is ontslagen'.
Hierdoor verbindt ds. Doornveld zich 18 maart 1919 weer opnieuw aan zijn gemeente Oene. Teleurgesteld besluit de kerkeraad van IJsselstein ds. Kruijt van Nieuwe Tonge te gaan horen en wel op zondag 23 maart. Als ze informeren of ds. Kruijt die zondag toch wel in eigen gemeetite hoopt voor te gaan, horen ze dat deze juist een beroep naar Staphorst heeft ontvangen. Daarom blijven de broeders maar (mismoedig?) thuis. Ds. Doornveld schrijft echter nog verschillende brieven aan de IJsselsteinse kerkeraad waarin hij verklaart alsnog naar deze gemeente te willen komen. De broeders durven het echter niet aan. Ze besluiten ds. T. Lekkerkerker te IJsselmuiden te gaan beluisteren. Het is ondertussen eind maart geworden. Ds. Doornveld heeft ook een brief aan het Classicale Bestuur gezonden waarin hij nader ingaat op de problemen. Het Classicale Bestuur heeft er geen bezwaar tegen als de kerkeraad van IJsselstein alsnog het beroep van ds. Doornveld geldig verklaart. En nu zien we, dat 2 april 1919 plotseling de hele kerkeraad zich alsnog uitspreekt voor de overkomst van ds. Doornveld. Wat was eigenlijk de oorzaak van al deze moeilijkheden? Dat meldt ons het 'Gereformeerd Weekblad' van 5 april 1919 onder de titel: Ds. Doomvelds beroep naar IJsselstein.
A. J. Nelis, Ouddorp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 september 1988
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's